Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2019:1545

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
08-03-2019
Datum publicatie
22-07-2019
Zaaknummer
23-001638-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Medeplegen gewoonteheling van auto-onderdelen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 23-001638-18

Datum uitspraak: 8 maart 2019

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 19 april 2018 in de strafzaak onder parketnummer 15-700129-17 tegen:

[verdachte 1] ,

gevestigd [adres 1] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 22 februari 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De verdachte is door rechtbank Noord-Holland vrijgesproken van hetgeen aan haar onder 1 is ten laste gelegd. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte om die reden niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, voor zover thans in hoger beroep aan de orde, dat:


feit 2:
zij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 juni 2016 tot en met 13 juni 2017 te Wormerveer, gemeente Zaanstad, en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) een hoeveelheid goederen, te weten een of meer voertuigonderde(e)l(en) en/of voertuig(en), te weten:

(zaaksdossier 1)

- een airbag en/of meer koplamp(en) en/of een bumper (waarvan de stickers waren verwijderd) en/of een motorkap (waaruit het nummer was verwijderd) en/of een kabelboom en/of twee veerpoten, afkomstig uit een (gestolen) voertuig (merk Mercedes-Benz, type C200 met kenteken [kenteken 1] ), en/of

(zaaksdossier 2)

- twee veerpoten, afkomstig uit een (gestolen) voertuig (merk BMW, type 118d met kenteken [kenteken 2] ), en/of

(zaaksdossier 3)

- een fronthoek van een carrosserie, afkomstig uit een (gestolen) voertuig (merk Volkswagen, type Golf met kenteken [kenteken 3] ), en/of

(zaaksdossier 4)

- deuren en/of een achterklep en/of een bumper, afkomstig uit een (gestolen) voertuig (merk Volkswagen, type UP met kenteken [kenteken 4] ), en/of

(zaaksdossier 5)

- een radiateur, afkomstig uit een (gestolen) voertuig (merk BMW, type 118i met kenteken [kenteken 5] ), en/of

(zaaksdossier 6)

- een radiateur, afkomstig uit een (gestolen) voertuig (merk BMW, type 118i met kenteken [kenteken 6] ), en/of

(zaaksdossier 7)

- deuren en/of een voorfront en/of een achterklep, afkomstig uit een (gestolen) voertuig (merk Volkswagen, type Polo met kenteken [kenteken 7] ), en/of

(zaaksdossier 8)

- losse interieuronderdelen, afkomstig uit een (gestolen) voertuig (merk Volkswagen, type Golf met kenteken [kenteken 8] ), en/of

(zaaksdossier 9)

- een motorblok en/of een voor- en achterbumper, afkomstig uit een (gestolen) voertuig (merk Volkswagen, type Up met kenteken [kenteken 9] ), en/of

(zaaksdossier 10)

- een portier, afkomstig uit een (gestolen) voertuig (merk Volkswagen, type Golf met kenteken [kenteken 10] ), en/of

(zaaksdossier 11)

- een personenauto (merk Mini, type Cooper met chassisnummer [chassisnummer] ),

heeft verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl zij en/of haar mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van voornoemd(e) goed(eren) (telkens) wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof(fen) en/of van opzetheling een gewoonte heeft/hebben gemaakt.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot andere beslissingen komt dan de rechtbank.

Bewijsmiddelen

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde heeft begaan op de feiten en de omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze hierna zijn weergegeven.

Ten aanzien van feit 2

1. Een uittreksel van de Kamer van de Koophandel van 27 september 2017 (pagina 270).

Dit uittreksel houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Rechtspersoon

Statutaire naam: [verdachte 1]

Bezoekadres: [adres 1]

Bestuurder

Naam: [verdachte 2]

Titel: Algemeen directeur

2. Een proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte 2] van 14 juni 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant 2] (pagina 682).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 14 juni 2017 tegenover de verbalisanten afgelegde verklaring van [verdachte 2]:

V: Waarvoor gebruik je de onderdelen die je koopt?

