Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2019:2220

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
02-07-2019
Datum publicatie
27-03-2020
Zaaknummer
200.219.936/01
Rechtsgebieden
Ondernemingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

OK; uitkoopzaak; de Ondernemingskamer veroordeelt gedaagden het onbezwaarde recht op de aandelen in het geplaatste kapitaal van Allshare B.V., waarvan zij houder zijn, over te dragen en stelt de prijs van de over te dragen aandelen vast

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ARO 2019/165
JONDR 2019/1323
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

arrest

___________________________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummer: 200.219.936/01 OK

arrest van de Ondernemingskamer van 2 juli 2019

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SAPPHIRE INVESTMENTS B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

EISERES,

advocaten: mrs. H.J. ter Meulen en R.A. Marres, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,

t e g e n

1 [A] ,

wonende te [....] ,

2. [B],

wonende te [....] ,

3. de vennootschap naar het recht van Engeland

KEXX HOLDING LTD.,

gevestigd te Carcroft (Engeland),

advocaat: mr. I.E. Moustaïne, kantoorhoudende te Hoorn,

4 [C] ,

wonende te [....] ,

5. [D],

wonende [....] ,

6. [E],

wonende te [....] ,

7. [F],

wonende te [....] ,

8. [G],

wonende te [....] ,

9. [H],

wonende te [....] ,

10. [I],

wonende te [....] ,

11. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ALLSHARE B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

niet verschenen,

GEDAAGDEN.

1 Het verloop van het geding

1.1

In het vervolg zullen partijen en andere (rechts)personen (ook) als volgt worden aangeduid:

- eiseres met Sapphire;

- gedaagden sub 1, 2 en 3 respectievelijk met [A] , [B] en Kexx Holding. [A] en [B] zullen gezamenlijk (ook) worden aangeduid met [J] ;

- Allshare B.V. met Allshare.

1.2

Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar tussenarresten in deze zaak van 3 juli 2018 en 2 oktober 2018.

1.3

Bij het tussenarrest van 3 juli 2018 heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen door drs. M.A. Nagelhout te Utrecht (hierna: de deskundige) naar de waarde van de over te dragen aandelen in het geplaatste kapitaal van Allshare en is het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vastgesteld op € 40.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen.

1.4

Bij het tussenarrest van 2 oktober 2018 heeft de Ondernemingskamer Sapphire in de gelegenheid gesteld om Kexx Holding op te roepen als partij in het geding. Sapphire heeft Kexx Holding vervolgens opgeroepen in de procedure te verschijnen.

1.5

De deskundige heeft op 13 december 2018 zijn rapport met betrekking tot de waarde van de aandelen Allshare ter griffie van de Ondernemingskamer ingediend.

1.6

Bij brief, met bijgevoegde factuur, van 17 december 2018 heeft de deskundige de Ondernemingskamer verzocht het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten te verhogen tot € 44.050, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen.

1.7

Sapphire heeft bij brief van mr. Marres van 14 januari 2019 gebruik gemaakt van de aan partijen geboden gelegenheid zich over het kostenverhogingsverzoek uit te laten: zij heeft tegen dit verzoek bezwaar gemaakt.

1.8

Sapphire heeft bij akte na deskundigenbericht van 15 januari 2019 geconcludeerd dat de door haar te betalen prijs voor de aandelen Allshare door de Ondernemingskamer op € 0,47 per aandeel dient te worden vastgesteld.

1.9

[A] en [B] hebben bij akte na deskundigenbericht van 15 januari 2019 geconcludeerd dat Sapphire alsnog niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vordering, althans de Ondernemingskamer verzocht met de inhoud van hun akte rekening te houden bij het nemen van een beslissing op de vordering van Sapphire.

1.10

De deskundige heeft bij brief, met bijlage, van 24 januari 2019 gereageerd op het in 1.7 genoemde bezwaar van Sapphire tegen zijn kostenverhogingsverzoek.

1.11

De Ondernemingskamer heeft op 25 januari 2019 Sapphire en [J] in de gelegenheid gesteld zich over en weer uit te laten over elkaars akte na deskundigenbericht.

1.12

Bij brief van 30 januari 2019 heeft Sapphire haar bezwaar tegen de kostenverhoging gehandhaafd.

1.13

Sapphire heeft bij antwoordakte van 26 februari 2019 geconcludeerd dat zij haar akte na deskundigenbericht handhaaft.

