Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2019:1804

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
29-05-2019
Datum publicatie
31-07-2019
Zaaknummer
23-003553-18
Rechtsgebieden
Materieel strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vernietiging, met overnemen en aanvullen bewijsmiddelen. Aanwezig hebben en verkoop harddrugs. Het hof ziet geen aanleiding toepassing te geven aan het jeugdstrafrecht. Gevangenisstraf 3 maanden en verbeurdverklaring.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-003553-18

datum uitspraak: 29 mei 2019

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 28 september 2018 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 13-128442-18 (A) en 13-139025-18 (B) en 13-172321-18 (C) tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedatum 1] 1999,

adres: [adres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

16 mei 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlasteleggingen

Gelet op de in eerste aanleg door de politierechter toegelaten wijziging is aan de verdachte ten laste gelegd dat:

Zaak met parketnummer 13-128442-18 (hierna: A):

1.
hij op of omstreeks 8 juni 2018 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 2,05 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2.
hij op of omstreeks 8 juni 2018 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 0,53 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of ongeveer 0,31 gram en/of 6 tabletten, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, en/of ongeveer 0,58 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine zijnde cocaïne en/of MDMA en/of amfetamine (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

Zaak met parketnummer 13-139025-18 (hierna: B):

1.
hij op of omstreeks 18 mei 2018 te Amsterdam, in elk geval in Nederland opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 2,40 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

Zaak met parketnummer 13-172321-18 (hierna: C):

1.
hij op 30 augustus 2018 te 19:44 uur te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 172 en/of 177 van de Gemeentewet en/of 2.9A van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, in elk geval krachtens wettelijk voorschrift, door of namens de burgemeester van Amsterdam (zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast) gegeven bevel, inhoudende -zakelijk weergegeven- om zich uit het dealeroverlastgebied D.O.G.2.0, althans uit een door de burgemeester aangewezen gebied, te verwijderen en zich daar gedurende 6 maanden niet meer te bevinden, terwijl tijdens het plegen van dit misdrijf nog geen twee jaren waren verlopen sedert een vroegere veroordeling van verdachte wegens een gelijk misdrijf onherroepelijk was geworden, te weten op 18 oktober 2017 (parketnummer 13.114840-17);

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot andere beslissingen komt dan de politierechter. Het hof zal evenwel de door de politierechter gebezigde bewijsmiddelen overnemen en deze aanvullen.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in zaak A onder 1 en 2, in zaak B en in zaak C ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

Zaak A:

1.
hij op 8 juni 2018 te Amsterdam opzettelijk heeft verkocht 2,05 gram amfetamine, zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

2.
hij op 8 juni 2018 te Amsterdam opzettelijk aanwezig heeft gehad 0,53 gram cocaïne en 0,31 gram en 6 tabletten MDMA, en 0,58 gram amfetamine, zijnde telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.
Zaak B:

hij op 18 mei 2018 te Amsterdam opzettelijk aanwezig heeft gehad 2,40 gram cocaïne, zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

Zaak C:

hij op 30 augustus 2018 te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens 2.9A van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, door de burgemeester van Amsterdam (zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast) gegeven bevel, inhoudende – zakelijk weergegeven – om zich uit het dealeroverlastgebied D.O.G. 2.0 te verwijderen en zich daar gedurende 6 maanden niet meer te bevinden.

Hetgeen in de zaken A, B en C meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezen verklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze zijn opgenomen op bladzijde 2 tot en met 4 van het proces-verbaal van de terechtzitting in eerste aanleg van 28 september 2018 dat als bijlage bij dit arrest is gevoegd, en op de bewijsmiddelen zoals deze door het hof hieronder worden toegevoegd. De in het proces-verbaal van de zitting in eerste aanleg vervatte bewijsmiddelen moeten worden beschouwd als te zijn ingelast in dit arrest.

Aanvullende bewijsmiddelen

Het hof voegt aan de door de politierechter gebruikte bewijsmiddelen de volgende bewijsmiddelen toe.

Ten aanzien van het in zaak A onder 1 en 2 ten laste gelegde:

1. Een kennisgeving van inbeslagneming, met nummer PL1300-2018114965-9, in de wettelijke vorm opgemaakt door rapporteur [naam 1] , hoofdagent van politie eenheid Amsterdam en ondertekend door hulpofficier van justitie [naam 2] (doorgenummerde pagina’s 24 en 25). Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
Beslagene: [verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] 1999 te [geboorteplaats 1] (Nederland).


Goednummer: PL1300-2018114965-5584547
Object: Verdovende middelen (Opium)
Aantal: 6 stuks
Bijzonderheden: 6x witte envelopjes met wit poeder

2. Een kennisgeving van inbeslagneming, met nummer PL1300-2018114965-10, in de wettelijke vorm opgemaakt door rapporteur [naam 1] , hoofdagent van politie eenheid Amsterdam en ondertekend door hulpofficier van justitie [naam 2] (doorgenummerde pagina’s 27 en 28). Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
Beslagene: [verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] 1999 te [geboorteplaats 1] (Nederland).


