Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:777

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
02-03-2018
Datum publicatie
28-03-2018
Zaaknummer
23-004361-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Diefstal (en pogingen daartoe) van o.a. pinpassen en/of gepinde geldbedragen d.m.v. babbeltruc. Promis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-004361-15

datum uitspraak: 2 maart 2018

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 28 oktober 2015 in de strafzaak onder de parketnummers 13-665173-15 en 21-001956-12 (TUL) tegen

[medeverdachte 2] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,

adres: [adres 1] .

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De verdachte is door rechtbank Amsterdam vrijgesproken van hetgeen aan haar onder 4 en 5 is ten laste gelegd, alsmede onder 1 voor wat betreft de cumulatief ten laste gelegde zaken 3 en 5. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 16 februari 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is – voor zover in hoger beroep verder nog aan de orde – ten laste gelegd dat zij:

1:
op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode vanaf 26 februari 2015 tot en met 8 mei 2015 te Amsterdam en/of Rotterdam en/of Haarlem en/of Voorburg en/of Den Haag, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen:

- een bankpas (zaak 1) en/of

- een pinpas (zaak 2) en/of

- een geldkistje met medicijnen en/of een bankpas (zaak 4) en/of

- een bankpas (ABN AMRO) en/of 200 euro en/of een Vervoer op maatpas en/of een identiteitsbewijs (zaak 6) en/of

- 30 euro en/of bankpassen (zaak 7) en/of

- drie halskettingen (zaak 9) en/of

- 2 bankpassen (ABN AMRO [rekeningnummer 1] en ING [rekeningnummer 2]) (zaak 11),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan:

- [benadeelde 14] (zaak 1) en/of

- [benadeelde 13] (zaak 2) en/of

- [benadeelde 15] (zaak 4) en/of

- [benadeelde 17] en/of [benadeelde 18] (bankpas) (zaak 6) en/of

- [benadeelde 12] (zaak 7) en/of

- [benadeelde 11] (zaak 9) en/of

- [benadeelde 16] (zaak 11),

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of haar mededader(s);

2:
op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode vanaf 28 februari 2015 tot en met 3 april 2015 te Amsterdam en/of Rotterdam, in elk geval in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening

(telkens) in/uit een pinautomaat heeft/hebben weggenomen:

- 1.250 euro (zaak 1) en/of

- 1.500 euro (zaak 2) en/of

- 980 euro (zaak 4) en/of

- 1.910 euro (zaak 7),

in elk geval een-of meer geldbedrag(en), geheel of ten dele toebehorende aan

- [benadeelde 14] (zaak 1) en/of

- [benadeelde 13] (zaak 2) en/of

- [benadeelde 15] (zaak 4) en/of

- [benadeelde 12] (zaak 7) en/of de ING-bank en/of de ABN AMRO-bank,

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte en/of haar medeverdachte(n) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen geldbedrag(en) onder haar bereik heeft gebracht door te pinnen met de pinpas en de bijbehorende code, waarvan zij en/of haar mededader(s) geen gerechtigde was/waren, van die perso(o)n(en), in elk geval door middel van een valse sleutel;

3:
op of omstreeks 14 februari 2015 te Amsterdam (zaak 8) en/of op of omstreeks 5 juni 2015 te Den Haag (zaak 10), in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg te nemen enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

- [benadeelde 9] (zaak 8) en/of

- [benadeelde 10] (zaak 10),

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s), met een of meer van haar mededader(s), althans alleen, die [benadeelde 9] heeft/hebben gebeld dat ze langs wilden komen en/of bij die [benadeelde 9] heeft/hebben aangebeld en/of de woning in is/ zijn gegaan en/of toen bleek dat de zoon van [benadeelde 9] in de woning aanwezig was, de woning heeft/hebben verlaten (zaak 8)

en/of

bij die [benadeelde 10] heeft/hebben aangebeld en/of zich heeft/hebben voorgesteld als medewerksters van de Thuiszorg en/of meermalen aan die [benadeelde 10] heeft/hebben gevraagd of ze de woning in mochten om de administratie van de Thuiszorg te bekijken (zaak 10).

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof een andere bewijsconstructie hanteert.

Standpunt van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte moet worden veroordeeld voor het onder 1, voor zover in hoger beroep nog aan de orde, 2 en 3 ten laste gelegde.

Standpunt van de verdediging

De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep gesteld dat de verdachte van de haar ten laste gelegde feiten dient te worden vrijgesproken. Daartoe heeft hij – kort gezegd – aangevoerd dat niet op basis van de inhoud van het dossier, ook niet met toepassing van schakelbewijs en modus operandi, kan worden vastgesteld dat verdachte betrokken is geweest bij de ten laste gelegde feiten.

Vaststaande feiten

Op grond van het dossier en het verhandelende ter terechtzitting zijn de navolgende feiten en omstandigheden vast komen te staan.

1. Algemeen1

Vooropgesteld kan worden dat de verdachte en de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] gedurende de tenlastegelegde periode allen in Utrecht, ieder op een eigen adres, woonden.

Op 5 juni 2015 werd de verdachte op De la Reyweg te Den Haag naar aanleiding van een melding aangehouden. De auto, een blauwe Peugeot, kenteken [kenteken 1] , werd bestuurd door de medeverdachte [medeverdachte 1] ; achterin zaten de verdachte [medeverdachte 2] en de medeverdachte [medeverdachte 3] .2

De auto waarin de drie zaten werd bij deze aanhouding in beslag genomen. In de auto troffen de agenten diverse kledingstukken aan waaronder een donkerbruine wollen muts met hierop een bloem.3

Op dezelfde dag werden onder de verdachte en de twee medeverdachten de volgende telefoons in beslag genomen:

- [medeverdachte 1] : een iPhone met imei-nummer [imei-nummer 1] ;

  • -

    [medeverdachte 2] : een Samsung met imei-nummer [imei-nummer 2] ;

  • -

    [medeverdachte 3] : een Samsung met imei-nummer [imei-nummer 3] en een Samsung met imei-nummer [imei-nummer 4] .4

2. Specifieke feiten en omstandigheden per zaak in chronologische volgorde

Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting blijken voorts na te noemen onbetwiste feiten. Deze feiten worden hieronder, voor zover van belang, in chronologische volgorde opgesomd.

14 februari 2015 – poging tot diefstal uit de woning aan de [adres 2] (zaak 8)

Op 23 april 2015 deed de 72-jarige aangeefster [benadeelde 9] aangifte van poging tot diefstal uit haar woning aan de [adres 2] , gepleegd op 14 februari 2015. Zij verklaarde dat zij op 14 februari 2015 werd gebeld door de Thuiszorg. Zij zou geld terugkrijgen en er zou iemand langskomen om dit voor haar in orde te maken. Kort daarna stond er een vrouw voor de deur die door [benadeelde 9] werd binnengelaten. Kort daarop kwam er een tweede vrouw bij. Toen de vrouwen doorkregen dat er nog iemand in de woning aanwezig was (de zoon van [benadeelde 9] was boven en maakte geluid), zijn zij snel weggegaan.5

Een anoniem gebleven persoon is op 14 februari 2015 in de [adres 2] . Die persoon ziet rond 16:58 uur vier vrouwen en een man, als een groepje bij elkaar, lopen over het trottoir van de [adres 2] . Twee van de vier vrouwen lopen doelgericht naar de [adres 2] en gaan daar naar binnen. Geschat wordt dat de vrouwen vijf minuten binnen zijn geweest. De vriend van de anonieme persoon ziet dat de man richting de twee vrouwen loopt.6

Staandehouding in Rotterdam

Uit het systeem van de RDW blijkt dat het voertuig met kenteken [kenteken 2] , merk Mitsubishi Spacestar, kleur blauw, op 14 februari 2015 op de Meent in Rotterdam reed. Het voertuig is staande gehouden en de inzittenden zijn gecontroleerd. De auto werd bestuurd door de medeverdachte [medeverdachte 1] en één van de inzittenden was de medeverdachte [medeverdachte 3] . De controle vond tussen 13:45 en 14:15 uur plaats.7

Gebeld door het nummer [telefoonnummer 1]

Uit de historische gegevens van het telefoonnummer van [benadeelde 9] blijkt dat zij op 14 februari 2015 twee keer werd gebeld door het telefoonnummer [telefoonnummer 1] . Dit was respectievelijk om 16:29:26 uur en 16:44:27 uur, met als paallocatie Apollolaan te Amsterdam.8

Deze telefoon (met imeinummer [imei-nummer 5] ), alsmede de daarbij behorende simkaart, werd op 14 februari 2015 om 13:11 uur gekocht bij de [bedrijf 3] aan het [adres 3] .9

De historische gegevens van de onder verdachten in beslag genomen telefoons zijn vergeleken met de aankoop van deze telefoon in de [bedrijf 3].


Privételefoons van de verdachten

Op paallocatie Ammersooiseplein te Rotterdam straalde de telefoon van [medeverdachte 1] op 14 februari 2015 om 13:11 en 13:33 aan. Het mobiele telefoonnummer van [medeverdachte 2] Jovanović straalde daar ook op 14 februari 2015 om 13:30 uur aan. Het telefoonnummer [telefoonnummer 1] waarmee het slachtoffer (het hof begrijpt: [benadeelde 9] ) werd gebeld straalde op 14 februari 2015 om 13:27 uur op het Ammersooiseplein te Rotterdam aan.10 Dit plein is gelegen in de directe omgeving van de [bedrijf 3] aan het Eudokiaplein te Rotterdam.

Uit de historische gegevens blijkt tevens dat deze mobiele telefoons zich vervolgens verplaatsen in de richting van Amsterdam.


De onder de medeverdachte [medeverdachte 1] in beslag genomen telefoon straalt in de directe omgeving van het adres van het slachtoffer (het hof begrijpt: [benadeelde 9] ), de Titaanstraat te Amsterdam, aan. De tijdstippen waarop zijn telefoon op 14 februari 2015 in de directe omgeving van [benadeelde 9] aanstraalt zijn als volgt. Om 16:19:22 bij de paallocatie Burgerweeshuis en om 16:19:44 bij de paallocatie Stadionkade Amsterdam.11

Uit de historische gegevens van de onder de verdachte [medeverdachte 2] en medeverdachte [medeverdachte 3] in beslag genomen telefoons blijkt dat deze in de directe omgeving van het voertuig met kenteken [kenteken 2] aanstralen wanneer deze wordt geregistreerd in de Beneluxtunnel (heen en terug) en op de Hartelbrug.12

TomTom

Naar aanleiding van de aanhouding van de medeverdachte [medeverdachte 1] heeft op 7 juli 2015 een doorzoeking plaatsgevonden in zijn autobedrijf. In het kantoor van zijn autobedrijf is een TomTom navigatiesysteem aangetroffen. Dit navigatiesysteem was op 5 juni 2015 ook al aangetroffen in een voertuig dat werd bestuurd door [medeverdachte 1] . Op 14 juli 2015 is het navigatiesysteem door de digitale recherche uitgelezen.


Uit digitaal onderzoek blijkt dat in het onderdeel “recent destinations” (recente bestemmingen) onder meer was ingevoerd: [adres 2] .13

26 februari 2015 – diefstal uit de woning aan de Albert Verweystraat te Voorburg (zaak 9)

Op 28 februari 2015 deed de 87-jarige aangever [benadeelde 11] aangifte van diefstal uit zijn woning gelegen aan de [adres 4] te Voorburg, gepleegd op 26 februari 2015 tussen 20:15 en 21:00 uur. Hij verklaarde dat hij die dag omstreeks 20:15 uur werd gebeld door iemand van de Thuiszorg die zich voorstelde als [naam 2] en die vertelde dat hij en zijn vrouw in aanmerking kwamen voor een vergoeding van € 200,-. Er zou iemand van de Thuiszorg, [naam 3] genaamd, langskomen om alles uit te leggen. Nog tijdens het telefoongesprek werd er aangebeld en liet de vrouw van aangever [naam 3] binnen. Na het beëindigen van het telefoongesprek stond ook [naam 2] voor de deur. Omstreeks 21:00 uur verlieten [naam 3] en [naam 2] de woning. De volgende morgen bleken er drie halskettingen te zijn weggenomen.14

Gebeld door het nummer [telefoonnummer 1]

Uit onderzoek naar de historische gegevens van het telefoonnummer van het slachtoffer (het hof begrijpt: [benadeelde 11] ) blijkt dat hij op 26 februari 2015 om 20:26 uur werd gebeld door hetzelfde mobiele telefoonnummer als in zaak 8, te weten [telefoonnummer 1] . De bij dit nummer behorende simkaart heeft het volgende imsinummer: [imei-nummer 6] .15

Uit de door de telecomprovider Lebara verstrekte gegevens blijkt het volgende.