1.14

[J] hebben bij antwoordakte van 26 februari 2019 geconcludeerd dat de deskundige de waarde van de over te dragen aandelen in zijn conceptdeskundigenbericht van 30 oktober 2018 op accurate wijze op € 1,05 per aandeel (excl. de herkapitalisatie) heeft gesteld, zodat de vordering van Sapphire op basis van dit bedrag dient te worden toegewezen.

1.15

Kexx Holding heeft bij conclusie van antwoord tevens akte na deskundigenbericht van 26 februari 2019 geconcludeerd zich te verenigen met het standpunt dat [J] in deze procedure innemen.

1.16

Vervolgens hebben de verschenen partijen arrest gevraagd.

2 De beoordeling

2.1

De Ondernemingskamer heeft in het arrest van 3 juli 2018 overwogen dat de vordering van Sapphire kan worden toegewezen en dat nog slechts de vaststelling van de door haar te betalen prijs voor de over te dragen aandelen Allshare aan de orde is. De Ondernemingskamer heeft daartoe een deskundigenbericht gelast en daarbij overwogen dat de deskundige de waarde van de over te dragen aandelen per de datum van dat tussenarrest (3 juli 2018) of een andere daarbij zo dicht mogelijk gelegen, voor de hand liggende, datum (zoals 30 juni 2018) dient te bepalen met inachtneming van alle daarvoor relevante feiten en omstandigheden. Verder heeft de Ondernemingskamer onder 3.13 van dat arrest overwogen:

3.13

De deskundige is vrij het onderzoek naar eigen inzicht in te richten, met dien verstande dat in het onderzoek in ieder geval dient te worden betrokken dat Van Lanschot Kempen middels haar dochter Sapphire circa 97% van de aandelen in Allshare houdt terwijl zij tevens de afnemer en gebruiker is van de producten BankView en eBankView. Voorts dient de deskundige (de waarde van) eBankView in de waardering te betrekken met inachtneming van hetgeen de Ondernemingskamer hiervoor [onder 3.10 van het arrest van 3 juli 2018] heeft opgemerkt althans dient de deskundige te motiveren hoe dit (ver)nieuw(de) softwarepakket in de waardering is meegenomen en waarop dit is gebaseerd. De door [J] gestelde vordering op het (voormalig) bestuur van Allshare [zie 3.8 sub 3 van het arrest van 3 juli 2018] is naar het oordeel van de Ondernemingskamer zo speculatief en weinig gesubstantieerd dat deze niet in de waardering hoeft te worden betrokken.

2.2

De conclusie van het rapport van de deskundige luidt dat de waarde per over te dragen aandeel Allshare op 3 juli 2018 € 0,73 bedraagt.

2.3

[J] stellen dat Sapphire (alsnog) niet-ontvankelijk zou moeten worden verklaard in haar vordering. Volgens hen heeft de uitgifte op 31 oktober 2016 door Allshare van 3,2 miljoen aandelen in haar kapitaal aan Sapphire, gelet op de bevindingen van de deskundige over de waarde van Allshare, tegen een te lage waarde plaatsgevonden. Als toen een correcte uitgiftekoers zou zijn gehanteerd, dan zou dit tot gevolg hebben dat Sapphire slechts 94,72% of minder van de aandelen Allshare houdt. Dit is onvoldoende om de vordering van Sapphire te kunnen toewijzen, aldus [J] Sapphire heeft het standpunt van [J] bestreden.

2.4

De Ondernemingskamer heeft in haar arrest van 3 juli 2018 overwogen dat de vordering van Sapphire kan worden toegewezen, omdat zij op de dag van dagvaarding (18 april 2017) ten minste 95% van de aandelen in het geplaatste kapitaal van Allshare verschafte en zij evenveel stemmen kon uitoefenen in de algemene vergadering. Het in de onderhavige procedure ter discussie stellen van de prijs waartegen aandelen Allshare op 31 oktober 2016 aan Sapphire zijn uitgegeven zoals [J] doen, kan geen afbreuk doen aan de rechtsgeldigheid van die uitgifte. Er is daarom geen aanleiding om terug te komen van de vaststelling in het tussenarrest dat Sapphire op de dag van dagvaarding ten minste 95% van de aandelen in het geplaatste kapitaal van Allshare hield en evenveel stemmen kon uitoefenen in de algemene vergadering.

2.5

Sapphire stelt dat de deskundige enkele onjuiste aannames heeft gedaan, waardoor de bij zijn deskundigenbericht bepaalde waarde op de peildatum van € 0,73 per aandeel te hoog is.

