Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:776

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
02-03-2018
Datum publicatie
18-04-2018
Zaaknummer
23-004362-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Diefstal (en pogingen daartoe) van o.a. pinpassen en/of gepinde geldbedragen d.m.v. babbeltruc. Promis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-004362-15

datum uitspraak: 2 maart 2018

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 28 oktober 2015 in de strafzaak onder parketnummer 13-665119-15 tegen

[medeverdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1971,

adres: [adres 1] .

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De verdachte is door rechtbank Amsterdam vrijgesproken van hetgeen aan hem onder 4 is ten laste gelegd. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak.

Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in het hoger beroep

De officier van justitie heeft op 10 november 2015 hoger beroep ingesteld tegen de vrijspraak ten aanzien van hetgeen aan de verdachte onder 4 is ten laste gelegd. Op 23 november 2015 heeft de officier van justitie een appelschriftuur ingediend. Uit de akte intrekken rechtsmiddel van 10 januari 2018 blijkt dat het openbaar ministerie het hoger beroep niet wenst te handhaven. De behandeling van deze zaak in hoger beroep is echter reeds aangevangen op 15 december 2015.

Op grond van het vorenstaande stelt het hof vast dat het openbaar ministerie kennelijk geen belang (meer) heeft bij een inhoudelijke behandeling van het hoger beroep. Het hof is van oordeel dat, nu overigens niet is gebleken van enig rechtens te beschermen belang dat is gediend met de voortgezette behandeling van de zaak, het openbaar ministerie niet dient te worden ontvangen in het hoger beroep ten aanzien van de vrijspraak ten aanzien van hetgeen aan de verdachte onder 4 is ten laste gelegd.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 2 en 16 februari 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is – voor zover in hoger beroep verder nog aan de orde – ten laste gelegd dat hij:

1. primair:
op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode vanaf 26 februari 2015 tot en met 8 mei 2015 te Amsterdam en/of Rotterdam en/of Haarlem en/of Voorburg en/of Den Haag, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen:

- een bankpas (zaak 1) en/of

- een pinpas (zaak 2) en/of

- een bankpas (zaak 3) en/of

- een geldkistje met medicijnen en/of een bankpas (zaak 4) en/of

- 6 ringen en/of een bankpas (zaak 5) en/of

- een bankpas (ABN AMRO) en/of 200 euro en/of een Vervoer op maatpas en/of een identiteitsbewijs (zaak 6) en/of

- 30 euro en/of bankpassen (zaak 7) en/of

- drie halskettingen (zaak 9) en/of

- 2 bankpassen (ABN AMRO [rekeningnummer 1] en ING [rekeningnummer 2] ) (zaak 11),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan:

- [slachtoffer 1] (zaak 1) en/of

- [slachtoffer 2] (zaak 2) en/of

- [slachtoffer 3] (zaak 3) en/of

- [slachtoffer 4] (zaak 4) en/of

- [slachtoffer 5] (zaak 5) en/of

- [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] (bankpas) (zaak 6) en/of

- [slachtoffer 8] (zaak 7) en/of

- [slachtoffer 9] (zaak 9) en/of

- [slachtoffer 10] (zaak 11),

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s);

1. subsidiair:
[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode vanaf 26 februari 2015 tot en met 8 mei 2015 te Amsterdam en/of Rotterdam en/of Haarlem en/of Voorburg en/of Den Haag, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen:

- een bankpas (zaak 1) en/of

- een pinpas (zaak 2) en/of

- een bankpas (zaak 3) en/of

- een geldkistje met medicijnen en/of een bankpas (zaak 4) en/of

- 6 ringen en/of een bankpas (zaak 5) en/of

- een bankpas (ABN AMRO) en/of 200 euro en/of een Vervoer op maatpas en/of een identiteitsbewijs (zaak 6) en/of

- 30 euro en/of bankpassen (zaak 7) en/of

- drie halskettingen (zaak 9) en/of

- 2 bankpassen (ABN AMRO [rekeningnummer 1] en ING [rekeningnummer 2] ) (zaak 11),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan:

- [slachtoffer 1] (zaak 1) en/of

- [slachtoffer 2] (zaak 2) en/of

- [slachtoffer 3] (zaak 3) en/of

- [slachtoffer 4] (zaak 4) en/of

- [slachtoffer 5] (zaak 5) en/of

- [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] (bankpas) (zaak 6) en/of

- [slachtoffer 8] (zaak 7) en/of

- [slachtoffer 9] (zaak 9) en/of

- [slachtoffer 10] (zaak 11),

in elk geval aan een ander of anderen dan aan [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of haar/hun mededader(s) of aan verdachte,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte toen en aldaar opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en / of opzettelijk behulpzaam is geweest door die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] van en/of naar de plaats des misdrijfs te rijden en/of telefoon(s) en/of telefoonkaart(en) te regelen;

2 primair:
op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode vanaf 28 februari 2015 tot en met 3 april 2015 te Amsterdam en/of Rotterdam, in elk geval in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening

(telkens) in/uit een pinautomaat heeft/hebben weggenomen:

- 1.250 euro (zaak 1) en/of

- 1.500 euro (zaak 2) en/of

- 980 euro (zaak 4) en/of

- 1.910 euro (zaak 7),

in elk geval een-of meer geldbedrag(en), geheel of ten dele toebehorende aan

- [slachtoffer 1] (zaak 1) en/of

- [slachtoffer 2] (zaak 2) en/of

- [slachtoffer 4] (zaak 4) en/of

- [slachtoffer 8] (zaak 7) en/of de ING-bank en/of de ABN AMRO-bank,

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte en/of zijn medeverdachte(n) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen geldbedrag(en) onder zijn bereik heeft gebracht door te pinnen met de pinpas en de bijbehorende code, waarvan hij en/of zijn mededader(s) geen gerechtigde was/waren, van die perso(o)n(en), in elk geval door middel van een valse sleutel;

2 subsidiair:
[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode vanaf 28 februari 2015 tot en met 3 april 2015 te Amsterdam en/of Rotterdam, in elk geval in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening (telkens) in/uit een pinautomaat heeft/hebben weggenomen:

- 1.250 euro (zaak 1) en/of

- 1.500 euro (zaak 2) en/of

980 euro (zaak 4) en/of

1.910 euro (zaak 7)

in elk geval een-of meer geldbedrag(en), geheel of ten dele toebehorende aan

- [slachtoffer 1] (zaak 1) en/of

- [slachtoffer 2] (zaak 2) en/of

- [slachtoffer 4] (zaak 4) en/of

- [slachtoffer 8] (zaak 7) en/of

- de ING-bank en/of de ABN AMRO-bank,

in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of verdachte,

waarbij [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of haar/hun medeverdachte(n) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door te pinnen met de pinpas en de bijbehorende code van die perso(o)n(en), waarvan zij en/of haar/hun mededader(s) en/of verdachte geen gerechtigde was/waren, in elk geval door middel van een valse sleutel, tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte toen en aldaar opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of haar/hun mededader(s) van en/of naar de plaats des misdrijfs te rijden en/of (een) telefoon(s) en/of (een) telefoonkaart(en) te regelen;

3 primair:
op of omstreeks 14 februari 2015 te Amsterdam (zaak 8) en/of op of omstreeks 5 juni 2015 te Den Haag (zaak 10), in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg te nemen enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

- [slachtoffer 11] (zaak 8) en/of

- [slachtoffer 12] (zaak 10),

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, die [slachtoffer 11] heeft/hebben gebeld dat ze langs wilden komen en/of bij die [slachtoffer 11] heeft/hebben aangebeld en/of de woning in is/ zijn gegaan en/of toen bleek dat de zoon van [slachtoffer 11] in de woning aanwezig was, de woning heeft/hebben verlaten (zaak 8)

en/of

bij die [slachtoffer 12] heeft/hebben aangebeld en/of zich heeft/hebben voorgesteld als medewerksters van de Thuiszorg en/of meermalen aan die [slachtoffer 12] heeft/hebben gevraagd of ze de woning in mochten om de administratie van de Thuiszorg te bekijken (zaak 10);

3 subsidiair:
[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of een of meer mededader(s) op of omstreeks 14 februari 2015 te Amsterdam (zaak 8) en/of op of omstreeks 5 juni 2015 te Den Haag (zaak 10), in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door voornoemde perso(o)n(en) voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg te nemen enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

-

[slachtoffer 11] (zaak 8) en/of

- [slachtoffer 12] (zaak 10),

in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of haar/hun mededader(s) en/of verdachte, met een of meer van haar/hun mededader(s), althans alleen, die [slachtoffer 11] heeft/hebben gebeld dat ze langs wilden komen en/of bij die [slachtoffer 11] heeft/hebben aangebeld en/of de woning in is/ zijn gegaan en/of toen bleek dat de zoon van [slachtoffer 11] in de woning aanwezig was, de woning heeft/hebben verlaten (zaak 8)

en/of

bij die [slachtoffer 12] heeft/hebben aangebeld en/of zich heeft/hebben voorgesteld als medewerksters van de Thuiszorg en/of meermalen aan die [slachtoffer 12] heeft/hebben gevraagd of ze de woning in mochten om de administratie van de Thuizorg te bekijken; (zaak 10)

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte toen en aldaar opzettelijk gelegenheid, middelen en / of inlichtingen heeft verschaft en / of opzettelijk behulpzaam is geweest door die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] van en/of naar de plaats des misdrijfs te rijden en/of (een) telefoon(s) en/of (een) telefoonkaart(en) te regelen.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof een andere bewijsconstructie hanteert.

Standpunt van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte moet worden veroordeeld voor het onder 1 primair, 2 primair en 3 primair ten laste gelegde.

Standpunt van de verdediging

De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep gesteld dat de verdachte van de hem ten laste gelegde feiten dient te worden vrijgesproken. Daartoe heeft hij – kort gezegd – aangevoerd dat niet op basis van de inhoud van het dossier, ook niet met toepassing van schakelbewijs en modus operandi, kan worden vastgesteld dat de verdachte betrokken is geweest bij de ten laste gelegde feiten.

Vaststaande feiten

Op grond van het dossier en het verhandelende ter terechtzitting zijn de navolgende feiten en omstandigheden vast komen te staan.

1. Algemeen1

Vooropgesteld kan worden dat de verdachte en de medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] gedurende de tenlastegelegde periode allen in Utrecht, ieder op een eigen adres, woonden.

Op 5 juni 2015 werd de verdachte op De la Reyweg te Den Haag naar aanleiding van een melding aangehouden. Hij bestuurde een blauwe Peugeot, kenteken [kenteken 1] ; achterin zaten de medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] .2

De auto waarin de drie zaten werd bij deze aanhouding in beslag genomen. In de auto troffen de agenten diverse kledingstukken aan waaronder een donkerbruine wollen muts met hierop een bloem.3

Op dezelfde dag werden onder de verdachte en de twee medeverdachten de volgende telefoons in beslag genomen:

- [medeverdachte] : een iPhone met imei-nummer [nummer 1] ;

  • -

    [medeverdachte 1] : een Samsung met imei-nummer [nummer 2] ;

  • -

    [medeverdachte 2] : een Samsung met imei-nummer [nummer 3] en een Samsung met imei-nummer [nummer 4] .4

2. Specifieke feiten en omstandigheden per zaak in chronologische volgorde

Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting blijken voorts na te noemen onbetwiste feiten. Deze feiten worden hieronder, voor zover van belang, in chronologische volgorde opgesomd.

14 februari 2015 – poging tot diefstal uit de woning aan [adres 2] (zaak 8)

Op 23 april 2015 deed de 72-jarige aangeefster [slachtoffer 11] aangifte van poging tot diefstal uit haar woning aan de [adres 2] , gepleegd op 14 februari 2015. Zij verklaarde dat zij op 14 februari 2015 werd gebeld door de Thuiszorg. Zij zou geld terugkrijgen en er zou iemand langskomen om dit voor haar in orde te maken. Kort daarna stond er een vrouw voor de deur die door [slachtoffer 11] werd binnengelaten. Kort daarop kwam er een tweede vrouw bij. Toen de vrouwen doorkregen dat er nog iemand in de woning aanwezig was (de zoon van [slachtoffer 11] was boven en maakte geluid), zijn zij snel weggegaan.5

Een anoniem gebleven persoon is op 14 februari 2015 in de Titiaanstraat in Amsterdam. Die persoon ziet rond 16:58 uur vier vrouwen en een man, als een groepje bij elkaar, lopen over het trottoir van de Titiaanstraat. Twee van de vier vrouwen lopen doelgericht naar de [adres 2] en gaan daar naar binnen. Geschat wordt dat de vrouwen vijf minuten binnen zijn geweest. De vriend van de anonieme persoon ziet dat de man richting de twee vrouwen loopt.6

Staandehouding in Rotterdam

Uit het systeem van de RDW blijkt dat het voertuig met kenteken [kenteken 2] , merk Mitsubishi Spacestar, kleur blauw, op 14 februari 2015 op de Meent in Rotterdam reed. Het voertuig is staande gehouden en de inzittenden zijn gecontroleerd. De auto werd bestuurd door de verdachte [medeverdachte] en één van de inzittenden was de medeverdachte [medeverdachte 2] . De controle vond tussen 13:45 en 14:15 uur plaats.7

Gebeld door het nummer [telefoonnummer 1]

Uit de historische gegevens van het telefoonnummer van [slachtoffer 11] blijkt dat zij op 14 februari 2015 twee keer werd gebeld door het telefoonnummer [telefoonnummer 1] . Dit was respectievelijk om 16:29:26 uur en 16:44:27 uur, met als paallocatie Apollolaan te Amsterdam.8

Deze telefoon (met imeinummer [nummer 5] ), alsmede de daarbij behorende simkaart, werd op 14 februari 2015 om 13:11 uur gekocht bij de [bedrijf 1] aan het [adres 3] .9

De historische gegevens van de onder verdachten in beslag genomen telefoons zijn vergeleken met de aankoop van deze telefoon in de [bedrijf 1] .


