Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:5146

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
18-05-2018
Datum publicatie
06-05-2019
Zaaknummer
23-001719-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verkrachting meermalen gepleegd

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-001719-16

datum uitspraak: 18 mei 2018

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 25 april 2016 in de strafzaak onder parketnummer 15-871277-14 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

[adres] .

Omvang van het hoger beroep

De verdachte is door de rechtbank vrijgesproken van hetgeen hem onder 3 primair en subsidiair is ten laste gelegd.

Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak.

Het openbaar ministerie heeft blijkens de akte instellen rechtsmiddel eveneens onbeperkt hoger beroep ingesteld. Blijkens de appelschriftuur van de officier van justitie en de mededelingen van de advocaat-generaal ter terechtzitting op 4 mei 2018 is het door het openbaar ministerie ingestelde appel echter alleen gericht tegen de opgelegde straf en niet tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven beslissing tot vrijspraak voor het onder 3 primair en subsidiair ten laste gelegde. Gelet hierop stelt het hof vast dat het openbaar ministerie kennelijk geen belang (meer) heeft bij een inhoudelijke behandeling van het onder 3 primair en subsidiair ten laste gelegde. Het hof zal het openbaar ministerie dan ook niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 4 mei 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - voor zover in hoger beroep nog inhoudelijk aan de orde - ten laste gelegd dat:

1:
hij op of omstreeks 30 december 2013 te Schagen, in elk geval in Nederland, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) (een vrouw zich noemende) [J.] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [J.] , hebbende verdachte zijn penis in de vagina en/of mond en/of anus van die [J.] geduwd en/of gebracht en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte die [J.]

- ( meermalen) met een (broek)riem op/tegen de billen en/of het lichaam heeft geslagen en/of

- meermalen met de (vlakke) hand tegen het lichaam heeft geslagen en/of

- met een (broek)riem de keel heeft dichtgesnoerd en/of dichtgedrukt (waardoor zij buiten bewustzijn is geraakt) en/of

- met een kussensloop de keel heeft dichtgedrukt

en/of (aldus) voor die [J.] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

2:
hij op of omstreeks 11 augustus 2013 te Alkmaar, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) (een vrouw zich noemende) [V.] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [V.] , hebbende verdachte zijn penis in de anus en/of mond en/of vagina van die [V.] geduwd en/of gebracht en/of zijn vingers in de vagina heeft geduwd en/of gebracht en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte die [V.]

- aan de haren naar de slaapkamer heeft gesleurd en/of getrokken en/of

- ( meermalen) in het gezicht heeft geslagen en/of - (meermalen) tegen het lichaam en/of de billen heeft geslagen en/of

- heeft belet naar de wc te gaan (om te voorkomen dat zij zichzelf in de badkamer zou opsluiten) en/of

- een aantal vingers in haar mond en/of keel heeft gestopt en/of geduwd (waardoor die [V.] geen adem kon halen)

en/of (aldus) voor die [V.] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen zal worden vernietigd, omdat het hof tot andere beslissingen komt dan de rechtbank.

Overwegingen en oordeel van het hof

Standpunt van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het onder 1 en 2 ten laste gelegde.

Zij heeft daartoe het volgende naar voren gebracht. De verklaringen van de aangeefsters [J.] en [V.] zijn uitgebreid, in essentie consistent, gedetailleerd en komen betrouwbaar over. Die verklaringen zijn bovendien ingebed in ander bewijsmateriaal, waaronder ook het bij de aangeefsters waargenomen fysieke letsel. Ook de door getuigen bij aangeefsters waargenomen emoties komen in het kader van het steunbewijs een rol toe (ECLI:NL:HR:2013:1158). De verklaring van de verdachte, inhoudende dat sprake was van vrijwillige seksuele handelingen, is pas op een zeer laat tijdstip gegeven, staat lijnrecht tegenover de verklaringen van de aangeefsters en is ook overigens niet te rijmen met het in deze zaak beschikbare bewijsmateriaal. De verklaring van de verdachte is om die reden dan ook niet geloofwaardig.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft ter terechtzitting bepleit dat de verdachte moet worden vrijgesproken van het onder 1 en 2 ten laste gelegde. Hij heeft daartoe kort gezegd het volgende aangevoerd. Primair vinden de verklaringen van de aangeefsters [J.] en [V.] , voor zover inhoudende dat de verdachte hun lichaam seksueel is binnengedrongen - hetgeen uitdrukkelijk door de verdachte wordt betwist - geen steun in ander bewijsmateriaal. Subsidiair zijn de verklaringen van [J.] en [V.] , gelet op de vele inconsistenties, onvoldoende betrouwbaar om voor het bewijs te kunnen worden gebezigd, terwijl de gedetailleerde verklaringen van de verdachte niet strijdig zijn met andere objectieve bewijsmiddelen.

Meer subsidiair was geen sprake van ‘dwang’, zodat de verdachte ook om die reden moet worden vrijgesproken van het onder 1 en 2 ten laste gelegde.

Overwegingen en oordeel van het hof

Betrouwbaarheid van de aangeefsters

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de verklaringen van [J.] en [V.] niet alleen ten aanzien van details inconsistent en daarmee onbetrouwbaar en ongeloofwaardig zijn, maar ook op essentiële onderdelen. Hun verklaringen dienen dan ook te worden uitgesloten van het bewijs.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

Evenals de rechtbank, ziet het hof in de door de raadsman genoemde inconsistenties geen aanleiding te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de uitgebreide en gedetailleerde verklaringen van [J.] en [V.] . In de eerste plaats vinden hun verklaringen, zoals hierna nog zal worden weergegeven, steun in ander bewijsmateriaal, waaronder het bij beide aangeefsters geconstateerde letsel. In de tweede plaats versterken de verklaringen van [J.] en [V.] elkaar onderling, gelet op de door hen beschreven overeenkomsten ten aanzien van het handelen van de verdachte (kennismaking via Badoo, verdachtes wens om dominante kinky seks te hebben, het doorgaan ondanks het gebruik van een afgesproken stopwoord dan wel huilen, de door de verdachte verrichte seksuele handelingen, waaronder penetratie). Ten derde is van belang dat, voor zover de verklaringen van [J.] en [V.] al inconsistenties bevatten, deze niet de essentie van hun verklaringen betreffen, te weten dat zij zijn verkracht.