2.6

In de eerste plaats heeft de deskundige volgens Sapphire ten onrechte in 2018 een extra bedrag van € 184.067 bij wijze van ‘inhaalomzet’ in aanmerking genomen. De deskundige heeft dit gedaan, zo meldt hij in het deskundigenbericht, omdat Allshare in zijn visie in 2016 te weinig licentie- en onderhoudskosten eBanking ter grootte van dit bedrag in rekening heeft gebracht bij Van Lanschot Kempen. De oorzaak hiervan is volgens de deskundige een stelselwijziging in 2016, in welk jaar Allshare ervoor heeft gekozen om omzetten vooruit te gaan factureren. De deskundige merkt daarover op:

Ons inziens is dit bedrag [€ 184.067; toev. Ondernemingskamer] te weinig in rekening gebracht, doordat in het jaar 2016 alleen de laatste 4 maanden omzet 2016 in rekening zijn gebracht. De eerste 8 maanden 2016 zijn derhalve niet in rekening gebracht.

Een stelselwijziging door over te gaan op vooruit-facturering van licentie- en onderhoudskosten zou moeten leiden tot ongewijzigde omzetten en een stijging van de inkomsten (betalingen) in het jaar van de stelselwijziging. Bij Allshare heeft de stelselwijziging echter geleid tot gelijkblijvende inkomsten (betalingen), maar een dalende omzet. Dat is onjuist.

Er is derhalve over 2016 een bedrag van € 184.067 te weinig omzet in rekening gebracht. Dit bedrag zullen wij als ‘inhaalomzet’ in 2018 opnemen en zal op die wijze in de waardering worden meegenomen.

Volgens Sapphire is deze conclusie onjuist, hetgeen te wijten is aan een fout in haar commentaar op het conceptdeskundigenbericht, die zij wenst te herstellen bij haar akte na deskundigenbericht, met daarbij een verklaring van [K] , financial controller bij Allshare en de jaarrekening van Allshare over 2016. Daaruit komt naar voren dat reeds vanaf de oplevering van eBanking in 2014, de daarmee verband houdende licentie- en onderhoudskosten voortdurend en ongewijzigd vooruit zijn gefactureerd aan Van Lanschot Kempen. Dit gebeurde in de maand augustus voor de daaropvolgende periode van september tot en met augustus. De boekhoudkundige wijziging die met ingang van 2016 heeft plaatsgevonden, ziet niet – zoals Sapphire eerder abusievelijk schreef – op het vooruit factureren, maar op het toerekenen van de gefactureerde bedragen aan een bepaalde periode. Allshare heeft alle contractueel overeengekomen vergoedingen in rekening gebracht bij Van Lanschot Kempen, die alle bedragen aan Allshare heeft betaald. Nu geen aanleiding bestaat een inhaalomzet van € 184.067 in aanmerking te nemen, dient de door de deskundige bepaalde waarde van een aandeel Allshare met € 0,03 te worden verminderd, aldus Sapphire.

2.7

De Ondernemingskamer maakt uit de bij akte overgelegde stukken op dat de in 2016 doorgevoerde wijziging inderdaad ziet op de wijze waarop de gefactureerde licentie- en onderhoudskosten eBanking als omzet aan een bepaalde periode worden toegerekend. Voordien werd het (in augustus vooruit gefactureerde) bedrag volledig als omzet toegerekend aan het jaar waarin de factuur was verzonden, ook al had een deel daarvan betrekking op het volgende jaar. Nadien werd en wordt het gedeelte van het factuurbedrag dat op het jaar waarin werd gefactureerd betrekking heeft, aan dat jaar als omzet toegerekend, en het resterende bedrag aan het daaropvolgende jaar. Gevolg hiervan is dat de gefactureerde licentie- en onderhoudskosten die op de eerste acht maanden van 2016 betrekking hebben, in 2015 als omzet zijn verantwoord, terwijl dit in 2016 is gebeurd met (slechts) de kosten die op de laatste vier maanden van 2016 betrekking hebben. Dit leidt er in de loop der jaren niet toe dat omzet buiten beschouwing is gelaten, zodat geen aanleiding bestaat een extra bedrag van € 184.067 bij wijze van ‘inhaalomzet’ in aanmerking te nemen. Allshare heeft de wijziging in het verantwoorden van de aan Van Lanschot Kempen gefactureerde licentie- en onderhoudskosten als haar omzet toegelicht in haar jaarrekening over 2016. De Ondernemingskamer zal derhalve € 0,03, zoals door Sapphire is berekend en door [J] niet is bestreden – in mindering brengen op de door de deskundige bepaalde waarde van een aandeel Allshare.

