Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2019:2535

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
10-07-2019
Datum publicatie
26-08-2019
Zaaknummer
13/139591-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Voor kortdurende schorsing naar directeur huis van bewaring.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

13/139591-19

GERECHTSHOF AMSTERDAM,

MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER

BESCHIKKING in raadkamer op het hoger beroep in de zaak van

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1985,

postadres: [adres 1],

verblijvende te [adres 2],

thans verblijvende in het huis van bewaring P.I.V. HvB Nieuwersluis te Nieuwersluis,

tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam van 24 juni 2019, voor zover houdende bevel tot haar gevangenhouding.

De feiten en de rechtsgang

Het hof heeft kennis genomen van de akte van de griffier van de rechtbank Amsterdam van 26 juni 2019, waarbij namens de verdachte hoger beroep is ingesteld tegen voormelde beschikking van die rechtbank.

Het hof heeft gezien de beschikking waarvan beroep en heeft kennis genomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van de verdachte en heeft gehoord de advocaat-generaal en de verdachte, bijgestaan door haar raadsman mr. S.J. van Galen.

Bij de behandeling in raadkamer heeft de raadsman namens de verdachte een mondeling schorsingsverzoek gedaan.

De beoordeling

Het hof verenigt zich met de beschikking waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en de gronden waarop deze berust.

Gelet op de inhoud van het dossier acht het hof ook in dit stadium van de procedure voldoende ernstige bezwaren aanwezig.

Gelet op de documentatie van de verdachte is de zogeheten kleine recidivegrond van toepassing. Daar komt bij dat er ook nog sprake is van een nog lopende proeftijd van een eerder veroordeling voor winkeldiefstal.

Ten aanzien van het mondelinge schorsingsverzoek overweegt het hof het volgende. Gelet op de inhoud van het reclasseringsrapport van 21 juni 2019, waaruit blijkt dat eerder reclasseringstoezicht negatief is geretourneerd, en het bestaande recidivegevaar heeft het hof er geen vertrouwen in dat het recidivegevaar kan worden ingeperkt door het stellen van voorwaarden. In dat licht bezien zijn de door de verdachte aangevoerde persoonlijke belangen niet klemmend genoeg om desondanks tot schorsing van de voorlopige hechtenis over te gaan. Het mondelinge verzoek tot schorsing wordt derhalve afgewezen.

Ten overvloede merkt het hof op dat het verzoek om de voorlopige hechtenis voor een korte tijd te schorsen om afscheid te kunnen nemen van de vriend van de verdachte, kan worden voorgelegd aan de directeur van het Huis van Bewaring waar de verdachte thans verblijft.

13/139591-19

De beslissing

Het hof:

WIJST AF het beroep tegen de bestreden beschikking, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen.

WIJST AF het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.

Deze beschikking is gegeven op 10 juli 2019 in raadkamer van dit hof door

mr. J.L. Bruinsma, voorzitter,

mrs. F.A. Hartsuiker en A.E. Kleene-Krom, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. J.G.W.M. Lut als griffier.

De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.

Amsterdam, 10 juli 2019,

de advocaat-generaal