Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2019:1244

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
20-03-2019
Datum publicatie
24-06-2019
Zaaknummer
23-002736-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte is IP gedagvaard. De behandeling van de zaak wordt op die dag voor bepaalde tijd aangehouden. De verdachte wordt uiteindelijk bij verstek veroordeeld. Verdachte had binnen 14 dagen in beroep moeten komen. Vte n-o in ingestelde hoger beroep.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTFR 2019/615 met annotatie van Mr. M.B. Weijers
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-002736-18

datum uitspraak: 20 maart 2019

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Haarlem van 8 maart 2011 in de strafzaak onder parketnummer

15-205087-10 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1966,

adres: [adres 1],

postadres: [adres 2].

Onderzoek ter terechtzitting

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 20 maart 2019.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, ertoe strekkend dat de verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het ingestelde hoger beroep, en van het standpunt van de verdachte zijn raadsman.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De verdachte is in eerste aanleg gedagvaard om op 5 januari 2011 te verschijnen ter terechtzitting van de politierechter in de rechtbank Haarlem. De inleidende dagvaarding is de verdachte op 9 november 2010 in persoon betekend. Ter terechtzitting in eerste aanleg is op 5 januari 2011 de behandeling van de zaak voor bepaalde tijd aangehouden tot de terechtzitting van 8 maart 2011. Na in de zaak op die terechtzitting van 8 maart 2011 het onderzoek te hebben gesloten, heeft de politierechter uitspraak gedaan en de verdachte bij verstek veroordeeld. Bij die stand van zaken had de verdachte, gelet op het bepaalde in artikel 408, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, binnen veertien dagen na het op 8 maart 2011 gewezen vonnis in hoger beroep moeten komen (vgl. HR 1 juli 1991, DD 92.004 en HR 20 april 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO3444). De verdachte heeft echter eerst op 26 juli 2018 hoger beroep ingesteld, zodat hij daarin niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.J.I. de Jong, mr. W.M.C. Tilleman en mr. R. Kuiper, in tegenwoordigheid van mr. S. Pesch, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 20 maart 2019.