Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2019:1792

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
29-05-2019
Datum publicatie
30-07-2019
Zaaknummer
23-001182-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Elfmaal bevel burgemeester genegeerd. Verdachte verblijft in een psychiatrisch ziekenhuis; doorkruising van behandeling is onwenselijk. Oplegging gebiedsverbod; dadelijke uitvoerbaarheid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-001182-18

datum uitspraak: 29 mei 2019

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen de vonnissen van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 3 januari 2018 en 27 maart 2018 in gevoegde strafzaken onder de parketnummers 13-187539-17 (A), 13-188698-17 (B), 13-003445-18 (C), 13-258136-17 (D), 13-001977-18 (E), 13-202990-17 (F), 13-216988-17 (G), 13-220333-17 (H),

13-245866-17 (I), 13-248606-17 (J), 13-249220-17 (K), 13-249873-17 (L) en 13-253528-17 (M), alsmede 15-820955-15 (TUL), 13-221147-16 (TUL) en 13-213313-15 (TUL) tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1964,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

17 mei 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormelde vonnissen.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De verdachte is door de politierechter vrijgesproken van hetgeen aan hem in zaak A en in zaak B is ten laste gelegd. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissingen tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissingen geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraken.

Tenlasteleggingen

Aan de verdachte is, voor zover in hoger beroep nog aan de orde, ten laste gelegd dat:

Zaak C:
hij op 5 januari 2018 te 13:10 uur te Amsterdam, in elk geval in Nederland, opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 172 en/of 177 van de Gemeentewet en/of 2.9A van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, in elk geval krachtens wettelijk voorschrift, door of namens de burgemeester van Amsterdam (zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast) gegeven bevel, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het dealeroverlastgebied 2.0 Amsterdam, althans uit een door de burgemeester aangewezen gebied, te verwijderen en zich daar gedurende 3 maanden niet meer te bevinden, terwijl tijdens het plegen van dit misdrijf nog geen twee jaren waren verlopen sedert een vroegere veroordeling van verdachte wegens een gelijk misdrijf onherroepelijk was geworden 5 mei 2017;

Zaak D:
hij op 22 december 2017 te 16:20 uur te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 172 en/of 177 van de Gemeentewet en/of 2.9/ 2.9A van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, in elk geval krachtens wettelijk voorschrift, door of namens de burgemeester van Amsterdam (zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast) gegeven bevel, inhoudende -zakelijk weergegeven - om zich uit het dealeroverlastgebied Centrum DOG 2.0, althans uit een door de burgemeester aangewezen gebied, te verwijderen en zich daar gedurende 3 maanden niet meer te bevinden, terwijl tijdens het plegen van dit misdrijf nog geen vijf jaren waren verlopen sedert een vroegere veroordeling van verdachte wegens een gelijk misdrijf onherroepelijk was geworden (te weten (een) veroordeling(en) wegens artikel 184 Wetboek van Strafrecht welke onherroepelijk was geworden op 26 jnuari 2016);

Zaak E:
hij op 03 januari 2018 te 21:04 uur te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 172 en/of 177 van de Gemeentewet en/of 2.9A van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, in elk geval krachtens wettelijk voorschrift, door of namens de burgemeester van Amsterdam (zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast) gegeven bevel, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het dealeroverlastgebied 2.0, althans uit een door de burgemeester aangewezen gebied, te verwijderen en zich daar gedurende 3 maanden (ingaande 25 november 2017 te 00:01 uur) niet meer te bevinden, terwijl tijdens het plegen van dit misdrijf nog geen twee jaren waren verlopen sedert een vroegere veroordeling van verdachte wegens een gelijk misdrijf onherroepelijk was geworden (05 mei 2017; 13/003285-17);

Zaak F:
hij op of omstreeks 14 oktober 2017 te 15.03 uur te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 172 en/of 177 van de Gemeentewet en/of 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, in elk geval krachtens wettelijk voorschrift, door of namens de burgemeester van Amsterdam (zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast) gegeven bevel, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het overlastgebied Centrum, althans uit een door de burgemeester aangewezen gebied, te verwijderen en zich daar gedurende 3 maanden niet meer te bevinden;

Zaak G:
hij op of omstreeks 31 oktober 2017 te 11.48 uur te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 172 en/of 177 van de Gemeentewet en/of 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, in elk geval krachtens wettelijk voorschrift, door of namens de burgemeester van Amsterdam (zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast) gegeven bevel, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het overlastgebied Centrum , althans uit een door de burgemeester aangewezen gebied, te verwijderen en zich daar gedurende 3 maanden niet meer te bevinden.