A: Om schadeklanten te repareren en auto’s die door klanten worden aangeboden.

3. De verklaring van de verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg van 5 april 2018.

Deze verklaring houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Ik heb de onderdelen op sloperijen gekocht. Ik hield geen administratie bij van de onderdelen in mijn garage.

4. Een proces-verbaal bevindingen van 7 augustus 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 3] (pagina’s 159-160).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisant:

Op 13 juni 2017 werd bij garagebedrijf [verdachte 1] te Wormerveer, door Ing [naam] van
de afdeling Forensische Voertuigidentificatie Onderzoek van de Dienst Wegverkeer te
Veendam, een onderzoek verricht aan diverse voertuigdelen alsmede complete voertuigen. Tevens werd door hem in een later stadium op het Ketenbeslaghuis te [plaats] nader onderzoek verricht aan de voertuigen. In de garage werden losse auto-onderdelen aangetroffen. Na controle bleek dat een aantal van deze onderdelen afkomstig waren van eerder in hun geheel gestolen voertuigen. Er werden op de auto-onderdelen ook productiekenmerken van deze onderdelen aangetroffen. Desgevraagd deelde de fabrikant mede in welk voertuig dat deel oorspronkelijk werd geplaatst. Vervolgens is daarbij het betreffende kenteken opgezocht.

Naar aanleiding van het hierboven uitgevoerde onderzoek is er per onderdeel een zaaksdossier gemaakt van ieder onderdeel.

Zaaknummer 1

5. Een proces-verbaal van 2 augustus 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 3] (pagina 190).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisant:

Op 13 juni 2017 werd er tijdens een doorzoeking van de werkplaats van garagebedrijf [verdachte 1] , gevestigd [adres 1] te Wormerveer, gemeente Zaanstad, het navolgende auto-onderdeel aangetroffen: een kabelboom en twee veerpoten uit een Mercedes C200. Na onderzoek door een medewerker van het Landelijk Informatiecentrum Voertuigcriminaliteit (LIV) bleek dat deze onderdelen uit een gestolen Mercedes voorzien van kenteken [kenteken 1] afkomstig waren. Op 13 juni 2017 werd er bij garage [verdachte 1] ook een Mercedes C voorzien van kenteken [kenteken 11] in beslag genomen. Deze auto werd ook door medewerkers van het LIV onderzocht. In deze auto bleek een airbag te zijn gemonteerd die ook afkomstig was uit de hierboven genoemde gestolen Mercedes voorzien van kenteken [kenteken 1] .

6. Een niet ondertekend proces-verbaal van aangifte van 22 december 2014, opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 4] (pagina’s 192 en 194).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 21 december 2014 tegenover de verbalisant afgelegde verklaring van [benadeelde 1] :

Ik ben eigenaar van genoemde auto, Mercedes C200, voorzien van kenteken [kenteken 1] . Op zaterdag 20 december 2014 omstreeks 21:00 parkeerde ik mijn auto in de parkeergarage [adres 2] te Amsterdam. Op 21 december omstreeks 3:30 uur kwam ik terug bij de plaats waar ik mijn auto had achtergelaten. Toen ik mijn auto wilde gebruiken, zag ik dat mijn auto door onbekende(n) was weggenomen. Merktype: Mercedes-Benz C200.

Zaaknummer 2

7. Een proces-verbaal van 2 augustus 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 3] (pagina 196).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisant:

Op 13 juni 2017 werd er tijdens een doorzoeking van de werkplaats van garagebedrijf [verdachte 1] , gevestigd [adres 1] te Wormerveer, gemeente Zaanstad, de navolgende auto-onderdelen aangetroffen: twee veerpoten uit een BMW. Na onderzoek van het LIV bleek dat deze onderdelen uit een gestolen BMW voorzien van kenteken [kenteken 2] afkomstig waren.

