Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:565

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
20-02-2018
Datum publicatie
02-11-2018
Zaaknummer
200.145.521/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vervolg van tussenarrest 26 juli 2016. Begroting schadeloosstelling en loon deskundige. Deel van de door de deskundige gemaakte kosten niet redelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I, IE

zaaknummer : 200.145.521/01 KG

zaak-/rolnummer rechtbank Noord-Holland : C/15/210393/KG ZA 14-17

inzake

1 NOAD HOLDING B.V.,

gevestigd te Maarn,

appellante in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

2. NOAD BUSINESS INTELLIGENCE B.V.,

gevestigd te Bilthoven,

appellante in de hoofdzaak,

eiseres in het incident, tevens geïntimeerde in incidenteel appel,

3. NOAD R&D B.V.,

gevestigd te Maarn,

appellante in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

advocaat: mr. M.A.A. van den Ham te Amsterdam,

tegen

1 IN4BI B.V.,

gevestigd te Zetten,

geïntimeerde in de hoofdzaak, verweerster in het incident,

2. BI AWARE INVESTMENTS B.V.,

gevestigd te Zetten,

geïntimeerde in de hoofdzaak, verweerster in het incident,

3. INFORMATION AGE BEHEER B.V.,

gevestigd te Zetten,

geïntimeerde in de hoofdzaak, verweerster in het incident,

tevens incidenteel appellante,

4. [geïntimeerde 4],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde in de hoofdzaak, verweerster in het incident,

5. DUNE IT MANAGEMENT B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

geïntimeerde in de hoofdzaak, verweerster in het incident,

6 [geïntimeerde 6],

wonende te Badhoevedorp,

geïntimeerde in de hoofdzaak, verweerster in het incident,

advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam.

1 Procesverloop

Partijen worden hierna wederom Noad c.s. (in vrouwelijk enkelvoud) en IN4BI c.s. (in vrouwelijk enkelvoud) genoemd.

Het hof heeft in deze zaak op 22 december 2015 een tussenarrest uitgesproken. Ingevolge dat tussenarrest is een deskundige benoemd, die is aangevangen met zijn onderzoek. Er is in dat kader door Noad c.s. een voorschot van € 17.480,- gestort.

Noad c.s. heeft, onder overlegging van producties, bij wege van incidentele vordering, voor zover thans van belang verzocht een andere deskundige te benoemen, met bijvorderingen.

IN4BI c.s. heeft zich verzet tegen toewijzing van die incidentele vordering. Op verzoek van het hof heeft de deskundige gereageerd; hij heeft verlof gevraagd het onderzoek af te ronden.

Bij arrest in het incident d.d. 26 juli 2016 heeft het hof een comparitie van partijen gelast. Ter comparitie d.d. 3 november 2016 zijn partijen mediation overeengekomen.

De zaak is vervolgens naar de parkeerrol verwezen en inmiddels doorgehaald.

De deskundige heeft daarna een declaratie ingediend voor zijn tot en met die zitting verrichte werkzaamheden. De door de deskundige ingediende declaratie d.d. 11 juli 2017 ad € 7.876,62 inclusief btw is aan partijen toegezonden met het verzoek eventuele opmerkingen met betrekking tot deze nota kenbaar te maken.

Noad c.s. heeft gereageerd bij brief van 10 augustus 2017 en IN4BI c.s. bij brief van 14 september 2017. Het hof heeft de deskundige in de gelegenheid gesteld zich hierover uit te laten. De deskundige heeft hiervan bij brief van 3 januari 2018 gebruik gemaakt. Deze brief is aan partijen toegezonden; zij hebben daarop niet meer gereageerd.

De deskundige heeft verzocht om vaststelling van zijn schadeloosstelling en loon conform zijn declaratie.

2 Beoordeling

2.1

Dat de deskundige werkzaamheden heeft verricht en deze ordentelijk heeft gespecificeerd is als zodanig niet in geschil. De bezwaren van Noad c.s. tegen de hoogte van de declaratie van de deskundige komen erop neer dat de aanpak van de deskundige onjuist en zinledig was en dat de deskundige, nadat hij wist - op 24 maart 2016 - dat een incidentele vordering om hem te vervangen zou worden ingesteld, nog is voortgegaan met het verrichten van werkzaamheden. Het gaat dan om de uren na 24 maart 2016, te weten 16,7 uur. In elk geval die uren zouden niet in de begroting betrokken dienen te worden.