Zaak H:
hij op of omstreeks 4 november 2017 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel, te weten een gebiedsverbod, kenmerk 3 maanden gebiedsverbod voor overlastgebied Centrum krachtens een wettelijk voorschrift, te weten artikel 172/172a van de gemeentewet jo. 2.9/2.9A Algemene Plaatselijke Verordening, gedaan door of namens de burgemeester van Amsterdam, in elk geval een ambtenaar als bedoeld in artikel 184 Wetboek van Strafrecht, eerste en/of tweede lid, inhoudende dat hij, verdachte, zich in de periode van 05 augustus 2017 te 0.01 tot en met 04 november 2017 23.59 uur niet mocht bevinden in/op overlastgebied Centrum, door, zich op voornoemde datum in/op de Nieuwezijds Voorburgwal, althans op een openbare weg of plaats gelegen in voornoemd gebied te bevinden;
Zaak I:
hij op 5 december 2017 te 12:50 uur te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 172 en/of 177 van de Gemeentewet en/of 2.9A van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, in elk geval krachtens wettelijk voorschrift, door of namens de burgemeester van Amsterdam (zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast) gegeven bevel, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het dealeroverlastgebied 2.0, althans uit een door de burgemeester aangewezen gebied, te verwijderen en zich daar gedurende 3 maanden niet meer te bevinden, terwijl tijdens het plegen van dit misdrijf nog geen twee jaren waren verlopen sedert 5 mei 2017, de datum waarop een vroegere veroordeling van verdachte wegens een gelijk misdrijf onherroepelijk was geworden;

Zaak J:
hij op 10 december 2017 te 04:10 uur te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 172 en/of 177 van de Gemeentewet en/of 2.9A van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, in elk geval krachtens wettelijk voorschrift, door of namens de burgemeester van Amsterdam (zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast) gegeven bevel, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het dealeroverlastgebied Amsterdam 2.0, althans uit een door de burgemeester aangewezen gebied, te verwijderen en zich daar gedurende 3 maanden niet meer te bevinden, terwijl tijdens het plegen van dit misdrijf nog geen twee jaren waren verlopen sedert een vroegere veroordeling van verdachte wegens een gelijk misdrijf onherroepelijk was geworden;

Zaak K:
hij op 11 december 2017 te 04:10 uur te Amsterdam, in elk geval in Nederland, opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 172 en/of 177 van de Gemeentewet en/of 2.9A van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, in elk geval krachtens wettelijk voorschrift, door of namens de burgemeester van Amsterdam (zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast) gegeven bevel, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het dealeroverlastgebied 2.0 Amsterdam, althans uit een door de burgemeester aangewezen gebied, te verwijderen en zich daar gedurende 3 maanden niet meer te bevinden, terwijl tijdens het plegen van dit misdrijf nog geen twee jaren waren verlopen sedert een vroegere veroordeling van verdachte wegens een gelijk misdrijf onherroepelijk was geworden (5 mei 2017);

Zaak L:
hij op 12 december 2017 te 03.05 uur te Amsterdam, op de Damstraat er hoogte van nummer 9, opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 172 en/of 177 van de Gemeentewet en/of 2.9A van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, in elk geval krachtens wettelijk voorschrift, door of namens de burgemeester van Amsterdam (zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast) gegeven bevel, inhoudende -zakelijk weergegeven - om zich uit het dealeroverlastgebied Amsterdam 2.0, althans uit een door de burgemeester aangewezen gebied, te verwijderen en zich daar gedurende 3 maanden niet meer te bevinden;

Zaak M:
hij op 17 december 2017 te 01:20 uur te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 172 en/of 177 van de Gemeentewet en/of 2.9A van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, in elk geval krachtens wettelijk voorschrift, door of namens de burgemeester van Amsterdam (zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast) gegeven bevel, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het dealeroverlastgebied 2.0 Amsterdam , althans uit een door de burgemeester aangewezen gebied, te verwijderen en zich daar gedurende 3 maanden niet meer te bevinden, terwijl tijdens het plegen van dit misdrijf nog geen twee jaren waren verlopen sedert een vroegere veroordeling van verdachte wegens een gelijk misdrijf onherroepelijk was geworden 26 januari 2016.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof zich niet verenigt met het vonnis.

