Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2019:1086

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
25-03-2019
Datum publicatie
11-06-2019
Zaaknummer
23-002890-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bevestiging, muv straf en tul, ivm ISD

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-002890-17

datum uitspraak: 25 maart 2019

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 7 augustus 2017 in gevoegde strafzaken onder de parketnummers 15-086976-17 (hierna: A) en 15-102507-17 (hierna: B), alsmede 15-230649-16 (tul) tegen

[verdachte],

geboren te Curaçao (Nederlandse Antillen) op [geboortedag] 1961,

thans uit anderen hoofde gedetineerd in Detentiecentrum Alphen aan den Rijn te Alphen aan den Rijn.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 11 maart 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen behalve ten aanzien van het opleggen van een straf en de vordering tot tenuitvoerlegging – in zoverre zal het vonnis worden vernietigd – en met dien verstande dat de overwegingen onder 6. (motivering van de sanctie) en 8. (vordering tot tenuitvoerlegging) worden vervangen door de navolgende strafmotivering en motivering van de beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging.

Oplegging van straf en of maatregel

De politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee weken.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte schuldig zal worden verklaard zonder oplegging van straf of maatregel.

Blijkens een de verdachte betreffend vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 28 februari 2019 is hij veroordeeld tot de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders, voor de duur van twee jaren. De raadsman heeft medegedeeld dat de verdachte niet tegen dit vonnis in hoger beroep zal gaan en positief het ISD-traject in zal gaan, aangezien hij thans gemotiveerd is om zijn leven een wending ten goede te geven en mee wil werken aan behandeling.

Het hof heeft geconstateerd dat de onderhavige feiten zijn gepleegd voordat genoemde maatregel werd opgelegd. Dit vormt reden om thans aan de verdachte geen straf of maatregel op te leggen.

Vordering tenuitvoerlegging

Het openbaar ministerie heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 27 januari 2017 voorwaardelijk opgelegde werkstraf voor de duur van veertig uren, subsidiair twintig dagen hechtenis. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot afwijzing van deze vordering.

In hetgeen hiervoor ten aanzien van de strafoplegging is overwogen, ziet het hof tevens redenen om de vordering tot tenuitvoerlegging af te wijzen.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde straf en de beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging en doet in zoverre opnieuw recht.

Bepaalt dat ter zake van het in zaak A en in zaak B bewezenverklaarde geen straf of maatregel wordt opgelegd.

Wijst af de vordering van de officier van justitie in het arrondissement te Noord-Holland van 12 mei 2017, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 27 januari 2017, parketnummer 15-230649-16, voorwaardelijk opgelegde werkstraf voor de duur van 40 uur, subsidiair 20 dagen hechtenis.

Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.L.M. van der Voet, mr. E. van Die en mr. A.M.P. Geelhoed, in tegenwoordigheid van

mr. M.A.T. van Willigen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 25 maart 2019.