Ook hecht het hof waarde aan het feit dat de door aangeefsters beschreven handelingen passen bij de voorkeuren van de verdachte. Het hof leidt dat af uit de door de verdachte afgelegde verklaringen (bij de rechter-commissaris op 18 augustus 2015, ter terechtzitting in eerste aanleg op 17 maart 2016 en ter terechtzitting in hoger beroep op 4 mei 2018), in onderling verband en samenhang bezien, inhoudende dat hij graag rollenspellen speelt, waarbij hij dominant is. En dat het slaan van vrouwen met hand en riem, het aan de haren trekken en het stoppen van vingers in de mond en in de keel van vrouwen handelingen zijn die passen bij het rollenspel dat hij graag speelt. Het hof betrekt hierbij ook de verklaring van [L.] (pagina 209 e.v.), die heeft verklaard dat zij meermalen seksueel contact heeft gehad met de verdachte en dat daarbij naast penetratie (oraal, vaginaal en anaal) sprake was van het slaan met de vlakke hand en de riem op haar lichaam en het dichtknijpen van haar keel, waardoor zij out ging.

De verklaringen van de aangeefsters zijn derhalve zonder meer bruikbaar voor het bewijs.

Bewijsminimumregel

De raadsman heeft bij pleidooi aandacht gevraagd voor de bewijsminimumregel van artikel 342, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) en hij heeft gesteld dat in het onderhavige geval niet aan het in deze regel vervatte vereiste is voldaan, aangezien er ten aanzien van beide aangeefsters geen steunbewijs is voor het bestanddeel ‘binnendringen van het lichaam’.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

Zedenzaken worden in het algemeen gekenmerkt door het gegeven dat naast de verklaring van het slachtoffer en de ontkennende verklaring van de verdachte weinig of geen steunbewijs voorhanden is, omdat bij de tenlastegelegde handelingen doorgaans alleen de verdachte en het slachtoffer aanwezig zijn geweest.

De bewijsminimumregel van artikel 342, tweede lid, Sv houdt in dat het bewijs dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, door de rechter niet uitsluitend kan worden aangenomen op de verklaring van één getuige. De Hoge Raad heeft het belang van deze bepaling bij herhaling onderstreept door te overwegen dat deze bepaling strekt ter waarborging van de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing, in die zin dat zij de rechter verbiedt tot een bewezenverklaring te komen ingeval de door één getuige gereleveerde feiten en omstandigheden op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal. Een nadere invulling wordt door de Hoge Raad echter niet gegeven, met de motivering dat de vraag of aan het bewijsminimum van artikel 342, tweede lid, Sv is voldaan zich niet in algemene zin laat beantwoorden, maar een beoordeling van het concrete geval vergt.

Uit de jurisprudentie van de Hoge Raad kan worden afgeleid dat voldoende is dat de bewezenverklaring als geheel door meer dan één bewijsmiddel wordt geschraagd, waaronder dient te worden verstaan dat er, buiten de getuigenverklaring, een tweede onafhankelijke bewijsgrond bestaat. Deze tweede bewijsgrond kan direct inhoudelijk betrekking hebben op één of meer onderdelen van de tenlastelegging, maar dit is niet noodzakelijk. In geval van een meer indirect verband tussen de eerste en de tweede bewijsgrond wordt de deugdelijkheid van de bewijsconstructie bepaald door de motivering die de rechter ervoor heeft gegeven. Een verklaring van een getuige waarin deze uitsluitend bevestigt hetgeen deze van de andere getuige heeft gehoord, kan zonder bijkomend bewijsmateriaal niet als zodanige tweede bewijsgrond gelden.

De verklaringen van [J.] en [V.] houden – kort gezegd – in dat de verdachte hen heeft verkracht en hen dus heeft gedwongen tot het ondergaan van seksuele handelingen, waaronder het seksueel binnendringen van hun lichaam. De verdachte heeft erkend dat hij op de ten laste gelegde momenten in de woning van respectievelijk [J.] en [V.] is geweest, met de bedoeling dominante seks te hebben. De verdachte heeft echter enige penetratie ontkend. Ook in casu is (derhalve) sprake van een situatie waarin geen derde getuige is geweest. Desalniettemin vinden de aangiften voldoende steun in ander bewijsmateriaal. Daarvoor is het volgende van belang.

Zoals hiervoor besproken, versterken de verklaringen van [J.] en [V.] elkaar. Beiden verklaren over toegepast en vergelijkbaar geweld (bij [J.] : het meermalen slaan met de hand en met een riem op haar billen en het meermalen dichtdrukken van haar keel en bij [V.] : het aan haar haren trekken, het meermalen slaan met de hand en het stoppen van vingers in haar mond en keel waardoor zij geen adem kon halen), het niet reageren op duidelijke stopsignalen (stopwoord, huilen) en het onverhoedse karakter van verdachtes agressieve handelwijze ten aanzien van beide vrouwen.

De verklaringen vinden ook steun in de bij de aangeefsters geconstateerde letsels; bij [J.] aan haar hals en billen en bij [V.] aan haar lip. Deze letsels maken ook dat de door de verdachte geschetste alternatieve scenario’s ( [J.] heeft hij enkel een aantal keren hard met de vlakke hand op de billen geslagen en [V.] heeft hij één enkele tik op haar billen gegeven en hij heeft haar mogelijk wat aan haar haren getrokken) onaannemelijk zijn.

