Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2019:2873

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
05-08-2019
Datum publicatie
02-09-2019
Zaaknummer
23-002346-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

bevestiging vonnis - vordering benadeelde partij niet-ontvankleijk ivm beschermingsbewind van de verdachte, bewindvoerder niet ter terechtzitting opgeroepen/aanwezig

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-002346-18

datum uitspraak: 3 juli 2019

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 15 juni 2018 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 15‑001325-18 en 15-006013-18 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1969,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 19 juni 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf en maatregel als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep met uitzondering van de beslissingen op de vorderingen van de benadeelde partijen en de strafoplegging voor zover het de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel betreft, in zoverre zal het vonnis worden vernietigd.

In hoger beroep gevoerde verweren

In hoger beroep zijn dezelfde verweren gevoerd als in eerste aanleg. De rechtbank heeft deze verweren verworpen op goede gronden, waarmee het hof zich verenigt.

Vorderingen benadeelde partijen

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 18.424,18, bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met wettelijke rente. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 15.191,66, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Voor het overige gedeelte is de vordering afgewezen. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 23.061,21, bestaande uit € 20.561,21 materiële schade en € 2.500,00 immateriële schade, te vermeerderen met wettelijke rente. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 13.983,10, te vermeerderen met wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Voor het overige gedeelte is de vordering afgewezen. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.

Ten aanzien van de vorderingen van beide benadeelde partijen heeft de advocaat-generaal gevorderd dat de beslissing van de rechtbank wordt bevestigd.

De raadsman heeft betoogd dat de vorderingen niet-ontvankelijk moeten worden verklaard, nu een machtiging voor het indienen van de vordering ontbreekt en bovendien de verdachte onder bewindvoering staat. Dit brengt mee dat uitsluitend de bewindvoerder gemachtigd is de vordering te weerspreken, maar die is niet opgeroepen. De vorderingen zijn voorts onvoldoende onderbouwd.

Ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken dat het vermogen van de verdachte onder beschermingsbewind, als bedoelt in de artikelen 1:431 en volgende van het Burgerlijk Wetboek, is gesteld. Hierdoor mist de verdachte de (zelfstandige) bevoegdheid tot beheer en beschikking over zijn vermogen. Die bevoegdheid ligt bij de bewindvoerder, die de verdachte bij de vervulling van zijn taak ook in rechte vertegenwoordigt. Hieruit volgt dat de verdachte niet bevoegd is zelfstandig te procederen met betrekking tot de tegen hem ingestelde vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partijen. Deze bewindvoerder is niet opgeroepen, noch verschenen. Het alsnog oproepen van de bewindvoerder in het geding, opdat die de procedure van de verdachte, voor wat betreft de vorderingen van de benadeelde partijen, als formele procespartij over kan nemen, vormt in dit stadium van de procedure een onevenredige belasting van het strafgeding. Daarom zal het hof de benadeelde partijen niet-ontvankelijk verklaren in hun vorderingen. Dit laat onverlet de mogelijkheid van [benadeelde 1] en [benadeelde 2] om hun vorderingen bij de burgerlijke rechter aan te brengen.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor wat betreft de beslissing op de vorderingen van de benadeelde partijen en de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en doet in zoverre opnieuw recht.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 1] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 2] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Bevestigt het vonnis voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. P.C. Römer, mr. A.D.R.M. Boumans en mr. A.M. van Amsterdam, in tegenwoordigheid van mr. N.E.M Keereweer, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 3 juli 2019.

[…]