Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2019:2755

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
26-07-2019
Datum publicatie
29-07-2019
Zaaknummer
23-003721-18.a
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof veroordeelt de verdachte wegens winkeldiefstal in vereniging tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 weken, met een proeftijd van 2 jaren

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-003721-18

datum uitspraak: 26 juli 2019

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 28 juni 2018 in de strafzaak onder parketnummer 15-075337-18 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1968,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 12 juli 2019.

Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

zij op of omstreeks 17 april 2018 te Zaandam, gemeente Zaanstad, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een video intercom draadloos (elektronica), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of haar mededader(s) toebehoorde, te weten aan [bedrijf], heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, reeds omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

zij op 17 april 2018 te Zaandam, gemeente Zaanstad, tezamen en in vereniging met een ander, een video-intercom draadloos (elektronica), die toebehoorde aan [bedrijf], heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezen verklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

diefstal door twee of meer verenigde personen.

Strafbaarheid van de verdachte

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 weken.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich op de bewezen verklaarde wijze samen met een ander schuldig gemaakt aan winkeldiefstal. Diefstallen zijn ergerlijke feiten, die de benadeelden doorgaans overlast en financiële schade toebrengen.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 25 juni 2019 is zij

veelvuldig ter zake van strafbare feiten onherroepelijk tot gevangenisstraffen veroordeeld, voornamelijk voor winkeldiefstallen, en liep zij tevens in een proeftijd ter zake van diefstal in vereniging. Voorts zijn diverse eerdere voorwaardelijke straffen ten uitvoer gelegd. Een en ander heeft haar er niet van weerhouden het onderhavige feit te plegen. Het hof weegt dit in het nadeel van de verdachte mee.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, komt in beginsel slechts een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van enige duur als passende sanctie in aanmerking. Ter terechtzitting in hoger beroep is door en namens de verdachte evenwel bepleit geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, nu zij in dat geval geen mantelzorg meer kan verlenen aan haar ernstig zieke partner die haar zorg constant nodig heeft. Voorts heeft haar raadsman erop gewezen dat een aantal zaken waarvoor de verdachte bij de rechtbank is gedagvaard, is gevoegd en dat er in die zaken op 7 augustus 2019 een zitting is gepland. Ten behoeve van die rechtszitting wordt een reclasseringsrapportage verwacht, waarin nader wordt ingegaan op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, met name haar verslavingsproblematiek en de behandeling daarvan. Het hof wenst deze omstandigheden niet te doorkruisen door nu een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen en acht, met de advocaat-generaal en de verdediging, alles afwegende, een voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden. Deze straf is nadrukkelijk als een waarschuwing bedoeld voor de verdachte, die naar eigen zeggen zelf aan het minderen is met GHB, maar dit nog steeds wel gebruikt.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) weken.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.J.A. Duker, mr. M.M. van der Nat en mr. C. Fetter, in tegenwoordigheid van

mr. N.R. Achterberg, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van

26 juli 2019.

[…]