Geldigheid van de dagvaarding

De raadsvrouw heeft ter terechtzitting in hoger beroep primair betoogd dat de inleidende dagvaardingen nietig zijn, met uitzondering van de dagvaarding in zaak H, nu deze niet vermelden welk concreet gebiedsverbod zou zijn overtreden en evenmin vanaf en tot wanneer het betreffende bevel zou hebben gegolden. De dagvaardingen maken de concrete verdenkingen jegens de verdachte onvoldoende duidelijk.

Het hof verwerpt het verweer en overweegt als volgt. De dagvaardingen in de zaken C tot en met M zijn duidelijk geformuleerd en voldoen aan de eisen die aan een tenlastelegging worden gesteld. Zowel uit het vooronderzoek als uit het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg blijkt ook dat de verdachte weet om welke verdenkingen het gaat. Met de opvatting van de raadsvrouw dat gebiedsverboden altijd nader in de tenlastelegging dienen te worden geconcretiseerd, stelt zij een eis die het recht niet kent.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

Zaak C:
hij op 5 januari 2018 te 13:10 uur te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 2.9A van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, gedaan namens de burgemeester van Amsterdam, zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast, gegeven bevel, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het dealeroverlastgebied 2.0 Amsterdam te verwijderen en zich daar gedurende drie maanden niet meer te bevinden, terwijl tijdens het plegen van dit misdrijf nog geen twee jaren waren verlopen sedert een vroegere veroordeling van de verdachte wegens een gelijk misdrijf onherroepelijk was geworden;
Zaak D:
hij op 22 december 2017 te 16:20 uur te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 2.9A van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008 namens de burgemeester van Amsterdam, zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast, gegeven bevel, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het dealeroverlastgebied Centrum DOG 2.0 te verwijderen en zich daar gedurende drie maanden niet meer te bevinden, terwijl tijdens het plegen van dit misdrijf nog geen vijf jaren waren verlopen sedert een vroegere veroordeling van verdachte wegens een gelijk misdrijf onherroepelijk was geworden;

Zaak E:
hij op 3 januari 2018 te 21:04 uur te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 2.9A van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008 namens de burgemeester van Amsterdam, zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast, gegeven bevel, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het dealeroverlastgebied 2.0 te verwijderen en zich daar gedurende drie maanden (ingaande 25 november 2017 te 00:01 uur) niet meer te bevinden, terwijl tijdens het plegen van dit misdrijf nog geen twee jaren waren verlopen sedert een vroegere veroordeling van verdachte wegens een gelijk misdrijf onherroepelijk was geworden;

Zaak F:
hij op 14 oktober 2017 te 15.03 uur te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008 namens de burgemeester van Amsterdam, zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast, gegeven bevel, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het overlastgebied Centrum te verwijderen en zich daar gedurende drie maanden niet meer te bevinden;
Zaak G:
hij op 31 oktober 2017 te 11.48 uur te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008 namens de burgemeester van Amsterdam, zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast, gegeven bevel, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het overlastgebied Centrum te verwijderen en zich daar gedurende drie maanden niet meer te bevinden;

Zaak H:
hij op 4 november 2017 te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel, te weten een gebiedsverbod, kenmerk drie maanden gebiedsverbod voor overlastgebied Centrum krachtens 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, gedaan namens de burgemeester van Amsterdam, inhoudende dat hij zich in de periode van 5 augustus 2017 te 0.01 tot en met 04 november 2017 23.59 uur niet mocht bevinden in overlastgebied Centrum, door zich op voornoemde datum op de Nieuwezijds Voorburgwal te bevinden;