Goednummer: PL1300-2018114965-5584551
Object: Verdovende middelen (Opium)
Aantal: 6 stuks
Bijzonderheden: 6x oranje pillen in een sealbag

3. Een kennisgeving van inbeslagneming, met nummer PL1300-2018114965-11, in de wettelijke vorm opgemaakt door rapporteur [naam 1] , hoofdagent van politie eenheid Amsterdam en ondertekend door hulpofficier van justitie [naam 2] (doorgenummerde pagina’s 30 en 31). Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
Beslagene: [naam 3] , geboren op [geboortedatum 2] 1986 te [geboorteplaats 2] (Verenigde Staten).


Goednummer: PL1300-2018114965-5584553
Object: Verdovende middelen (Opium)
Aantal: 3 stuks
Bijzonderheden: 3x witte envelop met wit poeder

Ten aanzien van het in zaak B ten laste gelegde:

4. Een kennisgeving van inbeslagneming, met nummer PL1300-2018099777-3, in de wettelijke vorm opgemaakt door rapporteur [naam 4] , hoofdagent van politie eenheid Amsterdam en ondertekend door hulpofficier van justitie [...] (doorgenummerde pagina’s 12 en 13). Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
Beslagene: [verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] 1999 te [geboorteplaats 1] (Nederland).


Goednummer: PL1300-2018099777-5575167
Object: Verdovende middelen (Cocaïne)
Aantal: 7 stuks
Bijzonderheden: 7 wikkels waarvan 1 met een restje (vrijwel leeg)

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het in zaak A onder 1 bewezen verklaarde levert op:

opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod.

Het in zaak A onder 2 en in zaak B bewezen verklaarde levert op:

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

meermalen gepleegd.

Het in zaak C bewezen verklaarde levert op:

opzettelijk niet voldoen aan een bevel, krachtens wettelijk voorschrift gedaan door een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast.

Strafbaarheid van de verdachte

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg in zaak A onder 1 en 2, in zaak B en in zaak C bewezen verklaarde veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van 2 maanden, waarvan 1 maand voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. De politierechter heeft het in beslag genomen en nog niet teruggegeven geldbedrag deels verbeurd verklaard.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het in voornoemde zaken A, B en C ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden. Ten aanzien van het beslag heeft de advocaat-generaal gevorderd de beslissing van de politierechter te volgen.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan verkoop of het opzettelijk aanwezig hebben van harddrugs in de vorm van amfetamine, cocaïne en MDMA. Hiermee heeft de verdachte gehandeld in strijd met de Opiumwet. Harddrugs vormen een ernstig gevaar voor de volksgezondheid en het bezit daarvan is bezwarend voor de samenleving vanwege de daarmee gepaard gaande criminaliteit en risico’s. Door het aanschaffen en verkopen van harddrugs worden de handel in en het gebruik hiervan in stand gehouden. De verdachte heeft zich tevens schuldig gemaakt aan het overtreden van een verblijfsverbod, uitgevaardigd door de burgemeester van Amsterdam. Door aldus te handelen heeft de verdachte blijk gegeven geen respect te hebben voor een besluit van het bevoegde gezag, dat is genomen met het oog op handhaving van de openbare orde in dit betreffende gebied.

Het hof rekent dit alles de verdachte aan en is, gelet op de ernst van de gezamenlijke feiten, van oordeel dat niet kan worden volstaan met een andere straf dan een vrijheidsbenemende straf. Bij de oplegging daarvan houdt het hof rekening met het bepaalde in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht.

In eerste aanleg is door de politierechter het zogenaamde adolescentenstrafrecht toegepast. De verdachte was ten tijde van de bewezen verklaarde feiten 19 jaar oud. Uitgangspunt is dat op een jongvolwassene, die ten tijde van het strafbare feit meerderjarig is, het volwassenenstrafrecht wordt toegepast, tenzij het hof in de persoonlijke omstandigheden aanleiding ziet daar vanaf te wijken. De Reclassering heeft geen rapportage omtrent de persoon van de verdachte kunnen opstellen, nu de verdachte weigert mee te werken aan elke vorm van onderzoek. In het dossier en hetgeen ter terechtzitting is besproken, ziet het hof geen aanleiding toepassing te geven aan het jeugdstrafrecht. Het hof is, met de advocaat-generaal, van oordeel dat het volwassenenstrafrecht toegepast dient te worden. Het voorgaande brengt het hof mede tot het oordeel dat de door de politierechter opgelegde straf onvoldoende recht doet aan de ernst van de feiten en het verwijt dat de verdachte daarvan kan worden gemaakt, zodat de op te leggen straf zwaarder uitvalt.

Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

Het hierna te noemen in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerp behoort aan de verdachte toe. Het zal worden verbeurd verklaard aangezien het geheel of grotendeels door middel van het in zaak A onder 1 ten laste gelegde en bewezen verklaarde is verkregen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet en de artikelen 33, 33a, 57, 63 en 184 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 13-128442-18 onder 1 en 2 (A), in de zaak met parketnummer 13-139025-18 (B) en in de zaak met parketnummer 13-172321-18 (C) ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het in de zaak met parketnummer 13-128442-18 onder 1 en 2 (A) en in de zaak met parketnummer 13-139025-18 (B) en in de zaak met parketnummer 13-172321-18 (C) bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden.

Verklaart verbeurd het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

een geldbedrag van € 350,00.

Gelast de teruggave aan de verdachte van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: een geldbedrag van € 318,10.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.M. Kengen, mr. R.D. van Heffen en mr. M.J.A. Duker, in tegenwoordigheid van

mr. R.L. Vermeulen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van

29 mei 2019.

Mr. M.J.A. Duker is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

[...]