Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2019:1262

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
12-03-2019
Datum publicatie
08-05-2019
Zaaknummer
18/00529
Formele relaties
Na verwijzing door: ECLI:NL:HR:2018:1199
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Na verwijzing door de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2018:1199) bereiken partijen bij het Hof een compromis

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Viditax (FutD), 08-05-2019
V-N Vandaag 2019/1073
FutD 2019-1304
V-N 2019/32.28.7
NTFR 2019/1255
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

kenmerk 18/00529

12 maart 2019

tweede meervoudige belastingkamer

proces-verbaal

van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep – na verwijzing door de Hoge Raad der Nederlanden – van

[X] te [Z], belanghebbende,

(gemachtigde mr. H.J.J. Oostdam te Alphen aan den Rijn)

tegen

de uitspraak van 11 november 2014 in de zaak met kenmerk SGR 14/3490 van de rechtbank Den Haag (hierna: de rechtbank) in het geding tussen

belanghebbende

en

de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 maart 2019. Namens belanghebbende is verschenen de gemachtigde voornoemd. Namens de inspecteur zijn verschenen

mrs. J.J.M. Snieders en M.L. Scholte.

Beslissing

Het Hof:

- vernietigt de uitspraak van de rechtbank;

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de uitspraak op bezwaar;

- vermindert de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor het jaar 2010 tot een berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 193.814 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 9.105, met dienovereenkomstige vermindering van de heffingsrente;

- handhaaft de beschikking revisierente;

- veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van € 2.304; en

- gelast de inspecteur aan belanghebbende het betaalde griffierecht ad € 45 (beroep bij de rechtbank) en € 122 (hoger beroep bij het gerechtshof Den Haag), in totaal € 167 te vergoeden.

Gronden

1. Bij arrest van 13 juli 2018, nr. 17/00697 (ECLI:NL:HR:2018:1199) heeft de Hoge Raad de zaak naar het Hof verwezen ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dit arrest (hierna: het verwijzingsarrest).

2. Na verwijzing staat – anders dan partijen aanvankelijk meenden – de beslissing van de Hoge Raad om de Staatssecretaris van Financiën te veroordelen in de kosten van het geding in cassatie niet ter beoordeling van het Hof. Het Hof kan in de onderhavige verwijzingsprocedure evenmin oordelen over de bij beschikking in rekening gebrachte revisierente, aangezien deze beschikking inmiddels (na de procedure in cassatie) onherroepelijk vaststaat (zie r.o. 2.5 van het verwijzingsarrest).

3. Na verwijzing zijn partijen het erover eens geworden dat de aan belanghebbende voor het jaar 2010 opgelegde aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen dient te worden verminderd, zoals hiervoor is beslist. Om die reden is het beroep gegrond verklaard.

4. Bij die stand van zaken twisten partijen over de hoogte van de aan belanghebbende te vergoeden kosten ter zake van door een derde verleende rechtsbijstand als bedoeld in artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van het Besluit proceskosten bestuursrecht.

5. Partijen hebben dienaangaande ter zitting (met inachtneming van de bijlage bij het Besluit) overeenstemming bereikt over de per fase in aanmerking te nemen proceshandelingen en wegingsfactor, en wel als volgt:

Beroep:

2 punten (indienen beroepschrift [1] en verschijnen ter zitting [1]) x € 512 x 1,5 = € 1.536

Hoger beroep (gerechtshof Den Haag):

3,5 punten (indienen hoger beroepschrift [1], verschijnen ter zitting [1], tweemaal schriftelijke inlichtingen [1 punt in totaal] en nadere zitting [0,5]) x € 512 x 1,5 = € 2.688

Hoger beroep na verwijzing:

1,5 punt (schriftelijke inlichtingen [0,5] en verschijnen ter zitting [1]) x € 512 x 0,5 = € 384

Het totaal aan te vergoeden kosten bedraagt € 4.608. Omdat deze zaak samenhangt met de zaak met nummer 18/00530 – daar zijn partijen het ook over eens – bedragen de aan belanghebbende te vergoeden kosten € 2.304 (€ 4.608/2).

De mondelinge uitspraak is gedaan op 12 maart 2016 door mrs. H.E. Kostense, voorzitter van de belastingkamer, F.J.P.M. Haas en C.J. Hummel, leden van de belastingkamer, in tegenwoordigheid van mr. C. Lambeck als griffier. Hiervan is dit proces-verbaal opgemaakt, ondertekend door de voorzitter en de griffier.

De beslissing is op de datum van de mondelinge uitspraak in het openbaar uitgesproken.

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2. het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

d. de gronden van het beroep in cassatie.

Tenzij de Hoge Raad anders bepaalt, zal het gerechtshof deze mondelinge uitspraak vervangen door een schriftelijke. In dat geval krijgt u de gelegenheid de gronden van het beroep in cassatie alsnog aan te voeren of aan te vullen.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad.

In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.