De verklaringen van [J.] vinden voorts steun in de verklaringen van de getuigen [1.] en

[2.] . Hun verklaringen berusten niet louter op wat zij van [J.] hebben vernomen, maar houden ook hun eigen constatering in dat [J.] die nacht nog contact met hen heeft gezocht en dat zij (toen het telefonisch contact tot stand kwam) erg overstuur was. De die nacht nog ter plaatse gekomen verbalisanten hebben dit overigens ook geconstateerd.

De verklaringen van [V.] vinden op hun beurt steun in de verklaringen van de getuigen [3] en [4.] . Ook ten aanzien van hun verklaringen geldt dat deze niet louter berusten op wat zij van [V.] hebben vernomen, maar ook eigen waarnemingen inhouden. Volgens [3] had [V.] een kapotte en gezwollen lip en was zij overstuur. Ook [4.] heeft waargenomen dat [V.] in paniek was.

Ook deze emotionele toestand van beide aangeefsters, tijdens en/of kort na de aanwezigheid van de verdachte in hun woning, valt moeilijk te rijmen met de door de verdachte geschetste gang van zaken, waarin hij ‘enkel’ één (bij [V.] ) of verschillende tikken (bij [J.] ) op de billen zou hebben gegeven en hij (telkens) onmiddellijk zou zijn gestopt toen de aangeefsters daarom vroegen.

Het hof is dan ook van oordeel dat de verklaringen van [J.] en [V.] in voldoende mate steun vinden in de verklaringen van ander bewijsmateriaal en dat het alternatieve scenario van de verdachte geenszins aannemelijk is geworden.

Dwang

Het hof volgt de raadsman niet in zijn standpunt dat geen sprake was van dwang. Het hof acht, zoals hiervoor is weergegeven, de verklaringen van aangeefsters [J.] en [V.] betrouwbaar. Uit die verklaringen leidt het hof af dat de verdachte tegen de wens van de aangeefsters geweld jegens hen heeft gebruikt, dat het stopwoord (of andere noodkreten) door hem werden genegeerd en dat de verdachte een fysiek overwicht op hen had, waardoor pogingen tot verzet vruchteloos bleven. Het lukte aangeefsters simpelweg niet zich aan de handelingen van de verdachte te onttrekken, zodat zij zich gedwongen zagen deze handelingen, waaronder penetratie, te ondergaan. Daarmee is de dwang gegeven.

Het enkele feit dat het aan deze ontmoetingen voorafgaande contact tussen de verdachte en [J.] en [V.] overduidelijk was gericht op het hebben van seks maakt dat niet anders. Ook niet als dat contact van de kant van de verdachte preludeerde op een spel, waarbij de verdachte de dominante partij was en [J.] en [V.] de ondergeschikte rol zouden hebben, waarbij het hof ten aanzien van [V.] nog opmerkt dat zij de betreffende dag in het geheel geen seksueel contact met de verdachte wilde.

Conclusie

Uit het voorgaande volgt dat het hof de ten laste gelegde verkrachtingen van respectievelijk [J.] en [V.] wettig en overtuigend bewezen acht.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

onder 1:
hij op of omstreeks 30 december 2013 in Nederland door geweld [J.] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [J.] , hebbende verdachte zijn penis in de vagina en mond van die [J.] gebracht en bestaande dat geweld hierin dat verdachte die [J.]

- meermalen met een broekriem tegen de billen heeft geslagen en

- meermalen met de hand tegen het lichaam heeft geslagen en

- met een broekriem de keel heeft dichtgedrukt waardoor zij buiten bewustzijn is geraakt en

- met een kussensloop de keel heeft dichtgedrukt.

onder 2:
hij op 11 augustus 2013 te Alkmaar door geweld [V.] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [V.] , hebbende verdachte zijn penis in de anus en mond en vagina van die [V.] gebracht en zijn vingers in de vagina gebracht en bestaande dat geweld hierin dat verdachte die [V.]

- aan de haren naar de slaapkamer heeft gesleurd en

- meermalen in het gezicht heeft geslagen en

- tegen het lichaam en de billen heeft geslagen en

- een aantal vingers in haar mond en keel heeft gestopt waardoor die [V.] geen adem kon halen.

Hetgeen onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

Bewijsmiddelen

Ten aanzien van de feiten 1 en 2

1. De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 4 mei 2018.

Deze verklaring houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

[J.] en ik hebben eerst via Badoo gechat. Ik ben in de nacht van 30 op 31 december 2013 voor een seksdate bij [J.] in haar woning geweest. In het kader van het beoogde SM-spel heb ik haar een aantal keren hard met de hand op de billen geslagen. Het kan zijn dat ik mijn riem heb afgedaan en dat ik heb gedreigd met een pijnstraf met de riem.

Ik heb [V.] via de internetsite Badoo leren kennen. Wij hebben veel over seks geappt. Ik heb haar verteld hoe ik de seks wil hebben. Ik ben twee keer bij [V.] geweest. Tijdens de eerste afspraak hebben wij normale seks (vanille) gehad. Ik ben toen nog een keer bij haar geweest. Dat was op 11 augustus 2013. Ik ben toen met een medebewoner door de centrale toegangsdeur meegelopen. Boven heb ik aangebeld. [V.] deed open en heeft mij binnen gelaten. Ik heb haar een tik op haar kont gegeven. Het zou kunnen dat ik [V.] aan haar haren heb getrokken.

2. Een proces-verbaal 18 augustus 2015, opgemaakt door mr. S. Jongeling, rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank Noord-Holland.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 18 augustus 2015 tegenover de rechter-commissaris afgelegde verklaring van de verdachte:

Ik heb het er met [V.] over gehad dat ik tijdens de seks graag een soort rollenspel speel, waarbij ik dan de dominante rol aanneem. Ik heb tegen [V.] gezegd dat ik van (kort gezegd) de wat ruigere seks hou.

