Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2019:3033

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
29-07-2019
Datum publicatie
13-09-2019
Zaaknummer
23-003795-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte wordt veroordeeld tot een (deels voorwaardelijke) gevangenisstraf voor het plegen van een groot aantal vermogensdelicten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-003795-18

datum uitspraak: 29 juli 2019

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 12 oktober 2018 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 15-119694-18 en 15-072430-18 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1992,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 15 juli 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De verdachte is door de rechtbank vrijgesproken van hetgeen aan hem in de zaak met parketnummer 15-119694-18 onder 7 is tenlastegelegd. Het hoger beroep is namens de verdachte in die zaak onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het in die zaak ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak.

Tenlasteleggingen

Aan de verdachte is – voor zover in hoger beroep inhoudelijk aan de orde – ten laste gelegd dat:

Zaak met parketnummer 15-119694-18:

1.
hij in of omstreeks de periode van 21 april 2018 tot en met 17 juni 2018 te Krommenie, gemeente Zaanstad, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een goed, te weten een motorfiets (merk: Ducati, voorzien van kenteken [kenteken 1]) heeft verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

2.
Primair:

hij in of omstreeks de periode van 13 juni 2018 tot en met 15 juni 2018 te Amsterdam, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een motorfiets (merk: Honda, type Vfr750 r, voorzien van kenteken [kenteken 2]), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [benadeelde 1], heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen motorfiets onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

Subsidiair:
hij op of omstreeks 18 juni 2018 te Krommenie, gemeente Zaanstad, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een goed, te weten een motor (merk: Honda, type Vfr 750 f, voorzien van kenteken [kenteken 2]) heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

3.
hij op of omstreeks 19 juni 2018 te Krommenie, gemeente Zaanstad, althans in Nederland een goed te weten een scooter (merk: Kymco) en/of een bromfiets (merk: AGM SP 50) en/of een bromfiets (merk: Xinix Touring) heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit/deze goed(eren) wist althans redelijkerwijs moest vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

4.

Primair:
hij in of omstreeks 20 april 2018 tot en met 24 april 2018 te Krommenie, gemeente Zaanstad, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, uit een voertuig (merk: Mercedes Benz 639 Vito 109 Cd)(diverse) gereedschap(pen) (waaronder een Makita accuboor en/of een Makita acculader en/of een Bosch boormachine) in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [benadeelde 2], heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/hun bereik heeft gebracht door middel van braak, inklimming, verbreking en/of een valse sleutel;

Subsidiair:
hij in de periode van 12 juni 2018 tot en met 18 juni, 2018 te Amsterdam en/of Krommenie en/of Zaandam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging, althans alleen, een of meer goed(eren) te weten:

- een tweetal boormachines merk Bosch,

- valbeveiliging,

- boormachine merk Makita,

- haakse slijper merk Makita,

heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van deze goederen wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat deze goederen door misdrijf was/waren verkregen;

5.
hij in of omstreeks de periode tussen 18 en 21 mei 2018 te Wormerveer, gemeente Zaanstad, althans in Nederland, tezamen en in vereniging, althans alleen, diverse goederen, waaronder een of meer bankpas(sen), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4], heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

6.
hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 april 2018 tot en met 18 juni 2018 te de Woude, gemeente Castricum, in elk geval in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, een of meer goederen, te weten: Motor, Yamaha [kenteken 3] Motor, Ducati [kenteken 4] Motor, Kawasaki [kenteken 5] Motor, BMW [kenteken 6] Motor, Ducati [kenteken 7] Kentekenplaat, [kenteken 8] Tomos bromfiets Kentekenplaat, [kenteken 9] Vespa Piaggio 2 x Kentekenplaat, [kenteken 10] BMW Kentekenplaat, [kenteken 11], Opel Combo Makita haakse slijper, [nummer] Kentekenplaat, [kenteken 12] AGM SP 50, heeft verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(s) (telkens) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van deze goederen wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

Zaak met parketnummer 15-072430-18:

primair
hij op of omstreeks 21 maart 2018 in de gemeente Haarlemmerliede Ca een bromfiets (merk Piaggio, type Vespa, kleur grijs), die stond gestald op of aan de Oude Haarlemmerstraatweg te Halfweg, geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [benadeelde 5], heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte die weg te nemen bromfiets onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of een valse sleutel;

subsidiair
hij in of omstreeks de periode van 21 maart 2018 tot en met 14 april 2018 in de gemeente(n) Haarlemmerliede Ca en/of Zaanstad en/of (elders) in Nederland, een goed, te weten een bromfiets (merk Piaggio, type Vespa, kleur grijs), heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep, voor zover inhoudelijk aan het oordeel van het hof onderworpen, zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de rechtbank.

