Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2019:1774

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
28-05-2019
Datum publicatie
29-07-2019
Zaaknummer
23-000943-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Ontneming hennepkwekerij. Het verweer van de raadsman dat een eerdere oogst een kleiner aantal hennepplanten betrof dan het aantal hennepplanten dat werd aangetroffen, wordt verworpen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-000943-18

datum uitspraak: 28 mei 2019

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van

de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 14 april 2017 op de vordering van het openbaar ministerie ingevolge artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht in de ontnemingszaak met nummer

15-700637-14 tegen de veroordeelde

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (Vietnam) op [geboortedag] 1954,

adres: [adres 1].

Procesgang

Het openbaar ministerie heeft in eerste aanleg gevorderd dat aan de veroordeelde de verplichting zal worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, geschat tot een bedrag van € 34.126,39.

De veroordeelde is bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 14 april 2017 veroordeeld ter zake van het medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod en diefstal van elektriciteit.

Ook heeft de politierechter in de rechtbank Noord-Holland bij vonnis van 14 april 2017 de veroordeelde de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 30.967,39 ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

Tegen beide vonnissen is namens de veroordeelde hoger beroep ingesteld.

De veroordeelde is bij arrest van het gerechtshof Amsterdam van 16 april 2019 niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv).

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

16 april 2019.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a Sv.

Schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gevorderd dat aan de veroordeelde

de verplichting wordt opgelegd tot betaling aan de Staat van € 34.126,39 ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman verzocht het wederrechtelijk verkregen voordeel vast te stellen op een bedrag van € 13.078,72. Hiertoe heeft de raadsman betoogd dat weliswaar 360 hennepplanten zijn aangetroffen in de woning aan de [adres 2] te Heiloo, maar dat een eerdere oogst niet eenzelfde aantal planten betreft. Bij de doorzoeking zijn slechts vier vuilniszakken

met wortelresten aangetroffen, welke wortelresten afkomstig zouden zijn van 152 hennepplanten.

Het bedrag van € 13.078,72 correspondeert met deze 152 hennepplanten. De ‘sprong’ naar 360 hennepplanten is ten onrechte niet met bewijsmiddelen onderbouwd, maar is slechts gebaseerd op vermoedens.

Het hof overweegt hieromtrent het volgende.

De verdediging betwist niet dat de veroordeelde door het oogsten van hennep wederrechtelijk verkregen voordeel heeft genoten, maar betwist wel het aantal hennepplanten van die eerdere oogst.

Het hof stelt vast dat 360 hennepplanten zijn aangetroffen in de woning aan de [adres 2]

te Heiloo (proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij van 14 augustus 2014, doorgenummerde pagina’s 16-19 met bijlagen). De veroordeelde heeft deze gehele woning - naar uit de stukken kan worden opgemaakt - louter gehuurd voor het telen van hennep. Algemeen bekend is dat in de hennepteelt wordt gestreefd naar winstmaximalisatie. Het hof acht het dan ook het niet waarschijnlijk dat de veroordeelde in eerste instantie slechts een deel van de ruimtes in deze woning als kweekruimte had ingericht.

De enkele omstandigheid dat vier vuilniszakken met wortelresten van ‘maar’ 152 hennepplanten zijn aangetroffen in de woning, maakt dat niet anders. Zeer aannemelijk is dat de wortelresten niet in één keer worden afgevoerd en dat andere wortelresten derhalve al eerder waren afgevoerd.

Het hof heeft bij het berekenen van het wederrechtelijk verkregen voordeel aansluiting gezocht bij het

rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel, - verder te noemen: de voordeelsrapportage -

op 20 oktober 2014 ondertekend door de rapporteur [verbalisant].

Het vorenstaande leidt tot de volgende berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel.

Aangetroffen planten/potten

In de kwekerij stonden minimaal 360 hennepplanten. Dit is vastgesteld door de planten te tellen, door de oppervlakte van de beplanting te berekenen en dit te vermenigvuldigen met het aantal planten per m2.

