Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2019:2286

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
23-05-2019
Datum publicatie
12-08-2019
Zaaknummer
23-004593-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Winkeldiefstallen. 9a Sr na eerder opgelegde ISD-maatregel. Bij een van die diefstallen heeft hij winkelmedewerkers bedreigd met een mes nadat hij op heterdaad op het stelen van goederen was betrapt. Aan de verdachte is na de onderhavige feiten voor diefstal met geweld de ISD-maatregel opgelegd. Het hof acht het aannemelijk dat, indien de feiten in deze zaak daarmee gelijktijdig waren berecht, dit niet tot een andere beslissing zou hebben geleid. Het hof acht het daarnaast onwenselijk het ISD-traject te doorkruisen dan wel verdachte na afronding van zijn ISD-traject nogmaals met een strafrechtelijke sanctie te confronteren. Het hof acht het daarom raadzaam te bepalen dat geen straf of maatregel zal worden opgelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-004593-17

datum uitspraak: 23 mei 2019

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsvrouw)

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 12 december 2017 in de strafzaak onder parketnummer 15-242740-17 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1976,

adres: [adres 1],

thans uit anderen hoofde gedetineerd in PI Utrecht - HvB locatie Nieuwegein te Nieuwegein.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 9 mei 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Gelet op de in eerste aanleg door de rechtbank toegelaten wijziging is aan de verdachte ten laste gelegd dat:

1.
hij op of omstreeks 18 oktober 2017 te Leiden met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen 8, althans een of meer, tubes tandpasta (merk Sensodyne) en/of 4, althans een of meer, verpakking(en) met scheermes(sen) (merk Gilette) , in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Jumbo (filiaal [adres 2]), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte, een mes heeft gepakt en/of dat mes heeft getoond aan en/of met dat mes stekende bewegingen heeft gemaakt in de richting van die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3] (daarbij) de woorden heeft toegevoegd: "jullie moeten opdonderen anders steek ik jullie" althans woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking;

2.
hij op of omstreeks 20 november 2017 te Haarlem 11, althans een of meer, cosmeticaproducten (merk l'oreal en/of nivea), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan Albert Heijn (filiaal [adres 3]), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring en kwalificatie komt dan de politierechter.

Bewijsoverweging


De raadsvrouw heeft bepleit dat de verdachte wordt vrijgesproken van het onder 1 ten laste gewelde onderdeel geweld of bedreiging met geweld, omdat sprake is van wisselende verklaringen van verschillende getuigen. De verdachte dient ook te worden vrijgesproken van het onder 2 ten laste gelegde, aangezien de herkenning van de verdachte op de beelden onvoldoende betrouwbaar is.

Het hof overweegt als volgt.

Met betrekking tot het onder 1 ten laste gelegde komen de verklaringen van de getuigen op hoofdlijnen overeen. De getuigen hebben consistent verklaard dat de verdachte hen met een voorwerp, waarover twee getuigen duidelijk hebben aangegeven dat het een mes betrof, heeft geconfronteerd. Het hof heeft geen reden om hieraan te twijfelen. De verschillen tussen de kort na het incident afgelegde verklaringen en de verklaringen die ruim een jaar later zijn afgelegd, zien veelal op details en zijn verklaarbaar door het tijdsverloop.

Met betrekking tot het onder 2 ten laste gelegde acht het hof de beelden van de dader van de diefstal, zoals die zich in het dossier bevinden, van voldoende kwaliteit en scherpte om tot een herkenning te komen. Het hof heeft dan ook geen reden om te twijfelen aan de herkenning van de verdachte door een verbalisant met de daartoe vereiste beroepsmatige kennis en ervaring.