8. Een niet ondertekend proces-verbaal van aangifte van 8 augustus 2013, opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 5] (pagina’s 197-199).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 8 augustus 2013 tegenover de verbalisant afgelegde verklaring van [benadeelde 2] :

Mijn naam is [benadeelde 2] en ik doe bij deze aangifte van diefstal van mijn auto. Het voertuig

voert kenteken [kenteken 2] . Op woensdag 7 augustus 2013 omstreeks 19:30 parkeerde ik mijn auto in de [straat 1] . Op donderdag 8 augustus 2013 omstreeks 8:30 uur wilde ik mijn broer naar Schiphol brengen. Toen ik bij de plek kwam waar ik mijn auto gisteren had geparkeerd, zag ik dat deze er niet meer stond. Merk/type: BMW 118d.

Zaaknummer 3

9. Een proces-verbaal van 2 augustus 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 3] (pagina 200).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisant:

Op 13 juni 2017 werd er tijdens een doorzoeking van de werkplaats van garagebedrijf [verdachte 1] , gevestigd [adres 1] te Wormerveer, gemeente Zaanstad, het navolgende auto-onderdeel aangetroffen: een fronthoek van een carrosserie van een Volkswagen Golf. Na onderzoek van het LIV bleek dat dit onderdeel uit een gestolen Volkswagen Golf

voorzien van kenteken [kenteken 3] afkomstig was. Van deze diefstal werd op 23 december 2015 door [benadeelde 3] aangifte gedaan bij de politie van Amsterdam onder nummer PL1300-2015285650-1.

10. Een niet ondertekend proces-verbaal van aangifte met nummer PL1300-2015285650-1 van 23 december 2015, opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 6] (pagina’s 201-202).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 23 december 2015 tegenover de verbalisant afgelegde verklaring van [benadeelde 3] :

Op dinsdag 22 december 2015 heb ik onze woning tussen 4:30 en 5:00 uur verlaten. Mijn auto is een grijsgroene Volkswagen Golf. Toen ik op 23 december ‘s nachts thuiskwam, parkeerde ik mijn auto op de [straat 2] . Met de politie ben ik onze woning binnengegaan, waarbij ik ontdekte dat er was ingebroken. Nadat de politie was vertrokken ben ik op de fiets naar mijn zus gegaan om daar te slapen. Toen ik bij de woning terug was met de slotenmaker, zag ik dat mijn auto weg was.

Zaaknummer 4

11. Een proces-verbaal van 2 augustus 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 3] (pagina 203).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisant:

Op 13 juni 2017 werd er tijdens een doorzoeking van de werkplaats van garagebedrijf [verdachte 1] , gevestigd [adres 1] te Wormerveer, gemeente Zaanstad, de navolgende auto-onderdelen aangetroffen: deuren, achterklep en een bumper. Na onderzoek van het LIV bleek dat deze onderdelen uit een gestolen Volkswagen Up voorzien van kenteken [kenteken 4] afkomstig waren.

12. Een niet ondertekend proces-verbaal van aangifte van 9 juni 2015, opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 7] (pagina 204).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 9 juni 2015 tegenover de verbalisant afgelegde verklaring van [benadeelde 4] :

Ik ben eigenaar van de Volkswagen Up kenteken [kenteken 4] kleur wit. Op 8 juni 2015 omstreeks 21:30 uur parkeerde ik mijn auto op de weg voor mijn woning te [plaats] . Op 9 juni 2015 omstreeks 9:00 uur heb ik gezien dat de auto niet voor mijn woning stond maar heb mij toen niet gerealiseerd dat de auto weg was. Vanavond toen ik thuiskwam realiseerde ik mij dat de auto gestolen moet zijn.

