Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2019:1484

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
01-03-2019
Datum publicatie
16-07-2019
Zaaknummer
23-000889-18
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2020:1162
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor medeplegen woningoverval en witwassen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-000889-18

datum uitspraak: 1 maart 2019

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 1 maart 2018 in de strafzaak onder parketnummer 15-800135-17 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (Dominicaanse Republiek) op [geboortedag 1] 1979,

thans gedetineerd in Penitentiaire Inrichting Zaanstad te Westzaan.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

15 februari 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het

Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Gelet op de in eerste aanleg door de rechtbank toegelaten nadere omschrijving van de tenlastelegging op grond van artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering, is aan de verdachte ten laste gelegd dat:

Feit 1 primair
hij op of omstreeks 30 oktober 2009 te Heerhugowaard, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een groot geldbedrag (ongeveer 400.000 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s);

- voorzien van (een op een) vuurwapen(s) (gelijkende voorwerpen), een mes (althans een scherp voorwerp) en duct tape, de woning van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zijn binnengedrongen / binnengegaan,

- een muts of zak over het hoofd van voornoemde [slachtoffer 1] hebben getrokken;

- de enkels van die [slachtoffer 1] aan elkaar hebben gebonden;

- hebben gezegd “je weet waarvoor we komen… waar ligt het geld?”;

- een mes (althans een scherp voorwerp) bij/tegen de keel en de rug van die [slachtoffer 1] hebben gehouden;

- een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp), althans een hard voorwerp tegen het achterhoofd van die [slachtoffer 1] hebben gezet en gezegd haar dood te schieten;

- twee schoten hebben gelost;

- tegen die [slachtoffer 1] hebben gezegd dat haar man zou worden doodgeschoten en

- de handen van die [slachtoffer 1] hebben vastgebonden;

Feit 1 subsidiair
onbekend gebleven personen op of omstreeks 30 oktober 2009 te Heerhugowaard, althans in Nederland met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening hebben weggenomen een groot geldbedrag (ongeveer 400.000 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan die onbekend gebleven personen en/of aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat die onbekend gebleven personen;

- voorzien van (een op een) vuurwapen(s) (gelijkende voorwerpen), een mes (althans een scherp voorwerp) en duct tape, de woning van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zijn binnengedrongen / binnengegaan,

- een muts of zak over het hoofd van voornoemde [slachtoffer 1] hebben getrokken;

- de enkels van die [slachtoffer 1] aan elkaar hebben gebonden;

- hebben gezegd “je weet waarvoor we komen… waar ligt het geld?”;

- een mes (althans een scherp voorwerp) bij/tegen de keel en de rug van die [slachtoffer 1] hebben gehouden;

- een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp), althans een hard voorwerp tegen het achterhoofd van die [slachtoffer 1] hebben gezet en gezegd haar dood te schieten;

- twee schoten hebben gelost;

- tegen die [slachtoffer 1] hebben gezegd dat haar man zou worden doodgeschoten en

- de handen van die [slachtoffer 1] hebben vastgebonden;

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 30 oktober 2009 te Heerhugowaard en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door

- die onbekend gebleven personen per auto naar (de omgeving van) de woning van [slachtoffer 1] en/of

[slachtoffer 2] in Heerhugowaard te brengen en

- die personen op te wachten tijdens het plegen van bovengenoemd strafbaar feit en hen na afloop te vervoeren naar elders.

Feit 2
hij in of omstreeks de periode van 30 oktober 2009 tot en met 7 april 2017 te Heerhugowaard, althans in Nederland en/of op de Dominicaanse Republiek tezamen en in vereniging met een ander(en), althans alleen,

van een voorwerp, te weten een geldbedrag (van ongeveer 400.000 euro, althans een groot geldbedrag), de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, althans heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende(n) op dat geldbedrag was/waren, of wie dit geldbedrag, voorhanden had, terwijl hij wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat dat voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit misdrijf,

en/of

een voorwerp (ongeveer 63.500 euro, althans een groot geldbedrag) heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen, omgezet en/of daarvan gebruik heeft gemaakt (door dit bedrag aan [naam 1] te geven met het verzoek dat geld te sturen aan een aantal bij namen genoemde mensen)

terwijl hij wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat deze geldbedragen – onmiddellijk of middellijk – afkomstig was uit misdrijf.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring

komt dan de rechtbank.

Bewijsoverweging feit 1

De raadsman heeft aangevoerd dat de verdachte dient te worden vrijgesproken voor feit 1 wegens

een gebrek aan wettig en overtuigend bewijs. Het bewijs is zwak en veel bewijs bestaat uit verklaringen

‘van horen zeggen’. De raadsman heeft ook verzocht het rapport met betrekking tot de handschriftanalyse uit te sluiten van het bewijs.

De verdachte heeft betrokkenheid bij de woningoverval ontkend. De verdachte heeft ter terechtzitting

in hoger beroep verklaard dat hij wel een auto heeft geleend van [naam 2] , maar dat hij daarmee rechtstreeks naar de garage is gereden en dat dit vermoedelijk in de middag is geweest.

Betrokkenheid verdachte bij woningoverval

De verdachte heeft ter terechtzitting in eerste aanleg verklaard dat hij op 30 oktober 2009 omstreeks 10.00 uur de rode Peugeot van [naam 2] met kenteken [kenteken 1] heeft geleend en die ’s middags naar de garage heeft gebracht. Deze verklaring van de verdachte komt overeen met de verklaring van [naam 2] , die ook heeft verklaard dat de verdachte op die dag omstreeks 10.00 uur met de auto wegging en dat de verdachte tussen 12.00 en 13.00 uur weer terug kwam zonder auto. Deze verklaring vindt verder bovendien steun in bewijsmiddelen waaruit volgt dat de rode Peugeot vanaf ongeveer 10.00 uur op diverse plekken in Heerhugowaard is gezien, waaronder in de buurt van de plek waar de woningoverval heeft plaatsgevonden. Gelet op deze bewijsmiddelen acht het hof de verklaring van de verdachte die hij heeft afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep, inhoudende dat hij de rode Peugeot van [naam 2] heeft geleend en daarmee in de middag rechtstreeks naar de garage is gereden, niet geloofwaardig. Hierbij is eveneens van belang dat door de verdediging geen enkele omstandigheid is aangedragen op grond waarvan aannemelijk is dat de verklaring die volgens het proces-verbaal ter terechtzitting in eerste aanleg is afgelegd door de verdachte, onjuist zou zijn geweest of onjuist zou zijn genoteerd.

