Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2019:1494

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
20-03-2019
Datum publicatie
16-07-2019
Zaaknummer
001334-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Toewijzing vordering lijfsdwang.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 23-003058-12

Rekestnummer: 001334-18

Datum uitspraak: 20 maart 2019

BESCHIKKING

gegeven op de vordering van het openbaar ministerie van 19 november 2018, op grond van

artikel 577c, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) ingediend tegen de veroordeelde:

[veroordeelde],

geboren te [geboorteplaats] [geboortedag] 1966,

zonder vaste woon of verblijfplaats.

Procesgang

Dit gerechtshof heeft bij arrest van 23 mei 2016 ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel aan de veroordeelde de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 340.311,00.

Deze ontnemingsmaatregel is op 11 juli 2017 onherroepelijk geworden.

De advocaat-generaal heeft op 19 november 2018 een vordering 'Verlof tenuitvoerlegging lijfsdwang' ex artikel 577c Sv voor de duur van 540 dagen bij dit gerechtshof ingediend, vanwege het niet-betalen van voormeld bedrag.

Het verzoek is door het hof in raadkamer op 6 maart 2019 in het openbaar behandeld.

Daarbij is gehoord de advocaat-generaal mr. S.M.L.M. Spoor.

De veroordeelde en zijn (voormalig) raadsman zijn niet verschenen.

Beoordeling van de vordering ex artikel 577c Sv.

Indien de veroordeelde niet aan het arrest waarbij de verplichting is opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel voldoet en volledig verhaal op grond van de artikelen 574 tot en met 576 Sv op diens vermogen niet mogelijk is gebleken, kan de rechter op vordering van het openbaar ministerie verlof tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang van ten hoogste drie jaar verlenen.

De advocaat-generaal heeft in raadkamer geconcludeerd tot toewijzing van de vordering tot het verlenen van verlof tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang voor de duur van 540 dagen, een en ander zoals verwoord in de schriftelijke vordering.

Op basis van het onderzoek in raadkamer stelt het hof vast dat de veroordeelde niet heeft voldaan aan het arrest waarbij de verplichting is opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel en volledig verhaal op grond van de artikelen 574 tot en met 576 Sv op diens vermogen niet mogelijk is gebleken. Uit de schriftelijke vordering volgt dat de veroordeelde onvindbaar is. De veroordeelde is meerdere keren door het CJIB aangeschreven op zowel het adres in Roemenië waarop hij stond ingeschreven, als op het adres dat vermeld staat op het ontnemingsarrest.

Dit heeft niet geleid tot afbetaling van de ontnemingsmaatregel.

Derhalve is de vordering tot het verlenen van verlof tot de tenuitvoerlegging van lijfsdwang voor toewijzing vatbaar.

Het hof zal, gelet op het vorenstaande, op vordering van het openbaar ministerie verlof verlenen tot de tenuitvoerlegging van lijfsdwang van 540 dagen.

Beslissing

Het hof:

Wijst de vordering tot verlof tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang toe en stelt de duur van de lijfsdwang vast op 540 (vijfhonderdveertig) dagen.

Deze beschikking gewezen door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam,

waarin zitting hadden mr. A.D.R.M. Boumans, mr. S. Clement en mr. A.M. van Amsterdam,

in tegenwoordigheid van mr. J.M. van Riel, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting

van dit gerechtshof van 20 maart 2019.

Deze beschikking is ondertekend door de voorzitter en de griffier.