De prepaid dienst voor de simkaart behorend bij bovengenoemd nummer is op 14 februari 2015 geactiveerd. Op 26 februari 2015 om 18:28 uur is er beltegoed opgewaardeerd met een Lebara e-voucher met het unieke serienummer [nummer]. Dit opwaardeerproduct is door Lebara ten behoeve van verkoop uitgeleverd aan distributeur ICP Nederland. Uit de door ICP Nederland verstrekte gegevens blijkt dat het artikel met het serienummer [nummer] is verkocht op 26 februari 2015 om 18:27:36 uur, bij het BP benzinestation aan de [adres 5] .16

Op de camerabeelden van het BP benzinestation gevestigd aan de [adres 5] van 26 februari 2015 te 18:20 uur tot en met 26 februari 2015 te 18:40 uur is het volgende waargenomen.

Om 18:24 uur komt er een blauwe personenauto aanrijden met een man als bestuurder. Op de camerabeelden is te zien dat het voertuig het kenteken [kenteken 2] heeft. Om 18:27 uur gaat de man het BP benzinestation in. Hij houdt in zijn rechterhand een briefje van € 50. De man betaalt met het briefje en krijgt van de kassamedewerker een bon. De man loop vervolgens terug naar zijn voertuig en rijdt weg.

Een medewerker van BP kon in het computersysteem zien dat de eerder genoemde man op 26 februari 2015 te 18:27 uur voor € 40 had getankt en een opwaardeerkaart ter waarde van € 10 had gekocht.17

Op 11 mei 2015 wordt de persoon op een foto (het hof begrijpt: een screenshot van de camerabeelden) van de kassa (het hof begrijpt: van het BP benzinestation aan de [adres 5] ) gemaakt op 26 februari 2015, 18:27:37 uur, door verbalisant [verbalisant 1] voor honderd procent herkend als de hem ambtshalve bekende [medeverdachte 1] . De persoon op de foto is gekleed in een zwarte jas met daaronder een blauw shirt.18

Privételefoons van de verdachten

De historische gegevens van de onder verdachten in beslag genomen mobiele telefoons zijn eveneens vergeleken met de delictgegevens in deze zaak.

Hieruit is gebleken dat het mobiele nummer op naam van [medeverdachte 1] op 26 februari 2015 te 20:13

uur de paallocatie [adres 6] aanstraalt.

Het mobiele telefoonnummer [telefoonnummer 4] op naam van [medeverdachte 2] straalt op 26 februari 2015 te 20:28 uur de paallocatie [adres 7] te Den Haag aan. Tevens straalt de genoemde mobiele telefoon op 26 februari 2015 te 20.39 uur de paallocatie [adres 8] te Voorburg aan.

Het mobiele telefoonnummer [telefoonnummer 1] waarmee slachtoffer (het hof begrijpt: [benadeelde 11] ) werd gebeld peilde net zoals de onder de verdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] in beslag genomen mobiele telefoons uit in de directe omgeving van het adres van het slachtoffer (het hof begrijpt: [benadeelde 11] ): te weten op 26 februari 2015 te 20:36:47 uur voor de duur van 430 seconden, paallocatie [adres 10] te Den Haag.19

28 februari 2015 – diefstal uit de woning aan de [adres 9] te Amsterdam (zaak 1)

Op 3 maart 2015 deed de 83-jarige aangeefster [benadeelde 14] aangifte van diefstal uit haar woning aan de [adres 9] te Amsterdam, gepleegd op 28 februari 2015. Zij verklaarde dat er op 28 februari werd aangebeld door twee dames die met een taart voor de deur stonden. Zij stelden zich voor als nieuwe buren. [benadeelde 14] liet de dames binnen.

Op 3 maart 2015 kreeg [benadeelde 14] een brief van ING-bank waarin zij werd verzocht telefonisch contact op te nemen met de bank. Zij belde direct en kreeg te horen dat er € 1.250,- van haar rekening was afgeschreven. Zij keek in haar portemonnee en zag dat onder andere haar pinpas was verdwenen.20

Uit onderzoek is gebleken dat er op 28 februari 2015 twee keer geld is opgenomen van haar rekening, door middel van de navolgende pintransacties.

€ 1.000,- 20:20 uur ING-automaat, [adres 11] te Amsterdam;
€ 250,- 20:40 uur ABN AMRO-automaat, [adres 12] Amsterdam.21

Camerabeelden geldopname ABN AMRO

Van de geldopname bij de ABN AMRO zijn camerabeelden beschikbaar. Het gaat om terminalnummer S1P203. Op 10 maart 2015 zijn de beelden bekeken. Daaruit blijkt het volgende.


NN komt in beeld op 28 februari (het hof begrijpt: 2015) om 20:50 uur. NN dekt haar gezicht af met een sjaal. Daarbij heeft NN een muts op met daarop een opvallend embleem. Het embleem op de muts is gelijkend op een bloem. Er is te zien dat NN een beweging maakt met de rechterhand en in de hand van NN is een voorwerp te zien gelijkend op een plastic pasje.22

Gebeld door het nummer [telefoonnummer 1]

Uit onderzoek is gebleken dat [benadeelde 14] op 28 februari 2015 twee keer werd gebeld door het telefoonnummer [telefoonnummer 1] . Dit gebeurde respectievelijk om 20:08:24 uur (paallocatie Osdorpplein te Amsterdam) en om 20:36:04 uur (paallocatie Jacob Geelstraat te Amsterdam).23

Privételefoons van de verdachten

De historische gegevens van de onder de verdachten in beslag genomen mobiele telefoons zijn onderzocht en vergeleken met de delictgegevens. Hieruit is het volgende gebleken.

De mobiele telefoon van [medeverdachte 1] straalde op 28 februari 2015 om 15:18 uur, 15:42 uur en 15:44 uur de paallocatie Osdorpplein Amsterdam aan.


De mobiele telefoon van [medeverdachte 3] straalde op 28 februari 2015 om 19:16 uur de paallocatie Johan Huizingalaan te Amsterdam aan.

De mobiele telefoon met telefoonnummer [telefoonnummer 4] , die van [medeverdachte 2] bleek te zijn, straalde op 28 februari 2015 om 15:00 uur de paallocatie Jan van Galenstraat te Amsterdam aan.24

TomTom

Naar aanleiding van de aanhouding van de medeverdachte [medeverdachte 1] heeft op 7 juli 2015 een doorzoeking plaatsgevonden in zijn autobedrijf. In het kantoor van zijn autobedrijf is een TomTom navigatiesysteem aangetroffen. Dit navigatiesysteem was op 5 juni 2015 ook al aangetroffen in een voertuig dat werd bestuurd door [medeverdachte 1] . Op 14 juli 2015 is het navigatiesysteem door de digitale recherche uitgelezen.


Uit digitaal onderzoek blijkt dat in het onderdeel “recent destinations” (recente bestemmingen) onder meer was ingevoerd: Akersingel Amsterdam.25

2 april 2015 – diefstal uit de woning aan de [adres 13] te Rotterdam (zaak 7)

Op 4 april 2015 deed de 85-jarige aangeefster [benadeelde 12] aangifte van diefstal uit haar woning aan de [adres 13] te Rotterdam, gepleegd op 2 april 2015 tussen 19:00 uur en 20:00 uur. Zij verklaarde dat er op 2 april 2015 twee vrouwen bij haar aan de deur kwamen die zich voorstelden als thuiszorgmedewerksters. Zij zou nog € 156,- krijgen van de Thuiszorg. Om het geld te kunnen storten wilden de vrouwen haar bankpasje zien. [benadeelde 12] liet haar bankpassen zien en even later verlieten de vrouwen haar woning.

Later die avond werd aangeefster door ING gebeld met de vraag wanneer zij voor het laatst heeft gepind. Er was die avond drie keer gepind met haar bankpas. Zij is zelf die avond niet meer buiten haar woning geweest. Zij keek in haar tas en zag dat haar bankpassen en € 30,- aan contant geld waren verdwenen.26

Op 21 april 2015 geeft een medewerker van de afdeling fraude van ING aan dat op 2 april 2015 de volgende bedragen op de volgende locaties waren opgenomen:


€ 1.000,- 20:43 uur [adres 14] te Rotterdam;
€ 250,- 21:00 uur [adres 15] te Rotterdam;
€ 660,- 20:44 uur [adres 14] te Rotterdam.27

Camerabeelden van de pinautomaat op het [adres 15] te Rotterdam

Op 29 april 2015 zijn de camerabeelden bekeken van de pinautomaat op het [adres 15] te Rotterdam (opmerking verbalisant: de aangegeven tijden wijken iets af van de werkelijke tijden). Daaruit blijkt het volgende.

Op het tijdstip 21:01:24 is een persoon op de beelden te zien. De persoon draagt een lichte sjaal / hoofddoek waarbij een deel van de sjaal / hoofddoek voor het gezicht wordt gehouden. De sjaal / hoofddoek is licht van kleur, mogelijk beige, met hierop donkere vlekken, mogelijk afbeeldingen van bloemen. Achter die persoon loopt een tweede persoon mee naar de pinautomaat. Deze persoon blijft gedurende de geldopname dicht achter de eerste persoon staan. Om 21:02:02 loopt de persoon weg bij de pinautomaat. De tweede persoon achter de persoon draagt een donkere muts en loopt gelijktijdig weg uit het zicht van de camera.28

Politiecamera’s in de omgeving van het [adres 15] te Rotterdam

Uit onderzoek is voorts gebleken dat in de omgeving van het [adres 15] te Rotterdam enkele politiecamera’s hangen. De beelden op camera 10 zijn bekeken. Daarop is het volgende waargenomen.

Om 20:41:56 komt vanaf links in beeld een donkere auto in beeld gereden die sterke overeenkomsten vertoont met een personenauto, een zogenaamde MPV van het merk Mitsubishi type Spacestar. De auto parkeert aan de linkerzijde van de weg.

Om 20:42:13 gaan de deuren van de auto open en stappen twee personen, vermoedelijk vrouwen, uit. Deze twee personen steken de weg over en lopen in de richting van het [adres 15] .

Om tijdstip 20:45:30 verschijnen de twee vrouwen weer in het zicht van de camera. Zij lopen richting de auto. Om 20:46:00 stappen zij als passagier in de auto. De auto rijdt daarna weg.

Signalement NN1: lichte doek/sjaal over haar hoofd. NN2: donkere muts/sjaal over haar hoofd.29

Gebeld door het nummer [telefoonnummer 2]

Uit onderzoek is gebleken dat het slachtoffer (het hof begrijpt: [benadeelde 12] ) werd gebeld door het mobiele telefoonnummer [telefoonnummer 2] . Uit de historische verkeersgegevens van het telefoonnummer [telefoonnummer 2] blijkt dat op 2 april 2015 te 20:34:52 is uitgebeld naar het telefoonnummer [telefoonnummer 3] . Uit onderzoek blijkt dat dit nummer hoort bij het adres [adres 13] te Rotterdam.30

Uit onderzoek is verder gebleken dat het telefoonnummer [telefoonnummer 2] een prepaid simkaart betreft van provider Lebara. Op 2 april 2015 te 15:51 uur is de kaart opgewaardeerd door een e-voucher met het serienummer 4028746123. Uit de verkoopgegevens blijkt dat de opwaardeervoucher op 2 april 2015 om 15:48:19 is verkocht is via een filiaal van de [bedrijf 3] B.V., winkel 27. Dit filiaal is gevestigd aan de [adres 16] te Rotterdam. Uit onderzoek is voorts gebleken dat de telefoon (voorzien van imeinummer [imei-nummer 7] ) en de voucher op 2 april 2015 te 15:47 uur gelijktijdig zijn aangekocht.31

Camerabeelden van de [bedrijf 3] [adres 16] te Rotterdam

In het kader van dit onderzoek zijn de camerabeelden van de [bedrijf 3] gevestigd aan de [adres 16] te Rotterdam bekeken. Het gaat om de beelden van 2 april 2015 tussen 15:40 en 15:50 uur. Daarop is het volgende waargenomen.


Om 15:40:26 uur loopt de medewerkster achter de kassa naar achteren en neemt een doosje mee terug. Ze legt het doosje bij de kassa.

Om 15:40:41 lopen er twee vrouwen in beeld. Signalement NN1 blank/licht getinte huidskleur, donker lang haar. NN2: licht getinte huidskleur, zwart lang haar.

Om 15:41:04 roept de medewerkster achter de kassa de beide vrouwen kennelijk. De twee vrouwen gaan aan de balie staan. De medewerkster pakt het doosje dat zij eerder bij de kassa had gelegd en scant dit in het kassasysteem om 15:41:50.

Om 15:43:20 haalt de medewerkster de telefoon uit het doosje en NN1 pakt het doosje.

