Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2019:245

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
31-01-2019
Datum publicatie
08-03-2019
Zaaknummer
001086-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Rekestprocedure
Inhoudsindicatie

Verzoek ex art 89 en 591a Sv – niet-ontvankelijk verklaring OM in de strafzaak – einde zaak

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling strafrecht

rekestnummers: 001086-18 (89 Sv) en 001085-18 (591a Sv)

parketnummer in eerste aanleg: 15/820084-17

Beschikking op het hoger beroep tegen de beschikking van de raadkamer van de rechtbank Noord-Holland van 25 juni 2018 op het verzoekschrift op de voet van de artikelen 89 en 591a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[verzoeker],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1989,

domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat,

mr. M.M.J. Nuijten, [adres].

1 Inhoud van het verzoekschrift

Het verzoekschrift strekt tot het verkrijgen van een vergoeding op de voet van artikel 89 Sv tot een bedrag van € 2.260,00, ter zake van schade die verzoeker stelt te hebben geleden als gevolg van de ondergane verzekering en voorlopige hechtenis in de strafzaak met voormeld parketnummer.

Het verzoekschrift strekt voorts tot het toekennen van een forfaitaire vergoeding op de voet van artikel 591a Sv ter zake van kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van het onderhavige verzoek in eerste aanleg ten bedrage van € 550,00 en in hoger beroep vermeerderd met € 280,00.

2 Procesverloop

Het hoger beroep is op 9 juli 2018 ingesteld door verzoeker (hierna appellant).

Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 17 januari 2919 de advocaat-generaal en de advocaat van appellant ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. Appellant is niet verschenen.

3 Beoordeling van het hoger beroep

De rechtbank heeft verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek op de voet van artikel 89 Sv en heeft zijn beslissing als volgt gemotiveerd.

Bij vonnis van 7 maart 2017 heeft de politierechter in deze rechtbank het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard. In het requisitoir heeft de officier van justitie verzocht om de niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in verband met de lopende asielprocedure van verzoeker. Bij deze gelegenheid heeft de officier van justitie aangekondigd afhankelijk van de uitkomst van de asielprocedure alsnog over te zullen gaan tot de vervolging van betrokkene of de zaak te seponeren.

Desgevraagd heeft de advocaat van verzoeker bij de behandeling in raadkamer meegedeeld dat de asielaanvraag is afgewezen en dat het hoger beroep tegen die uitsprak nog loopt.

Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat de onder voormeld parketnummer tegen verzoeker geregistreerde strafzaak nog niet is geëindigd en dat het verzoekschrift dan ook prematuur is ingediend.

Uit het verhandelde in raadkamer in hoger beroep is gebleken dat de asielprocedure (ook thans nog) niet is geëindigd, dat de officier van justitie de zaak niet heeft geseponeerd en dat de zaak evenmin op een andere wijze is geëindigd.

Gelet op het voorgaande is verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek op de voet van artikel 89 Sv.

Nu verzoeker niet-ontvankelijk is verklaard in zijn verzoek ex artikel 89 Sv, moet het verzoek tot vergoeding van rechtsbijstand ex artikel 591a Sv worden afgewezen.

Het hof verenigt zich derhalve met de beslissing van de rechtbank en zal het hoger beroep afwijzen.

4 Beslissing

Het hof:

Wijst het hoger beroep af.

Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan appellant.

Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. J.H.C. van Ginhoven, A.M.P. Geelhoed en M. Senden, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Groenenberg als griffier, is ondertekend door de voorzitter en de griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 31 januari 2019.