Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:888

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
13-03-2018
Datum publicatie
21-03-2018
Zaaknummer
23-001288-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Relatieve competentie. Het hof verklaart de rechtbank onbevoegd tot kennisneming van het tenlastegelegde feit.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-001288-17

datum uitspraak: 27 februari 2018

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 29 september 2015 in de strafzaak onder parketnummer 96-164644-15 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1981,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 27 februari 2018.

Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 21 januari 2015 te Amsterdam terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten categorie B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, Donker Curtiusstraat, als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Aan de verdachte is een feit tenlastegelegd dat zou zijn begaan in Amsterdam. Amsterdam is niet gelegen in het rechtsgebied van de rechtbank Noord-Holland, maar in het rechtsgebied van de rechtbank Amsterdam. De plaats waar het feit zou zijn begaan, biedt derhalve geen aanknopingspunt voor de bevoegdheid van de rechtbank Noord-Holland in dezen. Nu dergelijke aanknopingspunten ook overigens ontbreken, was de rechtbank Noord-Holland niet bevoegd tot kennisneming van onderhavige zaak en dient zij onbevoegd verklaard te worden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart de rechtbank onbevoegd tot kennisneming van het tenlastegelegde feit.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R.M. Steinhaus, mr. P. Greve en mr. H.M.J. Quaedvlieg, in tegenwoordigheid van mr. A.S.E. Evelo, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 27 februari 2018.