Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2019:2751

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
23-07-2019
Datum publicatie
02-09-2019
Zaaknummer
23-000843-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

vernietiging, vrijspraak poging doodslag en zware mishandeling, W&O bewezen poging zware mishandeling ( slaan/steken met glas in club; uitgaansgeweld), GS 3 maanden VW en TS 120 uur MA, beslissing op vordering BNP

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-000843-18

datum uitspraak: 23 juli 2019

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 22 februari 2018 in de strafzaak onder parketnummer 13-654146-16 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1985,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 11 september 2018 en 9 juli 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Gelet op de in hoger beroep door het gerechtshof toegelaten wijziging is aan de verdachte ten laste gelegd dat:

primair
zij op of omstreeks 19 augustus 2016 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, met (een) (gebroken) glas/glazen, althans een (of meerdere) scherp(e) voorwerp(en), (met kracht) op/tegen/in het hoofd en/of de arm(en) en/of hand(en) heeft geslagen en/of gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair
zij op of omstreeks 19 augustus 2016 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten (onder meer) een of meer (diepe) steek- of snijwond(en) in/aan het hoofd en/of de arm(en) en/of hand(en) (met een doorgesneden pees in de hand/arm tot gevolg), althans enig ander zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht, door met dat opzet die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, met (een) (gebroken) glas/glazen, althans een (of meerdere) scherp(e) voorwerp(en), met (met kracht) op/tegen/in het hoofd en/of de arm(en) en/of hand(en) te slaan en/of steken;

meer subsidiair
zij op of omstreeks 19 augustus 2016 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, met (een) (gebroken) glas/glazen, althans een (of meerdere) scherp(e) voorwerp(en), (met kracht) op/tegen/in het hoofd en/of de arm(en) en/of hand(en) heeft geslagen en/of gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

meest subsidiair
zij op of omstreeks 19 augustus 2016 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer] heeft mishandeld door die [slachtoffer] een of meermalen (met kracht), (met een gebroken glas/glazen, althans een (of meerdere) scherp(e) voorwerp(en)), te slaan en/of te stompen op/tegen het hoofd en/of de arm(en) en/of de hand(en), althans het lichaam, van die [slachtoffer], terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel, te weten (onder meer) een of meer (diepe) steek- of snijwond(en) in/aan het hoofd en/of de arm(en) en/of hand(en) (met een doorgesneden pees in de hand/arm) van die [slachtoffer] ten gevolge heeft gehad;

uiterst subsidiair;

zij op of omstreeks 19 augustus 2016 te Amsterdam, in elke geval in Nederland, met een of meer anderen, op een voor het publiek toegankelijke plaats of in een voor het publiek toegankelijke ruimte, te weten café [naam 1], openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer], welk geweld bestond uit:

  • -

    een of meermalen, met (een) (gebroken) glas/glazen, althans een (of meerdere) scherpe voorwerp(en), (met kracht) slaan en/of steken op/tegen/in het hoofd en/of de arm(en) en/of hand(en), van die [slachtoffer] en/of

  • -

    een of meermalen (met kracht) slaan en/of stompen op/tegen het hoofd en/of de arm(en) en/of de hand(en), althans het lichaam, van die [slachtoffer].

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd omdat het hof tot andere beslissingen en overwegingen komt.

Bespreking bewijsverweer

De raadsvrouw heeft zich ter terechtzitting op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van de haar primair tot en met meest subsidiair ten laste gelegde feiten nu niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte al dan niet in vereniging het slachtoffer met een glas heeft gestoken en verwond. Niet kan worden bewezen dat het glas dat de verdachte in haar hand droeg toen de vechtpartij uitbrak, is gebroken tijdens het vechten en dat zij dit inmiddels kapotte glas na het vechten nog bij zich droeg. Uit de beelden kan niet worden opgemaakt dat de verdachte heeft geprobeerd het slachtoffer te verwonden.

Evenmin kan wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het haar uiterst subsidiair ten laste gelegde openlijk geweld; van een nauwe en bewuste samenwerking kan niet worden gesproken en de verdachte heeft geen wezenlijke bijdrage geleverd aan het zwaar lichamelijk letsel van aangeefster.