Het hof zal daarom uitgaan van de juistheid van hetgeen de verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg heeft verklaard met betrekking tot het tijdstip van het lenen van de auto.

Het hof gaat voorts uit van de volgende feiten en omstandigheden, volgend uit de bewijsmiddelen.

Op 30 oktober 2009 vindt omstreeks 10.36 uur een woningoverval plaats op de [adres 1] te Heerhugowaard. Slachtoffer [slachtoffer 1] wordt hierbij vastgebonden en bedreigd door minstens drie personen. Er wordt een bedrag van ongeveer € 400.000,00 aan contant geld buit gemaakt. Dit geld zit in een vuilniszak, die door de daders wordt meegenomen.

Uit camerabeelden blijkt dat een rode Peugeot zich rond 10.32 uur bevond in de buurt van de [adres 1] te Heerhugowaard. Door de getuigen [getuige 1] en [getuige 2] wordt rond dat tijdstip waargenomen dat twee negroïde mannen in de buurt van de [adres 1] te Heerhugowaard met een vuilniszak lopen, waarover getuige [getuige 1] opmerkt dat in de vuilniszak iets rechthoekigs en stevigs zat. Door de getuige [getuige 2] wordt gezien dat de personen met de vuilniszak in een kleine, rode auto stappen. Hij noteert het kenteken van de auto: [kenteken 1]

Uit de verklaring van getuige [getuige 3] volgt dat de verdachte op dezelfde dag aan het begin van

de middag de rode Peugeot heeft ingeleverd, omdat hij de auto wilde verkopen voor de sloop. Dit komt overeen met de verklaring van [naam 2] , die heeft verklaard dat de verdachte tussen 12.00 en 13.00 uur bij haar terugkwam en vertelde dat de auto bij de garage stond en haar direct € 1.000,00 gaf.

Na de overval wordt op 5 november 2009 door [slachtoffer 2] , de toenmalige echtgenoot van [slachtoffer 1] , verklaard dat bij de overval verschillende bundels met geld zijn weggenomen. Eén van die bundels bestond uit € 500,00 biljetten. Op het laatste biljet van elke bundel had hij het geldbedrag geschreven van de betreffende bundel.

Op 3 december 2009 vindt een doorzoeking plaats bij [naam 1] , een ex-vriendin van de verdachte. Bij deze doorzoeking wordt buiten aan de achterzijde van de flat onder de woning van [naam 1] een toilettas met een bedrag van € 63.500,00 aangetroffen, bestaande uit 127 biljetten van € 500,00. Zowel de verdachte als [naam 1] heeft verklaard dat de verdachte dit geld aan [naam 1] heeft gegeven.

Nadat het geld bij [naam 1] werd aangetroffen, zijn aan [slachtoffer 2] enkele foto afdrukken getoond van de aangetroffen € 500,00 biljetten, waarop met de hand geschreven geldbedragen zichtbaar waren. [slachtoffer 2] heeft deze met de hand geschreven bedragen herkend als zijn eigen handschrift. Deze herkenning wordt ondersteund door een deskundigenrapport betreffende forensisch schriftonderzoek van 29 januari 2018, waarin de deskundige [naam 3] het handschrift op kopieën van de aangetroffen bankbiljetten heeft vergeleken met het handschrift van [slachtoffer 2] . Uit dit rapport volgt naar het oordeel van het hof dat het aannemelijk is dat het handschrift op de bankbiljetten die [naam 1] van de verdachte heeft gekregen, van [slachtoffer 2] is.

Hetgeen de raadsman ter terechtzitting in hoger beroep heeft aangevoerd met betrekking tot de deskundigheid van [naam 3] , is naar het oordeel van het hof onvoldoende om te concluderen dat de resultaten uit het rapport niet betrouwbaar zijn. Dat zelfde geldt voor het feit dat de deskundige bij zijn onderzoek slechts kon beschikken over fotokopieën. De deskundige heeft zich daar rekenschap van gegeven, maar desondanks een vergelijkend onderzoek mogelijk geacht. Het verzoek tot bewijsuitsluiting van dit rapport wordt verworpen en het hof zal dit rapport wel als bewijsmiddel bezigen.

Op grond van de bewijsmiddelen, en mede gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, komt het hof tot

het oordeel dat de verdachte niet alleen geld heeft verkregen dat is weggenomen bij de woningoverval

op 30 oktober 2009, maar bovendien bij de uitvoering van deze overval betrokken is geweest.

Medeplegen

Naar het oordeel van het hof kan bovendien bewezen worden dat de verdachte de overval in de woning heeft medegepleegd. Uit de bewijsmiddelen volgt dat de verdachte de auto heeft geregeld waarmee naar (de buurt van) de woning in Heerhugowaard is gereden. Na de woningoverval is de auto door de daders gebruikt om te vluchten. De verdachte heeft daarna de auto weggemaakt door deze direct naar een garage te brengen. Voorts heeft de verdachte gedeeld in een groot deel van de buit, gelet op onder meer het geld dat hij aan [naam 1] heeft gegeven en het geld dat zij reeds had overgemaakt of laten overmaken naar de verdachte in de Dominicaanse Republiek. Naar het oordeel van het hof duidt dit erop dat de verdachte een grote rol heeft gespeeld in de planning, organisatie en/of uitvoering van de woningoverval.

