Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:5107

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
23-11-2018
Datum publicatie
03-06-2019
Zaaknummer
23-003896-16
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2020:512, (Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzen
Rechtsgebieden
Materieel strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Poging zware mishandeling door steken met mes. Beroep op noodweer en noodweerexces verworpen. Artikel 63 Sr. Gevangenisstraf 4 maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-003896-16

datum uitspraak: 23 november 2018

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 5 oktober 2016 in de strafzaak onder de parketnummers 13-684300-16 en 13-684205-15 (TUL) tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (Suriname) op [geboortedag] 1992,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

9 november 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

primair:
hij op of omstreeks 16 juni 2016 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, aan (zijn oom/huisgenoot) [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (steek-/snijwond(en) in onderarm), heeft toegebracht, door voornoemde [slachtoffer] met dat opzet eenmaal of meermalen met een (keuken)mes, in elk geval een scherp en/of puntig voorwerp, te steken en/of te snijden in de (linkeronder)arm, in elk geval in het lichaam van voornoemde [slachtoffer];

subsidiair:
hij op of omstreeks 16 juni 2016 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan (zijn oom/huisgenoot) [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet naar voornoemde [slachtoffer] is toegegaan, waarna hij, verdachte, eenmaal of meermalen met een (keuken)mes, in elk geval een scherp en/of puntig voorwerp, in de (linkeronder)arm, in elk geval in het lichaam van voornoemde [slachtoffer], heeft gestoken en/of gesneden;

meer subsidiair:
hij op of omstreeks 16 juni 2016 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, opzettelijk (zijn oom/huisgenoot) [slachtoffer], heeft mishandeld, bestaande deze mishandeling uit het eenmaal of meermalen met een (keuken)mes, in elk geval een scherp en/of puntig voorwerp, steken en/of snijden in de (linkeronder)arm, in elk geval in het lichaam van voornoemde [slachtoffer], tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel (steek-/snijwond(en) in onderarm), althans enig lichamelijk letsel, heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd om doelmatigheidsredenen en omdat het hof met betrekking tot de vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde straf tot een andere beslissing komt dan de rechtbank.

Vrijspraak

Met de raadsman en de advocaat-generaal, is naar het oordeel van het hof niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte primair is ten laste gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.

Bespreking van een bewijsverweer

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman aangevoerd dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het subsidiair ten laste gelegde. Hij heeft daartoe het volgende aangevoerd.

Op grond van de verklaring van de verdachte en de stukken ten aanzien van het letsel van de aangever kan worden bewezen dat de verdachte eenmaal met een mes in de onderarm van de aangever heeft gesneden. Het snijden met een mes in de onderarm, onder de gegeven omstandigheden, levert naar algemene ervaringsregels geen zwaar lichamelijk letsel op. Uit het letsel, een oppervlakkige wond, kan worden opgemaakt dat niet met kracht is gesneden. Zodoende is geen sprake van een aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel, zodat geen sprake is van een poging tot zware mishandeling, aldus de raadsman.

Het hof overweegt als volgt.

Het hof gaat op grond van de stukken in het dossier en het verhandelde ter terechtzitting uit van de volgende feiten en omstandigheden.

De verdachte verbleef op 16 juni 2016 in de woning van zijn tante, waar ook de vriend van zijn tante, [slachtoffer] verbleef. Op een gegeven moment liep de verdachte naar de badkamer, waar [slachtoffer] op dat moment aan het douchen was. De verdachte en [slachtoffer] kregen onenigheid over het gebruik van de badkamer c.q. douche. De verdachte liep vervolgens terug naar zijn slaapkamer. Kort daarop liep [slachtoffer] ook naar de slaapkamer van de verdachte. Op dat moment ontstond een woordenwisseling tussen de verdachte en [slachtoffer]. [slachtoffer] stond in de slaapkamer en sloeg de verdachte. De verdachte pakte hierop vanaf een kledingkast in zijn slaapkamer een keukenmes (met een punt en een lemmet van ongeveer 15 centimeter) en raakte [slachtoffer] met dit keukenmes in diens linker onderarm. [slachtoffer] liep daardoor een wond met een lengte van 4 centimeter in zijn linker onderarm op, die is gehecht met vijf hechtingen. Het geconstateerde letsel past volgens de forensisch arts die [slachtoffer] heeft onderzocht goed bij het steken met een mes.

Anders dan de raadsman, acht het hof op grond van de aangifte van [slachtoffer] en de letselverklaring wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het slachtoffer [slachtoffer] met het keukenmes heeft gestoken.

Het steken met een dergelijk keukenmes in de onderarm levert naar het oordeel van het hof de aanmerkelijke kans op dat zwaar lichamelijk letsel wordt toegebracht. In de onderarm bevinden zich immers kwetsbare en vitale onderdelen, waaronder slagaders. Door [slachtoffer] opzettelijk met een keukenmes in de onderarm te steken heeft de verdachte bewust die aanmerkelijke kans op zwaar letsel aanvaard, zodat de verdachte hierop minst genomen in voorwaardelijke vorm opzet had. Het is niet aan de verdachte te danken dat dit gevolg niet is ingetreden. Het hof acht daarom bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een poging tot zware mishandeling.

Het verweer wordt verworpen.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 16 juni 2016 te Amsterdam, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan zijn huisgenoot [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet naar voornoemde [slachtoffer] is toegegaan, waarna hij, verdachte, met een keukenmes, in de linker onderarm, heeft gestoken.

Hetgeen subsidiair meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezen verklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

De raadsman heeft het verweer gevoerd dat de verdachte uit noodweer heeft gehandeld en de verdachte derhalve dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging. De aangever [slachtoffer] heeft de confrontatie met de verdachte gezocht en hem geslagen. Daardoor was sprake van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding waartegen de verdachte zich moest verdedigen. Hij was niet tegen [slachtoffer] opgewassen en hij kon geen kant op. Onder die omstandigheden mocht hij zich met een mes verweren, aldus de raadsman.

