Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2019:204

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
30-01-2019
Datum publicatie
26-04-2019
Zaaknummer
23-003980-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Diefstal autosleutels. Aantreffen DNA-materiaal op plaats delict.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-003980-16

datum uitspraak: 24 januari 2019

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 13 oktober 2016 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 15-132843-16 en 15-151417-16 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

thans uit anderen hoofde gedetineerd in [locatie].

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De verdachte is door politierechter in de rechtbank Noord-Holland vrijgesproken van hetgeen aan hem in de zaak met parketnummer 15-151417-16 onder 1 is ten laste gelegd. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 10 januari 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Tenlasteleggingen

Gelet op de in eerste aanleg door de rechtbank toegelaten wijziging en voor zover in hoger beroep nog aan de orde is aan de verdachte ten laste gelegd dat:

Zaak met parketnummer 15-132843-16:

hij op of omstreeks 18 en/of 19 september 2015 in de gemeente Haarlem met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in of uit een garagebox gelegen aan de Schouwtjeslaan aldaar heeft weggenomen een (heren)fiets (merk Sparta) en/of een of meer (auto)sleutel(s), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen geld en/of goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking, een valse sleutel en/of inklimming;

Zaak met parketnummer 15-151417-16 (gevoegd):

2:
hij op of omstreeks 20 juli 2016 te Haarlem [slachtoffer 2] (brigadier van de Politie Eenheid Noord-Holland) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 2] dreigend de woorden toegevoegd:

- " Als mijn schoenen niet komen dan steek ik je huis in de fik kankerjong. Ik ga je huis zeker vinden. Ik verkracht je vrouw, kanker zwerver" en/of

- " Ik maak je dood, kankerjong. Ik vermoord jouw kinderen" en/of

- " Al duurt het een a twee jaar, ik vind jou wel, ik maak je dood. Ik pak jouw vrouw en kinderen. Ik maak ze dood. Ik verkracht je vrouw", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de politierechter.

Bewijsoverweging

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit ten aanzien van het ten laste gelegde onder parketnummer 15-132843-16. De raadsvrouw heeft daartoe – kort samengevat – aangevoerd dat de aangetroffen sigarettenpeuk waarop DNA-materiaal van de verdachte is aangetroffen een verplaatsbaar object is, en dat deze mogelijk door vijanden van de verdachte in die garagebox is neergelegd. Ten aanzien van de autosleutels heeft zij bepleit dat door het bezit daarvan niet buiten twijfel staat dat de verdachte daar is geweest en deze heeft weggenomen, en dat de sleutels van de boot en de fiets die ook waren weggenomen, niet bij de verdachte zijn aangetroffen.

Het hof overweegt als volgt.

Op 19 september 2015 zijn de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] bij de woning [slachtoffer 1] aan de Schoutjeslaan te Haarlem gekomen, na een melding van een misdrijf. [slachtoffer 1] verklaarde dat hij op 18 september 2015 zijn garagebox had afgesloten en de volgende dag, op 19 september 2015, had geconstateerd dat de garagebox niet meer was afgesloten. Hij zag dat er onder meer sleutels van zijn auto’s - een Skoda en een Suzuki - ontbraken. [slachtoffer 1] deelde mee dat hij een sigarettenpeuk op de grond naast het achterportier van de Suzuki had aangetroffen en dat hij en zijn vrouw niet roken. De aangetroffen sigarettenpeuk is veiliggesteld en bemonsterd. Uit de bemonstering is een DNA-profiel verkregen. Dit DNA-profiel komt overeen met het DNA-profiel van de verdachte, met een matchkans die kleiner is dan één op één miljard. Op 10 december 2015 is een onderzoek ingesteld naar de, tijdens de insluitingsfouillering, bij de verdachte aangetroffen sleutels, waaronder autosleutels van de merken Skoda en Suzuki. De verbalisanten zijn naar de locatie van de inbraak gereden (de garagebox) en hebben op de afstandsbedieningsknop voor de ontgrendeling van de Skoda gedrukt. De Skoda werd met deze sleutel ontgrendeld. Tijdens het verhoor met de aangever werd de autosleutel van het merk Suzuki getoond aan de aangever. Hij herkende de sleutel van de Suzuki als zijnde de autosleutel die is weggenomen bij de inbraak.

Het hof is van oordeel dat het op basis van vorenstaande feiten en omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien, niet anders kan zijn dat de verdachte de autosleutels met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen. Niet alleen is er op de plaats van de inbraak – in de garagebox – een sigarettenpeuk met zijn DNA-materiaal gevonden, maar ook was de verdachte in het bezit van een deel van de bij die inbraak weggenomen buit. Het hof acht het alternatieve scenario dat is geschetst door de verdediging, inhoudende dat de sigarettenpeuk met zijn DNA-materiaal daar mogelijk is neergelegd door een ander, ongeloofwaardig en onvoldoende onderbouwd, zodat het hof daaraan voorbij gaat. Daarnaast is de verklaring die de verdachte heeft gegeven voor het bezit van de autosleutels vaag en bevat deze geen concrete, verifieerbare gegevens, zodat het hof die verklaring eveneens als volstrekt ongeloofwaardig terzijde stelt. Dat de verdachte bij zijn insluitingsfouillering niet beschikte over de andere bij die diefstal weggenomen sleutels brengt het hof niet tot een ander oordeel, reeds gelet op het tijdsverloop tussen de diefstal en die fouillering.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 15-132843-16 onder 1 en in de zaak met parketnummer 15-151417-16 onder 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

Zaak met parketnummer 15-132843-16:


hij op 18 of 19 september 2015 in de gemeente Haarlem met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een garagebox gelegen aan de Schouwtjeslaan heeft weggenomen autosleutels, toebehorende aan [slachtoffer 1];