Op grond van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting gaat het hof uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Op 19 augustus 2016 bevinden de verdachte en haar vriendin [medeverdachte] zich in club [naam 1] op het Leidseplein in Amsterdam.1 De verdachte draagt een gebloemd shirtje, [medeverdachte] een donker shirtje.2 Ook aangeefster, [slachtoffer], bevindt zich met een groepje vrienden in deze club.3 Op een gegeven moment ontstaat er onenigheid tussen enerzijds een aantal personen uit de vriendengroep van aangeefster en anderzijds verdachte en [medeverdachte].4 Twee vrienden uit de groep van aangeefster worden door de beveiliging uit de club verwijderd. Kort hierop loopt aangeefster op de verdachte af.5 Op dat moment hebben zowel de verdachte als [medeverdachte] een wijnglas in hun hand, de verdachte heeft dit glas in haar rechterhand. Doordat omstanders de vrouwen uit elkaar willen houden, ontstaat er plotseling chaos. Aangeefster wordt vervolgens naar achteren getrokken. In de consternatie die ontstaat komt [medeverdachte] achterwaarts ten val, waarop een persoon de groep van aangeefster aanvalt. Nadat [medeverdachte] overeind is gekomen bewegen de verdachte en [medeverdachte] zich direct naast elkaar en tegelijkertijd richting aangeefster en de kluwen van personen waarin die zich bevindt. Op de beelden is niet waar te nemen dat de verdachte haar wijnglas tussentijds heeft weggezet of weggegooid. Zowel de verdachte als [medeverdachte] maken vervolgens in de kluwen van personen meermalen met hun rechterhand bovenhandse neerwaartse bewegingen in de richting van aangeefster 6, [medeverdachte] heeft hierbij een stuk glas in haar hand.7 [medeverdachte] valt opnieuw enigszins naar achteren en opzij en belandt op een bankje. De verdachte blijft langer overeind dan haar vriendin en blijft meermaals met haar rechterhand, waarin zij voordat zij zich in het gevecht stortte een wijnglas had, bovenhandse neerwaartse bewegingen maken. Nadat de beveiliging erbij is gekomen verwijdert de verdachte zich uit de groep, richting de uitgang van de ruimte. Hierbij is aan de onderkant van de rechterhand van verdachte een lichtreflectie waarneembaar, die lijkt op de voet van een glas. Aan de bovenkant van de hand van de verdachte is geen kelk van een wijnglas waarneembaar, waar deze voor het incident wel waarneembaar was. Voordat de verdachte de ruimte verlaat, legt zij kledingstukken op haar rechterarm waarna zij deze verplaatst naar haar linkerarm.8 Als verdachte de club uitloopt, wordt door [naam 2], werkzaam als beveiliger bij [naam 1], en die zich op dat moment op ongeveer een meter afstand van de verdachte bevindt 9, waargenomen dat de verdachte een gebroken wijnglas in haar hand heeft. De verdachte wil dit niet loslaten.10 Nadat de verdachte buiten heeft gezien dat [medeverdachte] gewond is, probeert zij opnieuw het café in te gaan maar wordt zij tegengehouden. Even later lukt het haar alsnog opnieuw het café binnen te gaan, gevolgd door de beveiliger. Vrijwel direct na haar terugkomst in de club maakt de verdachte opnieuw een slaande beweging met haar rechterarm/hand waarop deze wordt vastgepakt en gefixeerd en de verdachte opnieuw naar buiten wordt geleid.11 Verbalisant [verbalisant 1] neemt waar dat verdachte op het moment dat zij door [naam 2] naar buiten wordt geleid een kapot wijnglas, met scherpe punten vasthoudt, en dat de verdachte weigert dit los te laten, waarna de beveiliger dit uiteindelijk met kracht uit haar hand trekt.12

Aangeefster [slachtoffer] loopt tijdens het gevecht snijwonden aan haar rechterhand en pols, haar rechter bovenarm, rechterslaap en achterhoofd op.13 De verdachte wordt direct na het gevecht door een aantal omstanders aangewezen als degene die aangeefster heeft verwond. Hierop houdt de politie de verdachte aan.14

Vrijspraak primair ten laste gelegde

Het hof is met de rechtbank, de advocaat-generaal en de raadsvrouw van oordeel dat niet kan worden bewezen dat de verdachte al dan niet in vereniging heeft geprobeerd om aangeefster van het leven te beroven. De verdachte zal daarom van het primair ten laste worden vrijgesproken.

