Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:987

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
23-03-2018
Datum publicatie
28-03-2018
Zaaknummer
23-000522-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

vrijspraak (zware) mishandeling en openlijke geweldpleging

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-000522-17

datum uitspraak: 23 maart 2018

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 30 januari 2017 in de strafzaak onder parketnummer 13-659147-14 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1988,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 9 maart 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

De verdachte is door de rechtbank vrijgesproken van hetgeen aan hem onder het eerste en tweede cumulatief/alternatief ten laste is gelegd. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissingen tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid Sv staat voor de verdachte tegen deze beslissingen geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 8 december 2013 te Amsterdam tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, aan een persoon genaamd [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (te weten: een breuk van aangezichtsbot en/of beschadiging van hoornvlies (linker)oog), heeft toegebracht,

door deze [slachtoffer] opzettelijk (met kracht) een of meermalen (met gebalde vuisten) in het gezicht, althans tegen het hoofd, te slaan en/of te stompen;

en/of

hij op of omstreeks 8 december 2013 te Amsterdam tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet (met kracht) een of meermalen (met gebalde vuisten) in het gezicht, althans tegen het hoofd, van die [slachtoffer] heeft geslagen en/of gestompt en/of die (liggende) [slachtoffer] over de (met glasscherven bezaaide) Herengracht heeft gesleept en/of getrokken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

en/of

(het hof begrijpt:) primair

hij op of omstreeks 8 december 2013 te Amsterdam met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de Herengracht, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer], welk geweld bestond uit

- het (met kracht) een of meermalen (met gebalde vuisten) slaan en/of stompen in het gezicht, althans tegen het hoofd, en/of tegen het lichaam van die [slachtoffer] en/of

- het slepen en/of trekken van die (liggende) [slachtoffer] over de (met glasscherven bezaaide) Herengracht;

subsidiair

hij op of omstreeks 8 december 2013 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer]) (met kracht) een of meermalen (met gebalde vuisten) in het gezicht, althans tegen het hoofd, en/of tegen het lichaam heeft geslagen en/of gestompt en/of die (liggende) [slachtoffer] over de (met glasscherven bezaaide) Herengracht heeft gesleept en/of getrokken, waardoor voornoemde [slachtoffer] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot andere beslissingen dan de rechtbank komt.

Overwegingen van het hof omtrent de vaststelling van feiten en omstandigheden

Vooropgesteld wordt dat de verklaring van de aangever [slachtoffer] en de verklaringen van de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte] (hierna ook: [medeverdachte]) omtrent de toedracht van hetgeen op 8 december 2013 rond 04:00 uur op de Herengracht heeft plaatsgevonden zeer uiteenlopen en dat behalve een geneeskundige verklaring omtrent het letsel van de aangever en een enkele getuigenverklaring objectieve bewijsmiddelen niet in het dossier aanwezig zijn. De verklaring van de getuige [getuige], een taxichauffeur, houdt niet meer in – kort samengevat – dan dat hij zich op 8 december 2013 omstreeks 04:00 uur op de Herengracht te Amsterdam bevond en daar zag dat twee jongens een man vasthielden, wiens gezicht onder het bloed zat. Deze verklaring houdt niets in omtrent enig handgemeen dat daar zou hebben plaatsgevonden.

Het hof leidt voorts uit het dossier af dat [medeverdachte] op 8 december 2013 om 04:05 uur op het Rembrandtplein te Amsterdam is aangehouden en ter plaatse is voorgeleid, waarna hij is overgebracht naar het politiebureau. De verdachte is iets later om 04:13 uur aangehouden op de Herengracht en na voorgeleiding aldaar eveneens overgebracht naar het politiebureau. Uitgesloten moet worden dat de verdachte en [medeverdachte] gelegenheid hebben gehad onderling af te stemmen wat zij zouden gaan verklaren. Nu de verklaringen van de verdachte en [medeverdachte] consistent en eensluidend zijn, zowel op detailniveau als op essentiële onderdelen, acht het hof deze verklaringen betrouwbaar en zal het hof bij de vaststelling van de relevante feiten en omstandigheden daarvan uit gaan.

Feiten en omstandigheden

Op 8 december 2013 omstreeks 04:00 uur wilde de bestuurder van de auto waarin zich de verdachte en [medeverdachte] bevonden parkeren op een vrijgekomen plaats op de Herengracht in Amsterdam. Om te kunnen parkeren moesten de auto’s die daar achter stonden een stukje achteruit rijden. De aangever, die met zijn auto als tweede in de rij stond, weigerde dit. De verdachte is op de vrijgekomen parkeerplaats gaan staan om deze vrij te houden. De aangever reed vervolgens met zijn auto deze parkeerplaats op en heeft daarbij de verdachte geraakt. Nadat de aangever uit zijn auto was gestapt, heeft de verdachte hem op zijn gedrag aangesproken, waarna er een woordenwisseling en enig geduw en getrek tussen beiden ontstond. [medeverdachte] is erbij gekomen en heeft van de aangever een stomp tegen zijn lip gekregen. De verdachte werd door de aangever bij zijn (rasta)haren gepakt en met zijn hoofd naar beneden getrokken. [medeverdachte] heeft naar eigen zeggen de aangever tweemaal met zijn vuisten boven de borst tegen het lichaam gestompt. Toen de aangever de verdachte na enkele minuten losliet, zag deze dat er bloed op zijn hemd zat. Vervolgens is de auto waarin de verdachte en [medeverdachte] waren gekomen weggereden en is ook [medeverdachte] weggegaan. Uiteindelijk heeft de politie de verdachte en de aangever op de Herengracht aangetroffen, terwijl zij beiden het (rasta)haar van de verdachte vasthielden.