Nadere overwegingen omtrent het bewijs

Zaak met parketnummer 15-119694-18

Ten aanzien van feit 4

In de periode van 20 april 2018 tot en met 24 april 2018 is uit een bedrijfsauto van [benadeelde 2] gereedschap weggenomen. Een deel van dat gereedschap is in een door medeverdachte [medeverdachte] gehuurde bus aangetroffen en een ander deel in de woning van de verdachte. Met de advocaat-generaal en de raadsman acht het hof niet bewezen dat de verdachte deze diefstal heeft (mede)gepleegd. Wel is de heling van dat gereedschap bewezen, met dien verstande dat het dossier onvoldoende bewijs bevat voor een nauwe en bewuste samenwerking bij die heling, zodat de verdachte alleen wordt veroordeeld voor de heling van de bij hem aangetroffen goederen.

Ten aanzien van feit 5

De raadsman heeft betoogd dat de verdachte en de medeverdachte alleen een koffiezetapparaat en

bankpassen hebben weggenomen. De overige in de aangifte genoemde goederen zijn door derden tijdens een eerdere inbraak buitgemaakt.

Het hof overweegt als volgt.

Vast staat dat de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte] zich in de ten laste gelegde periode middels inklimming de toegang tot het bedrijfspand van de aangever hebben verschaft. Het dossier bevat geen concrete aanwijzingen dat de in de aangifte genoemde goederen tijdens een daaraan voorafgegane inbraak door derden zijn weggenomen. De daartoe ter terechtzitting in hoger beroep afgelegde verklaring van de verdachte is onvoldoende onderbouwd en niet verifieerbaar. Dat op de plaats-delict een biologisch spoor is aangetroffen van een onbekend gebleven persoon maakt dit niet anders, nu het een kantoorpand betreft en dit spoor zeer wel afkomstig kan zijn van iemand die daar werkte of anderszins rechtmatig aanwezig is geweest. Het hof acht bewezen dat de verdachte en [medeverdachte] de in de aangifte genoemde goederen hebben weggenomen.

Zaak met parketnummer 15-072430-18

Met de advocaat-generaal en de verdediging is het hof van oordeel dat de primair ten laste gelegde diefstal niet kan worden bewezen, zodat de verdachte daarvan zal worden vrijgesproken.

De raadsman heeft vrijspraak van het subsidiair ten laste gelegde bepleit en heeft daartoe aangevoerd dat de verdachte niet wist of had moeten vermoeden dat het voertuig uit misdrijf afkomstig was. Hij had de scooter van een vriend geleend en op het eerste gezicht wees niets erop dat die scooter gestolen was.

Het hof overweegt als volgt.

Op 14 april 2018 is de verdachte aangehouden omdat hij voor overlast op straat zorgde. De bromfiets waarop hij had gereden, bleek als gestolen geregistreerd te staan en is aan een nader onderzoek onderworpen. Verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] hebben geconstateerd dat het contactslot van de scooter er normaal uitzag, maar toch enkele afwijkingen vertoonde. Het contactslot stond namelijk gericht naar de stand "on", terwijl hij in de stand "off" of "lock" behoorde te staan. Ook zat het contactslot los in de behuizing en kon het naar binnen geduwd worden. Daarnaast was het sleutelgat iets wijder dan normaal. Tevens kon het contactslot met elke willekeurige platte sleutel bediend worden. Niet is gebleken dat de verdachte over een legale sleutel van de scooter beschikte.

Bovengenoemde omstandigheden maken, in onderlinge samenhang bezien, dat het hof bewezen acht dat de verdachte wist dat de scooter uit een misdrijf afkomstig was.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 15-119694-18 onder 1, 2 subsidiair, 3, 4 subsidiair, 5 en 6 en in de zaak met parketnummer 15-072430-18 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

Zaak met parketnummer 15-119694-18:

1.
hij in de periode van 21 april 2018 tot en met 17 juni 2018 te Krommenie, gemeente Zaanstad, een motorfiets (merk: Ducati, voorzien van kenteken [kenteken 1]) heeft verworven en voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

2.

