Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2019:248

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
31-01-2019
Datum publicatie
08-03-2019
Zaaknummer
001082-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Rekestprocedure
Inhoudsindicatie

verzoek ex art 89 Sv wegens ondergane hechtenis als gevolg van opgelegde (en betaalde) schadevergoedingsmaatregel

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling strafrecht

rekestnummer(s): 001082-18

parketnummer in hoger beroep: 23-000517-16

Beschikking op het verzoekschrift van:

[verzoeker],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1992,

adres: [adres].

1 Inhoud van het verzoekschrift

Het verzoekschrift strekt tot het verkrijgen van een vergoeding voor dagen die verzoeker stelt onterecht in detentie te hebben gezeten. Verzoeker stelt een hem opgelegde schadevergoedingsmaatregel

(ad € 1.468,91) te hebben betaald en hiervoor tevens 7 dagen in hechtenis te hebben gezeten.

2 Procesverloop

Het verzoekschrift is op 12 juni 2018 ingekomen.

Op 18 oktober 2018 heeft de advocaat-generaal schriftelijk zijn standpunt kenbaar gemaakt.

Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 17 januari 2019 de advocaat-generaal ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. Verzoeker is niet verschenen.

3 Beoordeling van het verzoekschrift

Artikel 89 van het Wetboek van Strafvordering noch enig ander wetsartikel opent de mogelijkheid in het geval als het onderhavige een verzoek tot schadevergoeding te doen bij de rechter die de maatregel heeft opgelegd, zodat verzoeker niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn verzoek.

4 Beslissing

Het hof :

Verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek.

Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan verzoeker.

Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. J.H.C. van Ginhoven, A.M.P. Geelhoed en M. Senden, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Groenenberg als griffier, is ondertekend door de voorzitter en de griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 31 januari 2019.