Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2019:3011

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
22-03-2019
Datum publicatie
13-09-2019
Zaaknummer
23-000201-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Diefstal, meermalen gepleegd. Geheel voorwaardelijke gevangenisstraf omdat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld tot de ISD-maatregel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-000201-18

datum uitspraak: 22 maart 2019

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 9 januari 2018 in de strafzaak onder parketnummer 13-702860-17 tegen

[verdachte 1] (zich ook noemende [verdachte 2]),

geboren te [geboorteplaats 1] (Italië) op [geboortedag 1] 1989,

postadres: [adres 1],

adres: [adres 2])

thans uit anderen hoofde gedetineerd in Vught PPC te Vught.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 8 maart 2019.

Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Identiteit van de verdachte

In hoger beroep is gebleken dat de eerder door de verdachte opgegeven identiteit, te weten [verdachte 2], geboren op [geboortedag 2] 1987 te [geboorteplaats 2] (Italië), vals is. Zijn werkelijke identiteit is [verdachte 1], geboren op [geboortedag 1] 1989 te [geboorteplaats 1] (Italië).

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 09 november 2017 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen:

- een of meer blikjes [drinken], in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan winkelbedrijf [winkel 1] (filiaal [adres 3]), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

- een of meer flessen shampoo en/of flessen douchegel en/of tubes tandpasta, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan winkelbedrijf [winkel 2] (filiaal [adres 4]), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

- een flesje drank/sap, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 9 november 2017 te Amsterdam met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen:

- blikjes [drinken] toebehorende aan winkelbedrijf [winkel 1] (filiaal [adres 3]), en

- flessen shampoo en douchegel en tubes tandpasta toebehorende aan winkelbedrijf [winkel 2] (filiaal [adres 4]), en

- een flesje sap toebehorende aan [benadeelde].

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezen verklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

diefstal, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf weken, met aftrek van voorarrest.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vijf weken met een proeftijd van twee jaren en aftrek van voorarrest.

De raadsman heeft verzocht een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, omdat aan de verdachte inmiddels in een andere, onherroepelijk afgedane, strafzaak de ISD-maatregel is opgelegd. De raadsman heeft meegedeeld zich te kunnen vinden in de vordering van de advocaat-generaal.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan (winkel)diefstallen. Door zo te handelen heeft hij blijk gegeven geen respect te hebben voor het eigendomsrecht van anderen.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 22 februari 2019 is hij bovendien eerder voor soortgelijke feiten onherroepelijk veroordeeld, hetgeen in zijn nadeel weegt.

Bij de stand van zaken zoals die in eerste aanleg was, was de door de politierechter opgelegde straf zonder meer passend. Inmiddels is de verdachte echter op 6 februari 2019 in de zaak met parketnummer 13-684442-18 onherroepelijk veroordeeld, waarbij hem de ISD-maatregel voor de duur van één jaar is opgelegd. Hierin ziet het hof aanleiding de gevangenisstraf geheel voorwaardelijk op te leggen.

Het hof acht, alles afwegende, een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vijf weken passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 57, 63 en 310 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) weken.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.E. Kleene-Krom, mr. H.M.J. Quaedvlieg en mr. R. Kuiper, in tegenwoordigheid van mr. C.J.J. Kwint, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 22 maart 2019.