Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:534

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
16-02-2018
Datum publicatie
20-02-2018
Zaaknummer
23-002997-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

overtreding art. 6 WVW, zwaar lichamelijk letsel

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-002997-16

datum uitspraak: 16 februari 2018

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 28 juli 2016 in de strafzaak onder parketnummer 13-664009-13 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1973,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 2 februari 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat hij:

primair:
op of omstreeks 23 januari 2013 te Amstelveen als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmede rijdende over de Amsteldijk-Zuid en/of de kruising van de Amsteldijk-Zuid met de Kruitmolen, zich zodanig, te weten zeer, althans aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onoplettend en/of onachtzaam heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor aan een ander, zijnde [slachtoffer], zwaar lichamelijk letsel, te weten meerdere botbreuken, in elk geval zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, werd toegebracht, bestaande dat gedrag hieruit:

verdachte heeft gereden over de Amsteldijk-Zuid, komende uit de richting van Ouderkerk en gaande in de richting van Uithoorn,

- terwijl het donker was,

verdachte heeft, gekomen (ongeveer) ter hoogte van voornoemde kruising, terwijl voornoemde kruising vochtig en (deels) glad was door opvriezing, gereden met een snelheid tussen de (ongeveer) 36 kilometer per uur en de (ongeveer) 42 kilometer per uur, althans met een (veel) hogere snelheid dan de ter plaatse toegestane snelheid van 30 kilometer per uur, in elk geval met een te hoge snelheid voor een veilig verkeer ter plaatse,

verdachte is (vervolgens) voornoemde kruising opgereden terwijl een fietsster, zijnde voornoemde [slachtoffer], gezien verdachtes (rij)richting komende van rechts, voornoemde kruising was opgereden, althans op voornoemde kruising reed, althans zich daar bevond,

verdachte heeft (vervolgens) voornoemde fietsster geen voorrang verleend, althans niet voor laten gaan en/of verdachte heeft niet, althans niet tijdig en/of voldoende, afgeremd en/of is verdachte niet, althans tijdig en/of voldoende, uitgeweken voor voornoemde fietsster,

verdachte is (vervolgens) tegen voornoemde [slachtoffer] aangereden en/of aangebotst, waardoor aan die [slachtoffer] vorenomschreven zwaar lichamelijk letsel, in elk geval zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, werd toegebracht;

subsidiair:
op of omstreeks 23 januari 2013 te Amstelveen als bestuurder van een voertuig (een personenauto), daarmee rijdende op de weg, de Amsteldijk-Zuid, en/of de kruising van de Amsteldijk-Zuid met de Kruitmolen, zich zodanig heeft gedragen dat daardoor gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd, bestaande dat gedrag hieruit:

verdachte heeft gereden over de Amsteldijk-Zuid, komende uit de richting van Ouderkerk en gaande in de richting van Uithoorn,

- terwijl het donker was,

verdachte heeft, gekomen (ongeveer) ter hoogte van voornoemde kruising, terwijl voornoemde kruising vochtig en (deels) glad was door opvriezing, gereden met een snelheid tussen de (ongeveer) 36 kilometer per uur en de (ongeveer) 42 kilometer per uur, althans met een (veel) hogere snelheid dan de terplaatse toegestane snelheid van 30 kilometer per uur, in elk geval met een te hoge snelheid voor een veilig verkeer ter plaatse,

verdachte is (vervolgens) voornoemde kruising opgereden terwijl een fietsster, zijnde voornoemde [slachtoffer], gezien verdachtes (rij)richting komende van rechts, voornoemde kruising was opgereden, althans op voornoemde kruising reed, althans zich daar bevond,

verdachte heeft (vervolgens) voornoemde fietsster geen voorrang verleend, althans niet voor laten gaan en/of verdachte heeft niet, althans niet tijdig en/of voldoende, afgeremd en/of is verdachte niet, althans tijdig en/of voldoende, uitgeweken voor voornoemde fietsster,

verdachte is (vervolgens) tegen voornoemde [slachtoffer] aangereden en/of aangebotst.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de rechtbank.

Bewijsoverweging

Met de advocaat-generaal en anders dan de raadsvrouw, is het hof van oordeel dat [slachtoffer], de fietsster, komende van rechts de Amsteldijk-Zuid is op gefietst. Het hof ziet geen aanleiding te twijfelen aan de gedetailleerde verklaring van [slachtoffer]; over hoe zij op 23 januari 2013 op haar fiets op de Kruitmolen naar huis reed en waarin zij duidelijk de helling benoemt richting het verhoogd plateau. Bovendien is deze verklaring ook niet in tegenspraak met de verklaring van de verdachte dat zij van “rechts voor kwam”, zoals hij ter terechtzitting in hoger beroep heeft verklaard. Daarnaast blijkt uit de bevindingen vastgelegd in het proces-verbaal Verkeersongevallenanalyse van 17 maart 2013 hoe de voertuigen zich ongeveer ten opzichte van elkaar bevonden op het moment van de botsing. Dit past eveneens in het gegeven dat de fietsster van rechts is gekomen.