De bewijsmiddelen bieden geen aanknopingspunt voor de vaststelling van de rollen die de verschillende deelnemers hebben vervuld bij het plegen van het ten laste gelegde feit. Uit de bewijsmiddelen volgt niet dat de verdachte degene was die de rode auto bestuurde rond de tijd van de overval. De verdachte zelf heeft geen (aannemelijk geworden) verklaring gegeven voor zijn rol bij de overval. Het hof stelt op grond van de bewijsmiddelen, en gelet op het voorgaande vast dat sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en zijn mededaders om het medeplegen van de overval bewezen te verklaren.

De verklaringen van getuige [getuige 4] en [slachtoffer 2] over hetgeen de broer van de verdachte tegen hen zou hebben gezegd over de rol van de verdachte, zal het hof – in tegenstelling tot de rechtbank – niet gebruiken voor het bewijs.

Bewijsoverweging feit 2

Naar het oordeel van het hof kan wettig en overtuigend bewezen worden dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het witwassen van het bedrag van € 63.500,00 dat hij bij [naam 1] heeft achtergelaten met het verzoek dat te sturen aan de verdachte op de Dominicaanse Republiek met behulp van verschillende tussenpersonen.

Het hof zal de verdachte vrijspreken van het medeplegen van het witwassen, nu het dossier daarvoor onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

Feit 1 primair
hij op 30 oktober 2009 te Heerhugowaard, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een groot geldbedrag (ongeveer 400.000 euro), toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en aan zijn mededaders hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte en/of zijn mededaders;

- voorzien van een vuurwapen of een daarop gelijkend voorwerp, een mes en duct tape, de woning van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zijn binnengedrongen/binnengegaan,

- een muts of zak over het hoofd van voornoemde [slachtoffer 1] hebben getrokken;

- de enkels van die [slachtoffer 1] aan elkaar hebben gebonden;

- hebben gezegd “je weet waarvoor we komen… waar ligt het geld?”;

- een mes bij/tegen de keel en de rug van die [slachtoffer 1] hebben gehouden;

- een vuurwapen of een daarop gelijkend voorwerp, althans een hard voorwerp tegen het achterhoofd van die [slachtoffer 1] hebben gezet en gezegd haar dood te schieten;

- tegen die [slachtoffer 1] hebben gezegd dat haar man zou worden doodgeschoten en

- de handen van die [slachtoffer 1] hebben vastgebonden;


Feit 2:
hij in de periode van 30 oktober 2009 tot en met 7 april 2017 te Heerhugowaard, althans in Nederland, een voorwerp (63.500 euro) heeft verworven, voorhanden gehad en overgedragen, terwijl hij wist dat dit geldbedrag onmiddellijk afkomstig was uit misdrijf.

Hetgeen onder 1 primair en 2 meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezen verklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze zijn opgenomen in de bijlage bij dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1 primair en 2 bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Ten aanzien van het onder 2 bewezen verklaarde feit, overweegt het hof het volgende.

Onder feit 2 is witwassen van een bedrag van € 63.500,00 bewezen verklaard. De bewezenverklaring heeft betrekking op een bedrag dat afkomstig is uit een misdrijf dat de verdachte samen met anderen heeft gepleegd.

Het verwerven of voorhanden krijgen van een opbrengst uit eigen misdrijf kan niet onder alle omstandigheden worden aangemerkt als witwassen. Wanneer het gaat om opbrengsten die onmiddellijk van eigen misdrijf afkomst zijn, moet sprake zijn van een gedraging die - kort samengevat - meer omvat dan het enkele verwerven of voorhanden hebben. In de onderhavige zaak is sprake van een gedraging

die meer omvat dan het enkele verwerven of voorhanden hebben, immers de verdachte heeft het bedrag van € 63.500,00 overgedragen aan een ander – in wier woning de verdachte niet stond ingeschreven of verbleef – en hij deze persoon heeft verzocht het geldbedrag over te maken naar hem in de Dominicaanse Republiek via GWK transacties op naam van derden. Voornoemde gedragingen kunnen daarom (wel) gekwalificeerd worden als witwassen.

Het onder 1 primair bewezen verklaarde levert op:

diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, die diefstal gemakkelijk te maken en bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers van het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

witwassen.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het onder 1 primair en 2 bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf jaren, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.

De raadsman heeft aangevoerd dat indien de verdachte (alleen) voor witwassen wordt veroordeeld, de straf die hij inmiddels in voorarrest heeft uitgezeten afdoende is.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan een woningoverval. Hierbij is niet alleen de bewoonster van het huis vastgebonden met duct tape, maar ook op ernstige wijze bedreigd met een mes en een vuurwapen of daarop gelijkend voorwerp. De verdachte heeft daarbij, samen met zijn mededaders, een zeer groot bedrag aan contant geld buit gemaakt. Door deze grove beroving is grote materiële en immateriële schade toegebracht aan het slachtoffer en de benadeelde partij. Bovendien hebben de daders een ernstige inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer en volstrekt geen respect getoond voor andermans eigendommen. Het hof rekent dit de verdachte ernstig aan. De ervaring leert dat slachtoffers van dergelijke overvallen veelal langdurige en ernstige psychische gevolgen daarvan ondervinden. Dat dit voor het slachtoffer na 9,5 jaar kennelijk nog steeds geldt, leidt het hof af uit de omstandigheid dat het slachtoffer voorafgaand aan de terechtzitting in hoger beroep te kennen heeft gegeven wel aanwezig te willen zijn, maar alleen voor zover zij niet in het zicht van de verdachte kon komen.

De verdachte heeft zich bovendien schuldig gemaakt aan witwassen. Witwassen vormt een ernstige bedreiging van de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan. De verdachte heeft zich bij zijn handelen kennelijk slechts laten leiden door financieel gewin.

Het hof heeft bij de strafoplegging acht geslagen op de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht voor overvallen op een woning. Het hof weegt als strafverzwarend mee dat bij de overval gebruik is gemaakt van een vuurwapen of daarop gelijkend voorwerp en een mes en dat deze wapens ook zijn gehanteerd bij de uitoefening van geweld. Ook weegt het hof in het nadeel van de verdachte mee dat bij de overval heel veel geld is weggenomen.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 6 februari 2019

is hij eerder onherroepelijk veroordeeld, waaronder voor een woningoverval. Die veroordeling dateert weliswaar uit 2005, maar weegt het hof wel ten nadele van de verdachte mee.