Privételefoons van de verdachten

Op paallocatie Ammersooiseplein te Rotterdam straalde de telefoon van [medeverdachte] op 14 februari 2015 om 13:11 en 13:33 aan. Het mobiele telefoonnummer van [medeverdachte 1] straalde daar ook op 14 februari 2015 om 13:30 uur aan. Het telefoonnummer [telefoonnummer 1] waarmee het slachtoffer (het hof begrijpt: [slachtoffer 11] ) werd gebeld straalde op 14 februari 2015 om 13:27 uur op het Ammersooiseplein te Rotterdam aan.10 Dit plein is gelegen in de directe omgeving van de [bedrijf 1] aan het Eudokiaplein te Rotterdam.

Uit de historische gegevens blijkt tevens dat deze mobiele telefoons zich vervolgens verplaatsen in de richting van Amsterdam.


De onder de verdachte [medeverdachte] in beslag genomen telefoon straalt in de directe omgeving van het adres van het slachtoffer (het hof begrijpt: [slachtoffer 11] ), de Titiaanstraat te Amsterdam, aan. De tijdstippen waarop zijn telefoon op 14 februari 2015 in de directe omgeving van [slachtoffer 11] aanstraalt zijn als volgt. Om 16:19:22 bij de paallocatie Burgerweeshuis en om 16:19:44 bij de paallocatie Stadionkade Amsterdam.11

Uit de historische gegevens van de onder [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] in beslag genomen telefoons blijkt dat deze in de directe omgeving van het voertuig met kenteken [kenteken 2] aanstralen wanneer deze wordt geregistreerd in de Beneluxtunnel (heen en terug) en op de Hartelbrug.12

TomTom

Naar aanleiding van de aanhouding van de verdachte [medeverdachte] heeft op 7 juli 2015 een doorzoeking plaatsgevonden in zijn autobedrijf. In het kantoor van zijn autobedrijf is een TomTom navigatiesysteem aangetroffen. Dit navigatiesysteem was op 5 juni 2015 ook al aangetroffen in een voertuig dat werd bestuurd door de verdachte [medeverdachte] . Op 14 juli 2015 is het navigatiesysteem door de digitale recherche uitgelezen.


Uit digitaal onderzoek blijkt dat in het onderdeel “recent destinations” (recente bestemmingen) onder meer was ingevoerd: Titiaanstraat Amsterdam.13

26 februari 2015 – diefstal uit de woning aan [adres 4] (zaak 9)

Op 28 februari 2015 deed de 87-jarige aangever [slachtoffer 9] aangifte van diefstal uit zijn woning gelegen aan de [adres 4] , gepleegd op 26 februari 2015 tussen 20:15 en 21:00 uur. Hij verklaarde dat hij die dag omstreeks 20:15 uur werd gebeld door iemand van de Thuiszorg die zich voorstelde als [naam 2] en die vertelde dat hij en zijn vrouw in aanmerking kwamen voor een vergoeding van € 200,-. Er zou iemand van de Thuiszorg, [naam 1] genaamd, langskomen om alles uit te leggen. Nog tijdens het telefoongesprek werd er aangebeld en liet de vrouw van aangever [naam 1] binnen. Na het beëindigen van het telefoongesprek stond ook [naam 2] voor de deur. Omstreeks 21:00 uur verlieten [naam 1] en [naam 2] de woning. De volgende morgen bleken er drie halskettingen te zijn weggenomen.14

Gebeld door het nummer [telefoonnummer 1]

Uit onderzoek naar de historische gegevens van het telefoonnummer van het slachtoffer (het hof begrijpt: [slachtoffer 9] ) blijkt dat hij op 26 februari 2015 om 20:26 uur werd gebeld door hetzelfde mobiele telefoonnummer als in zaak 8, te weten [telefoonnummer 1] . De bij dit nummer behorende simkaart heeft het volgende imsinummer: [nummer 6] .

Uit de door de telecomprovider Lebara verstrekte gegevens blijkt het volgende.

De prepaid dienst voor de simkaart behorend bij bovengenoemd nummer is op 14 februari 2015 geactiveerd. Op 26 februari 2015 om 18:28 uur is er beltegoed opgewaardeerd met een Lebara e-voucher met het unieke serienummer 4028411805. Dit opwaardeerproduct is door Lebara ten behoeve van verkoop uitgeleverd aan distributeur ICP Nederland. Uit de door ICP Nederland verstrekte gegevens blijkt dat het artikel met het serienummer 4028411805 is verkocht op 26 februari 2015 om 18:27:36 uur, bij het BP benzinestation aan [adres 5] .15

Op de camerabeelden van het BP benzinestation gevestigd aan [adres 5] van 26 februari 2015 te 18:20 uur tot en met 26 februari 2015 te 18:40 uur is het volgende waargenomen.

Om 18:24 uur komt er een blauwe personenauto aanrijden met een man als bestuurder. Op de camerabeelden is te zien dat het voertuig het kenteken [kenteken 2] heeft. Om 18:27 uur gaat de man het BP benzinestation in. Hij houdt in zijn rechterhand een briefje van € 50. De man betaalt met het briefje en krijgt van de kassamedewerker een bon. De man loop vervolgens terug naar zijn voertuig en rijdt weg.

Een medewerker van BP kon in het computersysteem zien dat de eerder genoemde man op 26 februari 2015 te 18:27 uur voor € 40 had getankt en een opwaardeerkaart ter waarde van € 10 had gekocht.16

Op 11 mei 2015 wordt de persoon op een foto (het hof begrijpt: een screenshot van de camerabeelden) van de kassa (het hof begrijpt: van het BP benzinestation aan [adres 5] ) gemaakt op 26 februari 2015, 18:27:37 uur, door verbalisant [verbalisant 1] voor honderd procent herkend als de hem ambtshalve bekende [medeverdachte] . De persoon op de foto is gekleed in een zwarte jas met daaronder een blauw shirt.17

Privételefoons van de verdachten

De historische gegevens van de onder verdachten in beslag genomen mobiele telefoons zijn eveneens vergeleken met de delictgegevens in deze zaak.

Hieruit is gebleken dat het mobiele nummer op naam van [medeverdachte] op 26 februari 2015 te 20:13

uur de paallocatie [adres 6] aanstraalt.

Het mobiele telefoonnummer [telefoonnummer 2] op naam van [medeverdachte 1] straalt op 26 februari 2015 te 20:28 uur de paallocatie [adres 7] aan. Tevens straalt de genoemde mobiele telefoon op 26 februari 2015 te 20.39 uur de paallocatie [adres 8] aan.

Het mobiele telefoonnummer [telefoonnummer 1] waarmee slachtoffer (het hof begrijpt: [slachtoffer 9] ) werd gebeld peilde net zoals de onder de verdachten [medeverdachte] en [medeverdachte 1] in beslag genomen mobiele telefoons uit in de directe omgeving van het adres van het slachtoffer (het hof begrijpt: [slachtoffer 9] ): te weten op 26 februari 2015 te 20:36:47 uur voor de duur van 430 seconden, paallocatie [adres 9] .18

28 februari 2015 – diefstal uit de woning aan [adres 10] (zaak 1)

Op 3 maart 2015 deed de 83-jarige aangeefster [slachtoffer 1] aangifte van diefstal uit haar woning aan [adres 10] , gepleegd op 28 februari 2015. Zij verklaarde dat er op 28 februari werd aangebeld door twee dames die met een taart voor de deur stonden. Zij stelden zich voor als nieuwe buren. [slachtoffer 1] liet de dames binnen.

Op 3 maart 2015 kreeg [slachtoffer 1] een brief van ING-bank waarin zij werd verzocht telefonisch contact op te nemen met de bank. Zij belde direct en kreeg te horen dat er € 1.250,- van haar rekening was afgeschreven. Zij keek in haar portemonnee en zag dat onder andere haar pinpas was verdwenen.19

Uit onderzoek is gebleken dat er op 28 februari 2015 twee keer geld is opgenomen van haar rekening, door middel van de navolgende pintransacties.

€ 1.000,- 20:20 uur ING-automaat, [adres 11] ;
€ 250,- 20:40 uur ABN AMRO-automaat, [adres 12] .20

Camerabeelden geldopname ABN AMRO

Van de geldopname bij de ABN AMRO zijn camerabeelden beschikbaar. Het gaat om terminalnummer S1P203. Op 10 maart 2015 zijn de beelden bekeken. Daaruit blijkt het volgende.


NN komt in beeld op 28 februari (het hof begrijpt: 2015) om 20:50 uur. NN dekt haar gezicht af met een sjaal. Daarbij heeft NN een muts op met daarop een opvallend embleem. Het embleem op de muts is gelijkend op een bloem. Er is te zien dat NN een beweging maakt met de rechterhand en in de hand van NN is een voorwerp te zien gelijkend op een plastic pasje.21

Gebeld door het nummer [telefoonnummer 1]

Uit onderzoek is gebleken dat Stoots op 28 februari 2015 twee keer werd gebeld door het telefoonnummer [telefoonnummer 1] . Dit gebeurde respectievelijk om 20:08:24 uur (paallocatie Osdorpplein te Amsterdam) en om 20:36:04 uur (paallocatie Jacob Geelstraat te Amsterdam).

Privételefoons van de verdachten

De historische gegevens van de onder de verdachten in beslag genomen mobiele telefoons zijn onderzocht en vergeleken met de delictgegevens. Hieruit is het volgende gebleken.

De mobiele telefoon van [medeverdachte] straalde op 28 februari 2015 om 15:18 uur, 15:42 uur en 15:44 uur de paallocatie Osdorpplein Amsterdam aan.


De mobiele telefoon van [medeverdachte 2] straalde op 28 februari 2015 om 19:16 uur de paallocatie Johan Huizingalaan te Amsterdam aan.

De mobiele telefoon met telefoonnummer [telefoonnummer 2] , die van [medeverdachte 1] bleek te zijn, straalde op 28 februari 2015 om 15:00 uur de paallocatie Jan van Galenstraat te Amsterdam aan.22

TomTom

Naar aanleiding van de aanhouding van de verdachte [medeverdachte] heeft op 7 juli 2015 een doorzoeking plaatsgevonden in zijn autobedrijf. In het kantoor van zijn autobedrijf is een TomTom navigatiesysteem aangetroffen. Dit navigatiesysteem was op 5 juni 2015 ook al aangetroffen in een voertuig dat werd bestuurd door de verdachte [medeverdachte] . Op 14 juli 2015 is het navigatiesysteem door de digitale recherche uitgelezen.


Uit digitaal onderzoek blijkt dat in het onderdeel “recent destinations” (recente bestemmingen) onder meer was ingevoerd: Akersingel Amsterdam.23

2 april 2015 – diefstal uit de woning aan [adres 13] (zaak 7)

Op 4 april 2015 deed de 85-jarige aangeefster [slachtoffer 8] aangifte van diefstal uit haar woning aan [adres 13] , gepleegd op 2 april 2015 tussen 19:00 uur en 20:00 uur. Zij verklaarde dat er op 2 april 2015 twee vrouwen bij haar aan de deur kwamen die zich voorstelden als Thuiszorgmedewerksters. Zij zou nog € 156,- krijgen van de Thuiszorg. Om het geld te kunnen storten wilden de vrouwen haar bankpasje zien. [slachtoffer 8] liet haar bankpassen zien en even later verlieten de vrouwen haar woning.

Later die avond werd aangeefster door ING gebeld met de vraag wanneer zij voor het laatst heeft gepind. Er was die avond drie keer gepind met haar bankpas. Zij is zelf die avond niet meer buiten haar woning geweest. Zij keek in haar tas en zag dat haar bankpassen en € 30,- aan contant geld waren verdwenen.24

Op 21 april 2015 geeft een medewerker van de afdeling fraude van ING aan dat op 2 april 2015 de volgende bedragen op de volgende locaties waren opgenomen:


€ 1.000,- 20:43 uur [adres 14] ;
€ 250,- 21:00 uur [adres 15] ;
€ 660,- 20:44 uur [adres 14] .25

Camerabeelden van de pinautomaat op het [adres 15]

Op 29 april 2015 zijn de camerabeelden bekeken van de pinautomaat op het [adres 15] (opmerking verbalisant: de aangegeven tijden wijken iets af van de werkelijke tijden). Daaruit blijkt het volgende.