3. De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in eerste aanleg van 17 maart 2016.

Deze verklaring houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Het klopt dat ik tijdens seks wel eens vingers in de mond van vrouwen heb gestopt. In de mond en in de keel.

Ten aanzien van feit 1

4. Een proces-verbaal van aangifte (het hof begrijpt: van 2 juli 2014 of later), in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [...] en [...] (pagina 168 e.v.).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 2 juli 2014 tegenover de verbalisanten voornoemd afgelegde verklaring van [J.]:

Op 30 december 2013 zat ik op datingsite Badoo. Ik raakte in gesprek met [verdachte] Het gesprek ging al snel over seks. Hij gaf aan dat hij dominant is. Ik heb niet gevraagd wat hij daar onder verstond. Ik vulde dat in als zijnde het initiatief nemen, de leiding nemen. Wij hebben die avond afgesproken. Hij zou naar mijn huis komen, zo 23.00 uur à 24.00 uur. Wij hebben toen eerst nog wat gepraat. Toen haalde hij zijn riem uit zijn broek. Hij dwong mij om gebukt over de leuning van de bank te gaan hangen. Hij legde een hand op mijn rug en duwde mij naar voren. Hij heeft niets gezegd. Door de lichaamstaal begreep ik dat ik zo over de leuning van de bank moest gaan liggen. Hij had de riem een stuk om zijn hand gewikkeld. Het was een zwarte leren riem van ongeveer 5 centimeter breed met gaatjes erin; in die gaatjes zaten metalen oogjes en dat was over de hele riem. Ik beschermde mijn billen met mijn handen omdat ik vermoedde dat hij daarop wilde gaan slaan. Hij beval mij om mijn handen weg te halen anders zou hij mij op mijn rug slaan. Hij zei dat dat nog veel meer pijn zou doen. Met tegenzin heb ik mijn handen weggehaald. Toen heeft hij mij heel hard geslagen met zijn riem. Dat deed heel veel pijn. Ik heb geschreeuwd dat het pijn deed en of hij op wilde houden. Daar luisterde hij niet naar. Hij heeft mij 2 of 3 keer geslagen. Toen begon ik een beetje te begrijpen wat hij bedoelde met dominant zijn. Daarna moest ik op de bank gaan liggen. Ik weet nog dat hij boven mij hing, hij lag niet echt op mij. Met één knie steunde hij tussen mijn benen op de bank en zijn andere been stond op de grond. Hij had de riem tussen zijn handen geklemd en drukte met de riem op mijn keel. Ik raakte in paniek. Ik voelde de druk op mijn keel, ik werd licht in mijn hoofd en ik voelde dat ik wegzakte. Ik dacht ‘ik ga dood’, ‘het is gebeurd’. Het volgende moment wat ik weet is dat ik weer bijkwam. Ik was heel verward. Daarna moest ik hem pijpen. Ik zat op de bank en ik zag dat hij zijn broek los maakte en met zijn penis voor mij ging staan. Hij stopte zijn penis gewoon in mijn mond, zonder iets te zeggen. Daarna is die verstikking met die riem op de bank nog een keer gebeurd. Toen heb ik het afgesproken codewoord (rosé) meerdere keren geroepen. Hij zei: “Wat nou rosé, rosé, je roept dat om de haverklap”. Ik raakte helemaal in paniek. Ik begon te huilen. Ik vroeg hem op te houden. Ik heb met mijn handen geprobeerd die riem van mijn keel te houden, maar hij was veel te sterk en ik kreeg mijn vingers er helemaal niet tussen. Toen ik weer bijkwam, hing hij met zijn gezicht boven mij en zei: “Ben je er weer”. Ik heb geen idee hoe lang dat geduurd heeft. Vanaf dat moment was ik zo bang voor hem dat ik dacht: ‘Ik moet hem te vriend houden’. Hij moet krijgen waar hij voor komt en dan zo snel mogelijk de deur uit. We zijn naar de slaapkamer verhuisd. Daar heeft hij mij gevingerd. Hij heeft geprobeerd om mij anaal te penetreren, maar dat ging heel moeilijk. Toen heeft hij een kussensloop gepakt en deze tegen mijn nek gedrukt. Hij is met zijn penis in mijn vagina geweest. Hij hield de kussensloop op mijn keel gedrukt, zijn vuisten rustten op het matras, toen hij mij vaginaal penetreerde. Hij heeft een orgasme gehad en toen was het klaar. Hij heeft ook met zijn blote hand op mijn billen geslagen.

Het voelde heel pijnlijk toen ik in bed lag en ik heb mijzelf bekeken in de spiegel en het zag gewoon bont en blauw. Ik was toen al heel erg bang voor hem en ik was bang dat als ik zou tegenstribbelen het nog erger zou worden en dat hij nog gewelddadiger zou worden en boos. Ik ben op 31 december 2013 door een arts onderzocht.

Toen [verdachte] nog bij mij was, heb ik [2.] een berichtje gestuurd van ‘help me hij is raar’. Wij hebben elkaar de volgende morgen telefonisch gesproken en ik heb hem in het kort uitgelegd wat er gebeurd was. Ik heb ‘s nachts een collega gebeld, vrijwel meteen nadat hij (het hof begrijpt: de verdachte) de deur uit was. Toen kwamen alle emoties eruit, huilen en stortte ik in. Zij adviseerde me om de politie te bellen. Dat heb ik gedaan. Ik denk dat [verdachte] een half uur voor de melding aan de politie weg is gegaan.

5. Een proces-verbaal van bevindingen van 25 juni 2014, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [...] en [...] (pagina 156 e.v.).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisanten (of één van hen):

Op 31 december 2013 omstreeks 03.35 uur kregen wij opdracht te gaan naar de woning van [J.] (het hof begrijpt: in Nederland). Wij waren om 03.53 uur ter plaatse. Wij zagen dat [J.] overstuur was.

