Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2019:1210

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
13-03-2019
Datum publicatie
24-06-2019
Zaaknummer
23-001504-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Terugwijzing van de Hoge Raad. Verdachte vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-001504-18

datum uitspraak: 13 maart 2019

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen – na terugwijzing door de Hoge Raad der Nederlanden bij arrest van 17 april 2018 – op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 17 juli 2014 in de strafzaak onder parketnummer 15-800372-14 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (Somalië) op [geboortedag] 1986,

thans zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande

Procesgang

De politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het primair ten laste gelegde feit veroordeeld tot gevangenisstraf voor de duur van twee weken, met aftrek van het voorarrest.

Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Het gerechtshof Amsterdam heeft in hoger beroep bij arrest van 3 mei 2016 het vonnis bevestigd met aanpassing van de bewijsmiddelen, toevoeging van artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht en aanpassing van de bewijsmotivering.

Namens de verdachte is tegen het arrest van het gerechtshof beroep in cassatie ingesteld.

De Hoge Raad der Nederlanden heeft bij arrest van 17 april 2018 het arrest van het gerechtshof Amsterdam vernietigd, en de zaak naar het gerechtshof Amsterdam teruggewezen teneinde, met inachtneming van de uitspraak van de Hoge Raad, deze in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw te berechten en af te doen.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg en, na terugwijzing naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 27 februari 2019.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

primair:
hij op of omstreeks 06 juli 2014 in de gemeente Purmerend, althans in Nederland, een electrische (dames)fiets (Gazelle Orange Excell I) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van deze electrische fiets wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof

subsidiair:
hij op of omstreeks 29 april 2014 in de gemeente Purmerend met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een electrische (dames) fiets (merk Gazelle Orange Excell I), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de politierechter.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden vrijgesproken.

Vrijspraak

Met de advocaat-generaal en de raadsman is het hof van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden hetgeen de verdachte is ten laste gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair en subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.J.A. Plaisier, mr. J.H.C. van Ginhoven en mr. R.D. van Heffen, in tegenwoordigheid van mr. S. Pesch, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 13 maart 2019.

mr. R.D. van Heffen is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.