Om 15:43:30 legt de medewerkster de telefoon en het kaartje op de toonbank. NN1 pakt de telefoon en het kaartje van de toonbank. De medewerkster pakt het doosje en registreert kennelijk de gegevens in de kassa. Daarna overhandigt zij het doosje aan NN1. NN2 betaalt vervolgens contant waarna NN1 en NN2 bij de kassa weglopen en uit het zicht van de camera verdwijnen.32

Herkenning [medeverdachte 2]

Op de camerabeelden van de [bedrijf 3] gevestigd aan de [adres 16] te Rotterdam van 2 april 2015 tussen 15:40 en 15:50 uur herkennen de verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] een van de vrouwen die in de winkel naar de kassabalie komen lopen als zijnde [medeverdachte 2] . Zij herkennen haar omdat zij haar op 18 juni 2015 en 25 juni 2015 als verdachte hebben gehoord. De verbalisanten zien op de camerabeelden dezelfde uiterlijke kenmerken die zij tijdens het verhoor hebben waargenomen.33 In aanvulling op voornoemd proces-verbaal wordt door verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] het volgende gerelateerd: “wij herkennen [medeverdachte 2] aan een aantal uiterlijke kenmerken als haardracht, hoog voorhoofd, vorm hoofd, gezichtsuitdrukking en oren.”34

Privételefoons van de verdachten

Uit onderzoek blijkt dat de onder de verdachten in beslag genomen telefoons uitpeilen in de omgeving van het filiaal van de [bedrijf 3] in Rotterdam waar de mobiele telefoon werd gekocht.

De mobiele telefoon van [medeverdachte 1] straalde op 2 april 2015 om 15:14 uur bij de paallocatie Oostplein in Rotterdam aan.

De mobiele telefoon van [medeverdachte 3] straalde op 2 april 2015 om 16:19 uur de paallocatie Zwaanshals te Rotterdam aan.

De mobiele telefoon van [medeverdachte 2] Jovanović straalde op 2 april 2015 om 16:19 uur de paallocatie Ammersooiseplein te Rotterdam aan.35

De mobiele telefoon van [medeverdachte 1] straalt op 2 april 2015 te 19:31 uur de paallocatie Maastunnel te Rotterdam aan. Op 2 april 2015 straalt de mobiele telefoon van [medeverdachte 1] te 19:52 uur en 20:05 uur de paallocatie Brielselaan te Rotterdam aan. De mobiele telefoon van [medeverdachte 3] straalt op 2 april 2015 te 17:56 uur de paallocatie [adres 17] te Rotterdam aan. De telefoon van [medeverdachte 2] straalt op 2 april 2015 te 18:28 uur de paallocatie [adres 50] te Rotterdam aan en op 2 april 2015 te 21:13 uur de paallocatie [adres 18] te Rotterdam.

Uit het voorgaande blijkt dat de onder verdachten in beslag genomen mobiele telefoons in de omgeving van de woning van het slachtoffer en de pinlocaties [adres 14] te Rotterdam en [adres 15] 12 te Rotterdam, uitpeilden.36

TomTom

Naar aanleiding van de aanhouding van de medeverdachte [medeverdachte 1] heeft op 7 juli 2015 een doorzoeking plaatsgevonden in zijn autobedrijf. In het kantoor van zijn autobedrijf is een TomTom navigatiesysteem aangetroffen. Dit navigatiesysteem was op 5 juni 2015 ook al aangetroffen in een voertuig dat werd bestuurd door [medeverdachte 1] . Op 14 juli 2015 is het navigatiesysteem door de digitale recherche uitgelezen.


Uit digitaal onderzoek blijkt dat in het onderdeel “recent destinations” (recente bestemmingen) onder meer was ingevoerd: [adres 19] Rotterdam (opmerking verbalisant: aangever woont aan de Wolphaersbocht te Rotterdam; deze twee straten kruisen elkaar).37

3 april 2015 – diefstal uit de woning aan de [adres 30] -1 te Amsterdam (zaak 2)

Op 3 april 2015 deed de 86-jarige aangeefster [benadeelde 13] aangifte van diefstal uit haar woning aan de [adres 30] -1 Amsterdam, gepleegd op 3 april 2015 tussen 16:30 uur en 18:00 uur. Zij verklaarde dat er die dag werd aangebeld bij haar woning. Er stonden twee meisjes voor de deur die zich voorstelden als medewerksters van de Thuiszorg en dat zij nog geld terugkreeg omdat ze het jaar ervoor teveel zou hebben betaald. Aangeefster laat de meisjes binnen. Een van de meisjes wilde de waterleiding op schimmel controleren. Vervolgens hebben zij de woning verlaten.

Op 3 april 2015 omstreeks 17:00 uur wordt aangeefster gebeld op haar vaste telefoonlijn.38 De vrouw aan de andere kant van de lijn vraagt naar haar pincode. De aangeefster aarzelt, maar na aandringen geeft ze toch haar pincode af. Na het beëindigen van het gesprek merkt aangeefster dat haar pinpas niet meer in haar portemonnee-tasje zit.39 Uit onderzoek blijkt dat er op 3 april 2015 om 17:39 uur € 1.500,- van de rekening van aangeefster is opgenomen aan de [adres 21] te Amsterdam.40 Van deze geldopname zijn camerabeelden beschikbaar.

Camerabeelden pintransactie Johan Huizingalaan te Amsterdam

Op de camerabeelden van de pintransacties bij de pinautomaat ABN Amro aan de [adres 22] te Amsterdam op 3 april 2015, om 17:36 uur, komen twee vrouwen het beeld in lopen. De vrouwen sluiten aan in de rij voor de pinautomaat.


Om 17:39 uur zijn zij aan de beurt. Hun signalement is als volgt. NN1: licht getint uiterlijk, zwarte muts met aan de voorzijde een bloemmet daarin zilveren kraaltjes of steentjes, kaki sjaal met motief, zwarte poncho. NN2: getint uiterlijk, bruine muts met klepje aan voorzijde, licht/beige sjaal, donker haar onder de muts, grote neus (havik) opbollende erge wallen onder de ogen, 50-60 jaar oud.

NN1 gaat om 17:39 uur pinnen en NN2 gaat naast de pinautomaat staan en kijkt met NN1 mee, hierdoor is ook haar gezicht te zien. Om 17:40:45 uur lopen NN1 en NN2 uit beeld.41

Camerabeelden van [filiaal 1]
Op de beelden van de beveiligingscamera van het naast de pinautomaat van ABN Amro gelegen filiaal van [filiaal 1] is het volgende gezien.

Op 3 april 2015 omstreeks 17:32 uur komt een blauwe zogenaamde MPV (Multi Purpose Vehicle) de Hendrik de Bruynstraat in rijden. De auto rijdt links het beeld uit in de richting van de Comeniusstraat. Vervolgens om 17:36 uur komen twee vrouwen uit de richting van Comeniusstraat lopen. Ze lopen naast elkaar. NN1 draagt een zwarte poncho en heeft een donkere muts op. NN2 heeft eveneens een donkere muts op en een sjaal om.

NN1 en NN2 lopen richting de pinautomaat en sluiten aan in de rij.

Om 17:41 uur komen NN1 en NN2 weer in beeld, lopend naast elkaar in versnelde pas richting Comeniusstraat.

Omstreeks 17:42 uur rijdt een blauwe MPV auto weg uit de richting van de Comeniusstraat met achterin een persoon met een sjaal.42

Sterke gelijkenis met [medeverdachte 3]

Verbalisant [verbalisant 4] heeft gerelateerd dat de persoon rechts op de pinbeelden zeer sterk lijkt op de medeverdachte [medeverdachte 3] . Haar neus en de zichtbare wallen zijn zeer sterk gelijkend. Tevens werd bij de doorzoeking op 7 juli 2015 van het woonadres van [medeverdachte 3] , [adres 23] te Utrecht, onder andere een sjaal aangetroffen gelijkend op de sjaal gedragen door de persoon rechts op de camerabeelden.43

De eigen waarneming van de rechtbank ter terechtzitting van 14 oktober 2015
De rechtbank neemt waar dat de blauwe auto welke zichtbaar is op de foto’s van [filiaal 1] op pagina’s 2 08 tot en met 2 10 van zaaksdossier 2 en welke auto in het proces-verbaal op pagina 2.06 e.v. van zaaksdossier 2 wordt beschreven als blauwe MPV, sterk lijkt op de auto van het merk Mitsubishi, voorzien van kenteken [kenteken 2] . waarin [medeverdachte 1] op 26 februari 2016 bij het BP tankstation te Den Haag is gezien en waarin hij op 14 februari 2015 is gecontroleerd te Rotterdam.44

Mutsjes

Op 5 juni 2015 werden de verdachten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] in Den Haag aangehouden op heterdaad voor een poging oplichting, in het motorvoertuig voorzien van het kenteken [kenteken 3] , Peugeot 806. Tijdens de doorzoeking van de genoemde Peugeot werden onder andere mutsjes aangetroffen, gelijkend op de mutsjes gedragen door verdachten van de pinbeelden.45

Adres slachtoffer (het hof begrijpt: [benadeelde 13] ) en pinlocatie [adres 21]

De historische gegevens van de onder verdachten in beslag genomen mobiele telefoons zijn vergeleken met de tijdstippen dat het slachtoffer (het hof begrijpt: [benadeelde 13] ) werd opgelicht en de genoemde pintransactie op de [adres 22] te Amsterdam. Hieruit is het volgende gebleken.46

De mobiele telefoon van [medeverdachte 1] straalt op 3 april 015 te 15.48 uur de paallocatie [adres 24] te Amsterdam aan. Tevens straalt de mobiele telefoon van [medeverdachte 1] op 3 april 2015 te 17:53 uur de paallocatie [adres 25] te Amsterdam aan.

De mobiele telefoon met het imeinummer [imei-nummer 3] van [medeverdachte 3] straalt op 3 april 2015 te 17:46 uur de paallocatie [adres 26] te Amsterdam aan.

De mobiele telefoon met het imeinummer [imei-nummer 2] van [medeverdachte 2] straalt op 3 april 2015 te 17:46 uur de paallocatie [adres 26] te Amsterdam aan.

[filiaal 2] Utrecht

Op 3 april 2015, omstreeks 18.30 (50 minuten na de geslaagde pintransactie), is geprobeerd met de gestolen pinpas geld op te nemen bij [filiaal 2] in Utrecht.

De historische gegevens van de onder verdachten in beslag genomen mobiele telefoons zijn vergeleken met de genoemde poging tot geld opnemen bij [filiaal 2] te Utrecht, [adres 27] te Utrecht. Hieruit is gebleken dat zowel [medeverdachte 1] als [medeverdachte 3] de paallocatie Amsterdamsestraatweg aanstralen. De telefoon van [medeverdachte 3] heeft ook uitgebeld naar die winkel.47

TomTom

Naar aanleiding van de aanhouding van de verdachte [medeverdachte 1] heeft op 7 juli 2015 een doorzoeking plaatsgevonden in zijn autobedrijf. In het kantoor van zijn autobedrijf is een TomTom navigatiesysteem aangetroffen. Dit navigatiesysteem was op 5 juni 2015 ook al aangetroffen in een voertuig dat werd bestuurd door [medeverdachte 1] . Op 14 juli 2015 is het navigatiesysteem door de digitale recherche uitgelezen.


Uit digitaal onderzoek blijkt dat in het onderdeel “recent destinations” (recente bestemmingen) onder meer was ingevoerd: Slotermeerlaan Amsterdam (opmerking: aangever woont aan de Slauerhoffstraat dat is een zijstraat van de Slotermeerlaan).48

3 april 2015 – diefstal uit de woning aan de [adres 49] te Amsterdam (zaak 4)

Op 16 april 2015 deed [fam. Hendriks] aangifte namens haar moeder, de 76-jarige [benadeelde 15] (inmiddels overleden) van diefstal uit de woning van [benadeelde 15] aan de [adres 49] te Amsterdam, gepleegd op 3 april 2015. [fam. Hendriks] verklaarde dat haar moeder [benadeelde 15] lijdt aan Alzheimer. Er is uit de woning van [benadeelde 15] een geldkistje met medicijnen en haar bankpas weggenomen, vermoedelijk door personen die zich voordeden als medewerkers van de Thuiszorg. [benadeelde 15] is vlak na het bezoek van de Thuiszorg gebeld en zij heeft op hun verzoek haar pincode afgegeven.