Subsidiair:
hij op 18 juni 2018 te Krommenie, gemeente Zaanstad, een motor (merk: Honda, type Vfr 750 f, voorzien van kenteken [kenteken 2]) heeft verworven en voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

3.
hij op 19 juni 2018 te Krommenie, gemeente Zaanstad, een scooter (merk: Kymco), een bromfiets (merk: AGM SP 50) en een bromfiets (merk: Xinix Touring) heeft verworven en voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van die goederen wist dat het door misdrijf verkregen goederen betrof.

4.

Subsidiair:
hij in de periode van 12 juni 2018 tot en met 18 juni, 2018 te Krommenie een boormachine (merk Bosch) en een valbeveiliging heeft verworven en voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van die goederen wist dat het door misdrijf verkregen goederen betrof.

5.
hij in de periode tussen 18 en 21 mei 2018 te Wormerveer, gemeente Zaanstad, tezamen en in vereniging met een ander, diverse goederen, waaronder bankpassen, toebehorende aan [benadeelde 3], heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van inklimming.

6.
hij in de periode van 1 april 2018 tot en met 18 juni 2018 te De Woude, gemeente Castricum, tezamen en in vereniging met een ander meerdere goederen, te weten:

- een motor (Yamaha met het kenteken [kenteken 3]);

- een motor (Ducati met het kenteken [kenteken 4]);

- een motor (Kawasaki met het kenteken [kenteken 5]);

- een motor (BMW met het kenteken [kenteken 13]);

- een motor (Ducati met het kenteken [kenteken 7]);

- een kentekenplaat [kenteken 8];

- een kentekenplaat [kenteken 9]);

- een kentekenplaat [kenteken 10];

- een kentekenplaat, [kenteken 11];

- een haakse slijper (merk Makita, voorzien van het nummer [nummer]);

- een kentekenplaat [kenteken 12];

heeft verworven en voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van deze goederen wist dat het door misdrijf verkregen goederen betrof.

Zaak met parketnummer 15-072430-18 (gevoegd):

Subsidiair:
hij in de periode van 21 maart 2018 tot en met 14 april 2018 in de gemeente Zaanstad een bromfiets (merk Piaggio, type Vespa, kleur grijs) heeft verworven en voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

Hetgeen in de zaak met parketnummer 15-119694-18 onder 1, 2 subsidiair, 3, 4 subsidiair, 5 en 6 en in de zaak met parketnummer 15-072430-18 subsidiair meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezen verklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het in de zaak met parketnummer 15-119694-18 onder 1, 2 subsidiair, 3, 4 subsidiair, 5 en 6 en in de zaak met parketnummer 15-072430-18 subsidiair bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het in de zaak met parketnummer 15-119694-18 onder 1 en 2 subsidiair en in de zaak met parketnummer 15-072430-18 subsidiair bewezen verklaarde levert op:

telkens:

opzetheling.

Het in de zaak met parketnummer 15-119694-18 onder 3 en 4 subsidiair bewezen verklaarde levert op:

telkens:

opzetheling, meermalen gepleegd.

Het in de zaak met parketnummer 15-119694-18 onder 5 bewezen verklaarde levert op:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming.

Het in de zaak met parketnummer 15-119694-18 onder 6 bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van opzetheling, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 15-119694-18 onder 1, 2 subsidiair, 3, 4 subsidiair, 5 en 6 en in de zaak met parketnummer 15-072430-18 subsidiair bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg in de zaak met parketnummer 15-119694-18 onder 1, 2 subsidiair, 3, 4 subsidiair, 5 en 6, alsmede het in de zaak met parketnummer 15/072430-18 subsidiair bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 14 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot de straf die door de rechtbank is opgelegd.