2.8

Verder heeft Sapphire haar pijlen gericht op de in het deskundigenbericht uitgesproken verwachting dat eBankView ultimo 2019/begin 2020 gereed is. Deze verwachting is volgens Sapphire slechts gestoeld op een bespreking die de deskundige heeft gehad met [L] (hierna: [L] ), die destijds bestuurder van Allshare was, terwijl die verwachting geen steun vindt in enige documentatie. Binnen Allshare werd en wordt een opleverdatum zoals door de deskundige is gehanteerd, als onrealistisch en onhaalbaar beschouwd. Voor afronding van eBankView is vereist dat alle modules zijn afgerond, hetgeen naar verwachting pas eind 2021 zal zijn, aldus Sapphire.

2.9

Sapphire heeft zich ter ondersteuning van haar standpunt beroepen op de ‘tijdlijn implementatie eBankView’ van 10 april 2018, dus van vóór de peildatum, die volgens haar is rondgezonden binnen de stuurgroep die verantwoordelijk is voor de ontwikkeling en implementatie van eBankView en waaraan ook Allshare-medewerkers deelnemen. De Ondernemingskamer is van oordeel dat deze tijdlijn geen overtuigende aanwijzing vormt dat het uitgangspunt van de deskundige onjuist is. Uit het stuk valt niet meer af te leiden dan dat de implementatie van eBankView vanaf 2020 zal plaatsvinden. Dat de oplevering later dan eind 2019/begin 2020 is voorzien, valt er niet in te lezen. Het bezwaar tegen het uitgangspunt van de deskundige is onvoldoende gemotiveerd – ook wanneer de door Sapphire aangehaalde verklaring van de heer [M] (van Allshare, die deel uitmaakt van voormelde stuurgroep) daarbij in aanmerking wordt genomen. Evenmin kan de opmerking van Sapphire dat het op dit moment onzeker is of bij Sapphire de nodige ruimte beschikbaar is om (tijdig) de voor afronding van eBankView vereiste additionele investeringen te kunnen doen, afbreuk doen aan het uitgangspunt van de deskundige, alleen al omdat deze omstandigheid na de peildatum speelt. De Ondernemingskamer ziet derhalve geen aanleiding het deskundigenrapport op het punt van de op de peildatum verwachte opleverdatum niet te volgen.

2.10

Sapphire heeft zich bovendien op het standpunt gesteld dat de deskundige ten onrechte een afname in het personeelsbestand van Allshare als gevolg van het afronden van eBankView heeft gehanteerd van 14 fte met ingang van 2020. Er zal volgens Sapphire mogelijk helemaal geen sprake zijn van een personeelsreductie, nu een bepaalde bezetting met technische mensen nodig is voor regulier onderhoud van eBankView, terwijl de huidige bezetting al lager is. Voor zover het na afronding en implementatie van eBankView tot een afname van personeel zal komen, zal deze slechts geleidelijk en stapsgewijs kunnen plaatsvinden. Bovendien heeft de deskundige de afvloeiingskosten die noodzakelijkerwijs gepaard gaan met personeelsreductie en die door Accuracy op € 220.000 zijn bepaald, ten onrechte gematigd tot € 175.000, aldus Sapphire.