Op het tijdstip 21:01:24 is een persoon op de beelden te zien. De persoon draagt een lichte sjaal / hoofddoek waarbij een deel van de sjaal / hoofddoek voor het gezicht wordt gehouden. De sjaal / hoofddoek is licht van kleur, mogelijk beige, met hierop donkere vlekken, mogelijk afbeeldingen van bloemen. Achter die persoon loopt een tweede persoon mee naar de pinautomaat. Deze persoon blijft gedurende de geldopname dicht achter de eerste persoon staan. Om 21:02:02 loopt de persoon weg bij de pinautomaat. De tweede persoon achter de persoon draagt een donkere muts en loopt gelijktijdig weg uit het zicht van de camera.26

Politiecamera’s in de omgeving van het [adres 15]

Uit onderzoek is voorts gebleken dat in de omgeving van het [adres 15] enkele politiecamera’s hangen. De beelden op camera 10 zijn bekeken. Daarop is het volgende waargenomen.

Om 20:41:56 komt vanaf links in beeld een donkere auto in beeld gereden die sterke overeenkomsten vertoont met een personenauto, een zogenaamde MPV van het merk Mitsubishi type Spacestar. De auto parkeert aan de linkerzijde van de weg.

Om 20:42:13 gaan de deuren van de auto open en stappen twee personen, vermoedelijk vrouwen, uit. Deze twee personen steken de weg over en lopen in de richting van het Mia van Yperenplein.

Om tijdstip 20:45:30 verschijnen de twee vrouwen weer in het zicht van de camera. Zij lopen richting de auto. Om 20:46:00 stappen zij als passagier in de auto. De auto rijdt daarna weg.

Signalement NN1: lichte doek/sjaal over haar hoofd. NN2: donkere muts/sjaal over haar hoofd.27

Gebeld door het nummer [telefoonnummer 3]

Uit onderzoek is gebleken dat het slachtoffer (het hof begrijpt: [slachtoffer 8] ) werd gebeld door het mobiele telefoonnummer [telefoonnummer 3] . Uit de historische verkeersgegevens van het telefoonnummer [telefoonnummer 3] blijkt dat op 2 april 2015 te 20:34:52 is uitgebeld naar het telefoonnummer [telefoonnummer 4] . Uit onderzoek blijkt dat dit nummer hoort bij het adres [adres 13] .28

Uit onderzoek is verder gebleken dat het telefoonnummer [telefoonnummer 3] een prepaid simkaart betreft van provider Lebara. Op 2 april 2015 te 15:51 uur is de kaart opgewaardeerd door een e-voucher met het serienummer 4028746123. Uit de verkoopgegevens blijkt dat de opwaardeervoucher op 2 april 2015 om 15:48:19 is verkocht is via een filiaal van de [bedrijf 1] B.V., winkel 27. Dit filiaal is gevestigd aan [adres 16] . Uit onderzoek is voorts gebleken dat de telefoon (voorzien van imeinummer [nummer 7] ) en de voucher op 2 april 2015 te 15:47 uur gelijktijdig zijn aangekocht.29

Camerabeelden van de [bedrijf 1] [adres 16]

In het kader van dit onderzoek zijn de camerabeelden van de [bedrijf 1] gevestigd aan [adres 16] bekeken. Het gaat om de beelden van 2 april 2015 tussen 15:40 en 15:50 uur. Daarop is het volgende waargenomen.


Om 15:40:26 uur loopt de medewerkster achter de kassa naar achteren en neemt een doosje mee terug. Ze legt het doosje bij de kassa.

Om 15:40:41 lopen er twee vrouwen in beeld. Signalement NN1 blank/licht getinte huidskleur, donker lang haar. NN2: licht getinte huidskleur, zwart lang haar.

Om 15:41:04 roept de medewerkster achter de kassa de beide vrouwen kennelijk. De twee vrouwen gaan aan de balie staan. De medewerkster pakt het doosje dat zij eerder bij de kassa had gelegd en scant dit in het kassasysteem om 15:41:50.

Om 15:43:20 haalt de medewerkster de telefoon uit het doosje en NN1 pakt het doosje.

Om 15:43:30 legt de medewerkster de telefoon en het kaartje op de toonbank. NN1 pakt de telefoon en het kaartje van de toonbank. De medewerkster pakt het doosje en registreert kennelijk de gegevens in de kassa. Daarna overhandigt zij het doosje aan NN1. NN2 betaalt vervolgens contant waarna NN1 en NN2 bij de kassa weglopen en uit het zicht van de camera verdwijnen.30

Herkenning [medeverdachte 1]

Op de camerabeelden van de [bedrijf 1] gevestigd aan [adres 16] van 2 april 2015 tussen 15:40 en 15:50 uur herkennen de verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] een van de vrouwen die in de winkel naar de kassabalie komen lopen als zijnde [medeverdachte 1] . Zij herkennen haar omdat zij haar op 18 juni 2015 en 25 juni 2015 als verdachte hebben gehoord. De verbalisanten zien op de camerabeelden dezelfde uiterlijke kenmerken die zij tijdens het verhoor hebben waargenomen.31 In aanvulling op voornoemd proces-verbaal wordt door verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] het volgende gerelateerd: “wij herkennen [medeverdachte 1] aan een aantal uiterlijke kenmerken als haardracht, hoog voorhoofd, vorm hoofd, gezichtsuitdrukking en oren.”32

Privételefoons van de verdachten

Uit onderzoek blijkt dat de onder de verdachten in beslag genomen telefoons uitpeilen in de omgeving van het filiaal van de [bedrijf 1] in Rotterdam waar de mobiele telefoon werd gekocht.

De mobiele telefoon van [medeverdachte] straalde op 2 april 2015 om 15:14 uur bij de paallocatie Oostplein in Rotterdam aan.

De mobiele telefoon van [medeverdachte 2] straalde op 2 april 2015 om 16:19 uur de paallocatie Zwaanshals te Rotterdam aan.

De mobiele telefoon van [medeverdachte 1] straalde op 2 april 2015 om 16:19 uur de paallocatie Ammersooiseplein te Rotterdam aan.33

De mobiele telefoon van [medeverdachte] straalt op 2 april 2015 te 19:31 uur de paallocatie Maastunnel te Rotterdam aan. Op 2 april 2015 straalt de mobiele telefoon van [medeverdachte] te 19:52 uur en 20:05 uur de paallocatie Brielselaan te Rotterdam aan. De mobiele telefoon van [medeverdachte 2] straalt op 2 april 2015 te 17:56 uur de paallocatie [adres 18] aan. De telefoon van [medeverdachte 1] straalt op 2 april 2015 te 18:28 uur de paallocatie [adres 19] aan en op 2 april 2015 te 21:13 uur de paallocatie [adres 20] .

Uit het voorgaande blijkt dat de onder verdachten in beslag genomen mobiele telefoons in de omgeving van de woning van het slachtoffer en de pinlocaties [adres 14] en [adres 21] , uitpeilden.34

TomTom

Naar aanleiding van de aanhouding van de verdachte [medeverdachte] heeft op 7 juli 2015 een doorzoeking plaatsgevonden in zijn autobedrijf. In het kantoor van zijn autobedrijf is een TomTom navigatiesysteem aangetroffen. Dit navigatiesysteem was op 5 juni 2015 ook al aangetroffen in een voertuig dat werd bestuurd door de verdachte [medeverdachte] . Op 14 juli 2015 is het navigatiesysteem door de digitale recherche uitgelezen.


Uit digitaal onderzoek blijkt dat in het onderdeel “recent destinations” (recente bestemmingen) onder meer was ingevoerd: [adres 22] (opmerking verbalisant: aangever woont aan de [adres 13] ; deze twee straten kruisen elkaar).35

3 april 2015 – diefstal uit de woning aan [adres 23] (zaak 2)

Op 3 april 2015 deed de 86-jarige aangeefster [slachtoffer 2] aangifte van diefstal uit haar woning aan de [adres 23] , gepleegd op 3 april 2015 tussen 16:30 uur en 18:00 uur. Zij verklaarde dat er die dag werd aangebeld bij haar woning. Er stonden twee meisjes voor de deur die zich voorstelden als medewerksters van de Thuiszorg en dat zij nog geld terugkreeg omdat ze het jaar ervoor teveel zou hebben betaald. Aangeefster laat de meisjes binnen. Een van de meisjes wilde de waterleiding op schimmel controleren. Vervolgens hebben zij de woning verlaten.

Op 3 april 2015 omstreeks 17:00 uur wordt aangeefster gebeld op haar vaste telefoonlijn.36 De vrouw aan de andere kant van de lijn vraagt naar haar pincode. De aangeefster aarzelt, maar na aandringen geeft ze toch haar pincode af. Na het beëindigen van het gesprek merkt aangeefster dat haar pinpas niet meer in haar portemonnee-tasje zit.37 Uit onderzoek blijkt dat er op 3 april 2015 om 17:39 uur € 1.500,- van de rekening van aangeefster is opgenomen aan de [adres 24] .38 Van deze geldopname zijn camerabeelden beschikbaar.

Camerabeelden pintransactie [adres 24] te Amsterdam

Op de camerabeelden van de pintransacties bij de pinautomaat ABN Amro aan de [adres 24] te Amsterdam op 3 april 2015, om 17:36 uur, komen twee vrouwen het beeld in lopen. De vrouwen sluiten aan in de rij voor de pinautomaat.


Om 17:39 uur zijn zij aan de beurt. Hun signalement is als volgt. NN1: licht getint uiterlijk, zwarte muts met aan de voorzijde een bloemmet daarin zilveren kraaltjes of steentjes, kaki sjaal met motief, zwarte poncho. NN2: getint uiterlijk, bruine muts met klepje aan voorzijde, licht/beige sjaal, donker haar onder de muts, grote neus (havik) opbollende erge wallen onder de ogen, 50-60 jaar oud.

NN1 gaat om 17:39 uur pinnen en NN2 gaat naast de pinautomaat staan en kijkt met NN1 mee, hierdoor is ook haar gezicht te zien. Om 17:40:45 uur lopen NN1 en NN2 uit beeld.39

Camerabeelden van [bedrijf 2]
Op de beelden van de beveiligingscamera van het naast de pinautomaat van ABN Amro gelegen filiaal van [bedrijf 2] is het volgende gezien.

Op 3 april 2015 omstreeks 17:32 uur komt een blauwe zogenaamde MPV (Multi Purpose Vehicle) de Hendrik de Bruynstraat in rijden. De auto rijdt links het beeld uit in de richting van de Comeniusstraat. Vervolgens om 17:36 uur komen twee vrouwen uit de richting van Comeniusstraat lopen. Ze lopen naast elkaar. NN1 draagt een zwarte poncho en heeft een donkere muts op. NN2 heeft eveneens een donkere muts op en een sjaal om.

NN1 en NN2 lopen richting de pinautomaat en sluiten aan in de rij.

Om 17:41 uur komen NN1 en NN2 weer in beeld, lopend naast elkaar in versnelde pas richting Comeniusstraat.

Omstreeks 17:42 uur rijdt een blauwe MPV auto weg uit de richting van de Comeniusstraat met achterin een persoon met een sjaal.40

Sterke gelijkenis met [medeverdachte 2]

Verbalisant [verbalisant 4] heeft gerelateerd dat de persoon rechts op de pinbeelden zeer sterk lijkt op de medeverdachte [medeverdachte 2] . Haar neus en de zichtbare wallen zijn zeer sterk gelijkend. Tevens werd bij de doorzoeking op 7 juli 2015 van het woonadres van [medeverdachte 2] , [adres 25] , onder andere een sjaal aangetroffen gelijkend op de sjaal gedragen door de persoon rechts op de camerabeelden.41

De eigen waarneming van de rechtbank ter terechtzitting van 14 oktober 2015
De rechtbank neemt waar dat de blauwe auto welke zichtbaar is op de foto’s van [bedrijf 2] op pagina’s 2 08 tot en met 2 10 van zaaksdossier 2 en welke auto in het proces-verbaal op pagina 2.06 e.v. van zaaksdossier 2 wordt beschreven als blauwe MPV, sterk lijkt op de auto van het merk Mitsubishi, voorzien van kenteken [kenteken 2] . waarin [medeverdachte] op 26 februari 2016 bij het BP tankstation te Den Haag is gezien en waarin hij op 14 februari 2015 is gecontroleerd te Rotterdam.42

Mutsjes

Op 5 juni 2015 werden de verdachten [medeverdachte] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] in Den Haag aangehouden op heterdaad voor een poging oplichting, in het motorvoertuig voorzien van het kenteken [kenteken 3] , Peugeot 806. Tijdens de doorzoeking van de genoemde Peugeot werden onder andere twee mutsjes aangetroffen, gelijkend op de mutsjes gedragen door verdachten van de pinbeelden.43

Adres slachtoffer (het hof begrijpt: [slachtoffer 2] ) en pinlocatie [adres 24]

De historische gegevens van de onder verdachten in beslag genomen mobiele telefoons zijn vergeleken met de tijdstippen dat het slachtoffer (het hof begrijpt: [slachtoffer 2] ) werd opgelicht en de genoemde pintransactie op de [adres 24] . Hieruit is het volgende gebleken.44

De mobiele telefoon van [medeverdachte] straalt op 3 april 015 te 15.48 uur de paallocatie [adres 26] te Amsterdam aan. Tevens straalt de mobiele telefoon van [medeverdachte] op 3 april 2015 te 17:53 uur de paallocatie [adres 27] aan.

