Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2019:203

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
24-01-2019
Datum publicatie
26-04-2019
Zaaknummer
23-001205-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vrijspraak voorhanden hebben van een vuurwapen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-001205-18

datum uitspraak: 24 januari 2019

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 27 maart 2018 in de strafzaak onder parketnummer 13-226305-17 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

adres: [adres 1].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 10 januari 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij in / op of omstreeks de periode van 01 januari 2016 tot en met 13 januari 2017 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, een of meer (vuur)wapens van categorie III, te weten een pistool (merk HS, model 95; SIN-nummer [nummer]; in vijf (5) onderdelen, te weten een (1) slede en/of een (1) kast en/of een (1) loop en/of een (1) terugstootstang met sluitveer) en/of een rubberen greep) en/of twee (2) patroonhouders/ -magazijnen, voorhanden heeft gehad.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de politierechter.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden vrijgesproken van het hem ten laste gelegde feit. De advocaat-generaal heeft daartoe – kort samengevat – aangevoerd dat op basis van het dossier onvoldoende duidelijkheid bestaat over de vraag hoe het DNA-materiaal van de verdachte op het wapen is gekomen en hoe het wapen is aangetroffen. Daarnaast kan op basis van het dossier niet worden vastgesteld of de verdachte zich bewust is geweest van het gehele wapen – dat in onderdelen is aangetroffen door de politie – en evenmin op welke plaats en op welke dag dan wel in welke periode de verdachte het wapen voorhanden zou hebben gehad.

Vrijspraak

De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het hem ten laste gelegde, omdat – kort samengevat – sprake is van onvoldoende wettig en overtuigend bewijs. De verdachte heeft geen beschikkingsmacht gehad over het wapen en er is evenmin sprake geweest van bewustheid bij de verdachte over de aanwezigheid daarvan.

Het hof overweegt als volgt.

In een woning aan de [adres 2] is op 13 januari 2017 een hennepplantage aangetroffen. Bij het onderzoek daarnaar heeft de politie een pistool gevonden, in vijf onderdelen. Op de scherpe randen van de loop en veer van dat wapen is, kort gezegd, DNA-materiaal van de verdachte aangetroffen.

Het hof stelt voorop dat voor een bewezenverklaring van het voorhanden hebben van een wapen, in de zin van artikel 26 van de Wet Wapens en Munitie, is vereist dat bij de verdachte een zekere mate van bewustheid bestaat omtrent de aanwezigheid van dat wapen en dat de verdachte daarover kan beschikken.

Met de advocaat-generaal en de raadsman is het hof van oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen de verdachte is ten laste gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken. De inhoud van het dossier bevat onvoldoende aanknopingspunten om vast te kunnen stellen wanneer en op welke plaats de verdachte het wapen voorhanden zou hebben gehad. Ook volgt uit het dossier niet dat de verdachte de beschikkingsmacht heeft gehad over het wapen.

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte is ten laste gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.M. van Woensel, mr. C.N. Dalebout en mr. E. van Die, in tegenwoordigheid van D. de Jong, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 24 januari 2019.

Mr. A.M. van Woensel is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

=========================================================================

proces-verbaal uitspraak

_______________________________________________________________ _ _

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 23-001205-18

Proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van dit gerechtshof, op 24 januari 2019.

Tegenwoordig zijn:

mr. C.N. Dalebout, raadsheer,

mr. P.M. Groenenberg, griffier.

Het openbaar ministerie wordt vertegenwoordigd door mr. J. Weening, advocaat-generaal.

De raadsheer doet de zaak tegen de verdachte [verdachte] uitroepen.

De verdachte is wel / niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.

Raadsman/raadsvrouw is wel / niet aanwezig.

(zo ja:) naam raadsman/raadsvrouw en plaats:

De raadsheer spreekt het arrest uit.

De raadsheer geeft de verdachte kennis, dat daartegen binnen 14 dagen na heden beroep in cassatie kan worden ingesteld. (indien de VTE is verschenen)

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de raadsheer en de griffier is vastgesteld en ondertekend.