Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:891

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
02-02-2018
Datum publicatie
22-03-2018
Zaaknummer
23-001785-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

witwassen, vrijspraak, onvoldoende aanwijzingen van wetenschap of vermoeden dat geldbedragen uit misdrijf afkomstig waren

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 23-001785-17

Datum uitspraak: 2 februari 2018

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 12 mei 2017 in de strafzaak onder parketnummer 13‑265090-16 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1962,

adres: [adres 1].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 19 januari 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Gelet op de in eerste aanleg door de rechtbank toegelaten wijziging is aan de verdachte tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 22 december 2016 te Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, van een of meer voorwerp(en), te weten een of meer geldbedrag(en) aan vreemde valuta (te weten 200.000 Noorse Kronen en/of 280 Zwitserse Franken) en/of een geldbedrag aan euro's (totaal 13.450 euro), in elk geval enig geldbedrag, de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op voornoemd(e) geldbedrag(en) was, en/of heeft verborgen en/of verhuld wie voornoemd(e) geldbedrag(en), voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden dat dat/die geldbedrag(en) geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf;

en/of

hij/zij op of omstreeks 22 december 2016 te Amsterdam, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meer voorwerp(en), te weten een of meer geldbedrag(en) aan vreemde valuta (te weten 200.000 Noorse Kronen en/of 280 Zwitserse Franken) en/of een geldbedrag aan euro's (totaal 13.450 euro), in elk geval enig geldbedrag, heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, en/of van voornoemd(e) geldbedrag(en) gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden dat dat/die geldbedrag(en) geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de politierechter.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het als eerste (alternatief/cumulatief) tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot één dag gevangenisstraf en een taakstraf voor de duur van 120 uur, subsidiair 60 dagen hechtenis als deze taakstraf niet naar behoren wordt verricht. Daarbij heeft de advocaat-generaal gevorderd dat de in beslag genomen geldbedragen van 1.515 Euro en 280 Zwitserse Franken aan de verdachte zullen worden geretourneerd.

Vrijspraak

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte is tenlastegelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.

Noch uit het dossier, noch overigens uit het onderzoek ter terechtzitting, is in voldoende mate gebleken dat de verdachte wist dat de geldbedragen, bij het wisselen waarvan hij betrokken was, uit misdrijf afkomstig waren. Ook voor de onderbouwing van de stelling dat verdachte redelijkerwijs diende te vermoeden dat de geldbedragen uit enig misdrijf afkomstig waren, bestaan onvoldoende concrete aanknopingspunten.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Gelast de teruggave aan de verdachte van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

1.515 Euro en 280 Zwitserse Franken.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.W.H.G. Loyson, mr. P.C. Römer en mr. R.P. den Otter, in tegenwoordigheid van mr. M.E. van Rijn, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 2 februari 2018.

[adres 2]