Het witwassen van het geld door de verdachte zal het hof niet als extra strafverzwarend meewegen.

Het hof heeft tot slot acht geslagen op het bepaalde in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht.

Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf van vijf jaren passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 57, 63, 312 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 primair en 2 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) jaren.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J. Piena, mr. S. Clement en mr. R.P. den Otter, in tegenwoordigheid van mr. M. Gieske, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 1 maart 2019.

Bijlage – bewijsmiddelen

Ten aanzien van de feiten 1 primair en 2:

1. De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting in eerste aanleg van 15 februari 2018.

Deze verklaring houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Ik word ook wel Javier genoemd.

Ik heb die rode Peugeot (het hof begrijpt: met kenteken [kenteken 1]) op 30 oktober 2009 omstreeks 10.00 uur geleend van [naam 2] . Ik heb deze auto diezelfde middag naar de garage gebracht.

De € 63.500,- die bij [naam 1] is aangetroffen, komt van mij. Zij bewaarde dit geld voor mij. Het klopt dat ik op 3 november 2009 naar de Dominicaanse Republiek ben gevlogen. Ik heb de boeking cash betaald voor mijzelf, mijn broertje [naam 4] en mijn vriendin [naam 5] . In de Dominicaanse Republiek heb ik ook het appartement waar we verbleven betaald. Ik heb voor de terugreis de tickets van [naam 5] en [naam 6] tegen betaling vernieuwd omdat zij te laat waren voor hun vliegtuig. [naam 1] heeft zelf en via andere mensen met Western Union geld naar mij gestuurd toen ik in de Dominicaanse Republiek verbleef. Ik heb mensen die dichtbij Western Union in de buurt waren het geld vervolgens laten ophalen.

2. Een niet ambtsedig proces-verbaal van aangifte met nummer 2009116571-1 van 30 oktober 2009, door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1] , met nummer Z-01.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 30 oktober 2009 tegenover verbalisant afgelegde verklaring van [slachtoffer 1]:

Tussen vrijdag 30 oktober 2009 te 10.36 uur en vrijdag 30 oktober 2009 te 10.40 uur werd op

de [adres 1] Heerhugowaard, het feit gepleegd. Vrijdag 30 oktober tussen

10.33 uur en 10.35 uur moest ik heel even in mijn woning zijn aan de [adres 1] in Heerhugowaard. (..) Ik zag in mijn ooghoek dat er iets of iemand aan kwam in mijn richting vanaf buiten. Ik keek toen in de richting en zag en voelde direct dat er iets over mijn hoofd werd gedaan. Op het moment dat ik naar buiten keek zag ik drie personen aan komen lopen. Ik zag dat het donkere personen waren, allen donker gekleed. Direct hierna, toen ik de zak over mijn hoofd had gekregen, werd ik de woonkamer in geduwd en ik hoorde dat een manspersoon zei dat ik rustig moest doen. Ik werd eerst omgedraaid, en werd toen de woonkamer in geduwd. (..) Ik voelde dat iemand mijn enkels aan elkaar vast bond. Achteraf bleek dat dit was door middel van duck-tape. Ik zag nog wel, voordat de zak over mijn hoofd werd gedaan, in een flits, dat een persoon een zwart pistool in een van zijn handen hield.

Op het moment dat ik in de woonkamer kwam, moest ik op de grond gaan liggen. Ik voelde dat een van de personen mij vast hield aan mijn linkerarm. Op die manier werd ook druk uitgeoefend op mij en werd ik in de richting van de grond bewogen. Ik hoorde die persoon ondertussen zeggen dat ik moest gaan liggen wat ik ook deed. (..) Ik hoorde een persoon vroeg aan mij:

“je weet wat ik, je weet waarvoor we komen...Waar ligt het geld?” Ik voelde dat er een hard voorwerp tegen mijn hoofd gedrukt werd. Ik voelde ook dat iemand de muts van mijn hoofd iets omhoog deed, waarna er door iemand een mes onder mijn gezicht werd geschoven. Vervolgens zag ik dat dit mes weer uit mijn zicht werd gehaald en voelde direct dat hij, kennelijk met dit mes, in mijn rug prikte. (..) Ik voelde dat iemand, vlak hierna, nadat ik hoorde dat de voordeur werd dichtgedaan, hard het vuurwapen op mijn achterhoofd zetten. Ik hoorde de man zeggen

dat het menens was en dat hij mij dood zou schieten. (..)

Ik heb twee mannen horen praten en overleggen met elkaar. Ondertussen had ik nog steeds het vuurwapen op mijn hoofd. Een persoon bleef dus steeds bij mij en hield, denk ik, een knie in mijn rug. Ik hoorde dat een man zei dat ik het moest zeggen, anders zou hij mijn man doodschieten op het werk. (..)

Ik hoorde dat diegene die op mijn rug zat tegen mij zei: “Zit het geld in de die roze tas met die balletjes?” Ik heb toen maar gezegd dat dat zo was. (..) Ik hoorde dat de mannen naar beneden kwamen lopen/rennen. Ik werd vervolgens door een van de mannen vastgebonden aan mijn handen, naar later bleek, ook middels duck-tape. Er zat een bedrag van 400.000 euro in die roze tas. In deze roze tas zat een vuilniszak waarin het geld zat. De mannen hebben de vuilniszak uit deze roze tas gehaald, waarna ze zijn weggegaan. (..)

Ik hoorde, voordat ze vertrokken, een van de mannen zeggen tegen mij dat ik niet moest schreeuwen en dat ik moest wachten met losmaken. (..)