De mobiele telefoon met het imeinummer [nummer 3] van [medeverdachte 2] straalt op 3 april 2015 te 17:46 uur de paallocatie [adres 28] aan.

De mobiele telefoon met het imeinummer [nummer 2] van [medeverdachte 1] straalt op 3 april 2015 te 17:46 uur de paallocatie [adres 28] aan.

[bedrijf 3] Utrecht

Op 3 april 2015, omstreeks 18.30 (50 minuten na de geslaagde pintransactie), is geprobeerd met de gestolen pinpas geld op te nemen bij [bedrijf 3] in Utrecht.

De historische gegevens van de onder verdachten in beslag genomen mobiele telefoons zijn vergeleken met de genoemde poging tot geld opnemen bij [bedrijf 3] te Utrecht, [adres 29] . Hieruit is gebleken dat zowel [medeverdachte] als [medeverdachte 2] de paallocatie Amsterdamsestraatweg aanstralen. De telefoon van [medeverdachte 2] heeft ook uitgebeld naar die winkel.45

TomTom

Naar aanleiding van de aanhouding van de verdachte [medeverdachte] heeft op 7 juli 2015 een doorzoeking plaatsgevonden in zijn autobedrijf. In het kantoor van zijn autobedrijf is een TomTom navigatiesysteem aangetroffen. Dit navigatiesysteem was op 5 juni 2015 ook al aangetroffen in een voertuig dat werd bestuurd door de verdachte [medeverdachte] . Op 14 juli 2015 is het navigatiesysteem door de digitale recherche uitgelezen.


Uit digitaal onderzoek blijkt dat in het onderdeel “recent destinations” (recente bestemmingen) onder meer was ingevoerd: Slotermeerlaan Amsterdam (opmerking: aangever woont aan de [medeverdachte 2] dat is een zijstraat van de Slotermeerlaan).46

3 april 2015 – diefstal uit de woning aan [adres 30] (zaak 4)

Op 16 april 2015 deed [aangever] aangifte namens haar moeder, de 76-jarige [slachtoffer 4] (inmiddels overleden) van diefstal uit de woning van [slachtoffer 4] aan [adres 30] , gepleegd op 3 april 2015. [aangever] verklaarde dat haar moeder [slachtoffer 4] lijdt aan Alzheimer. Er is uit de woning van [slachtoffer 4] een geldkistje met medicijnen en haar bankpas weggenomen, vermoedelijk door personen die zich voordeden als medewerkers van de Thuiszorg. [slachtoffer 4] is vlak na het bezoek van de Thuiszorg gebeld en zij heeft op hun verzoek haar pincode afgegeven.

Uit onderzoek bleek dat er op 3 april 2015 te 15:02 uur € 980 van haar rekening is opgenomen bij een geldautomaat op het [adres 31] te Amsterdam. Het geld was opgenomen bij terminal 001562, locatie [adres 31] Amsterdam.47 [slachtoffer 4] verklaarde dat ze geen € 980 had gepind met haar pinpas. Haar zoon herinnerde zich dat [slachtoffer 4] vertelde over mensen aan de deur en dat ze daarna haar pinpas niet meer kon vinden. Ook is ze haar pillendoos kwijt.48Er waren camerabeelden aanwezig bij een winkel gelegen naast de geldautomaat, genaamd [winkel] .49

Camerabeelden [winkel]

De camerabeelden van het bedrijf [winkel] , gevestigd aan het [adres 32] te Amsterdam van 3 april 2015 tussen 14:40 en 15.05 uur zijn bekeken. Op deze beelden is het volgende waargenomen.


De pinautomaat waar met de gestolen pinpas geld is opgenomen bevindt zich buiten het beeld aan de linkerzijde.

Om 15:01:27 komen van rechts twee personen in het zicht van de camera lopen. Hun signalement is als volgt. NN1: vrouw, zwarte muts met opvallende bloem, lichte sjaal voor het gezicht. NN2: vrouw muts/petje, lichte sjaal voor het gezicht.

Zij blijven naast elkaar lopen en houden hetzelfde tempo aan. Zij verdwijnen links uit het zicht van de camera.


Om 15:02:44 komen de twee vrouwen wederom in beeld van de camera. Zij lopen nu vanaf de locatie van de pinautomaat in de richting van de Watteaustraat. Zij lopen naast elkaar in hetzelfde tempo.50

De verbalisanten relateren dat op de beelden die in verschillende zaken in dit dossier zijn gemaakt één of twee vrouwen te zien zijn van wie het signalement overeenkomt met het signalement van de twee vrouwen op de beelden van bovengenoemd bedrijf (het hof begrijpt: [winkel] ).51

De eigen waarneming van de rechtbank ter terechtzitting van 14 oktober 2015

Deze waarneming houdt onder meer in, zakelijk weergegeven:

De rechtbank ziet op foto’s op pagina 4.11 van zaaksdossier 4, dat NN2 een lichte sjaal draagt

met donkere motieven erop.52

Gelijkend signalement

Bij de oplichting later gepleegd op dezelfde dag van het slachtoffer (het hof begrijpt: [slachtoffer 2] ) wonende [adres 72] te Amsterdam (zaak 2) werden de camerabeelden van de onrechtmatige pintransactie veiliggesteld.

Uit vergelijking van deze camerabeelden van de pinautomaat en de camerabeelden van het Olympiaplein blijkt dat de signalementen overeenkomen.53

Uit het proces-verbaal van analyse van de oplichting van het slachtoffer wonende aan de [adres 34] te Amsterdam blijkt dat de mutsjes die te zien zijn op de genoemde camerabeelden gelijkend zijn aan de mutsjes die zijn aangetroffen in het voertuig waarin [medeverdachte] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] op heterdaad werden aangehouden voor een poging oplichting in Den Haag op 5 juni 2015 (zaak 10).54

Tevens blijkt uit de genoemde analyse dat de persoon rechts op de camerabeelden zeer sterk lijkt op [medeverdachte 2] (in zaak 2).55

Tijdens de doorzoeking op 7 juli 2015 van het woonadres van [medeverdachte 2] , [adres 25] , werd onder andere een sjaal aangetroffen gelijkend op de sjaal gedragen door de onderstaande persoon rechts op de camerabeelden. In de auto waarin de verdachten zijn aangehouden zijn voorts twee mutsen aangetroffen, een donkerkleurige met een bloemmotief en een bruin-/groenkleurige met een klepje. Aan de binnenkant van de groenbruine muts is een spoor aangetroffen dat door middel van DNA-onderzoek aan de medeverdachte [medeverdachte 1] is toegeschreven.56

Privételefoons van de verdachten

De historische gegevens van de later onder verdachten in beslag genomen mobiele telefoons zijn vergeleken met de wederrechtelijke pintransactie op de [adres 35] te Amsterdam. Hieruit is het volgende gebleken.

De mobiele telefoon van [medeverdachte] straalt op 3 april 2015 te 14:32 uur de paallocatie [adres 71] te Amsterdam aan.

De onder medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] in beslag genomen mobiele telefoon peilden niet uit in de omgeving van het adres van het slachtoffer. De genoemde mobiele telefoons peilden drie uur daarna wel uit in Amsterdam in de directe omgeving wederrechtelijke pintransactie genoemd in zaaksdossier 2.57

Gebeld door het nummer [telefoonnummer 3]

Uit de historische verkeersgegevens van het telefoonnummer [telefoonnummer 3] blijkt dat [slachtoffer 4] op 3 april 2015 om 14:49:48 uur voor de duur van 848 seconden is gebeld, paallocatie [adres 36] te Amsterdam.

TomTom

Naar aanleiding van de aanhouding van de verdachte [medeverdachte] heeft op 7 juli 2015 een doorzoeking plaatsgevonden in zijn autobedrijf. In het kantoor van zijn autobedrijf is een TomTom navigatiesysteem aangetroffen. Dit navigatiesysteem was op 5 juni 2015 ook al aangetroffen in een voertuig dat werd bestuurd door de verdachte [medeverdachte] . Op 14 juli 2015 is het navigatiesysteem door de digitale recherche uitgelezen.


Uit digitaal onderzoek blijkt dat in het onderdeel “recent destinations”(recente bestemmingen) onder meer was ingevoerd: Olympiaweg Amsterdam.58

4 april 2015 – diefstal uit de woning aan het [adres 70] te Rotterdam (zaak 6)

Op 4 april 2015 deed de 67-jarige aangeefster [slachtoffer 6] aangifte van diefstal uit haar woning aan het [adres 37] te Rotterdam, gepleegd op 4 april 2015 tussen 18:00 en 18:30 uur. Zij verklaarde dat zij die dag werd gebeld op haar vaste telefoonlijn door een vrouw die zei van de Belastingdienst te zijn. Deze vrouw vertelde dat aangeefster nog geld terug zou krijgen en dat een collega van haar toevallig in de buurt aan het werk was en langs zou komen om het te regelen. Nog tijdens het telefoongesprek werd er aangebeld en stond er een vrouw voor de deur. Aangeefster liet de vrouw binnen en zag dat er vervolgens twee vrouwen in haar woning stonden. Even later kwamen er nog twee vrouwen bij.

Later merkte aangeefster dat de pinpas van broer [slachtoffer 7] weg was. Daarnaast miste ze contant geld (€ 200,-), haar ID-kaart en een vervoerspasje.

Kort daarna werd aangeefster gebeld door een vrouw die zei dat ze van ABN AMRO was en de persoonsgegeven van Pieter van Zuijlen nodig had. Aangeefster weigerde de pincode te verstrekken.59

Gebeld door het nummer [telefoonnummer 8]

Uit de historische gegevens blijkt dat het slachtoffer (het hof begrijpt: [slachtoffer 6] ), wonende aan het [adres 38] te Rotterdam, op 4 april 2015 op het onderstaande tijdstippen werd gebeld door het mobiele telefoonnummer 0645073878:

  • -

    om 17.47 uur voor de duur van 304 seconden, paallocatie 31645073878 [adres 39] te Rotterdam;

  • -

    om 18.14 uur voor de duur van 179 seconden, paallocatie 31645073878 [adres 39] te Rotterdam;

  • -

    om 19.13 uur voor de duur van 8 seconden, paallocatie [adres 39] te Rotterdam.60

Uit de gegevens van de [bedrijf 1] blijkt dat de telefoon met dit nummer op 4 april 2015 te 15:38 uur is gekocht in het filiaal [adres 63] te Rotterdam. In het genoemde filiaal waren geen camera’s aanwezig.

Uit onderzoek is gebleken dat de mobiele telefoons van de verdachten [medeverdachte] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1]

uitpeilden in de omgeving van de [bedrijf 1] ten tijde van de aankoop.61

Privételefoons van de verdachten

De mobiele telefoon van [medeverdachte] straalt op 4 april 2015 te 15:59 uur de paallocatie [adres 39] te Rotterdam aan. De mobiele telefoon van [medeverdachte] straalt op 4 april 2015 te 16.30 uur ook de paallocatie [adres 39] te Rotterdam aan, in de buurt van de [bedrijf 1] .

De mobiele telefoon met het imeinummer [nummer 3] van [medeverdachte 2] straalt op

4 april 2015 te 18.04 uur de paallocatie [adres 41] te Rotterdam aan.

De mobiele telefoon met het imeinummer [nummer 2] van [medeverdachte 1] straalt op 4 april 2015 te 18.05 uur de paallocatie [adres 40] te Rotterdam aan.62

8 april 2015 – diefstal uit de woning aan de [adres 42] te Haarlem (zaak 5)

Op 8 april 2015 deed de 80-jarige aangever [slachtoffer 5] aangifte van diefstal uit zijn woning aan de [adres 41] te Haarlem, gepleegd op 8 april 2015 omstreeks 14:30 uur. Hij verklaarde dat hij die dag werd aangesproken door een vrouw bij de bushalte terwijl hij onderweg was naar huis. Toen hij even later thuis kwam, werd er aangebeld en stond diezelfde vrouw aan de deur samen met een andere vrouw. Beide vrouwen kwamen binnen. Nadat de vrouwen weg waren gegaan werd [slachtoffer 5] gebeld en werd er om zijn pincode gevraagd. Deze heeft hij niet gegeven. Later op de dag kwam hij erachter dat er sieraden (6 ringen) en een bankpas uit zijn woning waren weggenomen.

