Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:740

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
23-02-2018
Datum publicatie
06-03-2018
Zaaknummer
002180-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Rekestprocedure
Inhoudsindicatie

Verzoek ex artikel 89 en 591a Sv - zaaksbegrip - De strafzaak met voormeld parketnummer is geëindigd met oplegging van straf, nu verzoeker bij arrest van 27 oktober 2016 ter zake van een aantal van de aan hem ten laste gelegde feiten, waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten, is veroordeeld tot een gevangenisstraf en een geldboete. Dat verzoeker van een aantal andere ten laste gelegde feiten is vrijgesproken, doet aan het voorgaande niet af. Immers, onder de term ‘zaak’ moet worden verstaan al datgene waarop het rechtsgeding betrekking had (HR 14 november 1989, NJ 1990, 274; HR 8 mei 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB1502). Gelet hierop moet verzoeker in het verzoek op de voet van artikel 89 Sv niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn verzoek. Datzelfde geldt voor het verzoek op de voet van artikel 591a Sv.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Afdeling strafrecht

Rekestnummers: 002181-16 (89 Sv) en 002180-16 (591a Sv)

Parketnummer in hoger beroep: 23-005299-15

Beschikking op het verzoekschrift op de voet van artikel 89 en 591a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[verzoeker],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1959,

domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat,

mr. W.E.R. Geurts, [geboortedag].

1 Inhoud van de verzoeken

Het verzoekschrift strekt tot het verkrijgen van een vergoeding ten laste van de Staat, tot een bedrag van € 3.355,00, ter zake van schade die verzoeker stelt te hebben geleden als gevolg van de ondergane verzekering en voorlopige hechtenis in de strafzaak met voormeld parketnummer.

Het verzoekschrift strekt voorts tot het toekennen van een forfaitaire vergoeding uit ’s Rijks kas ter zake van kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van het onderhavige verzoek.

2 Procesverloop

Het verzoekschrift is op 21 december 2016 ingekomen.

Op 2 augustus 2017 heeft de advocaat-generaal het standpunt ingenomen dat verzoeker in het verzoek op de voet van artikel 89 Sv niet-ontvankelijk moet worden verklaard en dat het verzoek op de voet van artikel 591a Sv moet worden afgewezen.

Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 9 februari 2018 de advocaat-generaal en de advocaat van verzoeker ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. Verzoeker is niet verschenen.

3 Beoordeling van de verzoeken

Het verzoekschrift is tijdig ter griffie van dit hof ingediend.

Het verzoek op de voet van artikel 591a Sv is ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer namens verzoeker ingetrokken zodat dit verzoek verder geen bespreking behoeft.

De strafzaak met voormeld parketnummer is geëindigd met oplegging van straf, nu verzoeker bij arrest van 27 oktober 2016 ter zake van een aantal van de aan hem ten laste gelegde feiten, waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten, is veroordeeld tot een gevangenisstraf en een geldboete. Dat verzoeker van een aantal andere ten laste gelegde feiten is vrijgesproken, doet aan het voorgaande niet af. Immers, onder de term ‘zaak’ moet worden verstaan al datgene waarop het rechtsgeding betrekking had (HR 14 november 1989, NJ 1990, 274; HR 8 mei 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB1502). Gelet hierop moet verzoeker in het verzoek op de voet van artikel 89 Sv niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn verzoek. Datzelfde geldt voor het verzoek op de voet van artikel 591a Sv.

4 Beslissing

Het hof :

Verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek.

Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan verzoeker.

Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. R.D. van Heffen, J.W.H.G. Loyson en M.E. Hinskens-van Neck, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Groenenberg als griffier, is ondertekend door de voorzitter en de griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 23 februari 2018.