3. Een proces-verbaal van verhoor getuige met nummer 2009116571-13 van 30 oktober 2009, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 2] , met nummer G-01.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 30 oktober 2009 tegenover verbalisant afgelegde verklaring van [naam 7]:

Op vrijdag 30 oktober 2009, omstreeks 10.20 uur, keek ik uit het raam van de

[plek 1] op de [straat 1] en zag dat een klein rood oud autootje stopte achter de auto van mijn begeleidster. Ik zag dat er 5 negers in deze auto zaten. Ik zag dat zij eerst even in gesprek waren en daarna zag ik dat er drie mannen achter uit de auto stapten. (..) Ik zag dat twee hun capuchon op deden en daarna zag ik ze niet meer. De derde man deed zijn capuchon op en ging een spieroefening doen. Vervolgens zag ik dat hij weg rende in de richting van de [weg 1] . (..) Ik zag vervolgens dat de auto weg reed in de richting van de [plek 2] . Het moet een oud vierkantig klein rood autootje zijn.

4. Een proces-verbaal van verhoor getuige met nummer 2009116571-48 van 6 november 2009,

in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1] , met nummer G-09.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 6 november tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van [naam 7]:

U toont mij foto’s van een rode auto (het hof begrijpt: foto’s van de inbeslaggenomen rode Peugeot met kenteken [kenteken 1] ).

Ik kan u vertellen dat het inderdaad zo’n soort auto was. De auto was in ieder geval een Peugeot.

5. Een proces-verbaal van verhoor getuige met nummer 2009116571-60 van 9 november 2009, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 3] , met nummer G-13.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 9 november 2009 tegenover verbalisant afgelegde verklaring van [getuige 1]:

Op vrijdag 30 oktober 2009, even voor 10.30 uur, fietste ik over de [weg 1] in Heerhugowaard.

Ik fietste richting de [straat 4] . De [weg 1] gaat over in de [weg 2] en toen ik net voorbij

de [straat 2] fietste zag ik drie (3) personen. Twee (2) liepen er naast elkaar en de derde kwam achter hun aangerend. Hij rende op ongeveer een (1) meter achter die twee. De drie liepen over de [weg 2] , ter hoogte van de ingang naar het [plein] . Die eerste twee praatten met elkaar. Ze liepen versneld. Een (1) van die twee had een halfvolle vuilniszak in zijn handen geklemd. Ik zag dat er iets rechtshoekigs in de zak zat, iets stevigs.

6. Een proces-verbaal van verhoor getuige met nummer 2009116571-37 van 4 november 2009, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 3] , met nummer G-06.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 3 november 2009 tegenover verbalisant afgelegde verklaring van [getuige 2]:

Op vrijdag 30 oktober 2009 omstreeks 10.30 uur fietste ik vanaf de [straat 3] linksaf de [weg 1] op. Nadat ik net de [weg 1] was opgereden zag ik vanuit de [adres 1] jongens komen rennen. Zij renden linksaf de [weg 1] op. Ik zag dat een van beiden een vuilniszak bij zich droeg. Ik zag dat zij renden en daarbij heel zenuwachtig om zich heen keken. Ik zag dat zij een heel klein stukje het [plein] in renden, maar ook direct weer terugkwamen naar de [weg 1] . Ik zag dat zij daar bleven rondhangen. Al heel snel zag ik een klein rood autootje aan komen rijden. Deze reed over de [weg 1] en kwam vanuit de richting van het [plek 3] . Ik zag dat deze auto hard reed en dat de auto stopte bij de bestelbus van [naam 8] . Die stond op het hoekje van de [straat 3] met de [weg 1] . Ik zag dat er een (1) persoon in die auto zat en dat was de bestuurder. Ik zag dat het een

4-deurs auto was. Ik zag de jongen die de vuilniszak vasthield links achter instapte, dus achter de bestuurder, en ging zitten. Ik zag dat de tweede jongen achter de auto om liep en rechts naast de bestuurder instapte en ging zitten. Ik zag toen dat de auto hard doorreed over de [weg 1] richting [straat 4] . (..) Ik zag toen een postbode lopen op het [plein] . Ik heb hem gevraagd om een briefje en een pen. Ik heb het kenteken gezegd en dat heeft de postbode voor mij opgeschreven. (..)

Verder zag ik dat op het moment dat die jongens bij het busje van [naam 8] liepen, dat er vanuit de [adres 1] nog een jongen kwam lopen. Ik zag dat hij eerst liep en toen hij mij zag staan ging joggen. Op datzelfde moment zag ik dat er ook een jongen vanaf de [straat 3] richting de [weg 1] kwam lopen en ging joggen toen hij mij zag. Ik zag beide joggers de [straat 3] inlopen.

7. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer 2009116571-9 van 30 oktober 2009,

in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 4] , [verbalisant 5] en [verbalisant 6] , met nummer B-11.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisanten:

Op 30 oktober 2009, omstreeks 10.36 uur, kwam een man aan de balie, die verklaarde dat hij op het [plein] te Heerhugowaard 2 donkere mannen in donkere kleding heeft zien lopen met bij zich een vuilniszak. Hij zag dat deze mannen vervolgens wegreden in een auto voorzien van het kenteken [kenteken 2] of [kenteken 1] .

8 Een bevraging landelijke systemen van 30 oktober 2009, met nummer O-02.

Deze bevraging houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Peugeot met kenteken [kenteken 1] staat op naam van [naam 2] geboren [geboortedag 2] -1969, wonend op de [adres 2]

9. Een proces-verbaal inbeslagname voertuig met nummer 2009116571-36 van 4 november 2009,

in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 1] en

[verbalisant 7] , met nummer B-19.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisanten:

Op 3 november 2009 is gebleken dat de tenaamstelling van de rode Peugeot met kenteken

[kenteken 1] deze dag was overgegaan van [naam 2] naar een bedrijf, genaamd “ [bedrijf] ”, gevestigd aan de [adres 3] .

10. Een proces-verbaal van verhoor van getuige met nummer 2009116571-31 van 3 november 2009, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 8] en

[verbalisant 3] , met nummer G-17.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 3 november 2009 tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van [naam 2]:

[verdachte] wordt door mij [verdachte] genoemd. Ik heb een rode Peugeot 306 op mijn naam staan. Die auto is in gebruik bij mijn zus [naam 2] . (..) [verdachte] gebruikt de rode Peugeot vaak van [naam 2] . Afgelopen donderdag of vrijdag heeft [verdachte] de auto naar autobedrijf in Alkmaar gebracht.