Zaak I:
hij op 5 december 2017 te 12:50 uur te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 2.9A van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008 namens de burgemeester van Amsterdam, zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast, gegeven bevel, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het dealeroverlastgebied 2.0 te verwijderen en zich daar gedurende drie maanden niet meer te bevinden, terwijl tijdens het plegen van dit misdrijf nog geen twee jaren waren verlopen sedert 5 mei 2017, de datum waarop een vroegere veroordeling van de verdachte wegens een gelijk misdrijf onherroepelijk was geworden;

Zaak J:
hij op 10 december 2017 te 04:10 uur te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 2.9A van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008 namens de burgemeester van Amsterdam, zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast, gegeven bevel, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het dealeroverlastgebied Amsterdam 2.0 te verwijderen en zich daar gedurende drie maanden niet meer te bevinden, terwijl tijdens het plegen van dit misdrijf nog geen twee jaren waren verlopen sedert een vroegere veroordeling van verdachte wegens een gelijk misdrijf onherroepelijk was geworden;


Zaak K:
hij op 11 december 2017 te 04:10 uur te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 2.9A van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008 namens de burgemeester van Amsterdam, zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast, gegeven bevel, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het dealeroverlastgebied 2.0 Amsterdam te verwijderen en zich daar gedurende drie maanden niet meer te bevinden, terwijl tijdens het plegen van dit misdrijf nog geen twee jaren waren verlopen sedert een vroegere veroordeling van verdachte wegens een gelijk misdrijf onherroepelijk was geworden;

Zaak L:
hij op 12 december 2017 te 03.05 uur te Amsterdam, op de Damstraat ter hoogte van nummer 9, opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 2.9A van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008 namens de burgemeester van Amsterdam, zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast, gegeven bevel, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het dealeroverlastgebied Amsterdam 2.0 te verwijderen en zich daar gedurende drie maanden niet meer te bevinden;

Zaak M:
hij op 17 december 2017 te 01:20 uur te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 2.9A van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008 namens de burgemeester van Amsterdam, zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast, gegeven bevel, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het dealeroverlastgebied 2.0 Amsterdam te verwijderen en zich daar gedurende drie maanden niet meer te bevinden, terwijl tijdens het plegen van dit misdrijf nog geen twee jaren waren verlopen sedert een vroegere veroordeling van verdachte wegens een gelijk misdrijf onherroepelijk was geworden.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezen verklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het in de zaken C, D, E, I, J, K en M bewezen verklaarde levert op:

opzettelijk niet voldoen aan een bevel, krachtens wettelijk voorschrift gedaan door een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast, terwijl tijdens het plegen van het misdrijf nog geen twee jaren zijn verlopen sedert een vroegere veroordeling van de schuldige wegens gelijk misdrijf onherroepelijk is geworden, meermalen gepleegd.

Het in de zaken F, G, H en L bewezen verklaarde levert op:

opzettelijk niet voldoen aan een bevel, krachtens wettelijk voorschrift gedaan door een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van maatregel

De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder C tot en met E bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes weken en voor het in eerste aanleg onder F tot en met M bewezen verklaarde veroordeeld tot een gebiedsverbod voor de duur van zes maanden.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder C tot en met M ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een dadelijk uitvoerbaar gebiedsverbod voor Overlastgebied Centrum 2.0 voor de duur van één jaar, per overtreding hiervan te vervangen door een hechtenis voor de duur van twee weken.

De raadsvrouw heeft verzocht om rekening te houden met de psychiatrische problematiek van de verdachte, waaraan momenteel wordt gewerkt. Het is naar haar oordeel buitengewoon van belang dat het leven van cliënt op de rails komt met medicatie.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen maatregel bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft elfmaal een namens de burgemeester gegeven bevel genegeerd om zich niet te begeven in een overlastgebied in de Amsterdamse binnenstad. Een dergelijk bevel is een maatregel bedoeld ter handhaving van de openbare orde in dat gebied. Door dat veelvuldig te negeren heeft de verdachte er blijk van gegeven zich niets gelegen te laten liggen aan een door het bevoegd gezag genomen besluit. Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van

7 mei 2019 is hij bovendien reeds talrijke malen eerder onherroepelijk veroordeeld voor het overtreden van gebiedsverboden, hetgeen in zijn nadeel weegt. In beginsel rechtvaardigt dit oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

Vast is echter komen te staan dat de verdachte langdurige behandeling in een gesloten setting met intensieve begeleiding nodig heeft. Daarin is momenteel voorzien, aangezien hij in het kader van een voorlopige rechterlijke machtiging in een psychiatrisch ziekenhuis verblijft. Daar wordt de verdachte behandeld voor onder andere een schizoaffectieve stoornis, middelengebruik – met name Qat – en suïcidale gedachten. Het hof acht het onwenselijk als de behandeling binnen het psychiatrische ziekenhuis door detentie zou worden doorkruist, terwijl ook een andere straf niet passend is.

