Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2019:3020

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
12-07-2019
Datum publicatie
21-08-2019
Zaaknummer
200.252.182/01 OK
Rechtsgebieden
Ondernemingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

OK; enquêterecht; verbetering van kennelijke schrijffouten

Wetsverwijzingen
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 31
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ARO 2019/148
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

___________________________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummer: 200.252.182/01 OK

beschikking van de Ondernemingskamer van 12 juli 2019

inzake

[Verzoeksters sub 1 tot en met 8]

VERZOEKSTERS

advocaten: en, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,

mr. A.R.J. Croiset van Uchelen mr. T.M. Sweerts

t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

INTERGAMMA B.V.,

gevestigd te Leusden,

VERWEERSTER,

advocaten: mr. J.L. van der Schrieck, mr. M.E. Gaaf en mr. H.J.R. Stoter, allen kantoorhoudende te Amsterdam,

e n t e g e n

de leden van de raad van commissarissen van Intergamma B.V.

1. [A],

wonende te [....] ,

2. [B],

wonende te [....] ,

3. [C],

wonende te [....] ,

BELANGHEBBENDEN,

advocaten: mr. A.F.J.A. Leijten en mr. E.C.H.J. Lokin, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,

e n t e g e n

[belanghebbenden sub 4 tot en met 12]

BELANGHEBBENDEN,

advocaten: en , beiden kantoorhoudende te Amsterdam,

mr. E.M. Soerjatin mr. J.L.M. Wonders

e n t e g e n

[belanghebbenden sub 13 tot en met 50]

BELANGHEBBENDEN

advocaat: , kantoorhoudende te Amsterdam,

mr. S. Perrrick

e n t e g e n

[belanghebbenden sub 51 en 52]

BELANGHEBBENDEN

advocaat: ,

mr. F.G.K. Overkleeft

e n t e g e n

53 DE ONDERNEMINGSRAAD HOOFDKANTOOR INTERGAMMA B.V.,

54. DE ONDERNEMINGSRAAD INTERGAMMA BOUWMARKTEN B.V.

beide gevestigd te Leusden,

BELANGHEBBENDE,

advocaat: mr. M. Holtzer.

e n t e g e n

55. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

INTERGAMMA HOLDING B.V.,

56. de coöperatie

INTERGAMMA COOPERATIEF U.A.,

57. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

INTERGAMMA CONTINUITEIT HOLDING B.V.

allen gevestigd te Leusden,

BELANGHEBBENDEN,

niet verschenen.

1 Het verloop van het geding

1.1

In het vervolg zullen verzoekster sub 1 tot en met 8 gezamenlijk als BG en verweerster als Intergamma worden aangeduid.

1.2

Voor het eerdere verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikking in deze zaak van 27 mei 2019.

1.3

Naar aanleiding van een e-mail van mr. Van der Schrieck (27 mei 2019) en een e-mail van mr. Holtzer (29 mei 2019) heeft de Ondernemingskamer geconstateerd dat rechtsoverweging 3.19 van de beschikking twee verschrijvingen bevat.

1.4

De Ondernemingskamer heeft, alvorens tot herstel van de verschrijvingen over te gaan, partijen in de gelegenheid gesteld zich hierover uit te laten.

1.5

Mr. Croiset van Uchelen, mr. Leijten, mr. Holtzer, mr. Overkleeft, mr. Perrick, mr. Soerjatin en mr. Van der Schrieck hebben bij afzonderlijke e-mails de Ondernemingskamer bericht dat sprake lijkt te zijn van kennelijke schrijffouten die zich voor eenvoudig herstel lenen.

2 De gronden van de beslissing

De Ondernemingskamer constateert dat waar in rechtsoverweging 3.19 van de beschikking van 27 mei 2019 staat “De afwijzing van het verzoek van Intergamma berust…" dit had moeten zijn “De afwijzing van het verzoek van BG berust…” en dat waar staat "Hoewel – zoals hierna nog aan de orde zal komen – Intergamma bekend moet zijn geweest met (…)" dit had moeten zijn "Hoewel – zoals hierna nog aan de orde zal komen – BG bekend moet zijn geweest met (…)"

Deze kennelijke schrijffouten lenen zich voor eenvoudig herstel op de voet van artikel 31 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

3 De beslissing

De Ondernemingskamer:

verbetert haar in de onderhavige zaak op 27 mei 2019 uitgesproken beschikking aldus dat rechtsoverweging 3.19 komt te luiden:

“Met betrekking tot het verzoek van Intergamma om te bepalen dat het verzoek van BG niet op redelijke gronden is gedaan, overweegt de Ondernemingskamer als volgt. Zoals de Ondernemingskamer eerder heeft beslist (OK 23 februari 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:583) sluit zij voor de toepassing van artikel 2:350 lid 2 BW aan bij de maatstaf die geldt voor de vraag of er sprake is van misbruik van procesrecht (vgl. HR 15 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2360). De afwijzing van het verzoek van BG berust in hoge mate op het hierboven gegeven voorshands oordeel over uitleg van de franchiseovereenkomst tegen de achtergrond van het dividend- en bonusbeleid (zie 3.11). Hoewel – zoals hierna nog aan de orde zal komen – BG bekend moet zijn geweest met feiten en omstandigheden die haar standpunt moeilijk houdbaar maakten, is daarmee niet voldaan aan de met terughoudendheid toe te passen maatstaf van misbruik van procesrecht. Dat neemt niet weg dat de Ondernemingskamer onderkent dat BG door naast de aanhangig gemaakte arbitrageprocedures ook de onderhavige enquêteprocedure in gang te zetten een aanzienlijke extra belasting in tijd en kosten heeft veroorzaakt voor Intergamma, die in een fase verkeert waarin zij de gevolgen van een ingrijpende reorganisatie in goede banen moet leiden.”

Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. M.M.M. Tillema en mr. A.W.H. Vink, raadsheren, en drs. P.R. Baart en mr. D.E.M. Aleman MBA, raden, in tegenwoordigheid van mr. F.L.A. Straathof, griffier, en in het openbaar uitgesproken door 12 juli 2019.