Uit onderzoek bleek dat er op 3 april 2015 te 15:02 uur € 980 van haar rekening is opgenomen bij een geldautomaat op het [adres 29] te Amsterdam. Het geld was opgenomen bij terminal 001562, locatie [adres 29] Amsterdam.49 [benadeelde 15] verklaarde dat ze geen € 980 had gepind met haar pinpas. Haar zoon herinnerde zich dat [benadeelde 15] vertelde over mensen aan de deur en dat ze daarna haar pinpas niet meer kon vinden. Ook is ze haar pillendoos kwijt.50Er waren camerabeelden aanwezig bij een winkel gelegen naast de geldautomaat, genaamd [bedrijf 1] .51

Camerabeelden [bedrijf 1]

De camerabeelden van het bedrijf [bedrijf 1] , gevestigd aan het [adres 28] te Amsterdam van 3 april 2015 tussen 14:40 en 15.05 uur zijn bekeken. Op deze beelden is het volgende waargenomen.


De pinautomaat waar met de gestolen pinpas geld is opgenomen bevindt zich buiten het beeld aan de linkerzijde.

Om 15:01:27 komen van rechts twee personen in het zicht van de camera lopen. Hun signalement is als volgt. NN1: vrouw, zwarte muts met opvallende bloem, lichte sjaal voor het gezicht. NN2: vrouw muts/petje, lichte sjaal voor het gezicht.

Zij blijven naast elkaar lopen en houden hetzelfde tempo aan. Zij verdwijnen links uit het zicht van de camera.


Om 15:02:44 komen de twee vrouwen wederom in beeld van de camera. Zij lopen nu vanaf de locatie van de pinautomaat in de richting van de Watteaustraat. Zij lopen naast elkaar in hetzelfde tempo.52

De verbalisanten relateren dat op de beelden die in verschillende zaken in dit dossier zijn gemaakt één of twee vrouwen te zien zijn van wie het signalement overeenkomt met het signalement van de twee vrouwen op de beelden van bovengenoemd bedrijf (het hof begrijpt: [bedrijf 1] ).53

De eigen waarneming van de rechtbank ter terechtzitting van 14 oktober 2015

Deze waarneming houdt onder meer in, zakelijk weergegeven:

De rechtbank ziet op foto’s op pagina 4.11 van zaaksdossier 4, dat NN2 een lichte sjaal draagt

met donkere motieven erop.54

Gelijkend signalement

Bij de oplichting later gepleegd op dezelfde dag van het slachtoffer (het hof begrijpt: [benadeelde 13] ) wonende [adres 30] te Amsterdam (zaak 2) werden de camerabeelden van de onrechtmatige pintransactie veiliggesteld.

Uit vergelijking van deze camerabeelden van de pinautomaat en de camerabeelden van het Olympiaplein blijkt dat de signalementen overeenkomen.

Uit het proces-verbaal van analyse van de oplichting van het slachtoffer wonende aan de [adres 30] te Amsterdam blijkt dat de mutsjes die te zien zijn op de genoemde camerabeelden gelijkend zijn aan de mutsjes die zijn aangetroffen in het voertuig waarin [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] op heterdaad werden aangehouden voor een poging oplichting in Den Haag op 5 juni 2015 (zaak 10).55

Tevens blijkt uit de genoemde analyse dat de persoon rechts op de camerabeelden zeer sterk lijkt op [medeverdachte 3] (in zaak 2).56

Tijdens de doorzoeking op 7 juli 2015 van het woonadres van [medeverdachte 3] , [adres 23] te Utrecht, werd onder andere een sjaal aangetroffen gelijkend op de sjaal gedragen door de onderstaande persoon rechts op de camerabeelden. In de auto waarin de verdachten zijn aangehouden zijn voorts twee mutsen aangetroffen, een donkerkleurige met een bloemmotief en een bruin-/groenkleurige met een klepje. Aan de binnenkant van de groenbruine muts is een spoor aangetroffen dat door middel van DNA-onderzoek aan de verdachte [medeverdachte 2] is toegeschreven.57

Privételefoons van de verdachten

De historische gegevens van de later onder verdachten in beslag genomen mobiele telefoons zijn vergeleken met de wederrechtelijke pintransactie op de [adres 22] te Amsterdam. Hieruit is het volgende gebleken.

De mobiele telefoon van [medeverdachte 1] straalt op 3 april 2015 te 14:32 uur de paallocatie [adres 31] te Amsterdam aan.

De onder [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] Jovanović in beslag genomen mobiele telefoon peilden niet uit in de omgeving van het adres van het slachtoffer. De genoemde mobiele telefoons peilden drie uur daarna wel uit in Amsterdam in de directe omgeving wederrechtelijke pintransactie genoemd in zaaksdossier 2.58

Gebeld door het nummer [telefoonnummer 2]

Uit de historische verkeersgegevens van het telefoonnummer [telefoonnummer 2] blijkt dat [benadeelde 15] op 3 april 2015 om 14:49:48 uur voor de duur van 848 seconden is gebeld, paallocatie [adres 32] te Amsterdam.

TomTom

Naar aanleiding van de aanhouding van de medeverdachte [medeverdachte 1] heeft op 7 juli 2015 een doorzoeking plaatsgevonden in zijn autobedrijf. In het kantoor van zijn autobedrijf is een TomTom navigatiesysteem aangetroffen. Dit navigatiesysteem was op 5 juni 2015 ook al aangetroffen in een voertuig dat werd bestuurd door de [medeverdachte 1] . Op 14 juli 2015 is het navigatiesysteem door de digitale recherche uitgelezen.


Uit digitaal onderzoek blijkt dat in het onderdeel “recent destinations”(recente bestemmingen) onder meer was ingevoerd: [adres 49] Amsterdam.59

4 april 2015 – diefstal uit de woning aan het [adres 33] te Rotterdam (zaak 6)

Op 4 april 2015 deed de 67-jarige aangeefster [benadeelde 17] aangifte van diefstal uit haar woning aan het [adres 33] te Rotterdam, gepleegd op 4 april 2015 tussen 18:00 en 18:30 uur. Zij verklaarde dat zij die dag werd gebeld op haar vaste telefoonlijn door een vrouw die zei van de Belastingdienst te zijn. Deze vrouw vertelde dat aangeefster nog geld terug zou krijgen en dat een collega van haar toevallig in de buurt aan het werk was en langs zou komen om het te regelen. Nog tijdens het telefoongesprek werd er aangebeld en stond er een vrouw voor de deur. Aangeefster liet de vrouw binnen en zag dat er vervolgens twee vrouwen in haar woning stonden. Even later kwamen er nog twee vrouwen bij.

Later merkte aangeefster dat de pinpas van broer [benadeelde 18] weg was. Daarnaast miste ze contant geld (€ 200,-), haar ID-kaart en een vervoerspasje.

Kort daarna werd aangeefster gebeld door een vrouw die zei dat ze van ABN AMRO was en de persoonsgegeven van [benadeelde 18] nodig had. Aangeefster weigerde de pincode te verstrekken.60

Gebeld door het nummer [telefoonnummer 6]

Uit de historische gegevens blijkt dat het slachtoffer (het hof begrijpt: [benadeelde 17] ), wonende aan het [adres 33] te Rotterdam, op 4 april 2015 op het onderstaande tijdstippen werd gebeld door het mobiele telefoonnummer [telefoonnummer 6] :

  • -

    om 17.47 uur voor de duur van 304 seconden, paallocatie 31645073878 [adres 34] te Rotterdam;

  • -

    om 18.14 uur voor de duur van 179 seconden, paallocatie 31645073878 [adres 35] te Rotterdam;

  • -

    om 19.13 uur voor de duur van 8 seconden, paallocatie [adres 36] te Rotterdam.61

Uit de gegevens van de [bedrijf 3] blijkt dat de telefoon met dit nummer op 4 april 2015 te 15:38 uur is gekocht in het filiaal [adres 39] te Rotterdam.

Uit onderzoek is gebleken dat de mobiele telefoons van de verdachten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2]

uitpeilden in de omgeving van de [bedrijf 3] ten tijde van de aankoop.62

Privételefoons van de verdachten

De mobiele telefoon van [medeverdachte 1] straalt op 4 april 2015 te 15:59 uur de paallocatie [adres 37] te Rotterdam aan. De mobiele telefoon van [medeverdachte 1] straalt op 4 april 2015 te 16.30 uur ook de paallocatie [adres 37] te Rotterdam aan, in de buurt van de [bedrijf 3].

De mobiele telefoon met het imeinummer [imei-nummer 3] van [medeverdachte 3] straalt op

4 april 2015 te 18.04 uur de paallocatie [adres 34] te Rotterdam aan.

De mobiele telefoon met het imeinummer [imei-nummer 2] van [medeverdachte 2] straalt op 4 april 2015 te 18.05 uur de paallocatie [adres 34] te Rotterdam aan.63

7 mei 2015 – diefstal uit de woning aan de [adres 38] te Den Haag (zaak 11)

Op 7 mei 2015 werd de 70-jarige aangeefster [benadeelde 16] rond 14.40 door een vrouw aangesproken bij de [bedrijf 2] aan de Dierenselaan te Den Haag. De vrouw zei dat ze [benadeelde 16] kende en bij haar in de straat had gewoond. Enkele uren later op dezelfde dag stond dezelfde vrouw bij het slachtoffer (het hof begrijpt: [benadeelde 16] ) voor de deur. Ze was nu met een andere vrouw en ze gingen de woning binnen. Aangeefster vertrouwde het niet en belde de politie. Vlak daarna werd zij gebeld door iemand die zei van de politie te zijn en die om haar pincode vroeg. Zij gaf haar pincode, maar de pinpas heeft ze snel daarna geblokkeerd waardoor er geen geld kon worden opgenomen.

Gebeld door het nummer [telefoonnummer 5]

Uit de historische gegevens blijkt dat het slachtoffer (het hof begrijpt: [benadeelde 16] ) op 7 mei 2015 op het onderstaande tijdstip gebeld werd door het mobiele telefoonnummer [telefoonnummer 5] : om 19:17:44 uur voorde duur van 391 seconden, paallocatie [adres 40] te Rijswijk.

Aankoop mobiele telefoon met simkaart [telefoonnummer 5]

Uit de gegevens van de provider bleek dat de telefoon op 30 april 2015 om 14:05 uur was gekocht bij de [bedrijf 3], in het filiaal [adres 41] te Eindhoven. Van de aankoop zijn geen camerabeelden beschikbaar.

Privételefoons van de verdachten

Uit onderzoek historische gegevens is gebleken dat de telefoons van [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2]

Jovanović op die dag rond dat tijdstip in Eindhoven aanstralen.64

Camerabeelden [bedrijf 2]

[benadeelde 16] verklaarde dat zij op 7 mei 2015 omstreeks 14:40 uur bij de [bedrijf 2] aan de [adres 42] te Den Haag was geweest. Zij werd daar aangesproken door dezelfde vrouw die later in haar woning was. Naar aanleiding van deze verklaring werden de camerabeelden opgevraagd van de genoemde [bedrijf 2].65

Op de camerabeelden is te zien dat een vrouw (NN1) omstreeks 13:47:20 uur (werkelijke tijd een uur later) de [bedrijf 2] binnenkomt. Binnen één minuut staat NN 1 achter [benadeelde 16] die op dat moment bij de kassa staat om af te rekenen. Op dat moment houdt NN1 met haar rechterhand haar telefoon bij haar oor. Aan haar mond is te zien dat zij met iemand belt.66

Herkenning [medeverdachte 2] Jovanović in [bedrijf 2]

Verbalisant [verbalisant 5] heeft de genoemde camerabeelden van de [bedrijf 2] bekeken. Hij heeft [medeverdachte 2] tijdens observaties op 18 juni 2015 en 25 juni 2015 in persoon gezien. Verbalisant herkent in NN1 in de [bedrijf 2] [medeverdachte 2] . Hij herkent haar aan haar houding en gelaatskenmerken.67

Op 8 juli 2015 horen de verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 2] de verdachte [medeverdachte 2] . Voor het verhoor hebben zij de screenshots van de [bedrijf 2] bekeken. Zij herkennen [medeverdachte 2] als de vrouw die bij de [bedrijf 2] binnen komt lopen, in de [bedrijf 2] belt en iets afrekent. Zij herkennen haar aan de uiterlijke kenmerken die zij tijdens het verhoor hebben waargenomen zoals de haardracht, vorm van haar voorhoofd en haar hoofd, haar gezichtsuitdrukking en haar oren.68

Doorzoeking woning [medeverdachte 2]

Op 7 juli 2015 werd er tijdens de doorzoeking van de woning van [medeverdachte 2] , [adres 1], een tas aangetroffen en fotografisch vastgelegd. Deze tas lijkt zeer sterk op de tas die [medeverdachte 2] op de camerabeelden van de [bedrijf 2] bij zich draagt.