De oppervlakte van de beplanting in de diverse kwekerijen was:

B: 2.3 m x 3.1 m = 7.1 m2

C: 3.5 m x 3 m = 10.5 m2

D: 3.2 m x 3 m = 9.6 m2

G: 3.3 m x 4.4 m = 14.5 m2

Aantal planten:

B: 61 planten geeft: 61/7.1 = 8.6 plant/m2

C: 96 planten geeft: 96/10.5 = plant/9.1 m2

D: 100 planten geeft: 100/9.6 = plant/10.4 m2

G: 103 planten geeft: 103/14.5 = 7.1 plant/m2

Opbrengst hennep per plant

In het BOOM-rapport van 1 november 2010 - aan de hand waarvan de rapporteur de berekening heeft opgesteld - is een tabel opgenomen met daarin de opbrengst per hennepplant. Deze opbrengst is afhankelijk van de hoeveelheid hennepplanten op een m2. Hieruit blijkt dat hoe lager het aantal planten op een m2, hoe hoger de opbrengst per plant. De opbrengst aan hennep per plant van deze kwekerij is volgens de tabel tussen de 30.2 en 31.8 gram per plant.

Kweekruimte:

B: 8.6 plant / m2 = 31.1 gram/plant

C: 9.1 plant / m2 = 30.9 gram/plant

D: 10.4 plant / m2 = 30.2 gram/plant

G: 7.1 plant / m2 = 31.8 gram/plant

Opbrengst hennep per oogst

De totale bruto opbrengst aan hennep per oogst bedraagt:

B: 61 planten x 31.1 gram = 1.897,1 gram

C: 96 planten x 30.9 gram = 2.966,4 gram

D: 100 planten x 30.2 gram = 3.020,0 gram

G: 103 planten x 31.8 gram = 3.275,4 gram

Totaal: 11.158,9 gram = 11.158,9 kilogram hennep

Financiële opbrengst per oogst

De daadwerkelijke verkoopprijs van de hennep kon niet worden vastgesteld. Volgens het BOOM-rapport bedraagt dit minimaal € 3.28 per kilogram. De totale bruto opbrengst per oogst bedraagt minimaal 11.158,9 kilogram x € 3.28 = € 36.601.

Kostenberekening

De veroordeelde betrok de elektriciteit op illegale wijze en door de energieleverancier Liander werd hiervan aangifte gedaan.

Omdat de veroordeelde de door Liander in rekening gebrachte kosten op het moment van sluiten van

de voordeelsrapportage niet had voldaan - en overigens ook ter terechtzitting in hoger beroep niet is gebleken dat deze zijn betaald - zijn de kosten voor elektriciteit niet op het wederrechtelijk verkregen voordeel in mindering gebracht. De wel in mindering te brengen kosten per oogst voor de in dit onderzoek betrokken hennepkwekerij worden begroot op:

Afschrijvingskosten : [bedrag volgens de tabel] € 250

Hennepstekken : 360 x € 2,85 € 1.026

Variabele kosten : 360 x € 3,33 € 1.199

Totaal aan kosten : € 2.475

Berekening wederrechtelijk verkregen voordeel

Het netto wederrechtelijk verkregen voordeel wordt gesteld op:

Bruto opbrengst 1 oogst x € 36.601 € 36.601

Totale kosten 1 oogst x € 2.475 € -/- 2.475

Wederrechtelijk verkregen voordeel € 34.126

Verplichting tot betaling aan de Staat

Aangezien niet nader is onderbouwd dat de veroordeelde - zoals de raadsman stelt - geen draagkracht heeft, ziet het hof geen aanleiding daar rekening mee te houden. Derhalve zal aan de veroordeelde, ter ontneming van het door hem wederrechtelijk verkregen voordeel, de verplichting worden opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 34.126.

Toepasselijk wettelijk voorschrift

De op te leggen maatregel is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.

Dit wettelijke voorschrift wordt toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Stelt het bedrag waarop het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op een bedrag van € 34.126 (vierendertigduizend honderdzesentwintig euro).

Legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van € 34.126 (vierendertigduizend honderdzesentwintig euro).

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.M. van Amsterdam, mr. J.D.L. Nuis en mr. S. Clement, in tegenwoordigheid van

mr. N.M. Simons, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van

28 mei 2019.

De oudste raadsheer is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

=========================================================================

[…]