11. Een proces-verbaal van verhoor getuige met nummer 2009116571-33 van 3 november 2009,

in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 8] en

[verbalisant 3] , met nummer G-18.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 3 november 2009 tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van [naam 2]:

Ik woon op het adres [adres 7] te Alkmaar. De auto merk Peugeot, type 306, kleur rood, is eigendom van mijn tweelingzus [naam 9] . Ik heb deze auto enige tijd van haar in bruikleen. (..) Ongeveer 1 tot 1,5 maand geleden kwam [verdachte] bij mij aan de deur. Ik ken hem sinds hij een relatie had met mijn zus [naam 9] . (..) Vanaf die tijd verblijft [verdachte] veelal bij mij in huis. (..) Op vrijdag 30 oktober 2009 was [verdachte] in de ochtend bij mij thuis. Hij vroeg aan mij of hij de rode Peugeot 306 mocht lenen. Hij kreeg van mij de autosleutels. Die ochtend omstreeks 10.00 uur ging hij met de auto weg. (..) In de tijd dat hij bij mij verbleef had hij geen werk en ook geen uitkering. Dezelfde ochtend, vrijdag 30 oktober 2009, tussen 12.00 uur en 13.00 uur was [verdachte] weer terug bij mij in de woning. Toen hij binnen was in de woning vertelde hij mij dat hij de auto van mij naar de garage had gebracht. (..) Wel was het voor mij vreemd dat ik toen hij binnenkwam en vertelde dat de auto bij de garage stond meteen van hem 1000 (duizend) euro kreeg. Ik zag dat hij dat geld al in zijn handen voor mij had. (..) [verdachte] beschikte eigenlijk niet vaker over geld, want hij heeft diverse malen bedragen van 5 of 10 euro geleend.

12. Een proces-verbaal verhoor getuige met nummer 2009116571-32 van 3 november 2009, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 7] en [verbalisant 1] met nummer G-19.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 3 november 2009 tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van [getuige 3]:

Afgelopen week, zaterdag 31 oktober 2009 kwam de eigenaar van de Peugeot 306, voorzien van het kenteken [kenteken 1] naar het garagebedrijf aan de [plek 4] om de auto te verkopen of om te ruilen voor een andere. Diezelfde week, ik denk dat het vrijdag was, maar kan ook donderdag zijn geweest (opm. verbalisant 29 of 30 oktober 2009) omstreeks 14.00 uur kwam de (ex) vriend van de eigenaar van de auto met deze auto bij het garagebedrijf. Hij wilde de auto verkopen voor de sloop.

13. Een proces-verbaal van verhoor getuige met nummer 2009116571-52 van 7 november 2009,

in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 3] en

[verbalisant 8] (ongenummerd).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 7 november 2009 tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van [getuige 3]:

Ik wist tijdens het verhoor op 3 november 2009 niet meer precies de dag dat die persoon met die Peugeot hier op het autobedrijf is geweest. Ik heb daar nog over nagedacht en het blijkt dus op vrijdagmiddag 30 oktober 2009 te zijn geweest. Het was in het begin van de middag. U toont mij nu een politiefoto van een persoon. Dat is de jongen die op vrijdagmiddag 30 oktober 2009 met de rode Peugeot 306, kenteken [kenteken 1] aankwam en deze heeft laten staan. Ik herken de man op de foto als die man.

14. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer 2009116571-53 van 7 november 2009, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 3] en [verbalisant 8] (ongenummerd).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisanten:

Op zaterdag 7 november 2009 toonden wij verbalisanten aan de getuige [getuige 3] de politie-verdachte foto voorzien van nummer PL1000:05:10105. Wij verbalisanten verklaren dat op de getoonde foto is afgebeeld [verdachte] .

15. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer 2009116571-41 van 6 november 2009,

in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 9] en

[verbalisant 10] .

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisanten:

Uit de camerabeelden van het beveiligingssysteem van het [tankstation] aan de [weg 3]

te Heerhugowaard bleek mij vervolgens, dat 30 oktober 2009, omstreeks 09.49 uur tot en met omstreeks 09.52 uur door een inzittende van een rode Peugeot personenauto, voorzien van het kenteken [kenteken 1] , was getankt bij genoemd tankstation. (..) Gezien vorenstaande betrof het daadwerkelijke tijdsverschil van voornoemd camerabeveiligingssysteem met de werkelijke (MET) tijd 9 minuten en 42 seconden. (..)

Foto 1: Tijdstip 09:58:52. Betreft de opname van camera 1. Een rode Peugeot personenauto komt op vrijdag 30 oktober 2009 aanrijden bij pomp 5;

Foto 6: Tijdstip 10:01:02. Betreft de opname van camera 2. (..) Het kenteken is zichtbaar van de rode Peugeot personenauto, zijnde [kenteken 1] . (..)

Foto 16: Tijdstip 10:02:11. Betreft de opname van camera 1. De rode Peugeot personenauto, kenteken [kenteken 1] rijdt weg bij pomp 5.

16. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer 2009116571-30 van 3 november 2009, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1] , met nummer B-16.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisant:

Bij [winkel] , gevestigd aan de [adres 4] , hoek met de [adres 1] , werden beveiligingsbeelden veiliggesteld ten behoeve van dit onderzoek. Het pand is gelegen op de hoek van de [adres 4] met de [adres 1] te Heerhugowaard.

30-10-09 / 10.32.07 uur:

Rode Peugeot komt aanrijden vanaf [adres 4] , heeft knipperlicht aan om linksaf te slaan de [adres 1] in.

30-10-09 / 10.32.17 uur:

Rode Peugeot rijdt de [adres 1] in.

30-10-09 / 10.32.18 uur:

Rode Peugeot rijdt de [adres 1] in. Zichtbaar is dat er bestuurder en bijrijder inzitten.