Privételefoons van de verdachten

De historische gegevens van de onder verdachten in beslag genomen mobiele telefoons zijn vergeleken met de periode, 7 mei 2015 tussen 14.43 uur en 14.48 uur, dat het slachtoffer ( [benadeelde 16] ) in de [bedrijf 2], [adres 42] te Den Haag was.69

De mobiele telefoon van [medeverdachte 1] straalt op 7 mei 2015 omstreeks het bezoek van het slachtoffer ( [benadeelde 16] ) aan de [bedrijf 2] de paallocatie in Den Haag aan: 15:32 uur, [adres 43] te Den Haag.

De mobiele telefoon met het imeinummer [imei-nummer 4] van [medeverdachte 3] straalt op 7 mei 2015 omstreeks het bezoek van het slachtoffer aan de [bedrijf 2] de paallocatie in Den Haag aan: 14:02 uur, [adres 44] te Den Haag.

De mobiele telefoon met het imeinummer [imei-nummer 3] van [medeverdachte 3] straalt op 7 mei 2015 omstreeks het bezoek van het slachtoffer aan de [bedrijf 2] de paallocatie in Den Haag aan: 14:48 uur, [adres 44] te Den Haag.

De mobiele telefoon met het imeinummer [imei-nummer 2] van [medeverdachte 2] straalt op 7mei 2015 ten tijde van het bezoek van het slachtoffer aan de [bedrijf 2] de paallocatie in Den Haag aan: 14:48 uur, [adres 44] te Den Haag.

Uit de historische gegevens van de onder [medeverdachte 2] Jovanović in beslag genomen mobiele telefoon blijkt dat er gebeld werd naar de onder [medeverdachte 3] in beslag genomen mobiele telefoon met het imeinummer [imei-nummer 3] . Zowel de onder verdachte [medeverdachte 2] in beslag genomen mobiele telefoon als de onder verdachte [medeverdachte 3] in beslag genomen mobiele telefoon stralen op dat moment de paallocatie [adres 44] te Den Haag aan welke straat in de directe omgeving is van de [bedrijf 2].

De mobiele telefoon van [medeverdachte 1] straalt op 7 mei 2015 omstreeks de oplichting van het slachtoffer (het hof begrijpt: [benadeelde 16] ), wonende [adres 45] te Den Haag, paallocaties in Den Haag aan in de buurt van de woning van het slachtoffer (het hof begrijpt: [benadeelde 16] ).70

De mobiele telefoon van [medeverdachte 1] straalt op 7 mei 2015 omstreeks het genoemde telefoongesprek met het slachtoffer (het hof begrijpt: [benadeelde 16] ) waarin zij haar pincode geeft de volgende paallocatie in

Rijswijk aan: 19:26 uur, [adres 46] te Rijswijk.

De mobiele telefoon met het imeinummer [imei-nummer 4] van [medeverdachte 3] straalt op 7 mei 2015 omstreeks het genoemde telefoongesprek met het slachtoffer (het hof begrijpt: [benadeelde 16] ) waarin zij haar pincode geeft de onderstaande paallocatie aan: 19:25 uur, [adres 47] te Den Haag.

Uit de historische gegevens is verder gebleken dat [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] die ochtend telefonisch contact hadden en dat na de diefstal een route richting Rotterdam / Capelle aan de IJssel wordt genomen, waarna de weg naar Utrecht wordt vervolgd.71

TomTom
Naar aanleiding van de aanhouding van de medeverdachte [medeverdachte 1] heeft op 7 juli 2015 een doorzoeking plaatsgevonden in zijn autobedrijf. In het kantoor van zijn autobedrijf is een TomTom navigatiesysteem aangetroffen. Dit navigatiesysteem was op 5 juni 2015 ook al aangetroffen in een voertuig dat werd bestuurd door [medeverdachte 1] . Op 14 juli 2015 is het navigatiesysteem door de digitale recherche uitgelezen.


Uit digitaal onderzoek blijkt dat in het onderdeel “recent destinations” (recente bestemmingen) onder meer was ingevoerd: Hulshorststraat Den Haag.72

5 juni 2015 – poging tot diefstal uit de woning aan de [adres 48] te Den Haag (zaak 10)

Op 5 juni 2015 werd rond 16:30 uur aangebeld bij de woning van de 79-jarige aangeefster [benadeelde 10] . Twee vrouwen deden zich voor als medewerkers van Thuiszorg en vroegen of ze de administratie van thuiszorg mochten inzien. Dit vroegen ze meermalen en ze wilden naar binnen. Uiteindelijk heeft aangeefster hen niet binnen gelaten, zij wilde hen alleen binnenlaten als haar dochter er ook bij zou zijn. Daarop zijn de twee vrouwen weggegaan. Een buurman heeft alles gezien en heeft de politie gebeld.73 De aangeefster heeft het volgende signalement gegeven van de vrouwen: vrouw 1 was ongeveer 25 jaar oud, zij had lang donker steil haar, grote oorbellen in, droeg een lange zwarte jurk met witte strepen en had een dikke buik. Vrouw 2 was iets korter dan vrouw 1 maar ook 25 jaar oud denk ik. Zij had ook erg lang en donker haar en droeg zwarte kleding met een korte rok.

Verbalisant Visee heeft op basis het voorgaande gerelateerd dat de door haar aangehouden verdachte [medeverdachte 2] volledig aan het signalement van vrouw 1 voldeed.

De verbalisant heeft voorts gerelateerd dat het signalement van vrouw 2 qua kleding overeenkwam met het signalement van de door haar aangehouden verdachte [medeverdachte 3] .74

Getuige [getuige]

Op 5 juni 2015 omstreeks 16:15 uur keek getuige [getuige] vanuit het raam van zijn woning en zag een blauwe personen auto Peugeot kenteken [kenteken 1] . Er zaten zes personen in die auto. Twee mannen en vier vrouwen. De getuige vermoedt dat ze afkomstig zijn uit Oost-Europa. Twee vrouwen stapten uit op de hoek van de Bloemfonteinstraat. Vervolgens stapte een man uit. De man liep naar de twee vrouwen en maakte daarbij handgebaren. Hij wees de Bloemfonteinstraat in. De getuige zag dat de vrouwen aanbelden bij [adres 48] . Hij zag dat de bewoner de vrouwen niet binnenliet. Na een aantal minuten liepen de vrouwen weer terug naar de auto en stapten in waarna de auto wegreed. De getuige heeft de politie gebeld omdat hij het niet vertrouwde.75

Aanhouding op heterdaad en enkelvoudige confrontatie

Op 5 juni 2015 zijn de verdachten in de Peugeot aangehouden. Op 8 juni 2015 werd de getuige [getuige] geconfronteerd met een subject. De getuige verklaarde “ja dat is hem dat is de bestuurder. Hij is tijdens het voorval niet uit de auto geweest”. Het confrontatiesubject was [medeverdachte 1] .76

TomTom

Naar aanleiding van de aanhouding van de medeverdachte [medeverdachte 1] heeft op 7 juli 2015 een doorzoeking plaatsgevonden in zijn autobedrijf. In het kantoor van zijn autobedrijf is een Tomtom navigatiesysteem aangetroffen. Dit navigatiesysteem was op 5 juni 2015 ook al aangetroffen in een voertuig dat werd bestuurd door [medeverdachte 1] . Op 14 juli 2015 is het navigatiesysteem door de digitale recherche uitgelezen.


Uit digitaal onderzoek blijkt dat in het onderdeel “recent destinations” (recente bestemmingen) onder meer was ingevoerd: Bloemfonteinstraat Den Haag.77

Het oordeel van het hof

De hiervoor genoemde feiten en omstandigheden vertonen per feit overeenkomsten en verschillen waarbij het hof de term schakelbewijs als uitgangspunt neemt zoals door de Hoge Raad in zijn arrest van 12 december 2017 (ECLI:NL:HR:2017:3118) is verwoord.

Met de term schakelbewijs pleegt te worden aangeduid een bewijsvoering waarbij voor de bewezenverklaring van een feit mede redengevend wordt geacht de – uit één of meer bewijsmiddelen blijkende – omstandigheid dat verdachte bij één of meer andere strafbare feiten betrokken was. Daarbij is ten minste vereist dat de wijze waarop de onderscheidene feiten zijn begaan op essentiële punten overeenkomt.

Voor zover de verdediging de opvatting huldigt dat voor een dergelijke bewijsvoering moet worden vastgesteld dat tot de bewezenverklaring van in elk geval één van de feiten kan worden gekomen zonder dat daarvoor mede bewijsmiddelen worden gebezigd met betrekking tot een ander feit, wordt die opvatting verworpen.

Het hof stelt op basis van de hierboven genoemde feiten en omstandigheden, in onderling verband en in samenhang gezien, de volgende overeenkomsten vast.

Betrokkenheid bij de feiten 1 en 3: (pogingen tot) diefstal van goederen/pinpassen en geld

Op verschillende data in de periode van 14 februari tot en met 5 juni 2015 hebben een elftal zogenaamde ‘babbeltrucs’ plaatsgevonden, waarbij goederen en/of geld zijn weggenomen (feit 1), dan wel zijn daartoe pogingen ondernomen (feit 3: zaken 8 en 10). De in verschillende zaken gehanteerde werkwijze toont opvallende overeenkomsten. Er werd telkens bij oudere mensen aangebeld door twee vrouwen – in een enkel geval waren er uiteindelijk meer dan twee vrouwen – die zich meestal voordeden als medewerksters van de Thuiszorg of een andere organisatie en een enkele keer als nieuwe buren of oude bekenden. In bijna alle gevallen zijn de slachtoffers telefonisch benaderd. In een aantal gevallen waren de slachtoffers van tevoren telefonisch of op straat benaderd en in de meeste gevallen werd het slachtoffer, nadat de (twee) vrouwen in de woning van het slachtoffer waren geweest, gebeld door een persoon die zich voordeed als een medewerker ‘van de bank’ en om de pincode van de ontvreemde pinpas vroeg.

Leeftijd aangevers

Zoals uit het hierboven gegeven overzicht blijkt gaat het in alle gevallen om aangevers op leeftijd die nog zelfstandig (alleen of met partner) woonden. Vier van de negen aangevers waren ten tijde van de aangifte 80 jaar of ouder. Vier van de negen aangevers waren tussen 70 en 79 jaar oud. De jongste aangever was 67 jaar oud. Een van de aangevers, de toen 76-jarige [benadeelde 15] die aan Alzheimer leed en in eerste instantie zelfs niet doorhad dat ze was opgelicht, is inmiddels overleden.

Uit het voorgaande leidt het hof af dat deze slachtoffers doelbewust werden uitgekozen omdat ze door hun hoge leeftijd, en het feit dat ze vaak alleen woonden, als gemakkelijk benaderbaar en te overrompelen werden gezien.

De werktelefoons

In alle gevallen (behalve zaak 10) zijn de slachtoffers gebeld door telefoons die kunnen worden

aangeduid als een zogenoemde werktelefoon.

Zaken 1, 8 en 9

Uit onderzoek is gebleken dat in zaken 1, 8 en 9 gebruik is gemaakt van telefoonnummer [telefoonnummer 1] om contact te leggen met de slachtoffers. Dit telefoonnummer bevond zich in een telefoon met imeinummer [imei-nummer 5] .

Uit de historische verkeersgegevens bleek dat zowel het telefoon- als het imeinummer slechts van 14 tot en met 28 februari 2015 in gebruik is geweest en dat er slechts acht uitgaande gesprekken zijn gevoerd naar vaste telefoonnummers op naam van oudere mensen, waaronder de aangevers [benadeelde 14] , [benadeelde 9] en [benadeelde 11] . Er zijn geen inkomende gesprekken geregistreerd.

De betreffende telefoon was gekocht op 14 februari 2015 om 13:11 uur bij de [bedrijf 3], gevestigd aan het Eudokiaplein 3 te Rotterdam. Uit onderzoek van de historische gegevens van de mobiele telefoons van de verdachte [medeverdachte 2] en de medeverdachten [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] blijkt dat alle drie de telefoons op 14 februari 2015 uitpeilen in de directe omgeving van de betreffende [bedrijf 3] omstreeks het moment dat daar de werktelefoon werd gekocht.

Medeverdachte [medeverdachte 1] is voorts op 14 februari 2015 om 13:45 uur als bestuurder samen met onder anderen medeverdachte [medeverdachte 3] staande gehouden in een Mitsubishi Space Star kenteken [kenteken 2] in Rotterdam. Dit voertuig is tijdens observaties veelvuldig gezien bij de woning van de ex-vrouw van [medeverdachte 1] , waar hij regelmatig op bezoek kwam. De simkaart behorende bij de genoemde werktelefoon is door [medeverdachte 1] opgewaardeerd door middel van een voucher die op 26 februari 2015 is gekocht bij een BP tankstation aan de Leyweg te Den Haag. Op de camerabeelden van dit BP tankstation is namelijk te zien dat deze voucher is gekocht door een man die kwam aanrijden in een auto voorzien van kenteken [kenteken 4] . genoemde man is door verbalisanten op camerabeelden herkend als [medeverdachte 1] . Ook het hof heeft ter zitting waargenomen dat deze man sterke overeenkomsten vertoont met de medeverdachte [medeverdachte 1] .