Gebeld door het nummer [telefoonnummer 9]

Uit de historische gegevens van het telefoonnummer van het slachtoffer (het hof begrijpt: [slachtoffer 5] ) aan de [adres 44] te Haarlem blijkt dat hij op 8 april 2015 werd gebeld door het mobiele telefoonnummer [telefoonnummer 5] , te weten om 16.37 uur voor de duur van 445 seconden, paallocatie [adres 45] te Haarlem. Dit mobiele telefoonnummer werd ook gebruikt in van de zaken 3 en 6.

Privételefoons van de verdachten

De mobiele telefoon van [medeverdachte] straalt op 8 april 2015 te 14.10 uur en 16.21 uur de paallocatie [adres 43] te Haarlem aan.

8 april 2015 – diefstal uit de woning aan de [adres 69] te Amsterdam (zaak 3)

Op 8 april 2015 deed de 81-jarige aangever [slachtoffer 3] aangifte van diefstal uit zijn woning aan de [adres 49] te Amsterdam, gepleegd op 8 april 2015 omstreeks 20:00 uur. Hij verklaarde dat er die avond te 20:55 uur werd aangebeld bij zijn woning en dat er twee vrouwen voor de deur stonden. [slachtoffer 3] liet de dames binnen. De vrouwen zeiden van de zorg te zijn en de schimmel kwamen controleren. Ook vroegen ze het telefoonnummer van [slachtoffer 3] . Hierop haalde [slachtoffer 3] een mapje uit zijn zak waarin een briefje zat waarop zijn telefoonnummer stond. Nadat de vrouwen het telefoonnummer hadden genoteerd, verlieten zij de woning. [slachtoffer 3] controleerde direct hierop zijn mapje en zag dat zijn bankpas ontbrak. Hierop is hij naar het politiebureau gegaan. Tijdens het doen van aangifte werd hij gebeld door een onbekend telefoonnummer, waarbij een vrouw zich uitgaf voor bankmedewerker en vroeg naar zijn pincode. [slachtoffer 3] heeft zijn pincode niet afgegeven.63

Gebeld door het nummer [telefoonnummer 10]

Uit onderzoek naar de historische gegevens van het telefoonnummer van het slachtoffer (het hof begrijpt: [slachtoffer 3] ) blijkt dat hij op 8 april 2015 onder meer werd gebeld door het mobiele telefoonnummer

[telefoonnummer 5] , te 20.38 uur voor de duur van 368 seconden, paallocatie [adres 46] te Amsterdam. Dit mobiele telefoonnummer werd ook gebruikt in de zaken 5 en 6.

Privételefoons van de verdachten

De mobiele telefoon van [medeverdachte] straalt op 08/04/2015 te 20.41 en 20.42 uur de paallocatie

[adres 47] te Amsterdam aan.64

Uit de gegevens van de [bedrijf 1] blijkt dat de telefoon met dit nummer op 4 april 2015 te 15:38 uur is gekocht in het filiaal [adres 63] te Rotterdam.

Uit onderzoek is gebleken dat de mobiele telefoons van de verdachten [medeverdachte] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1]

uitpeilden in de omgeving van de [bedrijf 1] ten tijde van de aankoop.65

Historische gegevens 0645073878

De genoemde mobiele telefoon aangekocht bij de [bedrijf 1] waarmee het slachtoffer van de [adres 49] te Amsterdam (het hof begrijpt: [slachtoffer 3] ) werd gebeld, werd direct in gebruik genomen.

Hierbij straalde deze telefoon onder andere de onderstaande paallocaties aan.

  • -

    4 april 2015 te 17.47 uur voor de duur van 304 seconden, paallocatie [adres 50] te Rotterdam;

  • -

    4 april 2015 te 18.14 uur voor de duur van 179 seconden, paallocatie [adres 51] te Rotterdam, ligt in de directe omgeving van de paallocatie [adres 52] te Rotterdam;

  • -

    4 april 2015 te 19.13 uur voor de duur van 8 seconden, paallocatie [adres 52] te Rotterdam.66

De later in beslag genomen telefoons van [medeverdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] stralen ten tijde van dan wel na de aanschaf van die telefoon stralen in Rotterdam aan.

7 mei 2015 – diefstal uit de woning aan de [adres 53] te Den Haag (zaak 11)

Op 7 mei 2015 werd de 70-jarige aangeefster [slachtoffer 10] rond 14.40 door een vrouw aangesproken bij de Blokker aan de Dierenselaan te Den Haag. De vrouw zei dat ze [slachtoffer 10] kende en bij haar in de straat had gewoond. Enkele uren later op dezelfde dag stond dezelfde vrouw bij het slachtoffer (het hof begrijpt: [slachtoffer 10] ) voor de deur. Ze was nu met een andere vrouw en ze gingen de woning binnen. Aangeefster vertrouwde het niet en belde de politie. Vlak daarna werd zij gebeld door iemand die zei van de politie te zijn en die om haar pincode vroeg. Zij gaf haar pincode, maar de pinpas heeft ze snel daarna geblokkeerd waardoor er geen geld kon worden opgenomen.

Gebeld door het nummer 0612176866

Uit de historische gegevens blijkt dat het slachtoffer (het hof begrijpt: [slachtoffer 10] ) op 7 mei 2015 op het onderstaande tijdstip gebeld werd door het mobiele telefoonnummer [telefoonnummer 6] : om 19:17:44 uur voor de duur van 391 seconden, paallocatie [adres 54] te Rijswijk.

Aankoop mobiele telefoon met simkaart 0612176866

Uit de gegevens van de provider bleek dat de telefoon op 30 april 2015 om 14:05 uur was gekocht bij de [bedrijf 1] , in het filiaal [adres 57] te Eindhoven. Van de aankoop zijn geen camerabeelden beschikbaar.

Privételefoons van de verdachten

Uit onderzoek historische gegevens is gebleken dat de telefoons van [medeverdachte] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1]

op die dag rond dat tijdstip in Eindhoven aanstralen.67

Camerabeelden Blokker

[slachtoffer 10] verklaarde dat zij op 7 mei 2015 omstreeks 14:40 uur bij de Blokker aan de [adres 56] te Den Haag was geweest. Zij werd daar aangesproken door dezelfde vrouw die later in haar woning was. Naar aanleiding van deze verklaring werden de camerabeelden opgevraagd van de genoemde Blokker.68

Op de camerabeelden is te zien dat een vrouw (NN1) omstreeks 13:47:20 uur (werkelijke tijd een uur later) de Blokker binnenkomt. Binnen één minuut staat NN 1 achter [slachtoffer 10] die op dat moment bij de kassa staat om af te rekenen. Op dat moment houdt NN1 met haar rechterhand haar telefoon bij haar oor. Aan haar mond is te zien dat zij met iemand belt.69

Herkenning [medeverdachte 1] in Blokker

Verbalisant [verbalisant 5] heeft de genoemde camerabeelden van de Blokker bekeken. Hij heeft [medeverdachte 1] tijdens observaties op 18 juni 2015 en 25 juni 2015 in persoon gezien. Verbalisant herkent in NN1 in de Blokker de verdachte [medeverdachte 1] . Hij herkent haar aan haar houding en gelaatskenmerken.70

Op 8 juli 2015 horen de verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 2] de verdachte [medeverdachte 1] . Voor het verhoor hebben zij de screenshots van de Blokker bekeken. Zij herkennen [medeverdachte 1] als de vrouw die bij de Blokker binnen komt lopen, in de Blokker belt en iets afrekent. Zij herkennen haar aan de uiterlijke kenmerken die zij tijdens het verhoor hebben waargenomen zoals de haardracht, vorm van haar voorhoofd en haar hoofd, haar gezichtsuitdrukking en haar oren.71

Doorzoeking woning [medeverdachte 1]

Op 7 juli 2015 werd er tijdens de doorzoeking van de woning van [medeverdachte 1] , [adres 58] te Utrecht, een tas aangetroffen en fotografisch vastgelegd. Deze tas lijkt zeer sterk op de tas die [medeverdachte 1] op de camerabeelden van de Blokker bij zich draagt.

Privételefoons van de verdachten

De historische gegevens van de onder verdachten in beslag genomen mobiele telefoons zijn vergeleken met de periode, 7 mei 2015 tussen 14.43 uur en 14.48 uur, dat het slachtoffer ( [slachtoffer 10] ) in de Blokker, [adres 59] te Den Haag was.72

De mobiele telefoon van [medeverdachte] straalt op 7 mei 2015 omstreeks het bezoek van het slachtoffer ( [slachtoffer 10] ) aan de Blokker de paallocatie in Den Haag aan: 15:32 uur, [adres 60] te Den Haag.

De mobiele telefoon met het imeinummer [nummer 4] van [medeverdachte 2] straalt op 7 mei 2015 omstreeks het bezoek van het slachtoffer aan de Blokker de paallocatie in Den Haag aan: 14:02 uur, [adres 61] te Den Haag.

De mobiele telefoon met het imeinummer [nummer 3] van [medeverdachte 2] straalt op 7 mei 2015 omstreeks het bezoek van het slachtoffer aan de Blokker de paallocatie in Den Haag aan: 14:48 uur, [adres 68] te Den Haag.

De mobiele telefoon met het imeinummer [nummer 2] van [medeverdachte 1] straalt op 7mei 2015 ten tijde van het bezoek van het slachtoffer aan de Blokker de paallocatie in Den Haag aan: 14:48 uur, [adres 62] te Den Haag.

Uit de historische gegevens van de onder [medeverdachte 1] in beslag genomen mobiele telefoon blijkt dat er gebeld werd naar de onder [medeverdachte 2] in beslag genomen mobiele telefoon met het imeinummer [nummer 3] . Zowel de onder verdachte [medeverdachte 1] in beslag genomen mobiele telefoon als de onder verdachte [medeverdachte 2] in beslag genomen mobiele telefoon stralen op dat moment de paallocatie Harderwijkstraat 55 te Den Haag aan welke straat in de directe omgeving is van de Blokker.

De mobiele telefoon van [medeverdachte] straalt op 7 mei 2015 omstreeks de oplichting van het slachtoffer (het hof begrijpt: [slachtoffer 10] ), wonende [adres 67] te Den Haag, paallocaties in Den Haag aan in de buurt van de woning van het slachtoffer (het hof begrijpt: [slachtoffer 10] ).73

De mobiele telefoon van [medeverdachte] straalt op 7 mei 2015 omstreeks het genoemde telefoongesprek met het slachtoffer (het hof begrijpt: [slachtoffer 10] ) waarin zij haar pincode geeft de volgende paallocatie in

Rijswijk aan: 19:26 uur, [adres 66] te Rijswijk.74

De mobiele telefoon met het imeinummer [nummer 4] van [medeverdachte 2] straalt op 7 mei 2015 omstreeks het genoemde telefoongesprek met het slachtoffer (het hof begrijpt: [slachtoffer 10] ) waarin zij haar pincode geeft de onderstaande paallocatie aan: 19:25 uur, [adres 66] te Den Haag.75

Uit de historische gegevens is verder gebleken dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte] die ochtend telefonisch contact hadden en dat na de diefstal de route richting Rotterdam/Capelle aan den IJssel wordt genomen, waarna de weg naar Utrecht wordt vervolgd.76

TomTom
Naar aanleiding van de aanhouding van de verdachte [medeverdachte] heeft op 7 juli 2015 een doorzoeking plaatsgevonden in zijn autobedrijf. In het kantoor van zijn autobedrijf is een TomTom navigatiesysteem aangetroffen. Dit navigatiesysteem was op 5 juni 2015 ook al aangetroffen in een voertuig dat werd bestuurd door de verdachte [medeverdachte] . Op 14 juli 2015 is het navigatiesysteem door de digitale recherche uitgelezen.


Uit digitaal onderzoek blijkt dat in het onderdeel “recent destinations” (recente bestemmingen) onder meer was ingevoerd: Hulshorststraat Den Haag.77

5 juni 2015 – poging tot diefstal uit de woning aan de [adres 65] te Den Haag (zaak 10)

Op 5 juni 2015 werd rond 16:30 uur aangebeld bij de woning van de 79-jarige aangeefster [slachtoffer 12] . Twee vrouwen deden zich voor als medewerkers van Thuiszorg en vroegen of ze de administratie van thuiszorg mochten inzien. Dit vroegen ze meermalen en ze wilden naar binnen. Uiteindelijk heeft aangeefster hen niet binnen gelaten, zij wilde hen alleen binnenlaten als haar dochter er ook bij zou zijn. Daarop zijn de twee vrouwen weggegaan. Een buurman heeft alles gezien en heeft de politie gebeld.78

Getuige [getuige]

Op 5 juni 2015 omstreeks 16:15 uur keek getuige [getuige] vanuit het raam van zijn woning en zag een blauwe personen auto Peugeot kenteken [kenteken 1] . Er zaten zes personen in die auto. Twee mannen en vier vrouwen. De getuige vermoedt dat ze afkomstig zijn uit Oost-Europa. Twee vrouwen stapten uit op de hoek van de Bloemfonteinstraat. Vervolgens stapte een man uit. De man liep naar de twee vrouwen en maakte daarbij handgebaren. Hij wees in de richting van de Bloemfonteinstraat. De getuige zag dat de vrouwen aanbelden bij [adres 64] . Hij zag dat de bewoner de vrouwen niet binnenliet. Na een aantal minuten liepen de vrouwen weer terug naar de auto en stapten in waarna de auto wegreed. De getuige heeft de politie gebeld omdat hij het niet vertrouwde.79

Aanhouding op heterdaad en enkelvoudige confrontatie

Op 5 juni 2015 zijn de verdachten in de Peugeot aangehouden. Op 8 juni 2015 werd de getuige [getuige] geconfronteerd met een subject. De getuige verklaarde “ja dat is hem dat is de bestuurder. Hij is tijdens het voorval niet uit de auto geweest”. Het confrontatiesubject was [medeverdachte] .80

TomTom

Naar aanleiding van de aanhouding van de verdachte [medeverdachte] heeft op 7 juli 2015 een doorzoeking plaatsgevonden in zijn autobedrijf. In het kantoor van zijn autobedrijf is een Tomtom navigatiesysteem aangetroffen. Dit navigatiesysteem was op 5 juni 2015 ook al aangetroffen in een voertuig dat werd bestuurd door de verdachte [medeverdachte] . Op 14 juli 2015 is het navigatiesysteem door de digitale recherche uitgelezen.