Zaak met parketnummer 15-151417-16 (gevoegd):

2:
hij op 20 juli 2016 te Haarlem [slachtoffer 2] (brigadier van de Politie Eenheid Noord-Holland) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 2] dreigend de woorden toegevoegd:

- " Ik maak je dood, kankerjong. Ik vermoord jouw kinderen" en

- " Al duurt het een á twee jaar, ik vind jou wel, ik maak je dood. Ik pak jouw vrouw en kinderen. Ik maak ze dood."

en heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 2] dreigend de woorden toegevoegd:

- “ Als mijn schoenen niet komen dan steek ik je huis in de fik kankerjong. Ik ga je huis zeker vinden.” en

- “ Ik verkracht je vrouw, kanker zwerver” en

- “ Ik verkracht je vrouw” ;

Hetgeen in de zaak met parketnummer 15-132843-16 en in de zaak met parketnummer 15-151417-16 onder 2 meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezen verklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het in de zaak met parketnummer 15-132843-16 en in de zaak met parketnummer 15-151417-16 onder 2 bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het in de zaak met parketnummer 15-132843-16 bewezen verklaarde levert op:

diefstal.

Het in de zaak met parketnummer 15-151417-16 onder 2 bewezen verklaarde levert op:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, bedreiging met brandstichting en bedreiging met verkrachting.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 15-132843-16 en in de zaak met parketnummer 15-151417-16 onder 2 bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 weken.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 weken met een proeftijd van 2 jaren.

De raadsvrouw heeft verzocht om toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht nu de verdachte nog een jaar de ISD-maatregel moet ondergaan en het niet wenselijk is als de verdachte na afloop van deze maatregel ook nog 6 weken gevangenisstraf boven zijn hoofd heeft hangen.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal van autosleutels uit een garagebox. De eigenaar van de garagebox kwam er achter dat er, onder meer, autosleutels zijn gestolen uit zijn garagebox. Door aldus te handelen heeft de verdachte er blijk van gegeven geen respect te hebben voor de eigendomsrechten van anderen. Een diefstal uit een garagebox veroorzaakt bovendien gevoelens van angst en onveiligheid bij de eigenaar en in de samenleving in het algemeen. Het hof rekent dit de verdachte aan.

De verdachte heeft zich daarnaast schuldig gemaakt aan bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht van verbalisant [slachtoffer 2], en hem daarnaast bedreigd met brandstichting en met verkrachting van zijn vrouw. Dit is een ernstig feit dat gevoelens van angst en onveiligheid heeft veroorzaakt bij het slachtoffer. Door aldus te handelen heeft de verdachte bovendien blijk gegeven van onvoldoende respect voor de politiefunctionaris in kwestie, die slechts zijn werk deed.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 27 december 2018 is hij eerder ter zake van soortgelijke feiten onherroepelijk veroordeeld, hetgeen in zijn nadeel weegt.

In hetgeen de raadsvrouw naar voren heeft gebracht ziet het hof geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht. De ernst van de bewezen verklaarde feiten rechtvaardigt, met name in het licht van de recidive, oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Gelet op de opgelegde ISD-maatregel die de verdachte thans ondergaat ziet het hof aanleiding om af te wijken van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, opdat de verdachte na afloop van die maatregel met een schone lei kan beginnen. Het hof vindt een voorwaardelijke gevangenisstraf echter passend en geboden, deze strekt ertoe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.

Het hof acht, alles afwegende, een voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 300,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 15-151417-16 onder 2 bewezen verklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De vordering van de benadeelde partij is door de verdediging niet betwist. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen. De draagkracht van de verdachte, waarop de verdediging een beroep heeft gedaan, brengt het hof niet tot een ander oordeel.

Om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 57, 63, 285 en 310 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het in de zaak met parketnummer 15-151417-16 onder 1 ten laste gelegde.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor het overige en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 15-132843-16 en in de zaak met parketnummer 15-151417-16 onder 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het in de zaak met parketnummer 15-132843-16 en in de zaak met parketnummer 15-151417-16 onder 2 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 2] ter zake van het in de zaak met parketnummer 15-151417-16 onder 2 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 300,00 (driehonderd euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 2], ter zake van het in de zaak met parketnummer 15-151417-16 onder 2 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 300,00 (driehonderd euro) als vergoeding voor immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 6 (zes) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 20 juli 2016.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.M. van Woensel, mr. C.N. Dalebout en mr. E. van Die, in tegenwoordigheid van D. de Jong, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 24 januari 2019.

mr. A.M. van Woensel is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

=========================================================================

proces-verbaal uitspraak

_______________________________________________________________ _ _

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 23-003980-16

Proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van dit gerechtshof, op 24 januari 2019.

Tegenwoordig zijn:

mr. C.N. Dalebout, raadsheer,

mr. P.M. Groenenberg, griffier.

Het openbaar ministerie wordt vertegenwoordigd door mr. J. Weening, advocaat-generaal.

De raadsheer doet de zaak tegen de verdachte [verdachte] uitroepen.

De verdachte is wel / niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.

Raadsman/raadsvrouw is wel / niet aanwezig.

(zo ja:) naam raadsman/raadsvrouw en plaats:

De raadsheer spreekt het arrest uit.

De raadsheer geeft de verdachte kennis, dat daartegen binnen 14 dagen na heden beroep in cassatie kan worden ingesteld. (indien de VTE is verschenen)

De verdachte heeft wel / geen afstand gedaan van recht aanwezig te zijn bij de uitspraak. (indien VTE is gedetineerd)

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de raadsheer en de griffier is vastgesteld en ondertekend.