30-10-09 / 10.32.19 uur:

Rode Peugeot rijdt de [adres 1] verder in en rijdt het beeld uit. Zichtbaar is dat de bestuurder naar links stuurt.

17. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer 2009116571-81 van 3 december 2009, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 8] en [verbalisant 11] , met nummer B-01.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisanten:

Tijdens het onderzoek 10Albali bleek dat als verdacht kon worden aangemerkt:

[naam 1] , ingeschreven [adres 5] Alkmaar. (..)

Op 3 december 2009 omstreeks 07.10 uur werd in perceel ( [adres 5] ) binnengetreden. Om 07.30 uur in de slaapkamer werd aangetroffen de verdachte [naam 1] . Tijdens de doorzoeking werd in deze grote slaapkamer een Western Union stortingsbewijs gevonden ter waarde van 1000. Als verstuurder stond vermeld [naam 1] en als ontvanger [naam 10] voornoemd.

18. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer 2009129272-21 van 3 december 2009, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 11] , met nummer B-02.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisant:

Op 3 december 2009, te 07.30 uur, werd in perceel [adres 5] te Alkmaar [naam 1] , aangehouden. Op een gegeven moment zag ik, verbalisant, dat [naam 1] naar de keuken liep. Ik zag dat zij met een potlood iets op een brief schreef. Vervolgens zag ik, dat zij de brief aan haar moeder gaf. (..) Ik, verbalisant, heb de brief van haar moeder afgepakt. Meteen daarna griste [naam 1] de brief uit mijn handen en liep richting de wc. Ik, verbalisant, zag dat [naam 1] de wc inliep. Vervolgens heb ik samen met de aanwezige verbalisanten [verbalisant 8] en [verbalisant 7] haar uit de wc getrokken. Ik, verbalisant, zag en voelde dat [naam 1] meerdere keren probeerde

bij de ketting van de stortbak te komen. Uiteindelijk wisten wij [naam 1] onder controle te krijgen.

Ik, verbalisant, heb de brief veiliggesteld. Volgens de tolk was op de brief geschreven:

‘Mama pak het ding achter + auto met mijn ding van koud’.

Op donderdag 3 december 2009, omstreeks 11.00 uur, werd door [verbalisant 10] , buitengewoon opsporingsambtenaar, achter de flat een bruinkleurige toilettas aangetroffen. De tas lag op het trottoir onder de woning van [naam 1] . De tas is veiliggesteld. Bij nader onderzoek bleek dat er een geldbedrag van 63.500 euro (127 biljetten van 500 euro) in de toilettas zat.

19. Een proces-verbaal van inbeslagneming met nummer 2009129272-20 van 3 december 2009, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 10] , ongenummerd.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Op donderdag 3 december 2009 te 08:45 uur vond in perceel [adres 5] te Alkmaar onder leiding en in aanwezigheid van de Rechter-Commissaris te Alkmaar [naam 26] een doorzoeking ter inbeslagneming plaats. Hierbij werden de navolgende goederen in beslag genomen:

Vertrek A = Hal en meterkast

- Wester Union bon € 51.602,59. (het hof begrijpt: Dominicaanse peso)

Vertrek F = woonkamer

- Envelop van [reisbureau] met reisgegevens van [naam 1] 15-11-2009 t/m 22-11-2009 naar Puerto Plata en terug naar Amsterdam.

- Envelop van [reisbureau] met reisgegevens van [naam 1] en [naam 1] 6-12-2009 t/m

20-12-2009 naar Puerto Plata en terug naar Amsterdam

Vertrek G = grote slaapkamer ( [naam 1] ) (..)

- briefje met adressen [naam 11] en [naam 12]

- Stortingsbewijs Western Union tnv [naam 10] € 49.890,44 (het hof begrijpt: Dominicaanse peso)

Vertrek K: Auto Opel Corsa [kenteken 3]

- Briefje met adressen

Buiten aan achterzijde flat onder de woning [naam 1] op het trottoir en voor de bossage.

- Toilettas met daarin € 63.500 (127 biljetten van € 500).

20. Een proces-verbaal van verhoor aangever met nummer 2009116571-40 van 5 november 2009, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 8] , met nummer Z-02.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 5 november 2009 tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van [slachtoffer 2]:

U vraagt mij naar het bundelen van het geld. (..) Ook was er nog een (1) bundeltje van 100.000 euro. Deze bestond uit 500 euro biljetten. Ik had de biljetten gebundeld middels dunne elastieken. Op het laatste biljet van iedere bundel had ik met de hand het geldbedrag geschreven van betreffende bundel.

21. Een proces-verbaal van verhoor aangever met nummer 2009116571-82 van 4 december 2009,

in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 3] en

[verbalisant 8] , ongenummerd.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 3 december tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van [slachtoffer 2] :

U toont mij afdrukken van 500 euro bankbiljetten, waarop met de hand geschreven bedragen staan. Ik herken het handschrift als mijn handschrift.

22. Een deskundigenrapport betreffende forensisch schriftonderzoek van 29 januari 2018, opgesteld door [naam 3] , ongenummerd (los).

Dit rapport houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Op basis van de vraagstelling kunnen de volgende, elkaar uitsluitende hypothesen met betrekking tot het schrijverschap van het betwiste handschrift worden opgesteld:

H1. Het handschrift op de in de materiaalopstelling onder punt 2.1 bij betwist handschrift vermelde stukken van overtuiging is geschreven door [slachtoffer 2] .

H2. Het handschrift op de in de materiaalopstelling onder punt 2.1 bij betwist handschrift vermelde stukken van overtuiging is niet door [slachtoffer 2] , maar door een of meerdere andere personen vervaardigd.

2.1

Stukken van overtuiging

Betwist handschrift

X1 – 10 De cijfers 0, 1, 2, 3, 4 en 5 van bedragen die in verschillende samenstelling en volgorde op een tiental 500 euro bankbiljetten voorkomen.