Zaaknummer 5

13. Een proces-verbaal van 7 augustus 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 3] (pagina 212).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisant:

Op 13 juni 2017 werd er tijdens een doorzoeking van de werkplaats van garagebedrijf [verdachte 1] , gevestigd [adres 1] te Wormerveer, gemeente Zaanstad, het navolgende auto-onderdeel aangetroffen: een radiateur. Na onderzoek van het LIV bleek dat dit onderdeel uit een BMW voorzien van kenteken [kenteken 5] afkomstig was. Momenteel rust er op het kenteken de code A34, ongeldig vanwege sloop/uitvoer zonder deel 1.

14. Een niet ondertekend proces-verbaal van aangifte van 22 juni 2012, opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 8] (pagina’s 186-188).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 22 juni 2012 tegenover de verbalisant afgelegde verklaring van [benadeelde 5] :

Ik heb op maandag 18 juni omstreeks 13:30 uur de woning afgesloten. Op vrijdag 22 juni omstreeks 11:05 uur reed ik in mijn voertuig over de [plek] . Ik was op weg om post te halen. Ik zag dat er twee voertuigen waren weggenomen. Het gaat om een grijze BMW X5 voorzien van kenteken [kenteken 12] en om een zwarte BMW 1 serie voorzien van kenteken [kenteken 5] , merk/type: BMW 118i.

Zaaknummer 6

15. Een proces-verbaal van 7 augustus 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 3] (pagina 217).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisant:

Op 13 juni 2017 werd er tijdens een doorzoeking van de werkplaats van garagebedrijf [verdachte 1] , gevestigd [adres 1] te Wormerveer, gemeente Zaanstad, het navolgende auto-onderdeel aangetroffen: een radiateur. Na onderzoek van het LIV bleek dat dit onderdeel uit een gestolen BMW voorzien van kenteken [kenteken 6] afkomstig was.

16. Een niet ondertekend proces-verbaal van aangifte van 19 januari 2016, opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 9] (pagina 218).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 19 januari 2016 tegenover de verbalisant afgelegde verklaring van [benadeelde 6] :

Ik ben eigenaar van een personenauto van het merk BMW type 118i voorzien van kenteken [kenteken 6] . Op maandag 18 januari 2016 omstreeks 18:00 uur heb ik de personenauto nog zien staan. Toen ik op dinsdag 19 januari 2016 omstreeks 8:30 uur de personenauto weer in gebruik wilde nemen, zag ik dat deze door onbekende(n) was weggenomen.

Zaaknummer 7

17. Een proces-verbaal van 7 augustus 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 3] (pagina 223).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisant:

Op 13 juni 2017 werd er tijdens een doorzoeking van de werkplaats van garagebedrijf [verdachte 1] , gevestigd [adres 1] te Wormerveer, gemeente Zaanstad, de navolgende auto-onderdelen aangetroffen: deuren, een voorfront en een achterklep. Na onderzoek van het LIV bleek dat deze onderdelen uit een Volkswagen Polo voorzien van kenteken [kenteken 7] afkomstig waren.

18. Een niet ondertekend proces-verbaal van aangifte van 1 juni 2015, opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 10] (pagina’s 224-225).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 1 juni 2015 tegenover de verbalisant afgelegde verklaring van [benadeelde 7] :

Ik ben geen eigenaar van genoemde auto, Volkswagen Polo voorzien van kenteken [kenteken 7] . De auto is eigendom van mijn vrouw. Op 31 mei 2015 omstreeks 21:00 uur heb ik de auto nog zien staan op de parkeerplaats voor mijn woning te [plaats] . Op 1 juni 2015 omstreeks 7:45 uur kwam mijn buurman erachter dat de auto niet meer op de

plaats stond waar de auto werd achtergelaten.

Zaaknummer 8

19. Een proces-verbaal van 7 augustus 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 3] (pagina 233).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisant:

Op 13 juni 2017 werd er tijdens een doorzoeking van de werkplaats van garagebedrijf [verdachte 1] , gevestigd [adres 1] te Wormerveer, gemeente Zaanstad, de navolgende auto-onderdelen aangetroffen: losse interieur onderdelen. Na onderzoek van het LIV bleek dat deze onderdelen uit een gestolen Volkswagen Golf voorzien van het Duitse kenteken [kenteken 8] afkomstig waren. Van deze diefstal werd op 7 mei 2015 door [benadeelde 8] aangifte gedaan bij de politie eenheid Amsterdam-Amstelland onder nummer PL1300-2015105086-1.