Vrijspraak subsidiair ten laste gelegde

Het hof is, evenals de rechtbank, van oordeel dat evenmin kan worden bewezen hetgeen subsidiair aan de verdachte ten laste is gelegd, te weten het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. De verdachte zal ook daarvan worden vrijgesproken. Het hof sluit zich aan bij de overweging van de rechtbank dat uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting blijkt dat aangeefster tijdens het incident snijwonden heeft opgelopen welke zijn veroorzaakt doordat zij geslagen/gestoken is met kapot glas of een ander scherp voorwerp, waaronder een doorgesneden pees in haar pols. Dit letsel is aan te merken als zwaar lichamelijk letsel.

Zowel de verdachte als [medeverdachte] hadden een glas in hun handen toen het gevecht uitbrak en maakten bovenhands neerwaartse bewegingen met hun rechterhand in de richting van het slachtoffer, die zich in de kluwen van personen bevond. Alhoewel de verdachte dichter bij het slachtoffer stond dan [medeverdachte] en meer stekende bewegingen maakte, is door het hof niet vast te stellen welk letsel door de verdachte aan het slachtoffer is toegebracht.

Daarom moet het hof de verdachte vrijspreken van het subsidiair ten laste gelegde. In dit verband overweegt het hof dat de verdachte op gronden als hierna vermeld ook niet als medepleger kan worden aangemerkt ten aanzien van het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel.

Vrijspraak bestanddeel medeplegen van het subsidiair en meer subsidiair ten laste gelegde

Het hof stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden gekwalificeerd indien is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking. Bij de beoordeling of daaraan is voldaan, kan rekening worden gehouden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip. Uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting leidt het hof af dat weliswaar sprake is van een - in letterlijke zin - naast elkaar en gelijktijdig handelen door de verdachte en [medeverdachte], maar dat daarbij van een nauwe en bewuste samenwerking niet is gebleken. De verdachte en [medeverdachte] handelden immers ieder voor zich nabij en in de kluwen van vechtende personen, zonder daarbij hun gedrag op enigerlei wijze op elkaar af te stemmen. Derhalve kan zowel ten aanzien van het subsidiair als ten aanzien van het meer subsidiair tenlastegelegde het medeplegen niet worden bewezen.

Gelet op de partiële vrijspraak van het meer subsidiair ten laste gelegde zal het hof het voorwaardelijk verzoek van de raadsvrouw tot het horen van getuigen enkel en alleen ten aanzien van het bestanddeel medeplegen verder niet bespreken.

Poging zware mishandeling wel bewezen

Het hof is, met de rechtbank, van oordeel dat de verdachte willens en wetens het risico heeft genomen en de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat aangeefster zwaar lichamelijk letsel zou oplopen. Het hof leidt uit de hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden af dat de verdachte zich met een wijnglas in haar rechterhand in het gevecht heeft gestort en met deze hand meermalen bovenhandse neerwaartse (stekende en/of slaande) bewegingen heeft gemaakt in de richting van aangeefster, waarbij enerzijds niet kan worden vastgesteld of zij daarmee zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht omdat ook haar vriendin zich met een glas in de vechtpartij heeft gemengd maar waarbij het anderzijds niet anders kan dan dat zij aangeefster heeft geraakt. Op het moment dat de verdachte uit de vechtende kluwen komt, is dit wijnglas kapot. Dit blijkt uit de beelden en vindt steun in de verklaring van getuige [naam 2] en in hetgeen verbalisant [verbalisant 1] relateert. Hiermee is naar het oordeel van het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte heeft gepoogd aangeefster zwaar lichamelijk letsel toe te brengen. Het verweer van de raadsvrouw wordt verworpen.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het meer subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:


zij op 19 augustus 2016 te Amsterdam, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [slachtoffer] meermalen met een gebroken glas tegen het hoofd en/of de arm(en) en/of hand(en) heeft geslagen en/of gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Hetgeen meer subsidiair meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezen verklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het meer subsidiair bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het meer subsidiair bewezen verklaarde levert op:

poging tot zware mishandeling.