6. Een geschrift, te weten een geneeskundige verklaring - letselbeschrijving van 31 december 2013, opgemaakt door [...] , forensisch arts FMG/KNMG (pagina 181 e.v.).
Dit rapport houdt onder meer in als verklaring van voornoemde deskundige, zakelijk weergegeven:

Datum en tijd maken letselbeschrijving: 31 december 2013 om 16:15 uur.

Beschrijving letsels:

  • -

    Aan de hals, aan de voorzijde en beide zijkanten zijn een aantal oppervlakkige streepvormige huidbeschadigingen zichtbaar, verlopend in meerdere richtingen. De streepvormige huidbeschadigingen kunnen passen bij een krassend contact met een scherp voorwerp, bijvoorbeeld vingernagels.

  • -

    Aan de hals, iets boven het rechter sleutelbeen is er een oppervlakkige streepvormige huidbeschadiging.

  • -

    Aan de linker bil aan de buitenzijde is een patroonvormige roodverkleuring van de huid zichtbaar van ongeveer 3,5 centimeter breed en 15 centimeter lang. In het patroon zijn gegroepeerd cirkels met centrale opheldering zichtbaar. Deze verkleuring van de huid past bij inwerkend geweld van een stomp voorwerp met een specifiek patroon, zoals bijvoorbeeld de riem waarover gesproken wordt in de toedracht.

  • -

    Aan beide billen, diverse blauwpaarse verkleuringen van de huid en ook vlekkerige rode verkleuring van de huid. De blauwpaarse verkleuring van de huid ter hoogte van de bilnaad is bij voorovergebogen positie vermoedelijk meer aan de oppervlakte doordat de huid wordt opgerekt. De blauwpaarse verkleuringen van de huid (bloeduitstortingen) en de rode verkleuringen van de huid passen bij inwerkend geweld van een stomp voorwerp, zoals bijvoorbeeld door slaan met een hand of riem.

7. Een proces-verbaal van verhoor van 15 juli 2014, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [...] en [...] (pagina 204 e.v.).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 15 juli 2014 tegenover de verbalisanten afgelegde verklaring van getuige [1.]:

[J.] stuurde mij op 30 december 2013 een WhatsApp of ik wakker was. Meteen daarna stuurde zij mij een berichtje ‘ik heb een date from hell gehad’. Toen heb ik haar gebeld. Ons gesprek duurde een kwartier tot een half uur. Ik heb van die bewuste WhatsAppgesprekken een print screen gemaakt. Toen stortte zij haar hart uit van wat er allemaal gebeurd was. Zij had een afspraak gehad via Badoo. Een seksdate. Het liep uit de hand. Hij heeft haar verkracht en geslagen. Gewurgd, ze is tot 3 keer flauw gevallen. [J.] vertelde dat zij wel 20 keer het wachtwoord ‘rosé’ had gezegd. Hij stopte gewoon niet en daar werd [J.] emotioneel onder. Zij voelde zich helemaal beurs. Zij is ook nog met de riem geslagen. Uiteindelijk stopte hij. Ik heb [J.] aangeraden om de politie te bellen. Dat heeft zij toen ook gedaan. [J.] appte mij in de nacht van 30 op 31 december 2013 om 03.11 uur. Toen ik haar aan de telefoon had, was ze overstuur. Ik hoorde dat zij moest huilen. Ze vertelde over dat wurgen dat ze bang was dat het over zou zijn. Dat zij dood zou gaan. Zij dacht echt dat dit haar laatste avond was. Ze heeft verteld dat zij 2 keer is gewurgd waarbij zij flauw viel en de 3e keer wist zij niet zeker. Haar hele lichaam deed zeer. Ze was tijdens het hele telefoongesprek emotioneel.

Bijlage: print screen van een WhatsAppgesprek tussen [J.] en [1.]

(03.11 uur)

Ben je nog wakker (03.12 uur)

Wat is er (03.12 uur)

Heb vanavond een date from hell gehad (03.12 uur)

8. Een proces-verbaal van verhoor van 28 juli 2014, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [...] en [...] (pagina 219 e.v.).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 28 juli 2014 tegenover de verbalisanten afgelegde verklaring van getuige [2.]:

Die avond (het hof begrijpt: op 30 december 2013) toen die persoon er nog niet was, heb ik contact gehad met [J.] . Ze zei dat ze een man via Badoo had leren kennen en dat hij langs zou komen. ’s Nachts heb ik een bericht van haar gehad, iets als ‘het is een engerd’ en ‘help, ik weet niet wat ik moet doen’. Ik weet de precieze woorden niet meer. Volgens mij appte zij mij tussen 01.00 en 01.30 uur. Ik las haar bericht pas de volgende morgen. Toen ik haar de volgende morgen aan de lijn had was ze overstuur. Ze zei dat hij haar had gewurgd en dat ze buiten bewustzijn was geraakt.

Ten aanzien van feit 2

9. Een proces-verbaal van aangifte van 4 juli 2014, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [...] en [...] (pagina 110 e.v.).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 4 juli 2014 tegenover de verbalisanten afgelegde verklaring van [V.]:

Ik heb [verdachte] leren kennen via de internetsite Badoo. Wij hebben een tijdje gechat, daarna bloedde het contact dood. Als wij aan het chatten waren, hadden we het voornamelijk over seks, normale seks. Hij had het ook over anale seks en dat hij dat wild wilde, een beetje kinky. Hij vroeg vaak of hij me in mijn kont mocht neuken. Dat wilde ik niet. Bij de eerste date heb ik gezegd dat ik dat niet wilde. Wij hebben wat gedronken en wat gepraat. Het was de eerste keer dat ik hem zag. Aan het eind van de avond heb ik seks met hem gehad. Daarna ging hij weer. Wij hielden wel contact. Wij hadden afgesproken om elkaar nog eens te zien. Dat is toen niet doorgegaan. Dat was op de dag voordat het gebeurd was.

