Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2019:1760

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
20-05-2019
Datum publicatie
02-07-2019
Zaaknummer
23-002123-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

bevestiging vonnis m.u.v. strafoplegging; rijden onder invloed van drugs (enkelvoudig gebruik cocaïne): VW OBM 6 mnd, oplegging GB niet opportuun

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-002123-18

datum uitspraak: 20 mei 2019

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 13 juni 2018 in de strafzaak onder parketnummer

96-016624-17 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1968,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 6 mei 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen behalve ten aanzien van de strafoplegging -in zoverre zal het vonnis worden vernietigd- en met dien verstande dat de strafmotivering wordt vervangen door de navolgende.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één week met een proeftijd van twee jaren en een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van negen maanden.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen met uitzondering van de strafoplegging. Hij heeft gevorderd aan de verdachte een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid op te leggen voor de duur van zes maanden met een proeftijd van twee jaren.

De raadsman heeft een voorwaardelijke straf bepleit gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en gelet op het arrest dat op 6 mei 2019 in een soortgelijke zaak door het gerechtshof Den Haag is uitgesproken, waarin als uitgangspunt een geldboete van € 850,00 en een voorwaardelijke rijontzegging van zes maanden wordt genoemd (ECLI:NL:GHDHA:2019:922).

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het besturen van een auto op de openbare weg onder invloed van cocaïne. Door aldus te handelen heeft de verdachte bewust de verkeersveiligheid in gevaar gebracht.

Bij het bepalen van de straf zoekt het hof aansluiting bij straffen die rechters in soortgelijke zaken voor first offenders veelal opleggen, te weten een geldboete en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid. Naargelang de omstandigheden van het geval, zoals recidive, gevaarlijk rijgedrag en combinatiegebruik van drugs met andere drugs of alcohol, kan hiervan in strafverzwarende zin worden afgeweken.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 30 april 2019 is hij eerder onherroepelijk veroordeeld, hetzij niet voor verkeersdelicten, zodat het hof de verdachte ten aanzien van het bewezenverklaarde feit als first offender zal beschouwen.

Daarnaast heeft het hof acht geslagen op hetgeen de raadsman ter terechtzitting in hoger beroep over de persoonlijke omstandigheden van de verdachte naar voren heeft gebracht. Daaruit is gebleken dat de verdachte na een lange periode van verslaving zijn leven op de rit tracht te krijgen. Zo heeft hij huisvesting gevonden, ontvangt hij inkomen in de vorm van een uitkering en verricht hij vrijwilligerswerk door ervaringen uit zijn verslavingsverleden te delen. Alhoewel drugsgebruik een wankel evenwicht blijft, lijkt de verdachte de juiste stappen te zetten om aan zijn verslavingsproblematiek te ontkomen. Voorts is ter terechtzitting in hoger beroep gebleken dat de verdachte sinds 2015 geen auto meer heeft bestuurd omdat zijn rijbewijs ongeldig is verklaard in verband met het niet kunnen betalen van het rijgeschiktheidsonderzoek bij het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen. Nu de verdachte voornemens is alsnog aan dit onderzoek deel te nemen om weer over zijn rijbewijs te kunnen beschikken, acht het hof – met de advocaat-generaal en de raadsman – oplegging van enkel een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voldoende om enerzijds de positieve ontwikkelingen van de verdachte niet te doorkruisen en anderzijds hem ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw een verkeersdelict te plegen. Oplegging van een geldboete acht het hof in dit geval niet opportuun.

Het hof acht, alles afwegende en tevens de veelvuldige toepassing van artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht in aanmerking genomen, een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid van na te melden duur passend en geboden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de strafoplegging en doet in zoverre opnieuw recht.

Ontzegt de verdachte ter zake van het bewezen verklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 (zes) maanden.

Bepaalt dat de bijkomende straf van ontzegging niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.A. van Eijk, mr. M.F.J.M. de Werd en mr. M.L.M. van der Voet, in tegenwoordigheid van mr. D. Boessenkool, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van

20 mei 2019.

De voorzitter en de griffier zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

=========================================================================

[…]