Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:623

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
21-02-2018
Datum publicatie
05-03-2018
Zaaknummer
23/003481-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Voorlopige hechtenis, opheffing: laatste woord, schorsing: medische redenen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

23-003481-17

GERECHTSHOF AMSTERDAM

MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER

BESCHIKKING op het verzoek strekkende tot opheffing dan wel schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte:

[verdachte]

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1984,

wonende te [adres],

thans verblijvende in PI Noord Holland Noord – HvB Zwaag te Zwaag.

De feiten en de rechtsgang

Het hof heeft gezien het verzoek strekkende tot opheffing dan wel schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte. Het hof heeft voorts kennisgenomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van de verdachte en het vonnis van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, van 21 september 2017.

Het hof heeft bij de behandeling in raadkamer op 21 februari 2018 gehoord de advocaat-generaal, de verdachte en zijn raadsman mr. Y. Moszkowicz.

De beoordeling

De raadsman heeft opheffing van de voorlopige hechtenis bepleit en de onmiddellijke invrijheidstelling van de verdachte verzocht, stellende dat het onderzoek ter terechtzitting van het hof op 30 januari 2018 nietig is nu de verdachte niet het laatste woord heeft gekregen op die zitting, zodat er thans geen tittel is voor de voorlopige hechtenis. Het hof constateert dat de vernoemde zitting een pro forma zitting betrof, waar de zaak niet inhoudelijk is behandeld. De stelling van de raadsman dat artikel 311 lid 4 Wetboek van Strafvordering is geschonden nu de verdachte op die zitting niet het laatste woord heeft gehad vindt geen steun in de wet noch in de jurisprudentie. Het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis zal dan ook worden afgewezen.

Het hof leidt uit de door de raadsman overgelegde beslissing van 31 januari 2018 van de senior selectiefunctionaris van de dienst justitiële inrichtingen af dat er medisch advies is ingewonnen door de instelling en dat naar aanleiding van dat advies niet is besloten om over te gaan tot strafonderbreking, maar wel is besloten een incidenteel begeleid verlof toe te staan om een onderzoek te ondergaan. Gelet hierop ziet het hof vooralsnog geen aanleiding om tot schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte over te gaan. Het verzoek tot schorsing wordt daarom afgewezen.

23-003481-17

De beslissing

Het hof:

WIJST AF het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis van de verdachte.

WIJST AF het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte.

Deze beschikking is gegeven op 21 februari 2018 in raadkamer van dit hof door

mr. I.M.H.P. van Asperen de Boer-Delescen, voorzitter,

mrs. G.M. Boekhoudt en M. Senden, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. S. Grote Ganseij als griffier.

De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.

Amsterdam, 21 februari 2018,

de advocaat-generaal