20. Een niet ondertekend proces-verbaal van aangifte van 7 mei 2015, opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 11] (pagina’s 234-235).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 7 mei 2015 tegenover de verbalisant afgelegde verklaring van [benadeelde 8] :

Op eerstgenoemde dag, datum en tijdstip parkeerde ik de auto op de weg [straat 3] te Amsterdam. Op laatstgenoemde dag, datum en tijdstip kwam ik weer terug bij de plaats waar ik de auto had achtergelaten. Toen ik de auto wilde gebruiken, zag ik dat de auto door onbekende(n) was weggenomen.

Zaaknummer 9

21. Een proces-verbaal van 7 augustus 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 3] (pagina 237).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisant:

Op 13 juni 2017 werd er tijdens een doorzoeking van de werkplaats van garagebedrijf [verdachte 1] , gevestigd [adres 1] te Wormerveer, gemeente Zaanstad, de navolgende auto-onderdelen aangetroffen: een motorblok en een voor en achter bumper. Na onderzoek van het LIV bleek dat deze onderdelen uit een gestolen Volkswagen Up voorzien van het kenteken [kenteken 9] afkomstig waren.

22. Een niet ondertekend proces-verbaal van aangifte van 15 mei 2015, opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 12] (pagina’s 238-239).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 15 mei 2015 tegenover de verbalisant afgelegde verklaring van [benadeelde 9] :

Ik ben geen eigenaar van genoemde auto, een Volkswagen Up voorzien van kenteken

[kenteken 9] . De auto is eigendom van mijn vrouw. Op 14 mei 2015 omstreeks 23:00 uur heb ik de auto nog zien staan bij ons in de straat aan de [straat 4] te [plaats] . Op 15 mei 2015 omstreeks 6:20 uur toen ik de honden ging uitlaten, zag ik dat mijn auto weg was en niet meer op de plek stond waar ik hem had achtergelaten.

Zaaknummer 10

23. Een proces-verbaal van 7 augustus 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 3] (pagina 244).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisant:

Op 13 juni 201 7 werd er tijdens een doorzoeking van de werkplaats van garagebedrijf [verdachte 1] , gevestigd [adres 1] te Wormerveer, gemeente Zaanstad, het navolgende auto-onderdeel aangetroffen: een portier. Na onderzoek van het LIV bleek dat dit onderdeel uit een gestolen Volkswagen Golf voorzien van kenteken [kenteken 10] afkomstig was. Van deze diefstal werd op 7 september 2013 door [benadeelde 10] aangifte gedaan bij de politie

eenheid Rotterdam Rijnmond onder nummer PL17C0-2013275640-1.

24. Een niet ondertekend proces-verbaal van aangifte met nummer PL17C0-2013275640-1 van 7 september 2013, opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 13] (pagina 245).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 7 september 2013 tegenover de verbalisant afgelegde verklaring van [benadeelde 10] :

Tussen 6 september2013 te 19:00 uur en 7 september 2013 te 14:00 uur: Op eerstgenoemde dag, datum en tijdstip had ik de auto geparkeerd op de openbare weg te

Rotterdam. Op laatstgenoemde dag, datum en tijdstip kwam ik weer terug bij de plaats waar ik de auto had achtergelaten. Toen ik de auto wilde gebruiken, zag ik dat de auto door onbekende(n) was weggenomen.

25. Een proces-verbaal van 15 juni 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 14] (pagina’s 276-277).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisant:

Gistel-arrest [verdachte 2]

In het Gistel-arrest is de periode beschreven van 1 januari 2009 tot en met 7 november 2012, als periode waarin diverse bewezen verklaarde strafbare feiten plaats vonden. Bij die feiten ging het om witwassen en/of heling van: vele (gestolen) auto-onderdelen.