Die zondagmorgen (het hof begrijpt: op 11 augustus 2013) stuurde hij mij een berichtje. Hij wilde koffie komen drinken en hij wilde weten wat ik aan het doen was. Het was rond 12 uur ’s middags. Hij bleef maar doorvragen en ik zei dat ik geen zin had vandaag. Ik had gedoucht en was mijn haar aan het borstelen toen er op de voordeur geklopt. Ik denk dat het zo rond kwart over drie ’s middags was. Ik deed open. [verdachte] stond voor de deur. Ik liet hem binnen. Hij stond dus voor de deur van mijn appartement. Iemand had de gemeenschappelijke deur geopend waardoor hij kon doorlopen naar de deur van mijn appartement. Anders had hij zich moeten melden via de intercom. Op het moment dat hij binnen was, sleurde hij mij aan mijn haren naar mijn slaapkamer. Ik zei: “Hou eens op. Doe normaal”. Ik dacht dat het een soort geintje was. Hij gooide mij op het bed en zei dat ik op mijn knieën moest gaan zitten. Ik heb me omgedraaid en gezegd dat ik dat niet zou gaan doen. Meteen daarna sloeg hij mij met zijn vlakke hand in mijn gezicht en zei dat ik moest luisteren. Ik zei dat ik dat niet wilde en dat hij weg moest gaan. Het werd mij duidelijk dat hij heel agressief was. Het was niet speels of zo. Hij trok mij omhoog en zei dat ik op mijn knieën moest gaan zitten. Hij duwde mij ook zo te gaan zitten. Hij ging achter mij staan en hield mij vast. Ik probeerde hem weg te duwen. Toen sloeg hij mij met zijn vlakke hand op mijn kont en op mijn rug. Toen trok hij zijn broek naar beneden; hij had geen boxershort aan. Ik probeerde hem weg te duwen maar hij gaf mij een klap. Hij sloeg mij tegen mijn wang. Hij trok aan mijn haren. Zijn broek was uit en toen duwde hij zijn lul in een keer in mijn kont. Dat deed verschrikkelijk veel pijn en ik duwde hem weg. Uiteindelijk duwde ik hem naar achteren en hij ging uit mij. Vanaf dat moment was ik aan het huilen. Toen duwde hij mij op mijn rug. Toen zei hij dat ik moest gehoorzamen. Hij deed iets van drie vingers in mijn mond, diep in mijn keel zodat ik geen adem meer kon krijgen. Ik stikte bijna. Althans dat gevoel had ik en ik raakte in paniek. Ik heb geprobeerd hem van mij af te duwen. Ik wilde wegrennen, maar ik had maar weinig bewegingsvrijheid. Hij deed zijn vingers in mijn kut. Daarna deed hij zijn lul in mijn kut. Hij probeerde steeds zijn vingers in mijn mond/keel te stoppen of om mijn nek. Ik probeerde hem steeds weg te duwen maar iedere keer sloeg hij dan in mijn gezicht. Ik was al die tijd hard aan het huilen. Ik was helemaal in paniek. Iedere keer als ik tegenstribbelde, kon ik geen adem halen. Als ik mijn mond dichthield zodat hij zijn vingers niet in mijn keel kon stoppen, kneep hij mijn neus dicht zodat ik mijn mond wel moest open doen. Al die tijd neukte hij mij of deed zijn vingers in mijn kut. Hij herhaalde heel vaak dat ik mijn mond moest houden en hem moest gehoorzamen.

Hij wilde dat ik hem ging pijpen. Met zijn hand hield hij mijn hoofd vast bij mijn haren en trok hij op die manier mijn hoofd naar achteren. Hij zei dat ik hem moest pijpen. Ik hoopte dat hij zou klaarkomen, dan was het maar klaar. Hij had mij zo vaak geslagen dat ik dacht ‘ik laat het over mij heen komen en hoop dat het snel over is’. Voordat ik hem moest pijpen sloeg hij mij nog een keer heel hard op mijn lip/wang. Toen moest ik hem dus pijpen en dat heb ik toen gedaan. Er stroomde gewoon bloed van mij over hem heen. Ik zag bloed, ik was aan het huilen. Het was rond half vier ‘s middags. Terwijl ik hem aan het pijpen was trok hij mijn hoofd weg en trok hij zichzelf af. Zijn sperma spoot op mijn jurkje. Toen stond hij op, pakte zijn kleren en liep naar de woonkamer. Ik had overal pijn. Nadat hij weg was, ben ik naar de wc gegaan. Ik zag dat mijn kont bloedde. Ik zag dat mijn lip dik was en dat er een tand door mijn lip was gegaan. Ik heb mijn telefoon gepakt en heb mijn ex (het hof begrijpt: [4.]) gebeld. Hij vroeg: “Wat is er”. Ik moest gelijk heel erg huilen. Ik heb hem in het kort verteld wat er gebeurd was. Hij zei dat ik de politie moest bellen. Toen ik had opgehangen, besefte ik pas wat er gebeurd was. Ik ben onder de douche gaan staan en ben daar wel drie kwartier gebleven. Ik was compleet in shock. Ik heb daarna mijn zus (het hof begrijpt: [3]) opgebeld. Zij zou die avond bij mij komen eten. Ik belde haar om half 6 op en vroeg of ze nu al kon komen. Zij zag aan mij dat er iets was. Ik heb haar alles verteld. Mijn zus zei ook dat ik de politie moest bellen. Ik was er met mijn gedachten niet bij. Ik heb die zondag dus niet gebeld. De volgende dag ben ik naar mijn werk gegaan. Ik kon helemaal niets. Ik zat alleen maar voor mij uit te staren. Toen heb ik de politie gebeld.