Strafbaarheid van de verdachte

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het meer subsidiair bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straffen

De rechtbank heeft de verdachte voor het in eerste aanleg meer subsidiair bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden met aftrek van de tijd doorgebracht in verzekering.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het subsidiair ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden met aftrek van de tijd doorgebracht in verzekering.

De raadsvrouw heeft het hof ter terechtzitting gevraagd bij het bepalen van de strafmaat ten gunste van de verdachte rekening te houden met het feit dat aangeefster zelf ook een aandeel heeft gehad in het incident en met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

Op 19 augustus 2016 ontstond in een club aan het Leidseplein in Amsterdam onenigheid tussen enerzijds een groepje waarvan aangeefster deel uitmaakte en anderzijds de verdachte en een vriendin, welke onenigheid eindigde in een vechtpartij waarbij meerdere omstanders zich tegen elkaar richten en waar ook de verdachte en haar vriendin zich bij aansloten. De verdachte heeft zich, net als haar vriendin, met een wijnglas in haar hand in het gevecht gestort en meermaals met haar rechterhand, de hand waarin zij het wijnglas had, geslagen in de richting van aangeefster. Aangeefster is in deze vechtpartij ernstig gewond geraakt. Zij heeft meerdere snijwonden opgelopen aan haar slaap, haar bovenarm en haar hand. Een pees in haar rechterpols is volledig doorgesneden. Aangeefster is hieraan geopereerd en heeft haar pols enige tijd achtereenvolgens in gips en in een spalk gehad. Ook heeft zij handtherapie moeten ondergaan. Ter terechtzitting in hoger beroep is namens haar toegelicht dat zij hier tot op de dag vandaag hinder van ondervindt, met name bij langdurig schrijven en tillen. Naast letsel, pijn en hinder heeft het incident ook psychische gevolgen voor aangeefster gehad. Zij heeft vanwege deze psychische gevolgen EMDR-therapie ondergaan. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft zij verklaard over de gevolgen van het bewezen verklaarde feit tot op de dag van vandaag, waaronder de blijvende littekens. Het hof rekent het de verdachte zwaar aan dat zij op een zodanig ongeremde wijze heeft gereageerd op de ontstane onenigheid in de uitgaansgelegenheid. Voor zover aangeefster een aandeel heeft gehad in de ontstane vechtpartij, is dat aandeel niet van dien aard geweest dat het de ernst van het handelen van de verdachte relativeert en de strafmaat zou moeten verlagen.

Het hof heeft gelet op de straffen die in soortgelijke gevallen plegen te worden opgelegd en waarvan de oplegging haar weerslag heeft gevonden in de oriëntatiepunten van het LOVS. Daarin wordt voor een first offender ten aanzien van het opzettelijk toebrengen van middelzwaar lichamelijk letsel met behulp van een wapen een gevangenisstraf van 7 maanden genoemd. Nu het hof anders dan de advocaat-generaal het bewezen verklaarde kwalificeert als een poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel brengt dit een aftrek met een derde met zich mee.

Gezien de ernst van het bewezen verklaarde feit acht het hof een onvoorwaardelijke vrijheidsbenemende straf in beginsel zeker gerechtvaardigd.

In het voordeel van de verdachte houdt het hof rekening met het aanzienlijke tijdverloop sinds het bewezen verklaarde feit en weegt het hof haar persoonlijke omstandigheden mee. Zo kent het hof gewicht toe aan het feit dat de verdachte een blanco strafblad heeft en de reclassering geen risico factoren heeft gesignaleerd. Om deze reden heeft de reclassering ook het schorsingstoezicht voortijdig positief afgesloten. Daarnaast let het hof op het feit dat de verdachte niet opnieuw met politie of justitie in contact is gekomen. Verder neemt het hof in aanmerking dat de verdachte al langere tijd een baan heeft, die bij een vrijheidsbenemende straf gevaar zou kunnen lopen.

Het hof acht, alles afwegende, een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf en een maximale taakstraf van na te melden duur passend en geboden.

Beslag kapot wijnglas

Het meer subsidiair ten laste gelegde en bewezen verklaarde is begaan met behulp van het hierna te noemen in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerp. Het zal daarom worden verbeurd verklaard.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 3.358,64, waarvan € 658,64 aan materiële schade en € 2700,00 aan immateriële schade. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep in zijn geheel toegewezen, met toekenning van wettelijke rente en oplegging van een schadevergoedingsmaatregel.