2.11

De Ondernemingskamer overweegt als volgt. [L] heeft blijkens het verslag van een gesprek dat de deskundige met hem heeft gevoerd, op de vraag wat de impact van het gereedkomen van eBankView op het aantal fte zal zijn, geantwoord: “Gereedkomen van eBV moet leiden tot een reductie van developers, testers en business analists. In aantallen uitgedrukt zouden van de circa 30 fte die nu voor [Van Lanschot] werken circa 15 fte overblijven”. Op basis hiervan is de deskundige uitgegaan van een besparing met ingang van 2020 van 12 fte binnen teams die voor Van Lanschot Kempen werken en 2 fte binnen het supportteam. De Ondernemingskamer overweegt dat het de deskundige vrijstond zich te baseren op hetgeen door [L] naar voren is gebracht over de personele gevolgen van het gereedkomen van eBankView. De deskundige heeft de personeelsreductie nader toegelicht op pagina 36/37 van zijn rapport en uit die toelichting blijkt dat van de klantteams 20 fte resteert na de afronding van de ontwikkeling van eBankView per ultimo 2020. In het licht daarvan is het standpunt van Sapphire dat, na afronding van de ontwikkeling van eBankView, voor regulier onderhoud in ieder geval 12 fte noodzakelijk is, zonder nadere toelichting geen valide argument tegen het door de deskundige gehanteerde uitgangspunt. De Ondernemingskamer merkt daarbij op dat Sapphire in reactie op het conceptdeskundigenbericht wel opmerkingen heeft gemaakt over de timing en fasering van de personeelsreductie, maar niet over de omvang daarvan (zie deskundigenrapport pagina 85-87). Nu de Ondernemingskamer de deskundige volgt in het op de peildatum te verwachten implementatietijdstip van eBankView (zie 2.9), acht de Ondernemingskamer met de deskundige het realiseren van de personeelsreductie in 2020 reëel. De Ondernemingskamer acht ook het door de deskundige in aanmerking genomen bedrag van € 175.000 voor transitievergoedingen een prudent bedrag, mede gelet op de gunstige arbeidsmarkt voor IT-deskundigen in de bancaire sector, als gevolg waarvan het aantal gedwongen ontslagen kan worden beperkt.

2.12

Ook van de zijde van [J] zijn bezwaren tegen het deskundigenbericht naar voren gebracht. Volgens hen heeft de deskundige onvoldoende in de waardering betrokken dat sprake is van belangenverstrengeling aan de zijde van het bestuur van Allshare ten opzichte van Van Lanschot Kempen. Ten gevolge van die belangenverstrengeling heeft Van Lanschot Kempen, die belang heeft bij een zo laag mogelijke waardering van de aandelen Allshare, diverse corporate opportunities van Allshare onbenut gelaten, dan wel stelselmatig afgebouwd, aldus [J]

2.13

De Ondernemingskamer heeft in dat kader – [J] hadden dit standpunt al eerder ingenomen – aan de deskundige opgedragen in het onderzoek in ieder geval te betrekken “(…) dat Van Lanschot Kempen middels haar dochter Sapphire circa 97% van de aandelen in Allshare houdt terwijl zij tevens de afnemer en gebruiker is van de producten BankView en eBankView” (zie 3.13 van het arrest van 3 juli 2018). Uit het deskundigenbericht komt naar voren dat de deskundige daaraan in voldoende mate gehoor heeft gegeven. [J] hadden enkele van hun argumenten dat sprake zou zijn van belangenverstrengeling, reeds in hun commentaar op het conceptdeskundigenbericht aan de orde gesteld, ter onderbouwing van hun stelling dat Allshare in feite optreedt als een interne ICT-afdeling van Van Lanschot Kempen. Volgens de deskundige kan deze conclusie niet op basis van die argumenten worden getrokken. De deskundige heeft dat in het rapport toegelicht en heeft daaraan toegevoegd dat wel van belang is dat de waardering op basis van marktconforme tarieven tussen Allshare enerzijds en Van Lanschot Kempen (en Insinger Gilissen) anderzijds plaatsvindt. De deskundige heeft (beargumenteerd) gekozen voor de DCF-methode (meer specifiek de APV-methode, een variant daarvan) en de berekende economische waarde geduid als een ‘fair value’ waarde. Daarbij past een afzonderlijke waardering van goodwill methodisch niet. Voorts geldt als uitgangpunt dat het deskundigenbericht strekt tot vaststelling van de waarde van de aandelen op de peildatum en niet ter beantwoording van de vraag wat die waarde had kunnen zijn indien Allshare een ander beleid zou hebben gevoerd. De stellingen van [A] over ‘belangenverstrengeling’ en het missen van ‘corporate opportunities’ zijn onvoldoende specifiek om een uitzondering op dit uitgangspunt te rechtvaardigen. De Ondernemingskamer ziet daarom en in het licht van de toelichting in het deskundigenrapport, in de door [J] in hun akte na deskundigenbericht genoemde argumenten onvoldoende aanleiding om te oordelen dat de deskundige vanwege de band tussen Allshare en Van Lanschot Kempen tot een andere waardering van de aandelen had moeten komen.

2.14

Verder menen [J] dat de deskundige de waarde van eBankview ten onrechte op nul heeft gesteld, terwijl dit nieuwe product Allshares grootste asset is, waarvan de waarde in de toekomst pas tot uitdrukking komt. Volgens [J] ligt hieraan waarschijnlijk ten grondslag dat de deskundige voor zijn waardering afhankelijk was van gegevens die afkomstig zijn van Van Lanschot Kempen dan wel het door Van Lanschot Kempen gedomineerde bestuur van Allshare.