De verdachte reed harder dan ter plaatste toegestaan. Het hof is van oordeel dat het feit dat de verdachte, zoals hij ter terechtzitting in hoger beroep naar voren heeft gebracht, ter plaatse niet bekend was met de geldende snelheid van maximaal 30 km per uur omdat het betreffende verkeersbord niet goed zichtbaar was, hem niet disculpeert. Het is aan een verkeersdeelnemer zich te vergewissen van de maximum ter plaatse geldende snelheid.

De verdachte heeft, terwijl er sprake was van beperkt zicht en een vochtig, deels – door opvriezing – glad wegdek, te hard gereden en de fietsster van rechts geen voorrang verleend. Het hof is, anders dan de verdediging, van oordeel dat de verdachte zich, met dit rijgedrag, aanmerkelijk onvoorzichtig heeft gedragen met alle gevolgen van dien. Het slachtoffer heeft, blijkens de letselverklaring, zwaar lichamelijk letsel opgelopen als gevolg van de botsing.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat hij:

op 23 januari 2013 te Amstelveen als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmede rijdende over de Amsteldijk-Zuid en de kruising van de Amsteldijk-Zuid met de Kruitmolen, zich zodanig, te weten aanmerkelijk onvoorzichtig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor aan een ander, zijnde [slachtoffer], zwaar lichamelijk letsel, te weten meerdere botbreuken, werd toegebracht,

bestaande dat gedrag hieruit:

verdachte heeft gereden over de Amsteldijk-Zuid, komende uit de richting van Ouderkerk en gaande in de richting van Uithoorn,

- terwijl het donker was,

verdachte heeft, gekomen ongeveer ter hoogte van voornoemde kruising, terwijl voornoemde kruising vochtig en deels glad was door opvriezing, gereden met een snelheid van tenminste 36 kilometer per uur, althans een hogere snelheid dan de ter plaatse toegestane snelheid van 30 kilometer per uur

verdachte is vervolgens voornoemde kruising opgereden terwijl een fietsster, zijnde voornoemde [slachtoffer], gezien verdachtes rijrichting komende van rechts, voornoemde kruising was opgereden,

verdachte heeft vervolgens voornoemde fietsster geen voorrang verleend, en verdachte heeft niet tijdig afgeremd,

verdachte is vervolgens tegen voornoemde [slachtoffer] aangebotst, waardoor aan die [slachtoffer] vorenomschreven zwaar lichamelijk letsel werd toegebracht.

Hetgeen primair meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het primair bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het primair bewezen verklaarde levert op:

overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het primair bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straffen

De rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde bewezen verklaarde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 80 uren subsidiair 40 dagen hechtenis en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 6 maanden waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 1 jaar.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straffen als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich aanmerkelijk onvoorzichtig gedragen, door ter plaatse harder te rijden dan was toegestaan – terwijl het donker was, de weg vochtig en, door opvriezing, deels glad was – en door geen voorrang te verlenen aan een fietsster, waardoor een botsing is ontstaan en waarbij de fietser ten val is gekomen en zwaar lichamelijk letsel en veel pijn heeft bekomen. Ingeschat werd dat het herstel lang zou duren. Het hof heeft verder rekening gehouden met het tijdsverloop in deze zaak.

Het hof heeft acht geslagen op een uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 22 januari 2018, waaruit blijkt dat de verdachte nooit eerder met politie en justitie in aanraking is gekomen.

Alles afwegende acht het hof, met de rechtbank en de advocaat-generaal, een taakstraf en een ontzegging van de rijbevoegdheid van na te melden duur passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het primair bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 80 (tachtig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 40 (veertig) dagen hechtenis.

Ontzegt de verdachte ter zake van het primair bewezen verklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 (zes) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de bijkomende straf van ontzegging, groot 3 (drie) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 1 (één) jaar aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.H.C. van Ginhoven, mr. M. Iedema en mr. A.M. Ruige, in tegenwoordigheid van

mr. K. Sarghandoy, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 16 februari 2018.

Mrs. Van Ginhoven en Ruige zijn buiten staat om dit arrest mede te ondertekenen.

[…]