Zaken 2, 4 en 7

Uit onderzoek is gebleken dat in zaken 2, 4 en 7 gebruik is gemaakt van het telefoonnummer [telefoonnummer 2] om contact te leggen met de slachtoffers. Dit telefoonnummer bevond zich in een telefoon met imeinummer [imei-nummer 8] .

Uit de historische verkeersgegevens bleek dat zowel het telefoon- als het imeinummer slechts op 2 en 3 april 2015 in gebruik is geweest, en dat er slechts vier uitgaande gesprekken zijn gevoerd naar vaste telefoonnummers op naam van oudere mensen, waaronder de aangevers [benadeelde 13] , [benadeelde 15] en [benadeelde 17] . Er zijn geen inkomende gesprekken geregistreerd.

De betreffende telefoon was gekocht op 2 april 2015 bij de [bedrijf 3] aan De [adres 16] te Rotterdam. Op de camerabeelden van het betreffende Kijkshopfiliaal is te zien dat de telefoon door twee vrouwen werd gekocht. Door verbalisanten is de verdachte [medeverdachte 2] herkend als een van de kopers. Voorts bleken de mobiele telefoons van de verdachte [medeverdachte 2] en de medeverdachten [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] allen op 2 april 2015, omstreeks het tijdstip van de aankoop, uit te peilen in de directe omgeving van De Meent te Rotterdam.

Zaak 6

Uit onderzoek is gebleken dat in zaak 6 gebruik is gemaakt van het telefoonnummer [telefoonnummer 6] om contact te leggen met de slachtoffers. Dit telefoonnummer bevond zich in een telefoon met imeinummer [imei-nummer 9] .

Uit de historische verkeersgegevens bleek dat zowel telefoon- als imeinummer slechts van 4 tot en met 8 april 2015 in gebruik is geweest, en dat er slechts tien (waarvan vier lange) uitgaande gesprekken zijn gevoerd naar vaste telefoonnummers en één mobiel telefoonnummer op naam van oudere mensen, waaronder de aangever [benadeelde 17] . Er zijn geen inkomende gesprekken geregistreerd.

De betreffende telefoon was gekocht op 4 april 2015 bij een de [bedrijf 3], gevestigd aan de [adres 39] te Rotterdam. Vlak na de aankoop ervan is met de betreffende telefoon gebeld naar verschillende personen. De telefoons van [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] peilden op 4 april 2015 ten tijde van de aankoop uit in de directe omgeving van het betreffende filiaal van het betreffende Kijkshopfiliaal. Voorts peilden de mobiele telefoons van [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] op 4 april 2015 uit in de directe omgeving van de werktelefoon op het moment dat daarmee, vlak na de aankoop ervan, naar verschillende personen werd gebeld.

Zaak 11

Tenslotte werd het slachtoffer in zaak 11 (7 mei 2015) gebeld door het telefoonnummer eindigend met *866. De betreffende telefoon was gekocht op 30 april 2015 bij een Kijkshopfiliaal in Eindhoven. De privé-telefoons van [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] peilden omstreeks het tijdstip van de aankoop uit in de directe omgeving van deze [bedrijf 3] en van de paallocaties

van de werktelefoon op die datum.

De privé-telefoons

Ten aanzien van de zaken 1, 8 en 9 neemt het hof in aanmerking dat de privé-telefoons van [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] alle uitpeilden in de omgeving van de plaats delict ten tijde van of omstreeks het plaatsvinden van de ‘babbeltrucs’. Voorts peilden de mobiele telefoons van [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] uit in de omgeving van de plaats delict ten tijde van of omstreeks het plaatsvinden van de ‘babbeltrucs’ in de zaken 2 en 7. Ten aanzien van de mobiele telefoon van [medeverdachte 1] geldt dit ook in zaak 4. De telefoons van [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] straalden ten tijde van het plegen van dit feit geen telefoonmast aan, maar peilden enkele uren later wel uit in Amsterdam, alwaar de ‘babbeltruc’ in zaak 4 plaatsvond en met de weggenomen bankpas werd gepind. De mobiele telefoon van [medeverdachte 1] , alsook de mobiele telefoons van [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] , peilden omstreeks het plaatsvinden van de ‘babbeltruc’ in zaak 6 uit in de directe omgeving van de plaats delict.

Ten aanzien van zaak 11 overweegt het hof dat de telefoons van [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] , alsook die van [medeverdachte 1] op 7 mei 2015 uitpeilden in de directe omgeving van het filiaal van de [bedrijf 2] aan de Dierenselaan te Den Haag op het moment dat de aangeefster daar werd aangesproken. De telefoon van [medeverdachte 1] peilde bovendien omstreeks het plaatsvinden van de ‘babbeltruc’ uit in de directe omgeving van de woning van aangeefster. Verder peilden de telefoons van de [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] op het moment dat aangeefster werd gebeld door één van de daders uit in de directe omgeving van de werktelefoon. Daarnaast kan uit de historische gegevens van de mobiele telefoons van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] worden opgemaakt dat zij beiden op 7 mei 2015 vanuit Utrecht via Rotterdam / Capelle aan den IJssel naar Den Haag zijn gereisd, en vanuit Den Haag vervolgens weer naar Utrecht.

Uit het bovenstaande volgt dat de drie verdachten, die allen in Utrecht wonen, tijdens de aankoop van de werktelefoons en ten tijde van de gepleegde delicten steeds in elkaars gezelschap zijn in verschillende steden.

Gebruik TomTom

In het kantoor van het autobedrijf van [medeverdachte 1] is op 7 juli 2015 een TomTom navigatiesysteem aangetroffen. Dit navigatiesysteem werd op 5 juni 2015 ook al aangetroffen in de Peugeot waarin [medeverdachte 1] met [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] werd aangehouden. Uit digitaal onderzoek is gebleken dat onder het onderdeel ‘recente bestemmingen’ de adressen van de slachtoffers in de zaken 1, 4, 7, 8, 10 en 11 waren ingevoerd, althans de straten waar zij woonachtig waren ten tijde van de delicten. Eenmaal was een straat ingevoerd die een zijstraat is van de straat waar het slachtoffer in de zaak2 woonachtig was ten tijde van het aldaar gepleegde delict.

Mutsje

In de Peugeot is een donkerkleurig mutsje aangetroffen. Dit mutsje is opvallend omdat er een grote bloem op is aan gebracht. Op verschillende camerabeelden is een vrouwspersoon te zien met een donker mutsje waarop een opvallende bloem te zien is.

Sjaal

In de woning van [medeverdachte 3] is een sjaal aangetroffen die grote gelijkenis vertoond met een sjaal die door een van de twee vrouwen wordt gedragen tijdens het pinnen. Dit is op de camerabeelden waargenomen.

Oordeel per zaak

14 februari 2015 (zaak 8)

Uit de aangifte van poging tot diefstal volgt dat er twee vrouwen, nadat er telefonisch contact was opgenomen, aan de deur bij de 72-jarige aangeefster komen. Zij zeggen van de buurtzorg te zijn en dat aangeefster nog geld tegoed heeft. De vrouwen gaan snel weg als zij boven in de woning geluid horen. Er is gebeld met de “werktelefoon” met het nummer eindigend op *608. Een getuige ziet vier vrouwen en een man als een groepje lopen. Twee vrouwen gaan de woning van aangeefster binnen en de man loopt naar de twee vrouwen toe als ze weer buiten komen. De privételefoons van de verdachte en de medeverdachten stralen bij elkaar en ook bij de plaats van de poging tot diefstal uit. Ook de “werktelefoon” straalt in de buurt van de plaats van de poging tot diefstal uit. Het onder [medeverdachte 1] gevonden navigatiesysteem geeft de straat van de aangeefster aan als een van recente bestemmingen.

Het hof is, onder de gegeven omstandigheden en alle feiten en omstandigheden in onderling verband en samenhang bezien, van oordeel dat de verdachte [medeverdachte 2] dit feit heeft gepleegd in nauwe en bewust samenwerking met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] en anderen.

26 februari 2015 (zaak 9)

Uit de aangifte van diefstal volgt dat er twee vrouwen, nadat er telefonisch contact was geweest, aan de deur bij de 87-jarige aangever en zijn vrouw komen. Ze zeggen van de Thuiszorg te zijn en dat aangever en zijn vrouw nog geld tegoed hebben. Er is gebeld met de “werktelefoon” met het nummer eindigend op *608. De ene vrouw vraagt of ze naar het toilet mag en de andere vrouw vraagt of ze in de keuken mag kijken. De privételefoons van de verdachte en de medeverdachten stralen bij elkaar en de plaats van de diefstal uit en ook de “werktelefoon” straalt in de buurt van de plaats van de diefstal uit.

Het hof is, onder de gegeven omstandigheden en alle feiten en omstandigheden in onderling verband en samenhang bezien, van oordeel dat de verdachte [medeverdachte 2] dit feit heeft gepleegd in nauwe en bewuste samenwerking met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] al dan niet in samenwerking met anderen.

28 februari 2015 (zaak 1)

Uit de aangifte van diefstal volgt dat er twee vrouwen bij de 83-jarige aangeefster aan de deur komen. Ze zeggen de nieuwe buren te zijn en komen langs met een vlaai. Een van de vrouwen loopt de keuken in. Er wordt nadien gebeld met de “werktelefoon” met het nummer eindigend op *608. De privételefoons van de verdachte en de medeverdachten stralen bij elkaar en de plaats van de diefstal uit en ook in de “werktelefoon” straalt in de buurt van de plaats van de diefstal uit. Het onder de medeverdachte [medeverdachte 1] gevonden navigatiesysteem geeft de straat van de aangeefster aan als een van de recente bestemmingen.

Op dezelfde dag wordt met de pinpas van de aangeefster gepind waarbij op de camerabeelden twee vrouwspersonen te zien zijn met een mutsje met daarop een bloem en een sjaal die lijkt op de sjaal die bij de huiszoeking van [medeverdachte 3] is aangetroffen.

Het hof is, onder de gegeven omstandigheden en alle feiten en omstandigheden in onderling verband en samenhang bezien, van oordeel dat de verdachte [medeverdachte 2] dit feit heeft gepleegd in nauwe en bewuste samenwerking met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] al dan niet in samenwerking met anderen.

2 april 2015 (zaak 7)

Uit de aangifte van diefstal volgt dat er twee vrouwen bij de 85-jarige aangeefster aan de deur komen. Ze zeggen van de Thuiszorg te zijn en dat aangeefster nog geld tegoed heeft. Gevraagd wordt om een glaasje water waarop de aangeefster naar de keuken loopt. Er is gebeld met de “werktelefoon” met het nummer eindigend op *524. De privételefoons van de verdachte en de medeverdachten stralen bij elkaar en de plaats van de diefstal uit en ook in de “werktelefoon” straalt in de buurt van de plaats van de diefstal uit. Het onder de medeverdachte [medeverdachte 1] gevonden navigatiesysteem geeft een zijstraat van de straat van de aangeefster aan als een van de recente bestemmingen.

Binnen een uur na de diefstal wordt er met de pinpas van de aangeefster gepind. Op camerabeelden worden twee vrouwen gezien waarbij de muts en de sjaal worden herkend. Ook wordt er weggereden met een MPV.

Het hof is, onder de gegeven omstandigheden en alle feiten en omstandigheden in onderling verband en samenhang bezien, van oordeel dat de verdachte [medeverdachte 2] dit feit heeft gepleegd in nauwe en bewuste samenwerking met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] al dan niet in samenwerking met anderen.

3 april 2015 (zaak 2)

Uit de aangifte van diefstal volgt dat er twee vrouwen bij de 86-jarige aangeefster aan de deur komen. Ze zeggen van de Thuiszorg te zijn en dat aangeefster nog geld tegoed heeft omdat zij het jaar ervoor teveel heeft betaald. Een van de vrouwen wil de waterleiding op schimmel controleren. Er is gebeld met de “werktelefoon” met het nummer eindigend op *524. De privételefoons van de verdachte en de medeverdachten stralen bij elkaar en de plaats van de diefstal uit en ook de “werktelefoon” straalt in de buurt van de plaats van de diefstal uit. Het onder de medeverdachte [medeverdachte 1] gevonden navigatiesysteem geeft een zijstraat van de straat van de aangeefster aan als een van de recente bestemmingen. Daarna wordt er gepind door twee dames.

Het hof is, onder de gegeven omstandigheden en alle feiten en omstandigheden in onderling verband en samenhang bezien, van oordeel dat de verdachte [medeverdachte 2] dit feit heeft gepleegd in nauwe en bewuste samenwerking met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] al dan niet in samenwerking met anderen.