Van mijn lip heb ik een foto gemaakt die zal ik jullie sturen. Bij de GGD kreeg ik een injectie tegen Hepatitis A en een HIV test. Hij heeft wel tien keer zijn hand op mijn mond/keel gelegd. Ook die vingers in mijn keel. Ik dacht dat ik stikte. Het was voor mijn gevoel heel lang. Misschien wel 15 of 20 seconden. Hij stopte 2 of 3 vingers diep in mijn keel. Ik begon te kokhalzen en moest bijna overgeven. Ik pakte zijn hand vast met de bedoeling om die weg te trekken. Dat lukte niet. Ik lag op mijn rug en zat op mij met zijn knieën weerszijden van mijn lichaam van mijn heupen. Ik raakte echt in paniek. Ik was bang dat ik dood zou gaan en dat ik buiten bewustzijn zou raken. Ik had het gevoel ‘hij gaat mij doodmaken’. Als je geen adem meer kan halen krijg je zo’n paniekaanval. Dat met die vingers in mijn keel was na de anale penetratie toen ik op mijn rug lag. Iedere keer als ik tegenstribbelde, als ik mijn mond dicht hield, kneep hij mijn neus dicht zodat ik daardoor mijn mond moest open doen. Na een groot aantal keren dacht ik ‘ik werk maar mee anders overleef ik het niet’.

De foto’s van de lip van [V.] zijn in het dossier gevoegd op pagina 125 en 126.

10. Een proces-verbaal aanvraag DNA-onderzoek sporen en benoeming DNA-deskundige van 22 juli 2014, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar H. Roeper.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisant:

Op 16 augustus 2013 werd een melding gedaan van een verkrachting in Alkmaar. Het slachtoffer [V.] is in haar woning in Alkmaar verkracht. In haar woning is sporenonderzoek verricht.

11. Een proces-verbaal van verhoor van 28 juli 2014, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [...] en [...] (pagina 147 e.v.).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 28 juli 2014 tegenover de verbalisanten afgelegde verklaring van getuige [3]:

Ik zou die avond bij [V.] gaan eten. [V.] belde mij of ik eerder wilde komen. Thuis vertelde zij wat er was gebeurd. Ik weet nog wel dat zij een kapotte lip had. Ik zag een dikke lip. [V.] vertelde dat hij (het hof begrijpt: de verdachte) haar had geslagen. Ze vertelde dat hij voor haar voordeur stond. En dat hij best wel snel agressief was geworden. Hij is uiteindelijk uit zichzelf weggegaan. Toen ze het verhaal vertelde was ze overstuur. Ze was aan het huilen. Ik heb haar 1 of 2 keer eerder emotioneel gezien, niet vaak. Ze vertelde dat hij haar bij de keel heeft gepakt en dat hij haar heeft geslagen in haar gezicht op haar lip. Hij was hardhandig. Over de seksuele handelingen vertelde ze dat ze niet wilde, dat het tegen haar zin was. Dat hij niet ophield en dat zij zo bang was dat het verkeerd zou aflopen, dat hij haar zou wurgen. Ze heeft anale seks gehad tegen haar zin in en hij kneep haar keel dicht. De meeste impact had het feit dat het tegen haar zin was en niet ophield als zij stop zei. Zij vertelde dat zij een keer eerder hadden afgesproken en dat hij toen heel normaal deed en dat hij nu heel anders deed. Daar was zij erg van geschrokken. Ze heeft verteld dat ze hem via de site Badoo kent.

12. Een proces-verbaal van verhoor van 20 september 2014, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [...] en [...] (pagina 152 e.v.).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 20 september 2014 tegenover de verbalisanten voornoemd afgelegde verklaring van getuige [4.]:

Ik kan mij herinneren dat ze (het hof begrijpt: [V.]) mij opbelde. Ik hoorde dat zij in paniek was; ik hoorde haar huilen en ik hoorde haar zeggen dat er iets verschrikkelijks gebeurd was. Uiteindelijk vertelde zij dat zij verkracht was door die vent. Zij was wel heel erg overstuur dus ik nam haar wel serieus. Ik begreep toen wel dat er iets was gebeurd. Zij werd wel wat rustiger tijdens het gesprek en toen heb ik haar verteld dat zij de politie of haar vader of zus moest bellen om haar daarbij te begeleiden.

Ik heb later ook nog met [V.] hierover gesproken. In een van de eerste gesprekken vertelde zij mij nog wel dat hij haar daadwerkelijk had gepenetreerd en dat zij bang was van die vent. Ik heb [V.] eerder wel eens verdrietig gezien. Maar nu was zij echt in paniek. Zo had ik haar nog niet eerder meegemaakt. In shock is misschien wel het goede woord.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1 en 2 bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het onder 1 en 2 bewezen verklaarde levert telkens op:

verkrachting.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het onder 1 en 2 bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De rechtbank heeft de verdachte vrijgesproken van het onder 3 primair en subsidiair ten laste gelegde en voor het in eerste aanleg voor het onder 1 en 2 bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie jaren, waarvan een jaar voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met aftrek van de tijd die hij voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Daarnaast heeft de rechtbank beslissingen genomen ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1 en 2 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren, met aftrek van de tijd die hij voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. De advocaat-generaal heeft voorts gevorderd dat een bevel gevangenneming wordt gegeven en dat het hof de vorderingen van de benadeelde partijen, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, geheel zal toewijzen.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de verkrachting van [J.] door haar te dwingen hem te pijpen en door haar lichaam te vaginaal penetreren. De verdachte en [J.] waren met elkaar in contact gekomen via de internetsite Badoo. Hun contacten waren – naar hun beider wens – gericht op het hebben van seks. [J.] heeft de verdachte met dat doel in haar woning binnengelaten. In de woning heeft de verdachte de grenzen van [J.] ver overschreden: hij heeft haar tegen haar wil en telkens het door haar veelvuldig geroepen stopwoord negerend, meermalen met een riem en met de platte hand geslagen, en ook heeft hij haar meermalen verstikt waardoor zij het bewustzijn is verloren. [J.] heeft doodsangsten uitgestaan en heeft door het door de verdachte uitgeoefende geweld verdere seksuele handelingen, waaronder penetratie, moeten ondergaan.

