Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2019:1892

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
31-01-2019
Datum publicatie
29-07-2019
Zaaknummer
23-001010-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Dagvaarding in hoger beroep nietig. Dagvaarding is niet betekend op het door de verdachte opgegeven (woon)adres en het adres dat door haar raadsvrouw namens de verdachte als adres is opgegeven bij appelschriftuur. Verdachte niet ter zitting verschenen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-001010-17

datum uitspraak: 31 januari 2019

NIET VERSCHENEN (raadsman niet gemachtigd)

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 21 maart 2017 in de strafzaak onder parketnummer 15‑033989-17 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1984,

laatst opgegeven woon- of verblijfplaats: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 31 januari 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv), naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

Geldigheid van de dagvaarding in hoger beroep

De verdachte is niet ter terechtzitting in hoger beroep verschenen. Zij heeft op de terechtzitting in eerste aanleg van 21 maart 2017 opgegeven te verblijven op het adres [adres]. Bij appelschriftuur van 29 maart 2017 heeft haar raadsvrouw namens de verdachte dit adres (zelfs) als woonadres opgegeven. Er zijn geen omstandigheden die erop wijzen dat dit adres als achterhaald moet worden beschouwd. Daarom moet dit adres voor de feitelijke woon- of verblijfplaats van de verdachte worden gehouden. De dagvaarding voor de terechtzitting in hoger beroep is niet op het adres in Den Haag betekend. Nu de verdachte ten tijde van het uitbrengen van die dagvaarding niet was gedetineerd en zij niet was ingeschreven in de Basisregistratie Personen, vereiste het bepaalde in artikel 588, eerste lid, aanhef en onder b, sub 2º, Sv betekening op het adres in Den Haag. Daarom dient de dagvaarding in hoger beroep nietig te worden verklaard.

Beslissing

Het hof:

Verklaart de dagvaarding in hoger beroep nietig.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.M.J. Quaedvlieg, mr. J.J.I. de Jong en mr. R. Kuiper, in tegenwoordigheid van mr. C. de Beer, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 31 januari 2019.