Antares-arrest [verdachte 2]

In dit arrest is als pleegperiode van uiteenlopende strafbare feiten beschreven 27 april 2013 tot 15 april 2014. Het ging om diefstal en/of witwassen van personenauto’s en het witwassen van auto-onderdelen.

Antares-vonnis [verdachte 1]

werd veroordeeld ter zake deelneming aan een criminele organisatie. Verdachte heeft gedurende een periode van ruim negen maanden deelgenomen aan een criminele organisatie die zich bezig hield met het op grote schaal plegen van auto- en kentekendiefstallen, gewoontewitwassen en heling. [verdachte 1] fungeerde daarbij als de plaats waar de van misdrijf afkomstige goederen naar toe werden gebracht en opgeslagen.

De hiervoor vermelde bewijsmiddelen worden, voor zover het geschriften als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef, onder 5°, van het Wetboek van Strafvordering betreft, telkens slechts gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.

Bewijsoverweging feit 2

Het hof acht heling van de ten laste gelegde Mini Cooper (zaaksdossier 11) niet bewezen, omdat niet kan worden vastgesteld dat de verdachte ten tijde van het (mede) verwerven of het (mede) voorhanden krijgen van deze auto wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat deze van misdrijf afkomstig was.

De raadsvrouw heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep primair op het standpunt gesteld dat de verdachte van feit 2 dient te worden vrijgesproken. Zij heeft daartoe aangevoerd dat niet is voldaan aan het bewijsminimum. De rapporten van het Landelijk Instituut Voertuigcriminaliteit (LIV) ontbreken en de processen-verbaal met betrekking tot voornoemde rapporten geven geen inzicht in de wijze van onderzoek. Daarnaast zijn de aangiftes niet voorzien van een ondertekening en hebben de status van een ‘schriftelijk bescheid’ in de zin van artikel 344 Sv.

Voorts (het hof begrijpt: subsidiair) heeft de raadsvrouw bepleit dat de verdachte met betrekking tot een aantal onderdelen dient te worden vrijgesproken en heeft daartoe het volgende aangevoerd. De airbag, koplampen en een bumper ten aanzien van zaaksdossier 1 zijn ‘mogelijk’ afkomstig van de Mercedes Benz C200 met kenteken [kenteken 1] , zodat sprake is van onvoldoende wettig bewijs. De radiateur uit de BMW 118i is afkomstig uit een gestolen auto die voorkwam in onderzoek Antares en daar is de verdachte voor veroordeeld, zodat dit onderdeel toen al had kunnen worden meegenomen.

Subsidiair (het hof begrijpt: meer subsidiair) heeft de raadsvrouw zich op het standpunt gesteld dat de verdachte van feit 2 dient te worden vrijgesproken, omdat het erop lijkt dat de aangetroffen goederen al ver voor de ten laste gelegde periode in de loods aanwezig waren en [verdachte 2] in de genoemde periode gedetineerd zat.

Het hof is met de rechtbank van oordeel dat de genoemde processen-verbaal, inhoudende het aantreffen van de auto-onderdelen en de uitkomsten van LIV-onderzoeken, voldoen aan de wettelijke vereisten van artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 2 Sv. Zoals volgt uit de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen, is er voldoende wettig bewijs beschikbaar. Uit de inhoud van het proces-verbaal van verbalisant [verbalisant 3] van 7 augustus 2017 blijkt dat hij heeft geverbaliseerd wat hij bij zijn onderzoek heeft waargenomen en ondervonden bij kennisneming van het onderzoek door [naam] en het door hem verstrekte Excelbestand. Het hof ziet niet zonder meer reden de processen-verbaal van verbalisant [verbalisant 3] niet te gebruiken voor het bewijs. Weliswaar zijn de onderliggende rapporten van het LIV niet bijgevoegd, maar het hof heeft geen reden te twijfelen aan de op ambtseed opgetekende bevindingen van de verbalisanten over de uitkomst van het onderzoek. In combinatie met de niet-ondertekende (systeem)uitdraaien van de inhoud van de aangiften per zaaksdossier, die – nu deze niet zijn ondertekend – dienen te worden aangemerkt als andere geschriften in de zin van artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 Sv, is voldaan aan het wettelijk bewijsminimum. Het subsidiair en meer subsidiair gevoerde verweer wordt weerlegd door de opgenomen bewijsmiddelen.

