Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2019:1620

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
14-05-2019
Datum publicatie
22-07-2019
Zaaknummer
23-002494-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Aanwezig hebben van 14 pillen MDMA. Taakstraf en omzetting tul, zodat de positieve ontwikkeling in het leven van vte niet door detentie wordt doorkruist.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 23-002494-18

Datum uitspraak: 14 mei 2019

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 26 juni 2018 in de strafzaak onder de parketnummers 13-052909-18 en 13-254702-16 (TUL), 13-237723-16 (TUL) tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1994,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

30 april 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 18 maart 2018 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 14 pillen XTC en/of MDMA, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende XTC en/of MDMA, en/of een wikkel cocaïne en/of heroïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of heroïne, zijnde XTC en/of MDMA en/of cocaïne en/of heroïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof zich niet verenigt met het vonnis.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 18 maart 2018 te Amsterdam, opzettelijk aanwezig heeft gehad 14 pillen bevattende MDMA.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezen verklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 750,00 te betalen in zes termijnen van elk € 125,00 per maand, subsidiair

15 (vijftien) dagen hechtenis.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte een geldboete van € 750,00 zal opleggen, eventueel te betalen in zes termijnen.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het opzettelijk aanwezig hebben van een hoeveelheid pillen bevattende MDMA. Hiermee heeft de verdachte gehandeld in strijd met de Opiumwet. Door het aanschaffen van MDMA worden de handel in en het gebruik van MDMA in stand gehouden. Dit is bezwarend voor de samenleving vanwege de daarmee gepaard gaande criminaliteit en risico’s voor de volksgezondheid.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 10 april 2019 is hij eerder ter zake van misdrijven, onder meer krachtens de Opiumwet, onherroepelijk veroordeeld, hetgeen in zijn nadeel weegt.

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte verklaard dat hij inmiddels een baan heeft, maar het financieel niet ruim heeft en kampt met schulden. Daarom wil hij liever werken dan een geldboete betalen. Verder heeft de raadsvrouw een e-mail van 30 april 2019 van mevrouw [naam], reclasseringswerker, overgelegd. Blijkens dit geschrift heeft de verdachte tweemaal per maand reclasseringstoezicht en is hij afsprakentrouw. De verdachte ondergaat een behandeling voor zijn verslavingsproblematiek en gaat naar een schuldhulpverlener. Mevrouw [naam] merkt op dat de verdachte welwillend is en zich goed aan de regels houdt.

Het hof acht, alles afwegende, een taakstraf van na te melden duur passend en geboden.

Hoewel deze straf hoger is dan die, welke is gevorderd door de advocaat-generaal, wordt deze niettemin passend geacht nu hiermee niet alleen de ernst van het bewezenverklaarde feit tot uitdrukking wordt gebracht maar deze ook aansluit bij de persoonlijke en financiële situatie van de verdachte als ter terechtzitting gebleken.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet en de artikelen 22c, 22d en 63 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

Vordering tot tenuitvoerlegging met parketnummer 13-254702-16

Het openbaar ministerie heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 31 mei 2017 met parketnummer 13-254702-16 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) maand. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting de tenuitvoerlegging gevorderd.

Gebleken is dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Daarom kan de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijk opgelegde straf worden gelast.

Op grond van hetgeen omtrent de veroordeelde ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken, zal het hof in plaats van een last tot tenuitvoerlegging van deze vrijheidsstraf een taakstraf van hierna te melden duur gelasten, zodat de positieve ontwikkeling in het leven van de verdachte niet door detentie wordt doorkruist.

Vordering tot tenuitvoerlegging met parketnummer 13-237723-16

Het openbaar ministerie heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 22 februari 2018 met parketnummer 13-237723-16 opgelegde voorwaardelijke geldboete ter hoogte van € 300,00 euro subsidiair 6 (zes) dagen hechtenis. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting de tenuitvoerlegging gevorderd.

Gebleken is dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Daarom zal de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijk opgelegde straf worden gelast.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 30 (dertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 15 (vijftien) dagen hechtenis.

Gelast in plaats van de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 31 mei 2017 met parketnummer 13-254702-16, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) maand, een taakstraf voor de duur van 60 (zestig) uren, bij gebreke van het naar behoren verrichten te vervangen door 30 (dertig) dagen hechtenis.

Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 22 februari 2018 met parketnummer 13-237723-16, te weten een geldboete van € 300,00 (driehonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 6 (zes) dagen hechtenis.

Bepaalt dat de geldboete mag worden voldaan in 6 (zes) termijnen van 1 maand, elke termijn groot

€ 50,00 (vijftig euro).

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. F.M.D. Aardema, mr. A.E. Kleene-Krom en mr. M.A.H. van Dalen-van Bekkum, in tegenwoordigheid van S. den Hartog, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 14 mei 2019.

mr. M.A.H. van Dalen-van Bekkum is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

=========================================================================

[…]