Het hof overweegt als volgt.

Voor een geslaagd beroep op noodweer is vereist dat sprake is van verdediging van het eigen of een anders lijf, eerbaarheid of goed tegen een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding, waarbij de wijze van verdediging dient te voldoen aan de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit.

Naar het oordeel van het hof was, op het moment dat [slachtoffer] de verdachte sloeg, sprake van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding van de zijde van [slachtoffer], waartegen de verdachte zich mocht verdedigen. Het door de verdachte toegepaste geweld, namelijk het steken met een keukenmes, stond echter in geen enkele verhouding tot de ernst van de aanranding en was derhalve disproportioneel. Het beroep op noodweer kan derhalve niet slagen.

Ook overigens is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het subsidiair bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het subsidiair bewezen verklaarde levert op:

poging tot zware mishandeling.

Strafbaarheid van de verdachte

De raadsman heeft gesteld dat, indien en voor zover het hof oordeelt dat de verdachte bij de verdediging de grenzen van proportionaliteit heeft overschreden, de verdachte een beroep op noodweerexces toekomt en hij dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

Het hof is van oordeel dat er geen concrete aanknopingspunten zijn, ook niet in de verklaring van de verdachte, dat het handelen van de verdachte het onmiddellijke gevolg is geweest van een hevige gemoedsbeweging, veroorzaakt door de wederrechtelijke aanranding. Het beroep op noodweerexces kan derhalve niet slagen.

Ook overigens is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straffen

De rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg subsidiair bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden met aftrek van voorarrest.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het subsidiair ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden met aftrek van voorarrest.

De raadsman heeft verzocht de verdachte een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen, waarbij het onvoorwaardelijk deel gelijk is aan de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, al dan niet in combinatie met een taakstraf. Hij heeft daarbij verzocht rekening te houden met de rol van de aangever, het verstandelijk beperkte niveau waarop de verdachte functioneert en de huidige dagbesteding van de verdachte, namelijk het opzetten van een eigen bedrijf.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt een poging tot zware mishandeling door het slachtoffer (de vriend van zijn tante bij wie de verdachte tijdelijk inwoonde) met een keukenmes in zijn onderarm te steken. De verdachte heeft de lichamelijke integriteit van het slachtoffer ernstig geschonden en voor hem een beangstigende situatie geschapen. De steekwond van het slachtoffer bloedde hevig. Bovendien heeft het feit plaatsgevonden in de huiselijke sfeer. Het hof rekent het de verdachte ten zeerste aan dat hij op deze wijze heeft gehandeld.

Het hof heeft kennis genomen van het (meest recente) beknopte reclasseringsadvies van 17 augustus 2018 van Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering. Uit voornoemd advies komt naar voren dat de reclassering, gezien het laatste reclasseringscontact, de informatie vanuit de Top600 en de huidige houding van de verdachte momenteel geen meerwaarde ziet voor het opleggen van (nieuw) reclasseringstoezicht. De reclassering ziet geen contra-indicaties voor het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 18 oktober 2018 is hij eerder onherroepelijk ter zake van geweldsdelicten veroordeeld.

Het bewezen verklaarde feit is een ernstig misdrijf waarvoor, mede gelet op de uitgangspunten zoals deze voor feiten als de onderhavige zijn vastgesteld door het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS), onvoorwaardelijke gevangenisstraffen worden aangewezen.

Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat niet kan worden volstaan met een andere dan een vrijheidsbenemende straf. Het hof ziet in hetgeen de raadsman heeft aangevoerd geen reden om te volstaan met een gevangenisstraf gelijk aan de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht en een deel van die straf in voorwaardelijke vorm op te leggen. Het hof acht alles afwegende, rekening houdend met artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht, een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 45, 63 en 302 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

Vordering tenuitvoerlegging

Het openbaar ministerie heeft gevorderd de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de rechtbank Amsterdam van 9 november 2015 voorwaardelijke opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 180 dagen. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de vordering tot tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf voor een gedeelte wordt toegewezen, namelijk voor de duur van 90 dagen.

De raadsman heeft verzocht de vordering tot tenuitvoerlegging af te wijzen. Tenuitvoerlegging is volgens de raadsman niet opportuun, omdat de verdachte ongewild is geconfronteerd met de situatie en derhalve geen sprake is van het zich bewust op het criminele pad begeven. Voorts heeft de raadsman gewezen op de persoon van de verdachte en dat het een andersoortig feit betreft dan waarvoor de voorwaardelijke straf is opgelegd.

Gebleken is dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. De tenuitvoerlegging van die voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf kan om die reden worden gelast. In hetgeen de raadsman heeft aangevoerd ziet het hof geen reden om van de tenuitvoerlegging af te zien. Wel zal het hof, gelet op de vordering van de advocaat-generaal, slechts voor een gedeelte van die gevangenisstraf de tenuitvoerlegging bevelen, namelijk voor de duur van 90 dagen.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het subsidiair bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gelast de tenuitvoerlegging van een gedeelte van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de rechtbank Amsterdam van 9 november 2015, parketnummer 13-684205-15, te weten van:

gevangenisstraf voor de duur van 90 (negentig) dagen.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. G. Oldekamp, mr. F.A. Hartsuiker en mr. M.L.M. van der Voet, in tegenwoordigheid van

mr. D.J. Lutje Wagelaar, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 23 november 2018.

mr. G. Oldekamp en mr. F.A. Hartsuiker zijn buiten staat het arrest mede te ondertekenen.

=========================================================================

[…]