Op grond van de inhoud van de bewijsmiddelen is wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte 1] zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van een gewoonte maken van opzetheling, omdat de door [verdachte 2] verrichte, verboden gedragingen in redelijkheid aan [verdachte 1] kunnen worden toegerekend. [verdachte 2] is directeur en grootaandeelhouder van [verdachte 1] en het verwerven en voorhanden krijgen van auto-onderdelen past binnen de normale bedrijfsvoering van een garagebedrijf. Omdat de onderdelen werden gebruikt bij de reparatie van auto’s moet tot slot worden geconcludeerd dat de gewoonteheling de verdachte dienstig is geweest. Het hof stelt dan ook vast dat de gedragingen hebben plaatsgevonden in de sfeer van de rechtspersoon. Deze gedragingen kunnen de rechtspersoon worden toegerekend.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

feit 2:
zij op tijdstippen in de periode van 1 juni 2016 tot en met 13 juni 2017 te Wormerveer, gemeente Zaanstad, of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, telkens goederen, te weten voertuigonderdelen, te weten:

(zaaksdossier 1)

een airbag en een kabelboom en twee veerpoten, afkomstig uit een gestolen Mercedes-Benz, type C200 met kenteken [kenteken 1] en

(zaaksdossier 2)

twee veerpoten, afkomstig uit een gestolen BMW, type 118d met kenteken [kenteken 2] ) en

(zaaksdossier 3)

een fronthoek van een carrosserie, afkomstig uit een gestolen Volkswagen, type Golf met kenteken [kenteken 3] ) en

(zaaksdossier 4)

deuren en een achterklep en een bumper, afkomstig uit een gestolen Volkswagen, type UP met kenteken [kenteken 4] en

(zaaksdossier 5)

een radiateur, afkomstig uit een gestolen BMW, type 118i met kenteken [kenteken 5] en

(zaaksdossier 6)

een radiateur, afkomstig uit een gestolen BMW, type 118i met kenteken [kenteken 6] en

(zaaksdossier 7)

deuren en een voorfront en een achterklep, afkomstig uit een gestolen Volkswagen, type Polo met kenteken [kenteken 7] en

(zaaksdossier 8)

losse interieuronderdelen, afkomstig uit een gestolen Volkswagen, type Golf met kenteken [kenteken 8] en

(zaaksdossier 9)

een motorblok en een voor- en achterbumper, afkomstig uit een gestolen voertuig Volkswagen, type Up met kenteken [kenteken 9] en

(zaaksdossier 10)

een portier, afkomstig uit een gestolen Volkswagen, type Golf met kenteken [kenteken 10] ,

heeft verworven en voorhanden gehad, terwijl zij en haar mededader ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van voornoemde goederen telkens wisten dat het door misdrijf verkregen goederen betroffen en van opzetheling een gewoonte hebben gemaakt.

Hetgeen onder 2 meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 2 bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van een gewoonte maken van het plegen van opzetheling.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het onder 2 bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straffen

De rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 2 bewezen verklaarde veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 20.000,00.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 2 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 40.000,00.