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat volstaan kan worden met een gevangenisstraf conform de duur van het voorarrest.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft samen met een ander goederen, waaronder bankpassen, gestolen uit een bedrijfspand. Een bedrijfsdiefstal levert de gedupeerde ondernemer niet alleen materiële schade op, maar bezorgt deze ook frustratie en ongemak. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan de heling van kentekenplaten, gereedschap en een groot aantal voertuigen. Om precies te zijn: zes motoren en zes scooters/motorfietsen. Door zo te handelen heeft de verdachte geen respect getoond voor het eigendomsrecht van anderen, waarbij hij, door niet alleen zelf goederen te stelen maar tevens door anderen gestolen goederen te verwerven, bijdraagt aan het in stand houden van een afzetmarkt voor gestolen goederen.

Gelet op de ernst van de feiten acht het hof, net als de rechtbank en de advocaat-generaal een gevangenisstraf van 14 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, gerechtvaardigd. Vanwege de ernst van de feiten kan niet worden volstaan met een lagere straf.

Beslissingen ten aanzien van het beslag

Het hof is van oordeel dat de volgende onder de verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

  • -

    een slotentrekker (877641)

  • -

    een kentekenplaat [kenteken 14] (899780)

  • -

    kentekenplaat [kenteken 15] (899781)

dienen te worden onttrokken aan het verkeer. Deze voorwerpen behoren verdachte toe en zijn aangetroffen bij gelegenheid van het onderzoek naar een door hem begaan feit. Het ongecontroleerde bezit van voormelde in beslag genomen voorwerpen is in strijd met het algemeen belang.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 2.037,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.

De advocaat-generaal en de raadsman hebben zich op het standpunt gesteld dat de vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard, aangezien geen rechtstreeks verband tussen de heling en de schade kan worden vastgesteld.

Het hof overweegt als volgt.

Op basis van de concrete omstandigheden van het geval is onvoldoende verband gebleken tussen de door de verdachte gepleegde helingshandeling en de door de rechthebbende op het geheelde goed geleden schade om te kunnen aannemen dat deze door het bewezenverklaarde rechtstreeks schade heeft geleden. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 6]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 1.343,90. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 1.000,00. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.

De advocaat-generaal en de raadsman hebben zich op het standpunt gesteld dat de vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard, aangezien geen rechtstreeks verband tussen de heling en de schade kan worden vastgesteld.

Het hof overweegt als volgt.

Op basis van de concrete omstandigheden van het geval is onvoldoende verband gebleken tussen de door de verdachte gepleegde helingshandeling en de door de rechthebbende op het geheelde goed geleden schade om te kunnen aannemen dat deze door het bewezenverklaarde rechtstreeks schade heeft geleden. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt na aftrek van de uitkering door een verzekeringsmaatschappij € 7.387,22. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering.

De raadsman heeft bepleit dat de vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat deze een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.

Het hof overweegt als volgt.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 bewezen verklaarde handelen van de verdachte en de medeverdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De benadeelde partij heeft de omvang van de schade slechts onderbouwd met een Excel-sheet. Naar aanleiding van deze onderbouwing leven bij het hof te veel vragen om de schade concreet te kunnen beoordelen. Het hof is daarom van oordeel dat het bepalen van de schade een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partij kan daarom thans in de vordering niet worden ontvangen en kan de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 7]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 5.124,97. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.

De advocaat-generaal en de raadsman hebben zich op het standpunt gesteld dat de vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard, aangezien geen rechtstreeks verband tussen de heling en de schade kan worden vastgesteld.

Het hof overweegt als volgt.

Op basis van de concrete omstandigheden van het geval is onvoldoende verband gebleken tussen de door de verdachte gepleegde helingshandeling en de door de rechthebbende op het geheelde goed geleden schade om te kunnen aannemen dat deze door het bewezenverklaarde rechtstreeks schade heeft geleden. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 8]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 606,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.

De advocaat-generaal en de raadsman hebben zich op het standpunt gesteld dat de vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard, aangezien geen rechtstreeks verband tussen de heling en de schade kan worden vastgesteld.

Het hof overweegt als volgt.

Op basis van de concrete omstandigheden van het geval is onvoldoende verband gebleken tussen de door de verdachte gepleegde helingshandeling en de door de rechthebbende op het geheelde goed geleden schade om te kunnen aannemen dat deze door het bewezenverklaarde rechtstreeks schade heeft geleden. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 9]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 823,85. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.

