Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:739

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
23-02-2018
Datum publicatie
06-03-2018
Zaaknummer
001411-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Rekestprocedure
Inhoudsindicatie

verzoek ex artikel 591a Sv - verrekening ex artikel 90 lid 3 Sv

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Afdeling strafrecht

Rekestnummer: R 001411-17 (591a Sv HB)

Proces-verbaalnummer politie: 2016282947

Beschikking op het hoger beroep tegen de beschikking van de raadkamer van de rechtbank Amsterdam van 31 juli 2017 op het verzoekschrift op de voet van artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[verzoeker],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1980,

domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat,

mr. J.J.J. van Rijsbergen, [adres].

1 Inhoud van het verzoek

Het verzoekschrift strekt tot het verkrijgen van een vergoeding uit ’s Rijks kas ten bedrage van € 1.356,35 ter zake van de kosten die verzoeker stelt te hebben gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van de strafzaak met voormeld proces-verbaalnummer.

Het verzoekschrift strekt voorts tot het toekennen van een forfaitaire vergoeding uit ’s Rijks kas ter zake van kosten die verzoeker stelt te hebben gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van het onderhavige verzoek.

2 Procesverloop

Het hoger beroep is op 21 augustus 2017 ingesteld door verzoeker (hierna: appellant).

Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld proces-verbaalnummer en heeft op 9 februari 2018 de advocaat-generaal ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. Met kennisgeving hiervan zijn appellant noch diens advocaat verschenen.

3 Beoordeling van het hoger beroep

Het hoger beroep is tijdig ingesteld.

Het inleidende verzoek is tijdig ingediend.

De strafzaak met voormeld parketnummer is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafvordering. De appellant is op 24 juni 2017 telefonisch medegedeeld dat de strafzaak tegen hem onvoorwaardelijk wordt geseponeerd.

De rechter in eerste aanleg heeft het verzoek zonder behandeling in openbare raadkamer toegewezen en het toegewezen bedrag van € 1.636,35 verrekend overeenkomstig artikel 90, derde lid Sv.

De advocaat van appellant heeft bij email van 8 februari 2018 het standpunt ingenomen dat niet verrekend kan worden nu appellant de rekening van de advocaat nog niet heeft voldaan en de advocaat daarom slechts een vordering op appellant heeft.

Het hof ziet noch in de tekst van de wet, noch in de totstandkomingsgeschiedenis van de artikelen 89, 90, 591 en 591a Sv een beletsel voor de verrekening overeenkomstig artikel 90, derde lid Sv van de toegewezen vergoeding van de kosten van de raadsman als bedoeld in het tweede lid van artikel 591a Sv (Gerechtshof Amsterdam 18 november 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:4977). Dat appellant de rekening van zijn advocaat nog niet heeft betaald maakt dit niet anders.

Het hof verenigt zich derhalve met de beschikking waarvan beroep en de gronden waarop deze berust.

4 Beslissing

Het hof:

Verklaart het hoger beroep van appellant ongegrond.

Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan appellant.

Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. R.D. van Heffen, J.W.H.G. Loyson en M.E. Hinskens-van Neck, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Groenenberg als griffier, is ondertekend door de voorzitter en de griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 23 februari 2018.