Uit digitaal onderzoek blijkt dat in het onderdeel “recent destinations” (recente bestemmingen) onder meer was ingevoerd: Bloemfonteinstraat Den Haag.81

Het oordeel van het hof

De hiervoor genoemde feiten en omstandigheden vertonen per feit overeenkomsten en verschillen waarbij het hof de term schakelbewijs als uitgangspunt neemt zoals door de Hoge Raad in zijn arrest van 12 december 2017 (ECLI:NL:HR:2017:3118) is verwoord.

Met de term schakelbewijs pleegt te worden aangeduid een bewijsvoering waarbij voor de bewezenverklaring van een feit mede redengevend wordt geacht de – uit één of meer bewijsmiddelen blijkende – omstandigheid dat verdachte bij één of meer andere strafbare feiten betrokken was. Daarbij is ten minste vereist dat de wijze waarop de onderscheidene feiten zijn begaan op essentiële punten overeenkomt.

Voor zover de verdediging de opvatting huldigt dat voor een dergelijke bewijsvoering moet worden vastgesteld dat tot de bewezenverklaring van in elk geval één van de feiten kan worden gekomen zonder dat daarvoor mede bewijsmiddelen worden gebezigd met betrekking tot een ander feit, wordt die opvatting verworpen.

Het hof stelt op basis van de hierboven genoemde feiten en omstandigheden, in onderling verband en in samenhang gezien, de volgende overeenkomsten vast.

Betrokkenheid bij de feiten 1 en 3: (pogingen tot) diefstal van goederen/pinpassen en geld

Op verschillende data in de periode van 14 februari tot en met 5 juni 2015 hebben een elftal zogenaamde ‘babbeltrucs’ plaatsgevonden, waarbij goederen en/of geld zijn weggenomen (feit 1), dan wel zijn daartoe pogingen ondernomen (feit 3: zaken 8 en 10). De in verschillende zaken gehanteerde werkwijze toont opvallende overeenkomsten. Er werd telkens bij oudere mensen aangebeld door twee vrouwen – in een enkel geval waren er uiteindelijk meer dan twee vrouwen – die zich meestal voordeden als medewerksters van de Thuiszorg of een andere instantie en een enkele keer als nieuwe buren of oude bekenden. In bijna alle gevallen zijn de slachtoffers telefonisch benaderd. In een aantal gevallen waren de slachtoffers van tevoren telefonisch of op straat benaderd en in de meeste gevallen werd het slachtoffer, nadat de (twee) vrouwen in de woning van het slachtoffer waren geweest, gebeld door een persoon die zich voordeed als een medewerker ‘van de bank’ en om de pincode van de ontvreemde pinpas vroeg.

Leeftijd aangevers

Zoals uit het hierboven gegeven overzicht blijkt gaat het in alle gevallen om aangevers op leeftijd die nog zelfstandig (alleen of met partner) woonden. Zes van de elf aangevers waren ten tijde van de aangifte 80 jaar of ouder. Vier van de elf aangevers waren tussen 70 en 79 jaar oud. De jongste aangever was 67 jaar oud. Een van de aangevers, de toen 76-jarige [slachtoffer 4] die aan Alzheimer leed en in eerste instantie zelfs niet doorhad dat ze was opgelicht, is inmiddels overleden.

Uit het voorgaande leidt het hof af dat deze slachtoffers doelbewust werden uitgekozen omdat ze door hun hoge leeftijd, en het feit dat ze vaak alleen woonden, als gemakkelijk benaderbaar en te overrompelen werden gezien.

De werktelefoons

In alle gevallen (behalve zaak 10) zijn de slachtoffers gebeld door telefoons die kunnen worden

aangeduid als een zogenoemde werktelefoon.

Zaken 1, 8 en 9

Uit onderzoek is gebleken dat in zaken 1, 8 en 9 gebruik is gemaakt van telefoonnummer [telefoonnummer 1] om contact te leggen met de slachtoffers. Dit telefoonnummer bevond zich in een telefoon met imeinummer [nummer 5] .

Uit de historische verkeersgegevens bleek dat zowel het telefoon- als het imeinummer slechts van 14 tot en met 28 februari 2015 in gebruik is geweest en dat er slechts acht uitgaande gesprekken zijn gevoerd naar vaste telefoonnummers op naam van oudere mensen, waaronder de aangevers [slachtoffer 1] , [slachtoffer 11] en [slachtoffer 9] . Er zijn geen inkomende gesprekken geregistreerd.

De betreffende telefoon was gekocht op 14 februari 2015 om 13:11 uur bij de [bedrijf 1] , gevestigd aan het [adres 3] . Uit onderzoek van de historische gegevens van de mobiele telefoons van [medeverdachte 2] en verdachte blijkt dat alle drie de telefoons op 14 februari 2015 uitpeilen in de directe omgeving van de betreffende [bedrijf 1] omstreeks het moment dat daar de werktelefoon werd gekocht. Verdachte is voorts op 14 februari 2015 om 13:45 uur als bestuurder samen met onder anderen [medeverdachte 2] staande gehouden in een Mitsubishi Space Star kenteken [kenteken 2] in Rotterdam. Dit voertuig is tijdens observaties veelvuldig gezien bij de woning van de ex-vrouw van de verdachte, waar verdachte regelmatig op bezoek kwam. De simkaart behorende bij de genoemde werktelefoon is door verdachte opgewaardeerd door middel van een voucher die op 26 februari 2015 is gekocht bij een BP tankstation aan de Leyweg te Den Haag. Op de camerabeelden van dit BP tankstation is namelijk te zien dat deze voucher is gekocht door een man die kwam aanrijden in een auto voorzien van kenteken [kenteken 4] . genoemde man is door verbalisanten op camerabeelden herkend als [medeverdachte] . Ook het hof heeft ter zitting waargenomen dat deze man sterke overeenkomsten vertoont met de verdachte.

Zaken 2, 4 en 7

Uit onderzoek is gebleken dat in zaken 2, 4 en 7 gebruik is gemaakt van het telefoonnummer [telefoonnummer 3] om contact te leggen met de slachtoffers. Dit telefoonnummer bevond zich in een telefoon met imeinummer [imeinummer 2] .

Uit de historische verkeersgegevens bleek dat zowel het telefoon- als het imeinummer slechts op 2 en 3 april 2015 in gebruik is geweest, en dat er slechts vier uitgaande gesprekken zijn gevoerd naar vaste telefoonnummers op naam van oudere mensen, waaronder de aangevers [slachtoffer 2] , [slachtoffer 4] en [slachtoffer 6] . Er zijn geen inkomende gesprekken geregistreerd.

De betreffende telefoon was gekocht op 2 april 2015 bij de [bedrijf 1] aan [adres 16] . Op de camerabeelden van het betreffende Kijkshopfiliaal is te zien dat de telefoon door twee vrouwen werd gekocht. Door verbalisanten is [medeverdachte 1] herkend als een van de kopers. Voorts bleken de mobiele telefoons van [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en verdachte allen op 2 april 2015, omstreeks het tijdstip van de aankoop, uit te peilen in de directe omgeving van De Meent te Rotterdam.

Zaken 3, 5 en 6

Uit onderzoek is gebleken dat in zaak 3, 5 en 6 gebruik is gemaakt van het telefoonnummer [telefoonnummer 7] om contact te leggen met de slachtoffers. Dit telefoonnummer bevond zich in een telefoon met imeinummer [imeinummer 1] .

Uit de historische verkeersgegevens bleek dat zowel telefoon- als imeinummer slechts van 4 tot en met 8 april 2015 in gebruik is geweest, en dat er slechts tien (waarvan vier lange) uitgaande gesprekken zijn gevoerd naar vaste telefoonnummers en één mobiel telefoonnummer op naam van oudere mensen, waaronder de aangevers [slachtoffer 3] , [slachtoffer 6] en [slachtoffer 5] . Er zijn geen inkomende gesprekken geregistreerd.

De betreffende telefoon was gekocht op 4 april 2015 bij een de [bedrijf 1] , gevestigd aan de [adres 63] te Rotterdam. Vlak na de aankoop ervan is met de betreffende telefoon gebeld naar verschillende personen. De telefoons van [medeverdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] peilden op 4 april 2015 ten tijde van de aankoop uit in de directe omgeving van het betreffende filiaal van het betreffende Kijkshopfiliaal. Voorts peilden de mobiele telefoons van [medeverdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] op 4 april 2015 uit in de directe omgeving van de werktelefoon op het moment dat daarmee, vlak na de aankoop ervan, naar verschillende personen werd gebeld.

Zaak 11

Tenslotte werd het slachtoffer in zaak 11 (7 mei 2015) gebeld door het telefoonnummer eindigend met *866. De betreffende telefoon was gekocht op 30 april 2015 bij een Kijkshopfiliaal in Eindhoven. De privé-telefoons van [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte] peilden omstreeks het tijdstip van de aankoop uit in de directe omgeving van deze [bedrijf 1] en van de paallocaties van de werktelefoon op die datum.

Uit het voorgaande leidt het hof af dat de verdachte samen met anderen de beschikking heeft over de werktelefoons waarmee de slachtoffers in de zaken 1 tot en met 9 en 11 zijn benaderd. Naar het oordeel van het hof kunnen de gebruikers van deze telefoons derhalve worden aangemerkt als betrokken bij de onder l en 3 tenlastegelegde feiten.

De privé-telefoons

Ten aanzien van de zaken 1, 8 en 9 neemt het hof in aanmerking dat de privé-telefoons van [medeverdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] alle uitpeilden in de omgeving van de plaats delict ten tijde van of omstreeks het plaatsvinden van de ‘babbeltrucs’. Voorts peilden de mobiele telefoons van [medeverdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] uit in de omgeving van de plaats delict ten tijde van of omstreeks het plaatsvinden van de ‘babbeltrucs’ in de zaken 2 en 7. Ten aanzien van de mobiele telefoon van [medeverdachte] geldt dit ook in zaak 4. De telefoons van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] straalden ten tijde van het plegen van dit feit geen telefoonmast aan, maar peilden enkele uren later wel uit in Amsterdam, alwaar de ‘babbeltruc’ in zaak 4 plaatsvond en met de weggenomen bankpas werd gepind. De mobiele telefoon van [medeverdachte] , alsook de mobiele telefoons van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] , peilden omstreeks het plaatsvinden van de ‘babbeltruc’ in zaak 6 uit in de directe omgeving van de plaats delict. Met betrekking tot de zaken 3 en 5 peilde alleen de telefoon van [medeverdachte] uit in de directe omgeving van de plaats delict op het moment dat daar de ‘babbeltruc’ plaatsvond.

Ten aanzien van zaak 11 overweegt het hof dat de telefoons van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] , alsook die van [medeverdachte] op 7 mei 2015 uitpeilden in de directe omgeving van het filiaal van de Blokker aan de Dierenselaan te Den Haag op het moment dat de aangeefster daar werd aangesproken. De telefoon van [medeverdachte] peilde bovendien omstreeks het plaatsvinden van de ‘babbeltruc’ uit in de directe omgeving van de woning van aangeefster. Verder peilden de telefoons van de [medeverdachte] en [medeverdachte 2] op het moment dat aangeefster werd gebeld door één van de daders uit in de directe omgeving van de werktelefoon. Daarnaast kan uit de historische gegevens van de mobiele telefoons van [medeverdachte] en [medeverdachte 2] worden opgemaakt dat zij beiden op 7 mei 2015 vanuit Utrecht via Rotterdam / Capelle aan den IJssel naar Den Haag zijn gereisd, en vanuit Den Haag vervolgens weer naar Utrecht.

De drie verdachten wonen allen in Utrecht en zijn tijdens de aankoop van de telefoons en ten tijde van de gepleegde delicten steeds in elkaars gezelschap in de verschillende steden.