De raadsvrouw heeft verzocht geen hogere geldboete op te leggen dan door de rechtbank opgelegd.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de draagkracht van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan gewoonteheling van auto-onderdelen, tezamen en in vereniging met een ander gepleegd. Door dit handelen heeft de verdachte de eigenaren schade toegebracht en overlast aangedaan en voorts bijgedragen aan het in stand houden van een afzetmarkt voor gestolen goederen. De verdachte heeft geen ander doel gehad dan er financieel beter van te worden en dit rekent het hof haar aan.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 13 februari 2019 is zij eerder (onherroepelijk) veroordeeld voor deelname aan een criminele organisatie met als oogmerk het plegen van soortgelijke feiten.

Nu de verdachte een rechtspersoon betreft, behoort het opleggen van een vrijheidsstraf of taakstraf niet tot de mogelijkheden.

Het hof acht, alles afwegende en rekening houdend met de draagkracht, een geldboete van na te melden hoogte passend en geboden.

Beslag

Verbeurdverklaring

Het hof is van oordeel dat het onder de verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerp, opgenomen op de bijgevoegde beslaglijst onder nummer 185 dient te worden verbeurdverklaard. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat het bewezen verklaarde feit met behulp van dit voorwerp die aan de verdachte toebehoort is begaan of voorbereid.

Onttrekking aan het verkeer

Het hof is van oordeel dat de onder de verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen, opgenomen op de bijgevoegde beslaglijst onder de nummers 45, 48, 49, 64, 173, 178, 192 en 193 dienen te worden onttrokken aan het verkeer. Die voorwerpen zijn aangetroffen bij gelegenheid van het onderzoek naar de door de verdachte begane feiten. Deze voorwerpen kunnen dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke feiten en tevens is het ongecontroleerde bezit van voormelde in beslag genomen voorwerpen in strijd met de wet of het algemeen belang.

Teruggave aan de verdachte

Het hof is van oordeel dat de onder de verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen, opgenomen op de bijgevoegde beslaglijst onder de nummers 2, 13 t/m 28, 31, 32, 35, 36, 37, 38 t/m 42, 46, 47, 51 t/m 62, 63, 65, 78, 79, 81 t/m 84, 80, 101, 102, 103, 104, 105, 107, 118, 120, 124, 128, 131, 143, 144, 148, 149, 152, 153, 154, 155, 156, 157, 158, 159, 164, 167, 168, 169, 170, 171, 172, 174, 175, 176, 177 en 179 dienen te worden teruggegeven aan de verdachte.

Bewaring ten behoeve van de rechthebbende

Het hof is van oordeel dat de onder de verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen, opgenomen op de bijgevoegde beslaglijst onder de nummers 1, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 12, 29, 30, 140, 50, 180, 182, 183, 184, 186, 187, 189, 190 en 191 dienen te worden bewaard teneinde terug te geven aan de rechthebbenden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 23, 24, 33, 33a, 47, 51 en 417 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 1 ten laste gelegde.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 2 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 15.000,00 (vijftienduizend euro).

Verklaart verbeurd het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

het voorwerp opgenomen op de bijgevoegde beslaglijst onder nummer 185.

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

de voorwerpen opgenomen op de bijgevoegde beslaglijst onder de nummers 45, 48, 49, 64, 173, 178, 192 en 193.

Gelast de teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

de voorwerpen opgenomen op de bijgevoegde beslaglijst onder de nummers 2, 13 t/m 28, 31, 32, 35, 36, 37, 38 t/m 42, 46, 47, 51 t/m 62, 63, 65, 78, 79, 81 t/m 84, 80, 101, 102, 103, 104, 105, 107, 118, 120, 124, 128, 131, 143, 144, 148, 149, 152, 153, 154, 155, 156, 157, 158, 159, 164, 167, 168, 169, 170, 171, 172, 174, 175, 176, 177 en 179.

Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

de voorwerpen opgenomen op de bijgevoegde beslaglijst onder de nummers 1, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 12, 29, 30, 140, 50, 180, 182, 183, 184, 186, 187, 189, 190 en 191.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R.P. den Otter, mr. A.P.M. van Rijn en mr. J.H.C. van Ginhoven, in tegenwoordigheid van mr. G.G. Gielen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 8 maart 2019.