2.15

De deskundige heeft geconcludeerd dat eBankView gezien kan worden als een moderne versie van BankView, dat bij beide producten de functionaliteit in de kern hetzelfde is, dat eBankView een product is dat BankView (al dan niet geleidelijk) gaat vervangen en dat ook het verdienmodel tussen beide producten vooralsnog niet zal verschillen. Hij is tot dit standpunt gekomen op basis van de ontvangen documenten en gesprekken met Allshare en partijen, waaronder een bespreking met [J] Daarmee heeft de deskundige naar het oordeel van de Ondernemingskamer voldoende inzichtelijk en begrijpelijk gemaakt waarom hij ervoor heeft gekozen ervan uit te gaan dat eBankview ten opzichte van BankView niet zal leiden tot grotere kasstromen. Dat betekent vanzelfsprekend niet dat de waarde van eBankView volgens de deskundige nihil is; eBankView is noodzakelijk om de toekomstige kasstromen op peil te houden omdat de economische levensduur van BankView ten einde loopt. In de argumenten van [J] ziet de Ondernemingskamer geen aanleiding op dit punt af te wijken van het deskundigenrapport. De Ondernemingskamer constateert dat [J] zich in akte van 26 februari 2019 ten onrechte niet hebben beperkt tot een reactie op de inhoud van de akte na deskundigenbericht van Sapphire, maar buiten dat kader zijn getreden. De Ondernemingskamer laat de akte in zoverre onbesproken wegens strijd met goede procesorde.

2.16

De Ondernemingskamer zal gelet op het vorenoverwogene de door Sapphire te betalen prijs voor de over te dragen aandelen Allshare vaststellen op € 0,70 per aandeel.

2.17

Sapphire heeft bezwaar gemaakt tegen het verzoek van de deskundige de kosten van het onderzoek te verhogen met € 4.050 exclusief btw (zie 1.6). In haar visie had de deskundige, gelet op de beperkte omvang van de onderneming van Allshare, in staat moeten zijn geweest het onderzoek af te ronden binnen het eerder vastgestelde budget. De Ondernemingskamer volgt Sapphire niet in haar bezwaar. De kosten van de deskundige zijn door hem voldoende gespecificeerd (en bij brief van 24 januari 2019 (zie 1.10) nader toegelicht). Niet kan worden geconstateerd dat de gemaakte uren of de gehanteerde tarieven de grenzen van het redelijke overstijgen. Dat de deskundige een aantal werkzaamheden heeft laten verrichten door een collega met hetzelfde uurtarief als hijzelf hanteert – hetgeen naar de deskundige onbetwist heeft aangevoerd op voorhand aan Sapphire kenbaar is gemaakt – maakt dit niet anders. De Ondernemingskamer zal de kosten van het onderzoek door de deskundige dan ook vaststellen op € 44.050 (exclusief btw).

3 De beslissing

De Ondernemingskamer:

veroordeelt gedaagden het onbezwaarde recht op de aandelen in het geplaatste kapitaal van Allshare B.V., gevestigd te Amsterdam, waarvan zij houder zijn, aan Sapphire Investments B.V., gevestigd te Amsterdam, over te dragen;

stelt de prijs van de over te dragen aandelen vast per 3 juli 2018 op € 0,70 per aandeel;

bepaalt dat die prijs, zolang en voor zover deze niet is betaald, wordt verhoogd met de wettelijke rente vanaf 3 juli 2018 tot de dag van de overdracht;

bepaalt dat uitkeringen, in laatstbedoeld tijdvak op de aandelen betaalbaar gesteld, tot gedeeltelijke betaling van de prijs met rente op de dag van betaalbaarstelling strekken;

veroordeelt Sapphire Investments B.V. de vastgestelde prijs, met rente zoals vermeld, te betalen aan degenen aan wie de aandelen toebehoren tegen levering van het onbezwaarde recht op de aandelen;

bepaalt de vergoeding van de deskundige op € 44.050, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen, welke kosten komen voor rekening van Sapphire Investments B.V.;

compenseert de overige proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;

verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit arrest is gewezen door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. M.M.M. Tillema en mr. A.J. Wolfs, raadsheren, en drs. J.S.T. Tiemstra RA en mr. D.E.M. Aleman MBA, raden, in tegenwoordigheid van mr. F.L.A. Straathof, griffier, en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 2 juli 2019.