3 april 2015 (zaak 4)

Uit de aangifte van diefstal volgt dat er twee vrouwen bij de 76-jarige aangeefster aan de deur komen. Ze zeggen van de Thuiszorg te zijn. Gebeld is met de “werktelefoon” met het nummer eindigend op *524. De privételefoon van de verdachte straalt bij de plaats van de diefstal uit en ook de “werktelefoon” straalt in de buurt van de plaats van de diefstal uit. De mobiele telefoons van de medeverdachten stralen daarna uit in Amsterdam in de directe omgeving van de wederrechtelijke pintransactie genoemd in zaaksdossier 2. Het onder de medeverdachte [medeverdachte 1] gevonden navigatiesysteem geeft de straat van de aangeefster aan als een van de recente bestemmingen.

Na de diefstal wordt er gepind door twee vrouwspersonen die beiden een sjaal dragen. Eén van hen draagt een muts met een opvallende bloem.

Het hof is, onder de gegeven omstandigheden en alle feiten en omstandigheden in onderling verband en samenhang bezien, van oordeel dat de verdachte [medeverdachte 2] dit feit heeft gepleegd in nauwe en bewuste samenwerking met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] al dan niet in samenwerking met anderen.

4 april 2015 (zaak 6)

Uit de aangifte van diefstal volgt dat er twee vrouwen bij de 67-jarige aangeefster aan de deur komen. Ze zeggen van de Belastingdienst te zijn en dat de aangeefster nog geld tegoed heeft. Er is gebeld met de “werktelefoon” met het nummer eindigend op *878. De privételefoons van de verdachte en de medeverdachten stralen bij elkaar en de plaats van de diefstal uit en ook de “werktelefoon” straalt in de buurt van de plaats van de diefstal uit. Het onder de medeverdachte [medeverdachte 1] gevonden navigatiesysteem geeft de straat van de aangeefster aan als een van de recente bestemmingen.

Daarop wordt er gepind door twee vrouwen waarvan er één een muts met een opvallende bloem draagt en de ander een sjaal draagt. De medeverdachte [medeverdachte 3] wordt herkend als de vrouw die de sjaal draagt. Er wordt weggereden met een donkere MPV.

Het hof is, onder de gegeven omstandigheden en alle feiten en omstandigheden in onderling verband en samenhang bezien, van oordeel dat de verdachte [medeverdachte 2] dit feit heeft gepleegd in nauwe en bewuste samenwerking met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] al dan niet in samenwerking met anderen.

7 mei 2015 (zaak 11)

Uit de aangifte van diefstal volgt dat er twee vrouwen bij de 70-jarige aangeefster aan de deur komen. Een van de vrouwen heeft de aangeefster eerder die dag aangesproken bij de [bedrijf 2] en zich voorgedaan als een oude buur. Gebeld is met de “werktelefoon” met het nummer eindigend op *866. De privételefoon van de verdachte straalt bij de plaats van de diefstal uit en ook de “werktelefoon” straalt in de buurt van de plaats van de diefstal uit. De mobiele telefoons van de verdachte en de medeverdachten stralen ten tijde van de aankoop van deze “werktelefoon” uit in de omgeving van het Kijkshopfiliaal in Eindhoven waar deze telefoon werd gekocht. [medeverdachte 2] is door verbalisanten herkend op de camerabeelden van de [bedrijf 2] op de dag en het tijdstip waarop de aangeefster werd aangesproken. Het onder de verdachte gevonden navigatiesysteem geeft de straat van de aangeefster aan als een van de recente bestemmingen.

Het hof is, onder de gegeven omstandigheden en alle feiten en omstandigheden in onderling verband en samenhang bezien, van oordeel dat de verdachte [medeverdachte 2] dit feit heeft gepleegd in nauwe en bewuste samenwerking met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] al dan niet in samenwerking met anderen.

5 juni 2015 (zaak 10)

Uit de aangifte van poging tot diefstal volgt dat er twee vrouwen bij de 79-jarige aangeefster aan de deur komen. Ze zeggen van de Thuiszorg te zijn en de administratie te willen inzien. Kort na dit voorval zijn de verdachte en de medeverdachten aangehouden. [medeverdachte 1] is herkend door een getuige als bestuurder van de Peugeot die samen met de vrouwen aan kwam rijden. De uiterlijke kenmerken van de verdachte [medeverdachte 2] als gevolg van zwangerschap, komen overeen met het door de aangeefster opgegeven signalement van een van de twee vrouwen, terwijl zij tevens overeenkomstig het door aangeefster opgegeven signalement een lange zwarte jurk met witte strepen droeg. In de auto waarin de drie verdachten zaten zijn twee mutsen aangetroffen, een donkerkleurige met een bloemmotief en een bruin-/groenkleurige met een klepje. Aan de binnenkant van de groenbruine muts is een spoor aangetroffen dat door middel van DNA-onderzoek aan de verdachte [medeverdachte 2] is toegeschreven. Het onder de medeverdachte [medeverdachte 1] gevonden navigatiesysteem geeft de straat van de aangeefster aan als een van de recente bestemmingen.

Het hof is, onder de gegeven omstandigheden en alle feiten en omstandigheden in onderling verband en samenhang bezien, van oordeel dat de verdachte [medeverdachte 2] dit feit heeft gepleegd in nauwe en bewuste samenwerking met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] al dan niet in samenwerking met anderen.

Conclusie

Naar het oordeel van het hof kan uit al het voorgaande, in onderlinge samenhang beschouwd, worden vastgesteld dat de verdachte samen met de medeverdachten zich schuldig heeft gemaakt aan (pogingen tot) diefstal in de zaken 1, 2, 4 en 6 tot en met 11. De verdachte is voor wat betreft de ‘babbeltrucs’ telkens op de plaats delict te brengen, terwijl zij ook de beschikking heeft gehad over de werktelefoons. Het hof stelt daarbij vast dat met betrekking tot de zaken 1, 2, 4 en 6 tot en met 11 telkens volgens een soortgelijke werkwijze is gewerkt. Tot slot neemt het hof in aanmerking dat de verdachte geen verklaring heeft gegeven voor de bevindingen van de politie zoals die hiervoor zijn weergegeven, terwijl zij daartoe ruimschoots in de gelegenheid is gesteld.

Betrokkenheid bij feit 2: de pintransacties (zaken 1, 2, 4 en 7)

In de zaken 1, 2, 4 en 7 is telkens korte tijd na het bezoek aan de aangever, en in zaak 4 in elk geval op dezelfde dag, met de ontvreemde pinpas geld gepind bij verschillende pinautomaten. Telkens zijn op de camerabeelden van deze pintransacties en/of op de camerabeelden rondom het pinautomaat tijdens de transactie twee vrouwspersonen zichtbaar die specifieke overeenkomsten vertonen in het signalement.

De vrouwen dragen telkens een vergelijkbare sjaal, waaronder een lichtgekleurde sjaal die overeenkomsten vertoont met een sjaal die is aangetroffen in de woning van medeverdachte [medeverdachte 3] . Tevens draagt in de zaken 1, 2 en 4 telkens een van de vrouwen een zwartkleurig mutsje met een opvallend embleem van een bloem en de andere vrouw een bruin-/groenkleurig mutsje met een klep aan de voorkant. Deze mutsjes komen overeen met de mutsjes die zijn aangetroffen in de auto waarin [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] op 5 juni 2015 zijn aangehouden. In het bruin/groene mutsje is een DNA-spoor van [medeverdachte 2] aangetroffen.

Op de camerabeelden van de pintransactie in zaak 7 zijn eveneens twee vrouwen/personen zichtbaar, waarvan één een sjaal draagt overeenkomstig de sjaal op de camerabeelden in zaak 1, 2 en 4, en de ander een donkerkleurig mutsje.

Het hof stelt voorts vast dat op de camerabeelden van en rondom de pintransacties in de zaken 2 en 7 telkens een blauwkleurig voertuig is te zien gelijkend op de Mitsubishi Space Star waarin [medeverdachte 1] op 14 februari 2015 en 26 februari 2015 is waargenomen en die ook meerdere malen is waargenomen voor de woning van de ex-vrouw van de medeverdachte [medeverdachte 1] , waar deze regelmatig verbleef. Voorts peilden de telefoons van [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] in de zaken 2 en 7 uit in de directe omgeving van de geldautomaat op het moment dat daar de pintransactie plaatsvond. Voor [medeverdachte 1] geldt dit ook ten aanzien van zaak 4. Voorts is op 3 april 2015 korte tijd na de diefstallen in de zaken 2 en 4 geprobeerd om met de weggenomen bankpas te pinnen bij een meubelwinkel in Utrecht. De telefoons van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] peilden ten tijde van die poging uit in de omgeving van de meubelwinkel.

In samenhang met de diefstallen in de zaken 1, 2, 4 en 7 is het hof van oordeel dat de verdachte ook de onder feit 2 ten laste gelegde diefstallen met de medeverdachten heeft gepleegd.

Het hof neemt op grond van het vorenstaande aan dat de twee vrouwen die telkens bij het pinnen kunnen worden waargenomen verdachte [medeverdachte 2] en medeverdachte [medeverdachte 3] betreft. Dit te meer door het ontbreken van een verklaring van de verdachte en de medeverdachten.

Conclusie ten aanzien van de feiten 1, 2 en 3

Op basis van al het voorgaande kan het tenlastegelegde naar het oordeel van het hof ten aanzien van verdachte worden bewezen verklaard zoals hieronder is vermeld.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat zij:

1:
op een of meer tijdstippen in de periode vanaf 26 februari 2015 tot en met 8 mei 2015 te Amsterdam en Rotterdam en Haarlem en Voorburg en Den Haag, tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen:

een bankpas (zaak 1) en

een pinpas (zaak 2) en

een geldkistje met medicijnen en een bankpas (zaak 4) en

een bankpas en 200 euro en een Vervoer op maatpas en een identiteitsbewijs (zaak 6) en

30 euro en bankpassen (zaak 7) en

drie halskettingen (zaak 9) en

2 bankpassen (ABN AMRO [rekeningnummer 1] en ING [rekeningnummer 2]) (zaak 11),

toebehorende aan:

[benadeelde 14] (zaak 1) en

[benadeelde 13] (zaak 2) en

[benadeelde 15] (zaak 4) en

[benadeelde 17] en [benadeelde 18] (bankpas) (zaak 6) en

[benadeelde 12] (zaak 7) en

[benadeelde 11] (zaak 9) en

[benadeelde 16] (zaak 11);

2:
op een of meer tijdstippen in de periode vanaf 28 februari 2015 tot en met 3 april 2015 te Amsterdam en Rotterdam, tezamen en in vereniging met een ander of anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening telkens uit een pinautomaat heeft weggenomen:

1.250 euro (zaak 1) en

1.500 euro (zaak 2) en

980 euro (zaak 4) en

1.910 euro (zaak 7)

toebehorende aan:

[benadeelde 14] (zaak 1) en

[benadeelde 13] (zaak 2) en

[benadeelde 15] (zaak 4) en

[benadeelde 12] (zaak 7),

waarbij verdachte en haar medeverdachten de weg te nemen geldbedragen onder hun bereik hebben gebracht door te pinnen met de pinpas en de bijbehorende code, waarvan hij en zijn mededaders geen gerechtigde waren;

3:
op 14 februari 2015 te Amsterdam (zaak 8) en op omstreeks 5 juni 2015 te Den Haag (zaak 10) ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen enig goed toebehorende aan:

[benadeelde 9] (zaak 8) en

[benadeelde 10] (zaak 10),

met haar mededaders

die [benadeelde 9] heeft gebeld dat ze langs wilden komen en bij die [benadeelde 9] heeft aangebeld en de woning in is gegaan en toen bleek dat de zoon van [benadeelde 9] in de woning aanwezig was, de woning heeft verlaten (zaak 8)

en

bij die [benadeelde 10] heeft aangebeld en zich hebben voorgesteld als medewerksters van de Thuiszorg en meermalen aan die [benadeelde 10] hebben gevraagd of ze de woning in mochten om de administratie van de Thuizorg te bekijken (zaak 10).

Hetgeen onder 1, 2 en 3 meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Bewijsmiddelen

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de, hierboven opgenomen, bewijsmiddelen zijn vervat.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1, 2 en 3 bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

diefstal door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd.

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd.

Het onder 3 bewezen verklaarde levert op:

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het onder 1, 2 en 3 bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 26 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft – samen met haar medeverdachten – op doortrapte wijze meerdere keren door middel van zogenaamde babbeltrucs uit de huizen van bejaarde en kwetsbare mensen bankpassen, geld en andere voorwerpen ontvreemd. Vervolgens heeft zij, samen met haar medeverdachte, met de weggenomen bankpassen en bijbehorende pincodes bij pinautomaten geldbedragen opgenomen van de rekening van dergelijke slachtoffers. Op deze manier zijn er bij de geslaagde pintransacties aanzienlijke bedragen opgenomen.