Het hof verwerpt de verweren van de raadsvrouw.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.
hij op 18 oktober 2017 te Leiden met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen 8 tubes tandpasta (merk Sensodyne) en 4 verpakkingen met scheermessen (merk Gilette) toebehorende aan Jumbo, filiaal [adres 2], welke diefstal werd gevolgd van bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte, een mes heeft gepakt en dat mes heeft getoond aan en met dat mes stekende bewegingen heeft gemaakt in de richting van die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] en die [slachtoffer 3] en die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] en die [slachtoffer 3] daarbij de woorden heeft toegevoegd: "jullie moeten opdonderen anders steek ik jullie";

2.
hij op 20 november 2017 te Haarlem 11 cosmeticaproducten, merk l'Oreal en Nivea) dat toebehoorde aan Albert Heijn, filiaal [adres 3], heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

Hetgeen onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezen verklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

diefstal, gevolgd van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om, bij betrapping op heter daad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren.

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

diefstal.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Geen straf of maatregel

Oordeel van de politierechter en standpunten van partijen

De politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 1 en 2 bewezen verklaarde veroordeeld tot vier maanden gevangenisstraf.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.

De raadsvrouw heeft verzocht aan de verdachte geen straf of maatregel op te leggen.

Oordeel van het hof

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan twee winkeldiefstallen. Bij een van die diefstallen heeft hij winkelmedewerkers bedreigd met een mes nadat hij op heterdaad op het stelen van goederen was betrapt. Winkeldiefstal is een ergerlijk feit, dat naast materiële schade ook hinder veroorzaakt voor het gedupeerde bedrijf. Bijzonder kwalijk is het wanneer een winkeldiefstal gevolgd wordt door bedreiging met geweld. Dergelijk handelen heeft bij de slachtoffers gevoelens van angst veroorzaakt die nog altijd doorwerken en kan in negatieve zin bijdragen aan algemene gevoelens van onveiligheid in de maatschappij. Het hof rekent dit de verdachte aan.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 30 april 2019 is hij eerder ter zake van diefstallen onherroepelijk veroordeeld. Hieruit blijkt ook dat aan de verdachte na de onderhavige feiten, op 26 juli 2018, voor diefstal met geweld de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna: ISD-maatregel) is opgelegd. Uit de ter terechtzitting overgelegde stukken blijkt dat de verdachte zich inzet om aan die ISD-maatregel een zinvolle invulling te geven.

Op grond van de ernst van de feiten en de recidive van de verdachte is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zoals door de rechtbank opgelegd in beginsel passend. Het hof acht het echter aannemelijk dat, indien de feiten in deze zaak tegelijk met de eerder genoemde zaak waarin op 26 juli 2018 ISD-maatregel is opgelegd waren berecht, dit niet tot een andere beslissing zou hebben geleid. Het hof acht het daarnaast onwenselijk het ISD-traject te doorkruisen dan wel verdachte na afronding van zijn ISD-traject nogmaals met een strafrechtelijke sanctie te confronteren. Het hof acht het daarom raadzaam te bepalen dat geen straf of maatregel zal worden opgelegd.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 1.000,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 100,00. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep niet opnieuw gevoegd. Het hof heeft in hoger beroep te oordelen over de gevorderde schadevergoeding voor zover deze in eerste aanleg is toegewezen.

De benadeelde partij heeft immateriële schade gevorderd. Op grond van de vordering is niet vast te stellen dat de benadeelde partij als gevolg van het handelen van de verdachte lijdt aan een in de psychiatrie erkend ziektebeeld. Evenmin blijkt daaruit dat sprake is van een ander aantasting in de persoon. Voor een beoordeling van de vordering is dan ook nader onderzoek nodig. Het hof is van oordeel dat nader onderzoek een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen en de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 9a, 57, 63, 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 en 2 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Bepaalt dat ter zake van het onder 1 en 2 bewezen verklaarde geen straf of maatregel wordt opgelegd.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R.D. van Heffen, mr. J.D.L. Nuis en mr. A.M.P. Geelhoed, in tegenwoordigheid van mr. A.N. Biersteker, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 23 mei 2019.

Mr. J.D.L. Nuis en mr. A.M.P. Geelhoed zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen.

[......]