Gebruik TomTom

In het kantoor van het autobedrijf van de verdachte is op 7 juli 2015 een TomTom navigatiesysteem aangetroffen. Dit navigatiesysteem werd op 5 juni 2015 ook al aangetroffen in de Peugeot waarin verdachte met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] werd aangehouden. Uit digitaal onderzoek is gebleken dat onder het onderdeel ‘recente bestemmingen’ de adressen van de slachtoffers in de zaken 1, 4, 7, 8, 10 en 11 waren ingevoerd, althans de straten waar zij woonachtig waren ten tijde van de delicten. Voorts was een straat ingevoerd welke een zijstraat betreft van de straten waar de slachtoffers in de zaken 2 en 3 woonachtig waren ten tijde van de delicten.

Oordeel per zaak

14 februari 2015 (zaak 8)

Uit de aangifte van poging tot diefstal volgt dat er twee vrouwen, nadat er telefonisch contact was opgenomen, aan de deur bij de 72-jarige aangeefster komen. Zij zeggen van de buurtzorg te zijn en dat aangeefster nog geld tegoed heeft. De vrouwen gaan snel weg als zij boven in de woning geluid horen. Er is gebeld met de “werktelefoon” met het nummer eindigend op *608. Een getuige ziet vier vrouwen en een man als een groepje lopen. Twee vrouwen gaan de woning van aangeefster binnen en de man loopt naar de twee vrouwen toe als ze weer buiten komen. De privételefoons van de verdachte en de medeverdachten stralen bij elkaar en ook bij de plaats van de poging tot diefstal uit. Ook de “werktelefoon” straalt in de buurt van de plaats van de poging tot diefstal uit. Het onder de verdachte gevonden navigatiesysteem geeft de straat van de aangeefster aan als een van recente bestemmingen.

Het hof is, onder de gegeven omstandigheden en alle feiten en omstandigheden in onderling verband en samenhang bezien, van oordeel dat deze man de verdachte is en met de twee vrouwen nauw en bewust samenwerkt.

26 februari 2015 (zaak 9)

Uit de aangifte van diefstal volgt dat er twee vrouwen, nadat er telefonisch contact was geweest, aan de deur bij de 87-jarige aangever en zijn vrouw komen. Ze zeggen van de thuiszorg te zijn en dat aangever en zijn vrouw nog geld tegoed hebben. Er is gebeld met de “werktelefoon” met het nummer eindigend op *608. De ene vrouw vraagt of ze naar het toilet mag en de andere vrouw vraagt of ze in de keuken mag kijken. De privételefoons van de verdachte en de medeverdachten stralen bij elkaar en de plaats van de diefstal uit en ook de “werktelefoon” straalt in de buurt van de plaats van de diefstal uit. De verdachte is kort daarvoor bij het BP benzinestation aan de Leyweg in Den Haag gezien in zijn Mitsubishi waarbij hij tankt en ook een opwaardeerkaart koopt voor het telefoonnummer eindigend op *608. Het is een feit van algemene bekendheid dat de plaats Voorburg naast Den Haag ligt.

Het hof is, onder de gegeven omstandigheden en alle feiten en omstandigheden in onderling verband en samenhang bezien, van oordeel dat de verdachte met de twee vrouwen nauw en bewust samenwerkt.

28 februari 2015 (zaak 1)

Uit de aangifte van diefstal volgt dat er twee vrouwen bij de 83-jarige aangeefster aan de deur komen. Ze zeggen de nieuwe buren te zijn en komen langs met een vlaai. Een van de vrouwen loopt de keuken in. Er wordt nadien gebeld met de “werktelefoon” met het nummer eindigend op *608. De privételefoons van de verdachte en de medeverdachten stralen bij elkaar en de plaats van de diefstal uit en ook in de “werktelefoon” straalt in de buurt van de plaats van de diefstal uit. Het onder de verdachte gevonden navigatiesysteem geeft de straat van de aangeefster aan als een van de recente bestemmingen.

Het hof is, onder de gegeven omstandigheden en alle feiten en omstandigheden in onderling verband en samenhang bezien, van oordeel dat de verdachte met de twee vrouwen nauw en bewust samenwerkt. Dat de mast waar de telefoon van de verdachte aanstraalt volgens de verdediging kilometers is verwijderd van de plaats delict doet daar niet aan af.

2 april 2015 (zaak 7)

Uit de aangifte van diefstal volgt dat er twee vrouwen bij de 85-jarige aangeefster aan de deur komen. Ze zeggen van de Thuiszorg te zijn en dat aangeefster nog geld tegoed heeft. Gevraagd wordt om een glaasje water waarop de aangeefster naar de keuken loopt. Er is gebeld met de “werktelefoon” met het nummer eindigend op *524. De privételefoons van de verdachte en de medeverdachten stralen bij elkaar en de plaats van de diefstal uit en ook in de “werktelefoon” straalt in de buurt van de plaats van de diefstal uit. Het onder de verdachte gevonden navigatiesysteem geeft een zijstraat van de straat van de aangeefster aan als een van de recente bestemmingen.

Het hof is, onder de gegeven omstandigheden en alle feiten en omstandigheden in onderling verband en samenhang bezien, van oordeel dat de verdachte met de twee vrouwen nauw en bewust samenwerkt. Het hof is, onder de gegeven omstandigheden en alle feiten en omstandigheden in onderling verband en samenhang bezien, van oordeel dat de verdachte met de twee vrouwen nauw en bewust samenwerkt. Dat de mast waar de telefoon van de verdachte aanstraalt volgens de verdediging kilometers is verwijderd van de plaats delict doet daar niet aan af.

3 april 2015 (zaak 2)

Uit de aangifte van diefstal volgt dat er twee vrouwen bij de 86-jarige aangeefster aan de deur komen. Ze zeggen van de Thuiszorg te zijn en dat aangeefster nog geld tegoed heeft omdat zij het jaar ervoor teveel heeft betaald. Een van de vrouwen wil de waterleiding op schimmel controleren. Er is gebeld met de “werktelefoon” met het nummer eindigend op *524. De privételefoons van de verdachte en de medeverdachten stralen bij elkaar en de plaats van de diefstal uit en ook de “werktelefoon” straalt in de buurt van de plaats van de diefstal uit. Het onder de verdachte gevonden navigatiesysteem geeft een zijstraat van de straat van de aangeefster aan als een van de recente bestemmingen.

Het hof is, onder de gegeven omstandigheden en alle feiten en omstandigheden in onderling verband en samenhang bezien, van oordeel dat de verdachte met de twee vrouwen nauw en bewust samenwerkt. Het hof is, onder de gegeven omstandigheden en alle feiten en omstandigheden in onderling verband en samenhang bezien, van oordeel dat de verdachte met de twee vrouwen nauw en bewust samenwerkt. Dat de mast waar de telefoon van de verdachte aanstraalt volgens de verdediging kilometers is verwijderd van de plaats delict doet daar niet aan af.

3 april 2015 (zaak 4)

Uit de aangifte van diefstal volgt dat er twee vrouwen bij de 76-jarige aangeefster aan de deur komen. Ze zeggen van de Thuiszorg te zijn. Gebeld is met de “werktelefoon” met het nummer eindigend op *524. De privételefoon van de verdachte straalt bij de plaats van de diefstal uit en ook de “werktelefoon” straalt in de buurt van de plaats van de diefstal uit. De mobiele telefoons van de medeverdachten stralen daarna uit in Amsterdam in de directe omgeving van de wederrechtelijke pintransactie genoemd in zaaksdossier 2. Het onder de verdachte gevonden navigatiesysteem geeft de straat van de aangeefster aan als een van de recente bestemmingen.

Het hof is, onder de gegeven omstandigheden en alle feiten en omstandigheden in onderling verband en samenhang bezien, van oordeel dat de verdachte met de twee vrouwen nauw en bewust samenwerkt.

4 april 2015 (zaak 6)

Uit de aangifte van diefstal volgt dat er twee vrouwen bij de 67-jarige aangeefster aan de deur komen. Ze zeggen van de Belastingdienst te zijn en dat de aangeefster nog geld tegoed heeft. Er is gebeld met de “werktelefoon” met het nummer eindigend op *878. De privételefoons van de verdachte en de medeverdachten stralen bij elkaar en de plaats van de diefstal uit en ook de “werktelefoon” straalt in de buurt van de plaats van de diefstal uit. Het onder de verdachte gevonden navigatiesysteem geeft de straat van de aangeefster aan als een van de recente bestemmingen.

Het hof is, onder de gegeven omstandigheden en alle feiten en omstandigheden in onderling verband en samenhang bezien, van oordeel dat de verdachte met de twee vrouwen nauw en bewust samenwerkt.

8 april 2015 (zaak 5)

Uit de aangifte van diefstal volgt dat er twee vrouwen bij de 80-jarige aangever aan de deur komen. Een van de vrouwen heeft de aangever eerder die dag aangesproken op straat en zich voorgedaan als een oude bekende. Er is gebeld met de “werktelefoon” met het nummer eindigend op *878. De privételefoon van de verdachte straalt bij de plaats van de diefstal uit en ook de “werktelefoon” straalt in de buurt van de plaats van de diefstal uit.

Het hof is, onder de gegeven omstandigheden en alle feiten en omstandigheden in onderling verband en samenhang bezien, van oordeel dat de verdachte met de twee vrouwen nauw en bewust samenwerkt.

8 april 2015 (zaak 3)

Uit de aangifte van diefstal volgt dat er twee vrouwen bij de 81-jarige aangever aan de deur komen. Ze zeggen van de Thuiszorg te zijn en de woning op schimmel willen controleren. Gebeld is met de “werktelefoon” met het nummer eindigend op *878. De privételefoon van de verdachte straalt bij de plaats van de diefstal uit en ook de “werktelefoon” straalt in de buurt van de plaats van de diefstal uit. De mobiele telefoons van de verdachte en de medeverdachten stralen ten tijde van de aankoop van deze “werktelefoon” uit in de omgeving van de [bedrijf 1] waar deze telefoon werd gekocht.

Het hof is, onder de gegeven omstandigheden en alle feiten en omstandigheden in onderling verband en samenhang bezien, van oordeel dat de verdachte met de twee vrouwen nauw en bewust samenwerkt.

7 mei 2015 (zaak 11)

Uit de aangifte van diefstal volgt dat er twee vrouwen bij de 70-jarige aangeefster aan de deur komen. Een van de vrouwen heeft de aangeefster eerder die dag aangesproken bij de Blokker en zich voorgedaan als een oude buur. Gebeld is met de “werktelefoon” met het nummer eindigend op *866. De privételefoon van de verdachte straalt bij de plaats van de diefstal uit en ook de “werktelefoon” straalt in de buurt van de plaats van de diefstal uit. De mobiele telefoons van de verdachte en de medeverdachten stralen ten tijde van de aankoop van deze “werktelefoon” uit in de omgeving van het Kijkshopfiliaal in Eindhoven waar deze telefoon werd gekocht. [medeverdachte 1] is door verbalisanten herkend op de camerabeelden van de Blokker op de dag en het tijdstip waarop de aangeefster werd aangesproken. Het onder de verdachte gevonden navigatiesysteem geeft de straat van de aangeefster aan als een van de recente bestemmingen.

Het hof is, onder de gegeven omstandigheden en alle feiten en omstandigheden in onderling verband en samenhang bezien, van oordeel dat de verdachte met de twee vrouwen nauw en bewust samenwerkt.

5 juni 2015 (zaak 10)

Uit de aangifte van poging tot diefstal volgt dat er twee vrouwen aan de deur bij de 79-jarige aangeefster aan de deur komen. Ze zeggen van de Thuiszorg te zijn en de administratie willen inzien. Kort na deze poging zijn de verdachte en de medeverdachten aangehouden. De verdachte is herkend door een getuige als bestuurder van de Peugeot die samen met de vrouwen aan kwam rijden. Het onder de verdachte gevonden navigatiesysteem geeft de straat van de aangeefster aan als een van de recente bestemmingen.

Het hof is, onder de gegeven omstandigheden en alle feiten en omstandigheden in onderling verband en samenhang bezien, van oordeel dat de verdachte met de twee vrouwen nauw en bewust samenwerkt.

Conclusie

De verdachte heeft geen verklaring voor bovenstaande bevindingen willen geven. Naar het oordeel van het hof kan uit al het voorgaande, in onderlinge samenhang beschouwd, worden wettig en overtuigen bewezen dat de verdachte mededader is bij de (pogingen tot) diefstal in de zaken 1 tot en met 11.

Betrokkenheid bij feit 2: de pintransacties (zaken 1, 2, 4 en 7)

In de zaken 1, 2, 4 en 7 is telkens korte tijd na het bezoek aan de aangever, en in zaak 4 in elk geval op dezelfde dag, met de ontvreemde pinpas geld gepind bij verschillende pinautomaten. Telkens zijn op de camerabeelden van deze pintransacties en/of op de camerabeelden rondom het pinautomaat tijdens de transactie twee vrouwspersonen zichtbaar die specifieke overeenkomsten vertonen in het signalement. Eén van de personen op de camerabeelden van de pintransactie in zaak 2 is door verbalisanten herkend als [medeverdachte 2] .

