Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:622

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
21-02-2018
Datum publicatie
05-03-2018
Zaaknummer
23/000273-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Voorlopige hechtenis; schorsingsverzoek, artikel 67a Sv

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER

BESCHIKKING op het verzoek strekkende tot schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte:

[verdachte]

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1979

zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande

huis van bewaring PI Rijnmond - HvB De IJssel te Krimpen aan den IJssel

De feiten en de rechtsgang

Het hof heeft gezien het verzoek strekkende tot schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte. Het hof heeft voorts kennisgenomen van de stukken betrekking hebbend op de

voorlopige hechtenis van de verdachte en het vonnis van de rechtbank Amsterdam, van 23 januari 2018.

Het hof heeft bij de behandeling in raadkamer op 21 februari 2018 gehoord de advocaat-generaal, de verdachte en diens raadsman mr. D.R. Kops.

De raadsman heeft het verzoek mondeling aangevuld met een verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis van de verdachte.

De beoordeling

De raadsman stelt zich op het standpunt dat te verwachten valt dat de verdachte zijn straf zal hebben uitgezeten ten tijde van de inhoudelijke behandeling bij het hof, nu hij voornemens is vrijspraak te bepleiten voor het tweede feit met een aanzienlijk lagere straf dan door de rechtbank is opgelegd als gevolg. Het hof leest hierin een beroep op artikel 67a, derde lid, Wetboek van Strafvordering.

Nu het hof voor beide feiten waarvoor de verdachte zich in voorlopige hechtenis bevindt voldoende ernstige bezwaren aanwezig acht, doet een situatie als bedoeld in artikel 67a, derde lid, Sv zich thans niet voor.

Met betrekking tot het door de verdachte gedane verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis geldt dat dit verzoek moet worden afgewezen. Het hof overweegt dat het vluchtgevaar onvoldoende kan worden ingeperkt door het stellen van schorsingsvoorwaarden.

De beslissing

Het hof:

WIJST AF het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis van de verdachte.

WIJST AF het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte.

Deze beschikking is gegeven op 21 februari 2018 in raadkamer van dit hof door

mr. I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen, voorzitter,

mrs. G.M. Boekhoudt en M. Senden, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. S. Grote Ganseij als griffier.

De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.

Amsterdam, 21 februari 2018,

de advocaat-generaal