Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2019:2568

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
19-07-2019
Datum publicatie
30-07-2019
Zaaknummer
23-000154-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Veroordeling bezit MDMA tot taakstraf voor de duur van 100 uren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-000154-19

datum uitspraak: 19 juli 2019

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 8 januari 2019 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 13-142480-18 en 13-248788-18 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1990,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 5 juli 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Tenlasteleggingen

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

Zaak met parketnummer 13-142480-18:

hij op of omstreeks 6 juni 2018 te Amsterdamm, in elk geval in Nederland, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 2.58 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of ongeveer 14 tabletten, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

Zaak met parketnummer 13-248788-18:

hij op of omstreeks 12 november 2018 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 6 pillen en/of 0,44 gram, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere strafoplegging komt dan de politierechter.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer

13-142480-18 en in de zaak met parketnummer 13-248788-18 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

Zaak met parketnummer 13-142480-18:

hij op 6 juni 2018 te Amsterdam, opzettelijk aanwezig heeft gehad 2,58 gram van een materiaal bevattende MDMA en 14 tabletten van een materiaal bevattende MDMA.

Zaak met parketnummer 13-248788-18:

hij op 12 november 2018 te Amsterdam, opzettelijk aanwezig heeft gehad 6 pillen en 0,44 gram van een materiaal bevattende MDMA.

Hetgeen in de zaak met parketnummer 13-142480-18 en in de zaak met parketnummer 13-248788-18 meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezen verklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het in de zaak met parketnummer 13-142480-18 en in de zaak met parketnummer 13-248788-18 bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het in de zaak met parketnummer 13-142480-18 en in de zaak met parketnummer 13-248788-18 bewezen verklaarde levert op:

Telkens: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

Strafbaarheid van de verdachte

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 13-142480-18 en in de zaak met parketnummer 13-248788-18 bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 100 uren, subsidiair 50 dagen hechtenis.

De raadsvrouw heeft verzocht de in eerste aanleg opgelegde taakstraf flink te matigen dan wel de verdachte een deels voorwaardelijke taakstraf op te leggen. Hiertoe heeft zij aangevoerd dat de opgelegde taakstraf niet in overeenstemming is met de landelijke oriëntatiepunten en met straffen die rechters in vergelijkbare zaken opleggen.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich tweemaal schuldig gemaakt aan het bezit van een hoeveelheid en een aantal pillen van een materiaal bevattende MDMA. MDMA vormt een gevaar voor de volksgezondheid en is bezwarend voor de samenleving vanwege de strafbare feiten die gebruikers ervan begaan om hun behoefte aan deze stof te financieren.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 27 juni 2019 is hij weliswaar voorafgaand aan het plegen van de onderhavige feiten onherroepelijk veroordeeld doch niet ter zake van een soortgelijk delict, zodat het hof dat niet ten nadele van de verdachte zal wegen. Het hof zal rekening houden met het bepaalde in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht.

Het hof heeft gelet op de straffen die door rechters bij het opzettelijk aanwezig hebben van MDMA plegen te worden opgelegd en die hun weerslag hebben gevonden in de Oriëntatiepunten voor Straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht. Daarin wordt voor een hoeveelheid tussen de 10 en 50 gram een taakstraf voor de duur van 80 uren genoemd. Nu de verdachte twee keer met voor de handel geschikte hoeveelheden MDMA werd aangetroffen terwijl hij personen aansprak met de woorden “MDMA” en/of “XTC” ziet het hof aanleiding ten nadele van de verdachte af te wijken van eerdergenoemde oriëntatiepunten.

Het hof acht, alles afwegende, een taakstraf als gevorderd door de advocaat-generaal passend en geboden. Het hof ziet geen reden de taakstraf (deels) voorwaardelijk op te leggen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet en de artikelen 22c, 22d, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer

13-142480-18 en in de zaak met parketnummer 13-248788-18 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het in de zaak met parketnummer 13-142480-18 en in de zaak met parketnummer

13-248788-18 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 100 (honderd) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 50 (vijftig) dagen hechtenis.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.A. van Eijk, mr. M.L.M. van der Voet en mr. M.P. van der Stroom, in tegenwoordigheid van mr. L. van Dijk, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van

19 juli 2019.

Mrs. H.A. van Eijk en M.P. van der Stroom zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

[…]

.