Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2019:3039

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
15-08-2019
Datum publicatie
22-08-2019
Zaaknummer
23-001162-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vrijspraak van openlijke geweldpleging en mishandeling. Benadeelde partijen niet-ontvankelijk in hun vordering tot schadevergoeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-001162-18

datum uitspraak: 15 augustus 2019

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 14 maart 2018 in de strafzaak onder parketnummer

15-247933-16 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1986,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 1 augustus 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Gelet op de in hoger beroep door het gerechtshof toegelaten wijziging is aan de verdachte ten laste gelegd dat:

1 primair
hij op of omstreeks 8 juli 2016 te Zaandam, gemeente Zaanstad, openlijk, te weten op of aan de openbare weg, de Dam en/of de Zuiddijk en/of de Burcht, in elk geval op of aan een openbare weg, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1], welk geweld bestond uit:

- meermalen slaan en/of stompen in/op/tegen de neus en/of het gezicht van die [slachtoffer 1];

- meermalen schoppen tegen het lichaam van die [slachtoffer 1], terwijl die [slachtoffer 1] op de grond ligt;

- het bijten in de vinger van die [slachtoffer 1];
1. subsidiair
hij op 8 juli 2016 te Zaandam [slachtoffer 1] heeft mishandeld door tegen de neus van die [slachtoffer 1] te slaan of stompen.

2
hij op of omstreeks 8 juli 2016 te Zaandam, gemeente Zaanstad, [slachtoffer 2] heeft mishandeld door met een mes in/tegen haar (rechter wijs)vinger te zwaaien en/of te steken en/of in haar richting te bewegen.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de politierechter van de rechtbank Noord-Holland.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte integraal zal worden vrijgesproken.

Vrijspraak

Naar het oordeel van het hof is niet wettig bewezen hetgeen de verdachte onder 1 primair, 1 subsidiair en 2 is ten laste gelegd, zodat de verdachte, overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal en het verweer van de raadsman, van deze feiten moet worden vrijgesproken.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt 541,94 euro bestaande uit 191,94 euro aan materiële schade en 350,00 euro aan immateriële schade. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van 462,94 euro bestaande uit 112,94 euro aan materiële schade en 350,00 euro aan immateriële schade. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.

De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het onder 1 primair of het onder 1 subsidiair ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt 400,00 euro aan immateriële schade. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep in haar geheel toegewezen.

De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het onder 2 ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 1 subsidiair en 2 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.E. Kleene-Krom, mr. M.M. van der Nat en mr. M. Senden, in tegenwoordigheid van mr. N.M. Simons, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 15 augustus 2019.

[…]