Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2019:1621

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
14-05-2019
Datum publicatie
22-07-2019
Zaaknummer
23-001645-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Rijden onder invloed en zonder rijbewijs. Positieve ontwikkelingen in leven vte. Detentie doorkruist dit. Voorwaardelijke hechtenis en ontzegging bevoegdheid motorrijtuigen te besturen t.a.v. feit 1; taakstraf en voorwaardelijke hechtenis t.a.v. feit 2.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 23-001645-18

Datum uitspraak: 14 mei 2019

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 4 mei 2018 in de strafzaak onder parketnummer

96-187720-17 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (Angola) op [geboortedag] 1988,

adres volgens opgave van de verdachte: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

30 april 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen behalve ten aanzien van de opgelegde straffen. In zoverre zal het vonnis worden vernietigd, waarbij de motivering van de straf zal worden vervangen door de navolgende. Voorts vult het hof de toepasselijke wettelijke voorschriften aan met artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht.

Oplegging van straffen

De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 1 bewezen verklaarde veroordeeld tot een geldboete en de ontzegging van de rijbevoegdheid, en voor het onder 2 bewezen verklaarde tot een hechtenis voor de duur van drie weken.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon en de draagkracht van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft onder invloed van een aanzienlijke hoeveelheid alcohol een auto bestuurd. Door aldus te handelen heeft de verdachte de verkeersveiligheid in gevaar gebracht en niet alleen voor zichzelf maar ook voor andere weggebruikers een onverantwoord risico genomen.

De verdachte heeft zich er (daarbij) bovendien onverschillig voor betoond dat hij niet in het bezit was van een rijbewijs en het hem – mede met het oog op de verkeersveiligheid – ook om die reden niet was toegestaan een auto op de openbare weg te besturen.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 10 april 2019 is hij eerder onherroepelijk veroordeeld ter zake van het rijden onder invloed en het rijden zonder rijbewijs, hetgeen het hof in zijn nadeel meeweegt.

Ter terechtzitting in hoger beroep is door de verdachte verklaard dat hij op 3 september 2016 een ongeluk heeft gehad met een quad, waaraan hij letsel heeft overgehouden. Het revalidatieproces dat hier het gevolg van is, heeft de verdachte ertoe gebracht zijn drankgebruik te stoppen. Tot op heden zijn operaties nodig voor zijn herstel. De verdachte heeft van zijn fouten geleerd en is bezig met het behalen van een rijbewijs, werkt als kapper en zorgt voor zijn twee kinderen. Hij heeft zijn leven op de rails en detentie zou alles doorkruisen en hem zwaar treffen.

Vanwege de ernst van feit 1 en de recidive van de verdachte is, naast een onvoorwaardelijke geldboete, een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen een passende strafrechtelijke reactie.

Ten aanzien van feit 2 is naar het oordeel van het hof, gelet op de ernst van het feit en nu sprake is van recidive, in beginsel een onvoorwaardelijke hechtenis voor de duur van drie weken, als opgelegd door de rechtbank, in beginsel passend te achten. Het hof ziet, anders dan de advocaat-generaal, in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte evenwel aanleiding om deze laatste straf geheel voorwaardelijk op te leggen, zodat de positieve ontwikkelingen in het leven van de verdachte niet door detentie worden doorkruist. Aan de verdachte zal daarnaast een taakstraf worden opgelegd.

Het hof acht, alles afwegende, voor het onder 1 bewezen verklaarde een geldboete en de ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen als hieronder vermeld en voor het onder 2 bewezen verklaarde een taakstraf en voorwaardelijke hechtenis als hieronder vermeld passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 23, 24, 24c, 62 en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 8, 107, 176, 177 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde straffen en doet in zoverre opnieuw recht.

Ten aanzien van het onder 1 bewezen verklaarde:

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 650,00 (zeshonderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 13 (dertien) dagen hechtenis.

Ontzegt de verdachte de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 4 (vier) maanden.

Ten aanzien van het onder 2 bewezen verklaarde:

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 60 (zestig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 30 (dertig) dagen hechtenis.

Veroordeelt de verdachte tot hechtenis voor de duur van 3 (drie) weken.

Bepaalt dat de hechtenis niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. F.M.D. Aardema, mr. A.E. Kleene-Krom en mr. M.A.H. van Dalen-van Bekkum, in tegenwoordigheid van S. den Hartog, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 14 mei 2019.

mr. M.A.H. van Dalen-van Bekkum is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

=========================================================================

[…]