X1: 50.000

X2: 50.000

X3: 40.000

X4: 40.000

X5: 22.500

X6: 10.000

X7: 10.000

X8: 10.000

X9: 32 x 500

X10: ? 200 €

Vergelijkingsmateriaal van [slachtoffer 2]

V1: de cijfers 0,1,2,3,4 en 5 van bedragen die door [slachtoffer 2] meerdere malen in verschillende samenstelling en volgorde onder elkaar op een blad ongelinieerd papier zijn geschreven (Ad-hoc schrijfproef)

V2: Een handgeschreven tekst van een verklaring die door [slachtoffer 2] bij de politie is afgelegd. In de tekst komen de cijfers 0, 1, 2, 3 en 5 voor.

5. Interpretatie van de onderzoeksbevindingen

De op de bankbiljetten voorkomend cijfers 2, 3, 4, en 5 wijken in het bewegingsverloop en de vormgeving van de standaardmodellen af en de kenmerken in deze cijfers kunnen niet alleen een onderscheidend, maar ook een schrijverspecifiek karakter worden toegekend. Deze kenmerken komen op overeenkomstige wijze in het referentiemateriaal van [slachtoffer 2] voor en de kans dat een ander persoon dan [slachtoffer 2] dezelfde combinatie van kenmerken in zijn of haar handschrift heeft kan als relatief gering worden ingeschat.

6. Conclusies

De bevindingen met betrekking tot het handschrift op de ter onderzoek aangeboden bankbiljetten X1 – X5 en X9 zijn veel waarschijnlijker wanneer hypothese H1 waar is, dan wanneer hypothese H2 waar is.

De bevindingen met betrekking tot het handschrift op de ter onderzoek aangeboden bankbiljetten X6 – X8 en X10 zijn even waarschijnlijk wanneer hypothese H1 waar is, dan wanneer hypothese H2 waar is.

23. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer 2009129272-51 van 8 januari 2010, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 3] en [verbalisant 8] (ongenummerd).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisanten:

Op donderdag 3 december 2009 te 08.45 uur vond er in perceel [adres 5] te Alkmaar een doorzoeking plaats.

In de grote slaapkamer (G) werd een handgeschreven briefje in beslag genomen met daarop geschreven [naam 11] [adres 6] .

In de bij verdachte [naam 1] in gebruik zijnde personenauto, Opel Corsa, kenteken [kenteken 3] werd een briefje inbeslaggenomen waarop 5 namen en adressen stonden getypt, met daar onder Dominicaanse Republiek. Het betreffen de volgende namen.

[naam 13]

[naam 14]

[naam 12]

[naam 15]

[naam 16].

Verder werd de bij verdachte [naam 1] in gebruik zijnde mobiele telefoon in beslag genomen. In deze telefoon werden de hieronder vermelde namen gevonden met al dan niet de vermelding van een 10-cijferig nummer. (..)

[naam 17]

(..)

24. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer 2009116571-93 van 20 april 2010, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 9] , met nummer B-37.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisant:

Uit de gegevens van Western Union is gebleken dat er vanaf 30 oktober 2009 tienmaal een afgeronde geldtransactie heeft plaatsgevonden van Nederland naar de Dominicaanse Republiek.

1) 23/11/2009; 966 euro; verzender [naam 1] ; begunstigde: [naam 10]

2) 24/11/2009; 1460 euro; verzender [naam 1] ; begunstigde: [naam 12]

3) 26/11/2009; 1000 euro; verzender [naam 10] ; begunstigde:

[naam 16]

4) 28/11/2009; 1000 euro; verzender [naam 18] ; begunstigde [naam 13] . (..)

5) 20/11/2009; 900 euro verzender [naam 17] ; begunstigde [naam 14]

6) 20/11/2009; 966 euro verzender [naam 11] ; begunstigde

Manuel Antonio Sanchez Reves

7) 21/11/2009; 781 euro, verzender [naam 19] , begunstigde [naam 16]

8) 21/11/2009; 916 euro, verzender [naam 20] ; begunstigde

[naam 13]

9) 21/11/2009; 916 euro, verzender [naam 21] , begunstigde

[naam 15]

10) 01/12/2009; 1000 euro verzender [naam 22] , begunstigde

[naam 14]

25 Een geschrift, zijnde een passagierslijst van [maatschappij] met code

[code] ams pop 03-11-09.txt’.

Deze passagierslijst houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

[verdachte] , [naam 23] , [naam 10] en [naam 24] staan op een passagierslijst van een vlucht van 3 november 2009 van Schiphol Airport naar de Dominicaanse Republiek.

26 Een proces-verbaal van verhoor verdachte [naam 1] van 2009129272-41 van

11 december 2009, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren

[verbalisant 8] en [verbalisant 3] , met nummer C-01-07.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op

11 december tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van [naam 1]:

U vraagt mij wat ik bij de RC over het geld heb verteld.

Dat ik het geld (het hof begrijpt: de bij [naam 1] aangetroffen € 63.500,-) van [verdachte] heb gekregen. (..) Ik moest dat geld versturen. Dat moest naar een paar mensen toe. Ik heb een aantal namen van hem gekregen en daar moest het naartoe.

27. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer 2009116571-3 van 30 oktober 2009, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 12] , met nummer B-09.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisant:

Op 30 oktober 2009, omstreeks 10.46 uur, kwam ik, verbalisant, ter plaatse op de [adres 1]

te Heerhugowaard. Ter hoogte van de woning waar de overval had plaatsgevonden zag ik een boze man staan welke blauwe werkkleding aan had. Toen ik het voertuig uitstapte, hoorde ik die man schreeuwen: “Waarom! Waarom! Pak ze! Een half miljoen euro! Alles is weg! Mijn vrouw” Of woorden van gelijke strekking. Ik hoorde dat de meneer die zo hard aan het schreeuwen was [naam 25] heette.

Bewijsoverweging

De hiervoor vermelde bewijsmiddelen, voor zover het een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef, onder 5° van het Wetboek van Strafvordering betreft, zijn telkens slechts gebezigd in verband met de inhoud van de andere bewijsmiddelen.