Vrijspraak

Met de rechtbank en de verdediging is het hof van oordeel dat voor het onder het derde – primair en subsidiair – cumulatief/alternatief tenlastegelegde onderdeel “slepen en/of trekken van [slachtoffer] over de (met glasscherven bezaaide) Herengracht” onvoldoende bewijs in het dossier aanwezig is, zodat de verdachte van al deze onderdelen in de tenlastelegging moet worden vrijgesproken.

Het hof overweegt voorts ten aanzien van het als derde cumulatief/alternatief (primair en subsidiair) ten laste gelegde als volgt.

Zoals hiervoor reeds aangegeven heeft [medeverdachte] erkend de aangever twee vuistslagen te hebben gegeven. Niet in geschil is dat dit geweld in het openbaar, te weten op de Herengracht te Amsterdam, heeft plaatsgevonden. Blijkens de tenlastelegging – voor zover hier aan de orde – dienen deze vuistslagen als de openlijk gepleegde geweldshandelingen te worden aangemerkt.

De vraag die het hof zal beantwoorden is of sprake is van openlijk geweld gepleegd ‘in vereniging’ door de verdachte samen met [medeverdachte]. Die vraag wordt door het hof ontkennend beantwoord. Daartoe wordt als volgt overwogen.

Van openlijke geweldpleging in de zin van artikel 141 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) is sprake, indien openlijk en met verenigde krachten geweld is uitgeoefend tegen personen of goederen.

Bewezen dient te worden dat de betrokkenen (daders) opzet hebben gehad op het in vereniging plegen van openlijk geweld en daaraan een voldoende significante of wezenlijke bijdrage hebben gehad.

Voor de interpretatie van het bestanddeel ‘in vereniging’ is het medeplegen in de zin van artikel 47 Sr richtinggevend. Van de dader mag, maar hoeft zelf geen gewelddadige handeling te zijn uitgegaan. Ook een vocale, intellectuele of andere inbreng kan bijdragen aan openlijk geweld.

Uit de verklaring van [medeverdachte] volgt dat hij de aangever twee vuistslagen heeft gegeven, nádat de aangever een onverhoedse slaande beweging naar hem maakte, waarbij [medeverdachte] een snee in zijn lip opliep. Uit het dossier volgt niet dat de verdachte, voorafgaand aan die vuistslagen, noch op het moment van het slaan door [medeverdachte] van de aangever noch daarna, op een significante en wezenlijke bijdrage aan dat geweld (gepleegd door [medeverdachte]) heeft bijgedragen. Uit het dossier volgt dat de verdachte, nadat hij door de aangever geduwd was en deze zelf teruggeduwd had, door de aangever aan zijn rastahaar naar beneden werd getrokken en werd vastgehouden, waarbij de verdachte met beide handen zijn eigen haar vasthield om te voorkomen dat zijn haren werden uitgetrokken. Het hof gaat ervan uit dat de verdachte, gelet op het feit dat zijn hoofd naar beneden werd getrokken en hij doende was eigen letsel te voorkomen, niet heeft waargenomen of zich anderszins ervan bewust is geweest dat [medeverdachte] de aangever met zijn vuist sloeg. Ook overigens blijkt niet uit het dossier dat de verdachte op enigerlei wijze fysiek of intellectueel heeft bijgedragen aan deze geweldshandelingen door de medeverdachte [medeverdachte]. Nu van een significante en wezenlijke bijdrage van de verdachte aan het geweld (gepleegd door [medeverdachte]) geen sprake is, kan niet worden bewezen dat de verdachte ‘in vereniging’ met de medeverdachte [medeverdachte] openlijk geweld heeft gepleegd door de aangever te slaan. Anders dan de rechtbank en de advocaat-generaal is het hof van oordeel dat de verdachte reeds om die reden van het onder het derde cumulatief/alternatief (primair) ten laste gelegde moet worden vrijgesproken.

Nu het hof zoals hiervoor is overwogen niet bewezen acht dat de verdachte op enigerlei wijze een significante en wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan het geweld gepleegd door [medeverdachte], kan evenmin worden bewezen dat de verdachte ‘in vereniging’ met de medeverdachte [medeverdachte] de aangever heeft mishandeld, zoals onder het derde cumulatief/alternatief subsidiair aan hem is ten laste gelegd. Het hof zal de verdachte ook daarvan vrijspreken.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 23.136,66. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 3.011,66. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.

De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het onder het derde cumulatief/alternatief ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder het eerste en tweede cumulatief/alternatief tenlastegelegde.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder het derde cumulatief/alternatief primair en subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.L. Leenaers, mr. H.S.G. Verhoeff en mr. M.F.J.M. de Werd, in tegenwoordigheid van mr. M. Mulder, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van

23 maart 2018.

De jongste raadsheer is buiten staat het arrest te ondertekenen.

[…]