De verdachte heeft zich ook schuldig gemaakt aan de verkrachting van [V.] , door haar te dwingen hem te pijpen en tot vaginale en anale penetratie over te gaan. Ook de verdachte en [V.] waren met elkaar in contact gekomen via de internetsite Badoo en ook hun contact was – naar hun beider wens – gericht op het hebben van seks. De verdachte en [V.] hebben elkaar twee keer gezien. De eerste keer hebben zij, zoals [V.] het omschreef, ‘normale’ seks gehad. De tweede keer, op 11 augustus 2013, stond de verdachte bij [V.] voor de deur, nadat zij te kennen had gegeven geen zin te hebben in seksueel contact. [V.] heeft de verdachte binnengelaten, waarna hij haar direct aan haar haren meesleurde naar de slaapkamer. Waar [V.] aanvankelijk nog dacht dat de verdachte een grap maakte, werd haar snel duidelijk dat het hem ernst was. De verdachte heeft haar meermalen geslagen (in het gezicht en op haar lichaam), hij heeft meermalen vingers in haar mond en keel gestopt, waardoor zij bijna geen adem kon halen en heeft haar tegen haar wens gepenetreerd. Dat de verdachte de grenzen van [V.] ver heeft overschreden, moet hem zijn gebleken uit haar noodkreten en het feit dat zij huilde. Ook [V.] heeft doodsangsten uitgestaan.

De verdachte heeft door zo te handelen telkens ernstig inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van de slachtoffers en een gevoel van onveiligheid bij hen teweeggebracht. De verdachte heeft zich enkel bekommerd om de bevrediging van zijn lustgevoelens. Het is algemeen bekend, en zo blijkt ook uit verklaringen van de aangeefsters in deze zaak, dat slachtoffers van dergelijke feiten daarvan nog lange tijd nadelige psychische gevolgen plegen te ondervinden. Daarbij weegt mee dat de verkrachtingen telkens plaatsvonden in de woning van de slachtoffers, een plek waar zij zich bij uitstek veilig zouden moeten kunnen voelen.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 20 april 2018 is de verdachte eerder, zij het al weer enige tijd geleden en voor andersoortige strafbare feiten, onherroepelijk veroordeeld. Het over de verdachte op 16 januari 2017 door GGZ-psycholoog [...] in een nog lopende zedenzaak opgemaakte psychologische rapport, dat in het onderhavige dossier is gevoegd, vermeldt onder meer als conclusie dat geen aanwijzingen zijn gevonden voor het bij de verdachte bestaan van een ziekelijke stoornis of een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. De feiten kunnen de verdachte dan ook volledig worden toegerekend.

Het hof acht, alles afwegende, oplegging van na te noemen onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden. De ernst van de feiten noopt hier bepaaldelijk toe. Rekening houdend met de straf die voor soortgelijke strafbare feiten door de strafrechter pleegt te worden opgelegd, is deze straf lager dan door de advocaat-generaal is gevorderd.

Vordering van de benadeelde partij [J.]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding ter hoogte van € 5.037,35. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 3.000,00. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.

De inhoud noch hoogte van de vordering zijn door of namens de verdachte betwist.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 bewezen verklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [V.]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding van € 5.776,16. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 3.000,00. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.

De inhoud noch hoogte van de vordering zijn door of namens de verdachte betwist.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 2 bewezen verklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [...]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding van € 5.286,03. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.

De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het onder 3 primair en subsidiair ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregelen zijn gegrond op de artikelen 36f, 57, 63 en 242 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte en de officier van justitie niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 3 primair en 3 subsidiair ten laste gelegde.

Vernietigt het vonnis voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 en 2 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaren.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [J.]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [J.] ter zake van het onder 1 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 5.037,35 (vijfduizend zevenendertig euro en vijfendertig cent) bestaande uit € 37,35 (zevenendertig euro en vijfendertig cent) aan materiële schade en

€ 5.000,00 (vijfduizend euro) aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [J.] , ter zake van het onder 1 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 5.037,35 (vijfduizend zevenendertig euro en vijfendertig cent) bestaande uit € 37,35 (zevenendertig euro en vijfendertig cent) aan materiële schade en € 5.000,00 (vijfduizend euro) aan immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 60 (zestig) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële en de immateriële schade op 30 december 2013.

Vordering van de benadeelde partij [V.]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [V.] ter zake van het onder 2 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 5.776,16 (vijfduizend zevenhonderdzesenzeventig euro en zestien cent) bestaande uit € 776,16 (zevenhonderdzesenzeventig euro en zestien cent) aan materiële schade en € 5.000,00 (vijfduizend euro) aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [V.] , ter zake van het onder 2 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 5.776,16 (vijfduizend zevenhonderdzesenzeventig euro en zestien cent) bestaande uit € 776,16 (zevenhonderdzesenzeventig euro en zestien cent) aan materiële schade en € 5.000,00 (vijfduizend euro) aan immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 63 (drieënzestig) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële en de immateriële schade op 11 augustus 2013.

Vordering van de benadeelde partij [...]

Verklaart de benadeelde partij [...] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Beveelt de gevangenneming van de verdachte, welke beslissing afzonderlijk is geminuteerd.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.M.J. Quaedvlieg, mr. I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen en mr. H.A. van Eijk, in tegenwoordigheid van mr. J. Mulder, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 18 mei 2018.

Mr. Van Asperen de Boer-Delescen is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.