Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:8

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
08-01-2018
Datum publicatie
22-01-2018
Zaaknummer
200.213.017/01 OK
Rechtsgebieden
Ondernemingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

OK; enquêterecht; verhoging van de kosten van het onderzoek

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

beschikking

___________________________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummer: 200.213.017/01 OK

beschikking van de Ondernemingskamer van 8 januari 2018

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

IBB KONDOR B.V.,

gevestigd te Rijssen,

VERZOEKSTER,

advocaat: mr. H.P. Plas, kantoorhoudende te Enschede,

t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DE LEEGE LANDEN II B.V.,

gevestigd te Utrecht,

VERWEERSTER,

advocaat: mr. H.P. Plas, kantoorhoudende te Enschede,

e n t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HOLLAND VASTGOED CONSULTANCY B.V.,

gevestigd te Baarn,

BELANGHEBBENDE,

verschenen bij haar middellijk bestuurder [A] .

1. Het verloop van het geding

1.1 Verweerster wordt hierna aangeduid met De Leege Landen.

1.2 Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikking van 12 juli 2017.

1.3 Bij die beschikking heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van De Leege Landen over de periode vanaf 2012, mr. M.W.E. Evers te Amsterdam (hierna: de onderzoeker) benoemd tot onderzoeker, het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vastgesteld op € 25.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen, en bepaald dat de kosten van het onderzoek ten laste komen van De Leege Landen en dat zij voor de betaling daarvan ten genoegen van de onderzoeker voor de aanvang van diens werkzaamheden zekerheid dient te stellen.

1.4 De onderzoeker heeft bij brief van 19 december 2017, met bijlage, de Ondernemingskamer verzocht het onderzoeksbudget te verhogen met een bedrag van € 10.000, de omzetbelasting daarin niet begrepen, onder de bepaling dat De Leege Landen ook ter zake de betaling van dit bedrag ten genoegen van de onderzoeker zekerheid stelt.

1.5 De Ondernemingskamer heeft partijen in de gelegenheid gesteld zich over deze verhoging uit te laten.

2 De gronden van de beslissing

2.1

De onderzoeker heeft ter toelichting op zijn verzoek gewezen op de werkzaamheden die hij, nadat hij partijen op 27 juli 2017 een plan van aanpak heeft doen toekomen, heeft verricht. Hij heeft te kennen gegeven bezig te zijn de aanzienlijke hoeveelheid verkregen data te onderzoeken en te verwerken. Het door de Ondernemingskamer vastgestelde bedrag van € 25.000 exclusief btw is hiervoor niet toereikend. Volgens de onderzoeker mag het ervoor worden gehouden, gelet op de huidige beperkte omvang van de onderneming en het vermogen van De Leege Landen, dat het onderzoek voor € 35.000 exclusief btw zal worden afgerond.

2.2

Partijen hebben geen gebruik gemaakt van de geboden gelegenheid zich over de verhoging uit te laten.

2.3

De Ondernemingskamer overweegt dat de onderzoeker, tegen de achtergrond van het vorenoverwogene, de reden voor verhoging van het onderzoeksbudget voldoende heeft toegelicht. Het verzoek komt de Ondernemingskamer niet onredelijk voor. De Ondernemingskamer zal dit verzoek dan ook toewijzen.

3 De beslissing

De Ondernemingskamer:

verhoogt het bedrag dat het bij de beschikking van 12 juli 2017 bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van De Leege Landen II B.V. ten hoogste mag kosten, tot € 35.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen;

bepaalt dat de kosten van het onderzoek ten laste komen van De Leege Landen II B.V. en dat zij voor de betaling daarvan ten genoegen van de onderzoeker (aanvullende) zekerheid dient te stellen voor de betaling van (de verhoging van) dit bedrag;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. M.A. Goslings en mr. A.J. Wolfs, raadsheren, dr. P.M. Verboom en W. Wind, raden, in tegenwoordigheid van mr. F.L.A. Straathof, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 8 januari 2018.