Wel zal aan de verdachte ter beveiliging van de maatschappij en ter voorkoming van strafbare feiten een langdurig gebiedsverbod voor – kort gezegd – centrum Amsterdam worden opgelegd. Temeer nu is gebleken dat de verdachte zeer recent wederom een gebiedsverbod voor Amsterdam centrum heeft overtreden (ondanks zijn toen al gestarte opname in het psychiatrisch ziekenhuis), moet er ernstig rekening mee worden gehouden dat de verdachte opnieuw strafbare feiten zal plegen. Daarom zal de dadelijke uitvoerbaarheid van de maatregel worden bevolen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen maatregel is gegrond op de artikelen 38v, 38w, 57, 63 en 184 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

Vordering tenuitvoerlegging met parketnummer 13-221147-16

Het hof zal het openbaar ministerie in zijn vordering tot tenuitvoerlegging van het ten aanzien van de bij dat vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 3 januari 2017, parketnummer

13-221147-17, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van vier maanden niet-ontvankelijk verklaren, nu de vordering tot tenuitvoerlegging is gedaan bij zaak A met parketnummer

13-187539-17, waarvan de verdachte in eerste aanleg is vrijgesproken.

Vordering tenuitvoerlegging met parketnummer 15-820955-15

Het openbaar ministerie heeft gevorderd de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 7 juli 2016 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van vijftien dagen met een proeftijd van drie jaren. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.

Gelet op hetgeen hiervoor ten aanzien van de strafoplegging is overwogen, zal het hof, conform de vordering van de advocaat-generaal, de vordering tot tenuitvoerlegging afwijzen.

Vordering tenuitvoerlegging met parketnummer 13-213313-15

Het openbaar ministerie heeft gevorderd de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 11 januari 2016 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie maanden met een proeftijd van twee jaren. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.

De advocaat-generaal heeft gevorderd de vordering tot tenuitvoerlegging af te wijzen.

De raadsvrouw heeft verzocht de vordering tot tenuitvoerlegging af te wijzen en merkt hierbij op dat sprake is van innerlijke tegenstrijdigheid in het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 3 januari 2018. De vordering is bij dit vonnis zowel afgewezen als toegewezen.

Nu het hof, gelet op hetgeen hiervoor ten aanzien van de strafoplegging is overwogen, termen aanwezig acht om de vordering tot tenuitvoerlegging af te wijzen, behoeft het verweer van de raadsvrouw geen bespreking.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het in de zaken A en B ten laste gelegde.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep, voor zover nog inhoudelijk in hoger beroep aan de orde, en doet opnieuw recht.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaken C tot en met M ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het in de zaken C tot en met M bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Legt op de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid inhoudende dat de veroordeelde voor de duur van 1 (één) jaar zich niet zal ophouden in het Overlastgebied Centrum 2.0.

Beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt 2 (twee) weken voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan. Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet op.

Beveelt dat de opgelegde maatregel dadelijk uitvoerbaar is.

Verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tenuitvoerlegging, met parketnummer 13-221147-16.

Wijst af de vordering tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 7 juli 2016, parketnummer 15-820955-15, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van vijftien dagen met een proeftijd van drie jaren.

Wijst af de vordering tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 11 januari 2016, parketnummer 13-213313-15, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van drie maanden met een proeftijd van twee jaren.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.M.J. Quaedvlieg, mr. M.M. van der Nat en mr. M.J. Dubelaar, in tegenwoordigheid van

S. den Hartog, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van

29 mei 2019.

mr. M.M. van der Nat en mr. M.J. Dubelaar zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

[…]