De advocaat-generaal en de raadsman hebben zich op het standpunt gesteld dat de vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard, aangezien geen rechtstreeks verband tussen de heling en de schade kan worden vastgesteld.

Het hof overweegt als volgt.

Op basis van de concrete omstandigheden van het geval is onvoldoende verband gebleken tussen de door de verdachte gepleegde helingshandeling en de door de rechthebbende op het geheelde goed geleden schade om te kunnen aannemen dat deze door het bewezenverklaarde rechtstreeks schade heeft geleden. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 10]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 5.198,48. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.

De advocaat-generaal en de raadsman hebben zich op het standpunt gesteld dat de vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard, aangezien geen rechtstreeks verband tussen de heling en de schade kan worden vastgesteld.

Het hof overweegt als volgt.

Op basis van de concrete omstandigheden van het geval is onvoldoende verband gebleken tussen de door de verdachte gepleegde helingshandeling en de door de rechthebbende op het geheelde goed geleden schade om te kunnen aannemen dat deze door het bewezenverklaarde rechtstreeks schade heeft geleden. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 11]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 1.815,17. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 1.625,17. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.

De advocaat-generaal en de raadsman hebben zich op het standpunt gesteld dat de vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard, aangezien geen rechtstreeks verband tussen de heling en de schade kan worden vastgesteld.

Het hof overweegt als volgt.

Op basis van de concrete omstandigheden van het geval is onvoldoende verband gebleken tussen de door de verdachte gepleegde helingshandeling en de door de rechthebbende op het geheelde goed geleden schade om te kunnen aannemen dat deze door het bewezenverklaarde rechtstreeks schade heeft geleden. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen.

Verzoek toepassing artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht

Op 14 januari 2019 heeft het hof een brief ontvangen van [naam]. In deze brief staat dat de heer [naam] zich niet heeft gevoegd als benadeelde partij in eerste aanleg, maar dat hij als gevolg van het handelen van de verdachte (feit 3) wel materiële schade heeft geleden, te weten € 1.150,46. De heer [naam] verzoekt dit bedrag als schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht aan de verdachte op te leggen.

De advocaat-generaal en de raadsman hebben zich op het standpunt gesteld dat de schadevergoedingsmaatregel niet aan de verdachte dient te worden opgelegd.

Het hof overweegt als volgt.

Op basis van de concrete omstandigheden van het geval is onvoldoende verband gebleken tussen de door de verdachte gepleegde helingshandeling en de door de rechthebbende op het geheelde goed geleden schade om te kunnen aannemen dat deze door het bewezenverklaarde rechtstreeks schade heeft geleden. Het hof ziet daarom geen aanleiding toepassing te geven aan artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen en maatregel zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36b, 36c, 47, 57, 63, 311 en 416 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 7 tenlastegelegde.

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 15-119694-18 onder 2 primair en 4 primair en in de zaak met parketnummer 15-072430-18 primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 15-119694-18 onder 1, 2 subsidiair, 3, 4 subsidiair, 5 en 6 en in de zaak met parketnummer 15-072430-18 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het in de zaak met parketnummer 15-119694-18 onder 1, 2 subsidiair, 3, 4 subsidiair, 5 en 6 en in de zaak met parketnummer 15-072430-18 subsidiair bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 14 (veertien) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 4 (vier) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- een slotentrekker (877641)

- kentekenplaat [kenteken 14] (899780)

- kentekenplaat [kenteken 15] (899781)

Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- boormachine in blauwe koffer, merk Bosch (900975)

- boormachine in blauwe koffer met boortjes, merk Bosch (900979)

- valbeveiliging in rode koffer, merk Antec (900980)

- telefoontoestel, zwart, Samsung (901307)

- telefoontoestel, Apple iPhone S (899782)

- telefoontoestel, zwart, Samsung (899783)

- telefoontoestel, zwart, Samsung Galaxy (899786)

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 1] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 6]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 6] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3]

Verklaart de benadeelde partij Status Plus niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 7]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 7] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 8]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 8] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 9]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 9] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 10]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 10] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 11]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 11] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.A. van Eijk, mr. P.F.E. Geerlings en mr. M.L.M. van der Voet, in tegenwoordigheid van mr. C.J.J. Kwint, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 29 juli 2019.

mr. P.F.E. Geerlings en mr. M.L.M. van der Voet zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.