Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2019:2796

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
23-07-2019
Datum publicatie
14-08-2019
Zaaknummer
23-000567-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Medeplegen uitlokking beroving. Naar het oordeel van het hof kan gelet op het voorgaande en in het bijzonder de aard en de ernst van het feit niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een vrijheidsbeneming met zich brengt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-000567-18

datum uitspraak: 23 juli 2019

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 14 februari 2018 in de strafzaak onder parketnummer 13-665252-17 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1991,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 9 juli 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

De verdachte en het openbaar ministerie hebben hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Vonnis waarvan beroep

In hetgeen ter terechtzitting is aangevoerd ten aanzien van de bewezenverklaring ziet het hof geen aanleiding af te wijken van het vonnis. Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen behalve ten aanzien van de strafoplegging en de motivering daarvan. In zoverre zal het vonnis worden vernietigd.

Oplegging van straf

De rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg primair bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf van 100 dagen, met aftrek van voorarrest en een taakstraf van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het primair ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich samen met twee collega’s schuldig gemaakt aan het opzettelijk uitlokken van een beroving. Er is een plan bedacht om iemand een mooi deal voor te spiegelen en deze persoon vervolgens door anderen te laten beroven. Bij de beroving is geweld gebruikt, gedreigd met een vuurwapen en er is uiteindelijk ook geschoten. Dit maakt dat het voor de slachtoffers zeer beangstigend is geweest. [slachtoffer 1] is mishandeld, [slachtoffer 2] is bedreigd en samen zijn zij van een groot bedrag beroofd. Ook worden door dergelijke gedragingen in de samenleving levende gevoelens van onveiligheid versterkt.

Naar het oordeel van het hof kan gelet op het vorengaande en in het bijzonder de aard en de ernst van het feit niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een vrijheidsbeneming met zich brengt. Anders dan haar twee medeverdachten heeft de verdachte ook in hoger beroep geen min of meer volledige opening van zaken willen geven. Het hof is van oordeel dat uit de verklaringen in het dossier naar voren komt dat de verdachte een essentiële rol heeft gespeeld bij de uitlokking van de beroving. Daarbij was de verdachte toentertijd de leidinggevende van de beide medeverdachten. [medeverdachte] heeft bij de rechter-commissaris verklaard dat de verdachte de aftrap had gegeven en dat zij wat hem betreft de baas was. Het hof ziet – mede gelet op de proceshouding van de verdachte – geen aanleiding om hieraan te twijfelen. Zoals ook door de rechtbank is overwogen heeft de verdachte de beroving niet alleen uitgelokt, maar heeft zij ook een essentiële rol gespeeld bij de beroving. De verdachte was samen met [medeverdachte] op de met de slachtoffers afgesproken plek. Toen ‘de partij schoenen’ maar niet kwam hebben zij ervoor gezorgd dat [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] zijn blijven wachten. Tijdens de beroving was de verdachte aanwezig met [medeverdachte] en hebben zij niet ingegrepen. Zo vormde zij met [medeverdachte] een onmisbare schakel bij de beroving, want zonder deze bijdrage waren [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] vertrokken voordat de beroving had kunnen plaatsvinden. Het hof rekent dit de verdachte zwaar aan.

Anderzijds spreekt in het voordeel van de verdachte dat zij blijkens een de verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van 25 juni 2019 niet eerder strafrechtelijk was veroordeeld, dat zij een koophuis heeft en twee banen, en dat zij haar leven, afgezien van dit feit, op orde lijkt te hebben.

Gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden acht het hof in beginsel een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, zoals door de advocaat-generaal gevorderd, passend voor het onderhavige feit. In aanmerking genomen dat de strafvervolging van de verdachte in de hoger beroep fase weliswaar niet onredelijk lang, maar wel onwenselijk lang heeft geduurd, is het hof van oordeel dat matiging van die straf op zijn plaats is. Zoals hiervoor overwogen houdt het hof bij de strafbepaling rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, maar het hof ziet in hetgeen de raadsvrouw overigens met betrekking tot de persoonlijke omstandigheden van de verdachte naar voren heeft gebracht, geen aanleiding tot verdere matiging van de passend geachte straf. De mogelijke nadelige financiële- en andere gevolgen die een detentie met zich brengt hebben de verdachte er immers niet van weerhouden om zich schuldig te maken aan dit strafbare feit. Gelet op de ernst van het feit kan niet, zoals bepleit door de raadsvrouw, worden volstaan met een lagere straf dan de op te leggen straf.

Het hof komt, al het vorenstaande afwegende en in het bijzonder ook rekening houdend met de tijd die inmiddels is verstreken sedert het bewezen verklaarde feit, tot het oordeel dat thans oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, passend en geboden is.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 47, 63 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de strafoplegging en doet in zoverre opnieuw recht.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen, mr. R.D. van Heffen en mr. M. Iedema, in tegenwoordigheid van mr. S.M. Schouten, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 23 juli 2019.

Mrs. I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen en R.D. van Heffen zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

[…]