IN4BI c.s. refereert zich.

2.2

De deskundige heeft zijn uren gespecificeerd. Daaruit blijkt de volgende tijdsbesteding:

25-jan Globaal doornemen dossier 1,2

26-jan mail aan ppy 0,2

1-feb mail aan ppy 0,1

5-feb mail aan ppy 0,1

8-feb mail aan ppy 0,1

18-feb mail aan ppy 0,1

4-mrt Agenda bijeenkomst opstellen en mailen 0,9

7-mrt Bestuderen dossier / voorbereiden overleg met ppy 4,6

8-mrt Overleg met ppy in Leusden mcl. Reistijd 1,6

12-mrt Concept verslag overleg 1,2

24-mrt Detail onderzoek documentatie 4,8

25-mrt Definitief verslag 0,4

29-mrt Onderzoek documentatie en software 4,4

30-mrt Idem 6,2

29-apr Visie op incident opstellen en verzenden 1,8

3-nov Zitting hof - comparitie incl reistijd 3,9

Totaal 31,6

(het gaat steeds om 2016).

2.3

Over de tijdsbesteding tot en met 24 maart 2016 heeft Noad c.s. slechts gesteld dat die uren zinloos waren, met name omdat de deskundige niet beschikte over de broncode en deze ook niet heeft opgevraagd. Dat standpunt snijdt geen hout. De deskundige heeft, conform de opdracht van dit hof, een begin gemaakt met zijn onderzoek. De daaraan bestede tijd is redelijk, evenals het uurtarief.

2.4

Nadat de incidentele vordering was ingesteld heeft de deskundige op verzoek van dit hof een schriftelijk standpunt ingenomen (zie, in de specificatie, 29 april) en is, overeenkomstig het daartoe strekkende verzoek van het hof, naar de zitting gekomen. Die kosten, die noodzakelijk waren ter voorlichting van het hof, dienen evenzeer voor vergoeding in aanmerking te komen. Ook hier geldt dat het aantal bestede uren en het tarief redelijk zijn.

2.5

Dan resteert de periode 25 maart tot en met 30 maart 2016. De deskundige was er toen, naar hijzelf niet ontkent, van op de hoogte dat Noad c.s. een (incidenteel) verzoek aan dit hof zou richten (respectievelijk had gericht) om hem, de deskundige, te laten vervangen. In die periode had van hem verwacht mogen worden dat hij besefte dat het voortduren van zijn opdracht onzeker was; hij had zich dienen te realiseren dat hij niet voort kon gaan met het onderzoek en het maken van kosten. In geval van twijfel had hij daarover kunnen overleggen (met het hof en/of partijen), maar dat heeft hij niet gedaan. De door hem aangegeven redenen om toch door te gaan met het onderzoek, die er kort gezegd vooral op zien dat hij voor de conflictbeslechting zinvol werk kon doen, zijn in dat licht onvoldoende, waarbij is meegewogen dat het hier om een substantieel deel van het aantal bestede uren gaat.

Dat betekent, dat de in die periode gemaakte kosten niet redelijk zijn; het gaat dan om 11 uur a € 206,- derhalve € 2.266,- exclusief btw.

2.6

Het vorenstaande brengt het hof tot het oordeel dat het bezwaar ten dele gegrond is. De schadeloosstelling en het loon van de deskundige worden, gelet op het vorenstaande, begroot op 20,6 uur ad € 206,= exclusief btw, aldus € 4.243,60 exclusief en € 5.134,76 inclusief btw.

2.7

Voormeld bedrag wordt ten laste van het voorschot uitgekeerd en het restant wordt terugbetaald aan Noad c.s..

3 Beslissing

Het hof:

begroot de schadeloosstelling en het loon van de deskundige op € 5.134,76 (inclusief btw);

stelt deze begroting op de minuut van het schriftelijk bericht van de deskundige.

Gegeven op 20 februari 2018 door mrs. E.E. van Tuyll van Serooskerken-Röell, M.P. van Achterberg en P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken.