Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2019:2935

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
10-07-2019
Datum publicatie
06-09-2019
Zaaknummer
23-000111-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vrijspraak bezit vervalst paspoort. De verdachte heeft aangevoerd dat hij het paspoort heeft verkregen via een vriend van hem in Liberia. Deze gang van zaken wordt niet uitgesloten door de bewijsmiddelen en het verhandelde ter terechtzitting. De raadsvrouw heeft in dat kader het Algemeen Ambtsbericht Liberia van het Ministerie van Buitenlandse Zaken uit januari 2004 overgelegd. Het hof leidt daaruit af dat in het verleden de officiële paspoortinstructie in de praktijk niet werd nageleefd en ook een ander dan de aanvrager een paspoort kon aanvragen of ophalen.

Op grond hiervan is daarom niet buiten redelijke twijfel komen vast te staan dat de verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat het paspoort vervalst was. Het hof betreft daarbij de omstandigheid dat het paspoort in de jaren daarna door zowel Liberiaanse als Europese autoriteiten niet als (ver)vals(t) is herkend bij onder meer een verzoek tot verlenging en een visumaanvraag, zodat van de verdachte evenmin kon worden gevergd dat hij op basis van het uiterlijk van het document moest vermoeden dat het vervalst was.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vrijs

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-000111-18

datum uitspraak: 10 juli 2019

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsvrouw)

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 9 januari 2018 in de strafzaak onder parketnummer 15‑258924-17 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (Liberia) op [geboortedag] 1978,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 26 juni 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Omvang van het hoger beroep

De verdachte is door de politierechter in de rechtbank Noord-Holland vrijgesproken van hetgeen aan hem onder 2 is ten laste gelegd. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak voor dit feit.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is, voor zover inhoudelijk aan het oordeel van het hof onderworpen, ten laste gelegd dat:

1.
hij op of omstreeks 24 december 2017 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer een reisdocument en/of identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht, te weten een nationaal paspoort van Liberia, voorzien van het nummer [nummer] en op naam gesteld van [verdachte] geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1978, waarvan hij, verdachte, wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze vals of vervalst was, heeft afgeleverd en/of voorhanden heeft gehad.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de politierechter.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.

Vrijspraak

Standpunten van partijen

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld, nu hij het paspoort via een vriend had verkregen en wist of kon weten dat dat niet de officiële wijze van verkrijging was.

De raadsvrouw heeft bepleit dat de verdachte wordt vrijgesproken, omdat hij niet wist en ook niet redelijkerwijs moest vermoeden dat het paspoort vals was.

Oordeel van het hof

Het hof stelt voorop dat uit onderzoek van de Koninklijke Marechaussee is gebleken dat het in de tenlastelegging bedoelde paspoort als vervalst dient te worden beschouwd.

Vervolgens dient de vraag te worden beantwoord of de verdachte dit wist dan wel redelijkerwijs moest vermoeden.

De verdachte heeft in dit verband aangevoerd dat hij het paspoort heeft verkregen via een vriend van hem in Liberia. Deze gang van zaken wordt niet uitgesloten door de bewijsmiddelen en het verhandelde ter terechtzitting. De raadsvrouw heeft in dat kader het Algemeen Ambtsbericht Liberia van het Ministerie van Buitenlandse Zaken uit januari 2004 overgelegd. Het hof leidt daaruit af dat in het verleden de officiële paspoortinstructie in de praktijk niet werd nageleefd en ook een ander dan de aanvrager een paspoort kon aanvragen of ophalen.

Op grond hiervan is daarom niet buiten redelijke twijfel komen vast te staan dat de verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat het paspoort vervalst was. Het hof betreft daarbij de omstandigheid dat het paspoort in de jaren daarna door zowel Liberiaanse als Europese autoriteiten niet als (ver)vals(t) is herkend bij onder meer een verzoek tot verlenging en een visumaanvraag, zodat van de verdachte evenmin kon worden gevergd dat hij op basis van het uiterlijk van het document moest vermoeden dat het vervalst was.

Gelet op het voorgaande zal de verdachte van het ten laste gelegde worden vrijgesproken.

Beslag

Paspoort

Bij de verdachte zijn een paspoort van Liberia (voorwerp 1 beslaglijst) en 2 identiteitsbewijzen (voorwerpen 7 en 8 beslaglijst, volgnummers 10 en 11) in beslag genomen die (ver)vals(t) zijn gebleken. Niettegenstaande de vrijspraak van de verdachte, is een strafbaar feit begaan met deze documenten, nu de vervaardiging ervan een strafbaar feit is. Het ongecontroleerde bezit ervan is in strijd met de wet en de voorwerpen kunnen dienen tot het begaan van soortgelijke feiten. Het hof zal daarom van deze voorwerpen de onttrekking aan het verkeer gelasten.

Italiaanse verblijfsvergunning, identiteitskaart, creditcard en rijbewijs

De raadsvrouw heeft ten aanzien van de Italiaanse verblijfsvergunning (voorwerp beslaglijst 2), identiteitskaart (voorwerp 5 beslaglijst) en rijbewijs (voorwerp 3 beslaglijst) die onder de verdachte in beslag zijn genomen bepleit dat deze dienen te worden teruggegeven aan de verdachte. De documenten zijn niet verkregen op basis van het valse paspoort of op basis van andere (valse) Liberiaanse documenten. De verdachte heeft de verblijfsvergunning en de identiteitskaart verkregen voordat het paspoort werd uitgegeven en de verdachte heeft verklaard dat hij de documenten heeft verkregen op basis van zijn Italiaanse verblijfsvergunning en vluchtelingenpaspoort, aldus de raadsvrouw.

Het hof overweegt als volgt.

De verklaring van de verdachte dat de documenten zijn verkregen voordat het paspoort was uitgegeven, vindt geen steun in het dossier. Uit het dossier blijkt dat het valse paspoort is afgegeven in 2005, de verblijfsvergunning was afgegeven in 2012, het rijbewijs in 2015 en de identiteitskaart in 2010.1 De verdachte heeft met betrekking tot zijn verblijfsvergunning bovendien verklaard ‘het is in 2005 van een asiel vergunning naar een reguliere verblijfsvergunning omgezet omdat ik een Liberiaans paspoort had’.2 Het hof gaat er daarom, mede gelet op de (overige) inhoud van het dossier vanuit dat deze documenten op frauduleuze wijze, dan wel valse gronden, zijn verkregen (met behulp van het valse paspoort).

Het hof zal van deze documenten de teruggave aan de uitgevende instantie gelasten.

Verzekeringsbewijs

Nu niet is gebleken dat het verzekeringsbewijs (voorwerp 4 beslaglijst) en de creditcard (voorwerp 6 beslaglijst, volgnummer 9) zijn verkregen door middel van het valse paspoort, zal het hof de teruggave ervan aan de verdachte gelasten.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 2 ten laste gelegde.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover nog inhoudelijk aan de orde en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- 1 STK Paspoort;

- 1 STK Identiteitsbewijs (volgnr. 10);

- 1 STK Identiteitsbewijs (volgnr. 11).

Gelast de teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- 1 STK Verzekeringsbewijs;

- 1 STK Creditcard (volgnr. 9).

Gelast de teruggave aan de uitgevende instantie van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- 1 STK Identiteitsbewijs;

- 1 STK Verblijfsvergunning;

- 1 STK Rijbewijs.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. F.M.D. Aardema, mr. H.A. van Eijk en mr. S.M.M. Bordenga, in tegenwoordigheid van mr. A.N. Biersteker, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 10 juli 2019.

Mr. S.M.M. Bordenga is buiten staat dit arrest te ondertekenen.

=========================================================================

[…]

1 Proces-verbaal van aanleiding en onderzoek aangeboden documenten, doorgenummerde pagina 0.6.

2 Proces-verbaal van verhoor verdachte, doorgenummerde pagina 1.2, proces-verbaalpagina 6