Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:722

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
27-02-2018
Datum publicatie
01-03-2018
Zaaknummer
200.219.559/01 GDW
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Klacht tegen een toegevoegd gerechtsdeurwaarder. De kamer heeft het verzet van klager tegen de beslissing van de plaatsvervangend voorzitter van de kamer waarbij de klacht van klager tegen de toegevoegd gerechtsdeurwaarder als kennelijk ongegrond was afgewezen ongegrond verklaard. Artikel 39, lid 4 Gerechtsdeurwaarderswet bepaalt dat tegen de beslissing van de kamer op het verzet geen rechtsmiddel openstaat. Dat is ook vermeld onder de beslissing waarvan beroep. Van het in voormeld wetsartikel opgenomen rechtsmiddelenverbod kan slechts worden afgeweken, indien bij de totstandkoming van de beslissing een zo fundamenteel rechtsbeginsel is geschonden, dat van een eerlijke en onpartijdige behandeling van de zaak niet kan worden gesproken. Dit laatste is gesteld noch gebleken. Het hof verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep.

Wetsverwijzingen
Gerechtsdeurwaarderswet 39
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beslissing

___________________________________________________________________ _ _

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht

zaaknummer : 200.219.559/01 GDW

nummer eerste aanleg : C/13/623286/ DW RK 17/107

beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 27 februari 2018

inzake

[klager] ,

wonend te [plaats] ,

appellant,

tegen

[toegevoegd gerechtsdeurwaarder] ,

toegevoegd gerechtsdeurwaarder te [plaats] ,

geïntimeerde,

gemachtigde: [X] .

1 Het geding in hoger beroep

1.1.

Appellant (hierna: klager) heeft op 18 juli 2017 een beroepschrift bij het hof ingediend tegen de aan deze beslissing gehechte beslissing van de kamer voor gerechtsdeurwaarders te Amsterdam (hierna: de kamer) van 14 juli 2017.

1.2.

De kamer heeft in de bestreden beslissing het verzet van klager tegen de beslissing van de plaatsvervangend voorzitter van de kamer van 24 januari 2017, waarbij de klacht van klager tegen geïntimeerde (hierna: de toegevoegd gerechtsdeurwaarder) als kennelijk ongegrond was afgewezen, ongegrond verklaard.

1.3.

De toegevoegd gerechtsdeurwaarder heeft op 10 augustus 2017 een verweerschrift bij het hof ingediend.

1.4.

De zaak is, voor zover het betreft de ontvankelijkheid van klager in het hoger beroep, behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 8 februari 2018. Klager is verschenen en heeft het woord gevoerd. De toegevoegd gerechtsdeurwaarder en haar gemachtigde zijn – met berichtgeving vooraf – niet verschenen.

2 Stukken van het geding

Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken.

3 De ontvankelijkheid van klager in het hoger beroep

3.1.

Klager heeft op 4 maart 2016 een klacht ingediend tegen de toegevoegd gerechtsdeurwaarder. De toegevoegd gerechtsdeurwaarder heeft verweer gevoerd. De plaatsvervangend voorzitter van de kamer heeft vervolgens bij beslissing van 24 januari 2017 de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Deze beslissing is op 24 januari 2017 aan klager toegezonden, waarna klager bij faxbericht van 2 februari 2017 verzet heeft ingesteld tegen deze beslissing. Het verzetschrift is behandeld op de openbare terechtzitting van 2 juni 2017. De kamer heeft bij beslissing van 14 juli 2017 het verzet ongegrond verklaard.

3.2.

Artikel 39, lid 4 gerechtsdeurwaarderswet (Gdw) bepaalt dat tegen de beslissing van de kamer op het verzet geen rechtsmiddel openstaat. Dat is ook vermeld onder de beslissing waarvan beroep. Van het in voormeld wetsartikel opgenomen rechtsmiddelenverbod kan slechts worden afgeweken, indien bij de totstandkoming van de beslissing een zo fundamenteel rechtsbeginsel is geschonden, dat van een eerlijke en onpartijdige behandeling van de zaak niet kan worden gesproken. Dit laatste is gesteld noch gebleken.

3.3.

Het voorgaande leidt ertoe dat klager niet kan worden ontvangen in zijn hoger beroep.

4 Beslissing

Het hof verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep tegen de beslissing van de kamer van 14 juli 2017.

Deze beslissing is gegeven door mrs. J.C.W. Rang, L.J. Saarloos en A.W. Jongbloed en in het openbaar uitgesproken op 27 februari 2018 door de rolraadsheer.