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gevorderd de vordering in zijn geheel toe te kennen, met toekenning van wettelijke rente en oplegging van een schadevergoedingsmaatregel.

De raadsvrouw heeft ter terechtzitting in hoger beroep het hof verzocht de vordering af te wijzen gelet op de bepleitte vrijspraak. De vordering is voor het overige niet betwist.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het meer subsidiair bewezen verklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden, zowel materiële als immateriële schade.

Het hof overweegt dat de benadeelde partij meerdere snijwonden heeft opgelopen nadat de verdachte zich in de kluwen van vechtende mensen had gestort en daarbij richting aangeefster meerdere stekende en slaande bewegingen had gemaakt met de hand waarin zij een wijnglas vasthield.

Mede gelet op de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden is het hof van oordeel dat voldoende verband bestaat tussen het bewezen verklaarde handelen van de verdachte en de door de benadeelde partij gevorderde schade om te kunnen aannemen dat de benadeelde partij door dit handelen rechtstreeks schade is toegebracht. De omstandigheid dat niet precies kan worden vastgesteld dat de verdachte, en niet haar vriendin, specifiek het zware lichamelijke letsel heeft toegebracht terwijl evenmin sprake is van strafbare samenwerking met die vriendin, laat onverlet dat zij gelet op haar eigen handelen in samenhang met het handelen van haar vriendin civielrechtelijk (mede) aansprakelijk is voor de ontstane schade.

De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering in zijn geheel zal worden toegewezen.

Het hof zal de schadevergoedingsmaatregel opleggen op de hierna te noemen wijze om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a, 36f, 45 en 302 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair en subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het meer subsidiair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het meer subsidiair bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 240 (tweehonderdveertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 120 (honderdtwintig) dagen hechtenis.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart verbeurd het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

1.00

stk glas 5239052 kapot wijnglas.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer] ter zake van het meer subsidiair bewezen verklaarde tot het bedrag van € 3.358,64 (drieduizend driehonderdachtenvijftig euro en vierenzestig cent) bestaande uit € 658,64 (zeshonderdachtenvijftig euro en vierenzestig cent) materiële schade en € 2.700,00 (tweeduizend zevenhonderd euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer], ter zake van het meer subsidiair bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 3.358,64 (drieduizend driehonderdachtenvijftig euro en vierenzestig cent) bestaande uit € 658,64 (zeshonderdachtenvijftig euro en vierenzestig cent) materiële schade en € 2.700,00 (tweeduizend zevenhonderd euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 43 (drieënveertig) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële en de immateriële schade op 19 augustus 2016.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.M. Kengen, mr. M.J.A. Duker en mr. M.K. Durdu-Agema, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Tilburg, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 23 juli 2019.

De jongste raadsheer is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

[…]

1 Proces-verbaal van verhoor verdachte PL1300-2016179301-11 p 86 ev.

2 Waarnemingen Hof ter terechtzitting 9 juli 2019

3 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer] PL1300-2016179301-1 van verbalisant [verbalisant 2] van 19 augustus 2016 p 1 ev.

4 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer] PL1300-2016179301-1 van verbalisant [verbalisant 2] van 19 augustus 2016 p 1 ev.

5 Proces-verbaal van bevindingen PL1300- 2016179301-13 van verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] van 21 augustus 2016 p 18 ev.

6 Waarnemingen Hof ter terechtzitting 9 juli 2019.

7 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] door raadsheer-commissaris d.d. 6 maart 2019

8 Waarnemingen Hof ter terechtzitting 9 juli 2019

9 Waarnemingen Hof ter terechtzitting 9 juli 2019

10 Proces-verbaal van verhoor getuige S. [naam 2], PL1300-2016179301-19 van verbalisant [verbalisant 5] van 19 augustus 2016 p 77 ev.

11 Waarnemingen hof ter terechtzitting 9 juli 2019

12 Proces-verbaal van bevindingen PL1300-2016179301-5 van verbalisant [verbalisant 1] van 19 augustus 2016 p 13 ev.

13 Proces-verbaal van aangifte PL1300-2016179301-1 van verbalisant [verbalisant 2] van 19 augustus 2016 p 1 ev.

14 Proces-verbaal van bevindingen PL1300-2016179301-5 p 13 ev.