De vrouwen dragen telkens een vergelijkbare sjaal, waaronder een lichtgekleurde sjaal die overeenkomsten vertoont met een sjaal die is aangetroffen in de woning van medeverdachte [medeverdachte 2] . Tevens draagt in de zaken 1, 2 en 4 telkens een van de vrouwen een zwartkleurig mutsje met een opvallend embleem van een bloem en de andere vrouw een bruin-/groenkleurig mutsje met een klep aan de voorkant. Deze mutsjes komen overeen met de mutsjes die zijn aangetroffen in de auto waarin [medeverdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] op 5 juni 2015 zijn aangehouden. In het bruin/groene mutsje is een DNA-spoor van [medeverdachte 1] aangetroffen.

Op de camerabeelden van de pintransactie in zaak 7 zijn eveneens twee vrouwen/personen zichtbaar, waarvan één een sjaal draagt overeenkomstig de sjaal op de camerabeelden in zaak 1, 2 en 4, en de ander een donkerkleurig mutsje.

Het hof stelt voorts vast dat op de camerabeelden van en rondom de pintransacties in de zaken 2 en 7 telkens een blauwkleurig voertuig is te zien gelijkend op de Mitsubishi Space Star waarin de verdachte op 14 februari 2015 en 26 februari 2015 is waargenomen en die ook meerdere malen is waargenomen voor de woning van de ex-vrouw van de verdachte, waar hij regelmatig verbleef. Voorts peilden de telefoons van [medeverdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] in de zaken 2 en 7 uit in de directe omgeving van de geldautomaat op het moment dat daar de pintransactie plaatsvond. Voor [medeverdachte] geldt dit ook ten aanzien van zaak 4. Voorts is op 3 april 2015 korte tijd na de diefstallen in de zaken 2 en 4 geprobeerd om met de weggenomen bankpas te pinnen bij een meubelwinkel in Utrecht. De telefoons van [medeverdachte] en [medeverdachte 2] peilden ten tijde van die poging uit in de omgeving van de meubelwinkel.

Mede in aanmerking genomen dat de verdachte [medeverdachte] bij de diefstallen in de zaken 1, 2, 4 en 7 als mededader wordt aangemerkt, is het hof van oordeel dat uit het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, volgt dat de verdachte ook mededader is bij hetgeen onder feit 2 is ten laste gelegd.

Conclusie ten aanzien van de feiten 1, 2 en 3

Op basis van al het voorgaande kan het tenlastegelegde naar het oordeel van het hof ten aanzien van verdachte worden bewezen verklaard zoals hieronder is vermeld.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2 primair en 3 primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat hij:

1. primair:
op een of meer tijdstippen in de periode vanaf 26 februari 2015 tot en met 8 mei 2015 te Amsterdam en Rotterdam en Haarlem en Voorburg en Den Haag, tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen:

een bankpas (zaak 1) en

een pinpas (zaak 2) en

een bankpas (zaak 3) en

een geldkistje met medicijnen en een bankpas (zaak 4) en

6 ringen en een bankpas (zaak 5) en

een bankpas en 200 euro en een Vervoer op maatpas en een identiteitsbewijs (zaak 6) en

30 euro en bankpassen (zaak 7) en

drie halskettingen (zaak 9) en

2 bankpassen (ABN AMRO [rekeningnummer 1] en ING [rekeningnummer 2] ) (zaak 11),

toebehorende aan:

[slachtoffer 1] (zaak 1) en

[slachtoffer 2] (zaak 2) en

[slachtoffer 3] (zaak 3) en

[slachtoffer 4] (zaak 4) en

[slachtoffer 5] (zaak 5) en

[slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] (bankpas) (zaak 6) en

[slachtoffer 8] (zaak 7) en

[slachtoffer 9] (zaak 9) en

[slachtoffer 10] (zaak 11);

2 primair:
op een of meer tijdstippen in de periode vanaf 28 februari 2015 tot en met 3 april 2015 te Amsterdam en Rotterdam, tezamen en in vereniging met een ander of anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening telkens uit een pinautomaat heeft weggenomen:

1.250 euro (zaak 1) en

1.500 euro (zaak 2) en

980 euro (zaak 4) en

1.910 euro (zaak 7)

toebehorende aan:

[slachtoffer 1] (zaak 1) en

[slachtoffer 2] (zaak 2) en

[slachtoffer 4] (zaak 4) en

[slachtoffer 8] (zaak 7),

waarbij verdachte en zijn medeverdachten de weg te nemen geldbedragen onder hun bereik hebben gebracht door te pinnen met de pinpas en de bijbehorende code, waarvan hij en zijn mededaders geen gerechtigde waren;

3 primair:
op 14 februari 2015 te Amsterdam (zaak 8) en op omstreeks 5 juni 2015 te Den Haag (zaak 10) ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen enig goed toebehorende aan:

[slachtoffer 11] (zaak 8) en

[slachtoffer 12] (zaak 10),

met zijn mededaders

die [slachtoffer 11] heeft gebeld dat ze langs wilden komen en bij die [slachtoffer 11] heeft aangebeld en de woning in is gegaan en toen bleek dat de zoon van [slachtoffer 11] in de woning aanwezig was, de woning heeft verlaten (zaak 8)

en

bij die [slachtoffer 12] heeft aangebeld waarbij zijn mededaders zich hebben voorgesteld als medewerksters van de Thuiszorg en meermalen aan die [slachtoffer 12] hebben gevraagd of ze de woning in mochten om de administratie van de Thuiszorg te bekijken (zaak 10).

Hetgeen onder 1 primair, 2 primair en 3 primair meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Bewijsmiddelen

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de, hierboven opgenomen, bewijsmiddelen zijn vervat.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1 primair, 2 primair en 3 primair bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het onder 1 primair bewezen verklaarde levert op:

diefstal door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd.

Het onder 2 primair bewezen verklaarde levert op:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd.

Het onder 3 primair bewezen verklaarde levert op:

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het onder 1 primair, 2 primair en 3 primair bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft – samen met zijn medeverdachten – op doortrapte wijze meerdere keren door middel van zogenaamde babbeltrucs uit de huizen van bejaarde en kwetsbare mensen bankpassen, geld en andere voorwerpen ontvreemd. Vervolgens is met de weggenomen bankpassen en bijbehorende pincodes bij pinautomaten geldbedragen opgenomen van de rekening van de slachtoffers. Op deze manier zijn er bij de geslaagde pintransacties aanzienlijke bedragen opgenomen.

De verdachte heeft puur uit financieel gewin gehandeld en heeft geen rekening gehouden met de mogelijke gevolgen daarvan voor de slachtoffers. Hij heeft op een even routinematige als lafhartige wijze deze door hun hoge leeftijd kwetsbare mensen als gemakkelijke prooi gezien. Hij heeft samen met zijn mededaders met dit optreden het vertrouwen van de slachtoffers in de medemens, van wie oudere mensen in toenemende mate afhankelijk zijn, in ernstige mate geschaad. Tevens neemt het hof in beschouwing dat de bewezen diefstallen van de bankpassen bij de slachtoffers thuis hebben plaatsgevonden, waardoor de verdachte en de medeverdachten bij de slachtoffers het gevoel van veiligheid in en rond hun huis mogelijk ernstig hebben aangetast. Daarnaast treffen feiten als bewezenverklaard de slachtoffers niet alleen in financiële zin. Dergelijke feiten leiden tot maatschappelijke onrust, bijvoorbeeld onder ouderen in het algemeen, maar ook – zo is gebleken – bij de betrokken slachtoffers en hun naasten in het bijzonder. Daarom worden deze feiten de verdachte ernstig aangerekend.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 22 januari 2018 is hij weliswaar eerder met politie en justitie in aanraking geweest, maar heeft hij geen relevante recidive in de afgelopen vijf jaar.

Gelet op de ernst van de feiten, gepleegd in de periode van februari 2015 tot en met juni 2015 , de inbreuk die de verdachte samen met zijn medeverdachten heeft gemaakt in het vertrouwen niet alleen van de slachtoffers, maar van de veiligheid in de maatschappij in het algemeen, kan alleen oplegging van een vrijheidsbenemende straf van geruime duur passend worden geacht.

Het hof acht, alles afwegende, een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

Beslag

Onder de verdachte zijn voorwerpen zoals vermeld op de beslaglijst, die aan het vonnis van de rechtbank is gehecht, in beslag genomen.

Verbeurdverklaring

Het hof gelast de verbeurdverklaring van het voorwerp genoemd onder 28 op de aangehechte beslaglijst (TomTom navigatiesysteem), nu met behulp van dit voorwerp het onder 1 en 3 bewezen verklaarde is begaan.

Teruggave van in beslag genomen goederen

Het hof gelast de retourzending aan de uitgevende instantie van het rijbewijs genoemd onder 44 op de beslaglijst.

Het hof gelast de teruggave aan de verdachte van de overige voorwerpen vermeld op de beslaglijst.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 250,39. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep deels toegewezen (€ 158,95) en voor het resterend deel niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 primair, 2 primair bewezen verklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen.

Voor het overige is het hof van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. In zoverre kan de benadeelde partij daarom thans in de vordering niet worden ontvangen en kan de vordering slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 8]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 760,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep deels toegewezen (€ 300,00) en voor het resterend deel niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 primair, 2 primair bewezen verklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen.

Voor het overige is het hof van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. In zoverre kan de benadeelde partij daarom thans in de vordering niet worden ontvangen en kan de vordering slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 10]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 8,30. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep deels toegewezen (€ 7,00) en voor het resterend deel niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 primair bewezen verklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen.

Voor het overige is het hof van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. In zoverre kan de benadeelde partij daarom thans in de vordering niet worden ontvangen en kan de vordering slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 6]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 273,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep deels toegewezen (€ 200,00) en voor het resterend deel niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 primair bewezen verklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen.

Voor het overige is het hof van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. In zoverre kan de benadeelde partij daarom thans in de vordering niet worden ontvangen en kan de vordering slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 36f, 45, 57 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte en de officier van justitie niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 4 ten laste gelegde.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2 primair en 3 primair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 primair, 2 primair en 3 primair bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart verbeurd het onder 28 vermelde voorwerp op de beslaglijst.

Gelast de teruggave aan de uitgevende instantie van het onder 44 vermelde voorwerp op de beslaglijst.

Gelast de teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten overige voorwerpen vermeld op de beslaglijst.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 4] ter zake van het onder 1 primair, 2 primair bewezen verklaarde tot het bedrag van € 158,95 (honderdachtenvijftig euro en vijfennegentig cent) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 3 april 2015.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 4] , ter zake van het onder 1 primair, 2 primair bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 158,95 (honderdachtenvijftig euro en vijfennegentig cent) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 3 (drie) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 3 april 2015.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 8]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 8] ter zake van het onder 1 primair, 2 primair bewezen verklaarde tot het bedrag van € 300,00 (driehonderd euro) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 2 april 2015.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 8] , ter zake van het onder 1 primair, 2 primair bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 300,00 (driehonderd euro) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 6 (zes) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 2 april 2015.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 10]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 10] ter zake van het onder 1 primair bewezen verklaarde tot het bedrag van € 7,00 (zeven euro) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 7 mei 2015.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 10] , ter zake van het onder 1 primair bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 7,00 (zeven euro) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 1 (één) dag hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 7 mei 2015.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 6]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 6] ter zake van het onder 1 primair bewezen verklaarde tot het bedrag van € 200,00 (tweehonderd euro) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 4 april 2015.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 6] , ter zake van het onder 1 primair bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 200,00 (tweehonderd euro) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 4 (vier) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 4 april 2015.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M. Iedema, mr. J.H.C. van Ginhoven en mr. A.M. Ruige, in tegenwoordigheid van mr. K. Sarghandoy, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 2 maart 2018.

Mrs. Iedema en Ruige zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

=========================================================================

[…]

1 […]

2 […]

3 […]

4 […]

5 […]

6 […]

7 […]

8 […]

9 […]

10 […]

11 […]

12 […]

13 […]

14 […]

15 […]

16 […]

17 […]

18 […]

19 […]

20 […]

21 […]

22 […]

23 […]

24 […]

25 […]

26 […]

27 […]

28 […]

29 […]

30 […]

31 […]

32 […]

33 […]

34 […]

35 […]

36 […]

37 […]

38 […]

39 […]

40 […]

41 […]

42 […]

43 […]

44 […]

45 […]

46 […]

47 […]

48 […]

49 […]

50 […]

51 […]

52 […]

53 […]

54 […]

55 […]

56 […]

57 […]

58 […]

59 […]

60 […]

61 […]

62 […]

63 […]

64 […]

65 […]

66 […]

67 […]

68 […]

69 […]

70 […]

71 […]

72 […]

73 […]

74 […]

75 […]

76 […]

77 […]

78 […]

79 […]

80 […]

81 […]