Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2019:1495

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
20-03-2019
Datum publicatie
16-07-2019
Zaaknummer
001335-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Toewijzing vordering lijfsdwang.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Afdeling strafrecht

parketnummer: 23-001338-06

rekestnummer: 001335-18

datum uitspraak: 20 maart 2019

BESCHIKKING

gegeven op de vordering van het openbaar ministerie van 9 november 2018, op grond van

artikel 577c, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) ingediend tegen de veroordeelde:

[veroordeelde],

geboren te [geboorteplaats] [geboortedag] 1963,

zonder vaste woon of verblijfplaats.

Procesgang

Dit gerechtshof heeft bij arrest van 3 mei 2007 ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel aan de veroordeelde de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 3.000,00.

Deze ontnemingsmaatregel is op 16 oktober 2008 onherroepelijk geworden.

De advocaat-generaal heeft op 9 november 2018 een vordering 'Verlof tenuitvoerlegging lijfsdwang' ex artikel 577c Sv bij dit gerechtshof ingediend voor de duur van minimaal 30 dagen bij dit gerechtshof ingediend, vanwege het nog openstaande bedrag van € 2.435,94.

Het verzoek is door het hof in raadkamer op 6 maart 2019 in het openbaar behandeld.

Daarbij zijn gehoord de advocaat van de veroordeelde, mr. S. van den Berg, en de advocaat-generaal mr. S.M.L.M. Spoor.

De advocaat-generaal heeft gepersisteerd bij de vordering.

Beoordeling van de vordering ex artikel 577c Sv.

Indien de veroordeelde niet aan het vonnis of arrest waarbij de verplichting is opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel voldoet en volledig verhaal op grond van de artikelen 574 tot en met 576 Sv op diens vermogen niet mogelijk is gebleken, kan de rechter op vordering van het openbaar ministerie verlof tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang van ten hoogste drie jaar verlenen.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering tot het verlenen van verlof tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang voor de duur van 30 dagen, een en ander zoals verwoord in de schriftelijke vordering.

Op basis van het onderzoek in raadkamer stelt het hof vast dat de veroordeelde niet heeft voldaan aan het arrest waarbij de verplichting is opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel en volledig verhaal op grond van de artikelen 574 tot en met 576 Sv op diens vermogen niet mogelijk is gebleken.

In de schriftelijke vordering staat dat het CJIB meerdere malen contact heeft geprobeerd te leggen met de veroordeelde, alsmede dat de veroordeelde op 2 mei 2018 vanuit Spanje telefonisch contact heeft opgenomen met het CJIB om een betalingsregeling te treffen. De veroordeelde heeft vervolgens geen betalingen verricht.

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat het CJIB mogelijk niet met de veroordeelde, maar met iemand anders telefonisch contact heeft gehad. Het hof acht dit, bij gebrek aan verdere onderbouwing, echter niet aannemelijk. Bovendien is van de veroordeelde nog steeds geen adres bekend waarop het CJIB contact met hem kan leggen. Ook de raadsvrouw heeft geen adres van de veroordeelde gegeven.

Derhalve is de vordering tot het verlenen van verlof tot de tenuitvoerlegging van lijfsdwang voor toewijzing vatbaar.

Het hof zal, gelet op het vorenstaande, op vordering van het openbaar ministerie verlof verlenen

tot de tenuitvoerlegging van lijfsdwang van 30 dagen.

Beslissing

Het hof:

Wijst de vordering tot verlof tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang toe en stelt de duur van

de lijfsdwang vast op 30 (dertig) dagen.

Deze beschikking is gewezen door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam,

waarin zitting hadden mr. A.D.R.M. Boumans, mr. S. Clement en mr. A.M. van Amsterdam, in tegenwoordigheid van mr. J.M. van Riel, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van dit gerechtshof van 20 maart 2019.

Deze beschikking is ondertekend door de voorzitter en de griffier.