De verdachte heeft puur uit financieel gewin gehandeld en heeft geen rekening gehouden met de mogelijke gevolgen daarvan voor de slachtoffers. Zij heeft op een even routinematige als lafhartige wijze deze door hun hoge leeftijd kwetsbare mensen als gemakkelijke prooi gezien. Zij heeft met haar optreden het vertrouwen van de slachtoffers in de medemens, van wie oudere mensen in toenemende mate afhankelijk zijn, in ernstige mate geschaad. Tevens neemt het hof in beschouwing dat de bewezen diefstallen van de bankpassen bij de slachtoffers thuis hebben plaatsgevonden, waardoor de verdachte bij de slachtoffers het gevoel van veiligheid in en rond hun huis mogelijk ernstig heeft aangetast. Daarnaast treffen feiten als bewezenverklaard de slachtoffers niet alleen in financiële zin; zij bezorgen de slachtoffers ook onveiligheid. Dergelijke feiten leiden tot maatschappelijke onrust, bijvoorbeeld onder ouderen in het algemeen, maar ook – zo is gebleken – bij de betrokken slachtoffers en hun naasten in het bijzonder. Daarom worden deze feiten de verdachte ernstig aangerekend.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 22 januari 2018 is zij eerder meermalen veroordeeld inzake vermogensdelicten.

Gelet op de ernst en de duur van de feiten, die zich in ieder geval over de periode van februari 2015 tot en met juni 2015 heeft uitgestrekt, de rol die de verdachte daarbij heeft gehad, de mate van veronachtzaming van de belangen van de slachtoffers door de verdachte en de genoemde recidive, kan alleen oplegging van een vrijheidsbenemende straf van geruime duur passend worden geacht.

Het hof acht, alles afwegende, een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 15]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 250,39. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep deels toegewezen (€ 158,95) en voor het resterend deel niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 primair, 2 primair bewezen verklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen.

Voor het overige is het hof van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. In zoverre kan de benadeelde partij daarom thans in de vordering niet worden ontvangen en kan de vordering slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 12]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 760,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep deels toegewezen (€ 300,00) en voor het resterend deel niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 primair, 2 primair bewezen verklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen.

Voor het overige is het hof van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. In zoverre kan de benadeelde partij daarom thans in de vordering niet worden ontvangen en kan de vordering slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 16]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 8,30. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep deels toegewezen (€ 7,00) en voor het resterend deel niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 primair bewezen verklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen.

Voor het overige is het hof van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. In zoverre kan de benadeelde partij daarom thans in de vordering niet worden ontvangen en kan de vordering slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 17]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 273,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep deels toegewezen (€ 200,00) en voor het resterend deel niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 primair bewezen verklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen.

Voor het overige is het hof van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. In zoverre kan de benadeelde partij daarom thans in de vordering niet worden ontvangen en kan de vordering slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 36f, 45, 57 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

Vordering tenuitvoerlegging

Het openbaar ministerie heeft gevorderd de tenuitvoerlegging van de bij arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 2 april 2014 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Daarom zal de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijk opgelegde straf worden gelast.

Beslissing ten aanzien van het geschorste bevel voorlopige hechtenis

Door de raadsman van de verdachte is voorts primair de opheffing van het geschorste bevel voorlopige hechtenis verzocht en subsidiair is verzocht de schorsing van dat bevel opnieuw te bevelen.

Gelet op de door het hof op te leggen straf is de opheffing van de voorlopige hechtenis, die van rechtswege eindigt als het arrest onherroepelijk is, niet aan de orde.

Voor het opnieuw schorsen van de voorlopige hechtenis ziet het hof evenmin reden. Het hof is in de gegeven situatie van oordeel dat het maatschappelijk belang dient te prevaleren boven het persoonlijk belang van de verdachte.

De schorsing van de voorlopige hechtenis zal om die reden worden opgeheven.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 4 en 5 ten laste gelegde, alsmede onder 1 voor wat betreft de cumulatief ten laste gelegde zaken 3 en 5.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, 2 en 3 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 26 (zesentwintig) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gelast de teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten alle voorwerpen vermeld op de beslaglijst.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 15]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 15] ter zake van het onder 1 primair, 2 primair bewezen verklaarde tot het bedrag van € 158,95 (honderdachtenvijftig euro en vijfennegentig cent) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 3 april 2015.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 15] , ter zake van het onder 1 primair, 2 primair bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 158,95 (honderdachtenvijftig euro en vijfennegentig cent) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 3 (drie) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 3 april 2015.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 12]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 12] ter zake van het onder 1 primair, 2 primair bewezen verklaarde tot het bedrag van € 300,00 (driehonderd euro) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 2 april 2015.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 12] , ter zake van het onder 1 primair, 2 primair bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 300,00 (driehonderd euro) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 6 (zes) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 2 april 2015.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 16]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 16] ter zake van het onder 1 primair bewezen verklaarde tot het bedrag van € 7,00 (zeven euro) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 7 mei 2015.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 16] , ter zake van het onder 1 primair bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 7,00 (zeven euro) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 1 (één) dag hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 7 mei 2015.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 17]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 17] ter zake van het onder 1 primair bewezen verklaarde tot het bedrag van € 200,00 (tweehonderd euro) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 4 april 2015.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 17] , ter zake van het onder 1 primair bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 200,00 (tweehonderd euro) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 4 (vier) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 4 april 2015.

Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 2 april 2014, parketnummer 21-001956-12, te weten van een

gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) maand.

Heft op de schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M. Iedema, mr. J.H.C. van Ginhoven en mr. A.M. Ruige, in tegenwoordigheid van mr. K. Sarghandoy, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 2 maart 2018.

Mrs. Iedema en Ruige zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

=========================================================================

[…]

1 De weergegeven bewijsmiddelen bevinden zich, tenzij anders vermeld, in het dossier van de centrale recherche van de Districtsrecherche Amsterdam–West, onderzoek 13BREEDIEP. De in de voetnoten als processen-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en voldoen aan de daaraan in de wet gestelde eisen. Verwezen wordt naar de desbetreffende pagina’s in het algemeen dossier (AD) of de desbetreffende zaaksdossiers (ZD gevolgd door het zaaksnummer).

2 Proces-verbaal van bevindingen, ZD 10, p. 10.70-10.71; p. 10.86; p. 10.102-10.103.

3 Proces-verbaal van bevindingen, AD, p. 1-3.

4 Proces-verbaal van bevindingen, ZD 10, p. 10.62-10.63.

5 Proces-verbaal van aangifte, ZD 8, p. 8.01-8.05.

6 Proces-verbaal van bevindingen ZD 8, p. 8.07-8.14.

7 Proces-verbaal van bevindingen, ZD 1, p. 1.25-1.27.

8 Proces-verbaal van bevindingen, ZD 8, p. 8.18-8.26.

9 Proces-verbaal van bevindingen, ZD 1, p. 1.13-1.19.

10 Proces-verbaal van bevindingen, ZD 8, p. 8.20.

11 Proces-verbaal van bevindingen, ZD 8, p. 8.22.

12 Proces-verbaal van bevindingen, ZD 8, p. 8.18-8.26.

13 Proces-verbaal van bevindingen, AD, p. 46-48.

14 Proces-verbaal van aangifte, ZD 9, p. 9.01-9.04.

15 Proces-verbaal van bevindingen, ZD 1, p. 1.13-1.19.

16 Proces-verbaal van bevindingen, ZD 1, p. 1.13-1.19.

17 Proces-verbaal van bevindingen, ZD 1, p. 1.20-1.24.

18 Proces-verbaal van bevindingen, ZD 1, p. 1.28.

19 Proces-verbaal van bevindingen, ZD 9, p. 9.09.

20 Proces-verbaal van aangifte, ZD 1, p. 1.01-1.03.

21 Proces-verbaal van bevindingen, ZD 1, p. 1.04.

22 Proces-verbaal van bevindingen, ZD 1, p. 1.36-1.40.

23 Proces-verbaal van bevindingen, ZD 1, p. 1.41.

24 Proces-verbaal van bevindingen, ZD 1, p. 1.41-1.44.

25 Proces-verbaal van bevindingen, AD, p. 46-48.

26 Proces-verbaal van aangifte, ZD 7, p. 7.01-7.04.

27 Proces-verbaal van bevindingen, ZD 7, p. 7.05.

28 Proces-verbaal van bevindingen, ZD 7, p. 7.06-7.08.

29 Proces-verbaal van bevindingen, ZD 7, p. 7.09-7.15, 7.10.

30 Proces-vervaal van bevindingen, ZD 2, p. 2.16-2.18.

31 Proces-verbaal van bevindingen, ZD 2, p. 2.32.

32 Proces-verbaal van bevindingen, ZD 2, p. 2.33-2.36.

33 Proces-verbaal van bevindingen, AD, p. 6.

34 Proces-verbaal van bevindingen, AD, p. 51.

35 Proces-verbaal van bevindingen, ZD 2, p. 2.37-2.44.

36 Proces-verbaal van bevindingen, ZD 7, p. 7.21.

37 Proces-verbaal van bevindingen, AD, p. 46-48.

38 Uit onderzoek is gebleken dat voor het verkrijgen van de pincode is ingebeld met telefoonnummer [telefoonnummer 2] (zie hierover uitvoerig: zaak 7).

39 Proces-verbaal van aangifte, ZD 2, p. 2.01-2.05.

40 Een geschrift, te weten een afschrift van ABN AMRO, p. 2 46, ZD 2.

41 Proces-verbaal van bevindingen, ZD 2, p. 2.06-2.14.

42 Proces-verbaal van bevindingen, ZD 2, p. 2.06-2.14.

43 Proces-verbaal van bevindingen, ZD 2, p. 2.06.

44 Proces-verbaal van de zitting in eerste aanleg op 14 oktober 2015, p. 37.

45 Proces-verbaal van bevindingen, AD, p. 1-3.

46 Proces-verbaal van bevindingen, ZD 2, p. 2.37-2.44.

47 Proces-verbaal van bevindingen, ZD 2, p. 2.37-2.44, 2.43.

48 Proces-verbaal van bevindingen, AD, p. 46-48.

49 Proces-verbaal van bevindingen, ZD 4, p. 4.07.

50 Proces-verbaal van bevindingen, ZD 4, p. 4.05-4.06.

51 Proces-verbaal van bevindingen, ZD 4, p. 4.09.

52 Proces-verbaal van bevindingen, ZD 4, p. 4.09-411.

53 Proces-verbaal van bevindingen, ZD 4, p. 4 09-411.

54 Proces-verbaal van de zitting in eerste aanleg op 14 oktober 2015, p. 38.

55 Proces-verbaal van bevindingen, ZD 4, p. 4.13.

56 Proces-verbaal van bevindingen, ZD 4, p. 4.13.

57 NFI-rapport, Onderzoek naar biologische sporen en DNA-onderzoek, d.d. 25 augustus 2015.

58 Proces-verbaal van bevindingen, ZD 2, p. 2.42.

59 Proces-verbaal van bevindingen, AD, p. 46-48.

60 Proces-verbaal van aangifte, ZD 6, p. 6.01-6.07.

61 Proces-verbaal van bevindingen, ZD 3, p. 3.08-3.11.

62 Proces-verbaal van bevindingen, ZD 6, p. 6.08.

63 Proces-verbaal van bevindingen, ZD 6, p. 6.08-6.11.

64 Proces van bevindingen, ZD 11, p. 11.59 e.v.

65 Proces van bevindingen, ZD 11, p. 11.07.

66 Proces van bevindingen, ZD 11, p. 11.07.

67 Proces van bevindingen, ZD 11, p. 11.58.

68 Proces van bevindingen, ZD 11, p. 11.78.

69 Proces-verbaal van bevindingen, ZD l1, p. 11.73.

70 Proces-verbaal van bevindingen, ZD l1, p. 11.74.

71 Proces-verbaal van bevindingen, ZD l1, p. 11.75.

72 Proces-verbaal van bevindingen, AD, p. 46-48.

73 Proces-verbaal van aangifte, ZD 10, p. 10.01-10 02.

74 Proces-verbaal van bevindingen, ZD 10, p. 10.08.

75 Proces-verbaal pv verhoor getuige, ZD 10, p. 10.03-10.05.

76 Proces-verbaal van enkelvoudige confrontatie in persoon, ZD 10, p. 10.64-10.65.

77 Proces-verbaal van bevindingen, AD, p. 46-48.