Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:5093

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
17-09-2018
Datum publicatie
03-06-2019
Zaaknummer
23-001661-18
Rechtsgebieden
Materieel strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Opzetheling telefoon. Taakstraf 40 uren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-001661-18

datum uitspraak: 17 september 2018

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 1 mei 2018 in de strafzaak onder parketnummer

13-157179-15 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1993,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

3 september 2018.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 2 augustus 2015 te Amsterdam, althans in Nederland, een telefoon (Apple I-Phone 6) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die telefoon wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering (Sv).

Bespreking bewijsverweer

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde. Hij heeft daartoe – kort gezegd – aangevoerd dat niet kan worden bewezen dat de verdachte wist dat de telefoon van diefstal afkomstig was. Dat de verdachte de telefoon ’s avonds op straat heeft gekocht van een onbekende is daartoe niet toereikend.

Het hof verwerpt het verweer en overweegt als volgt.

De verdachte heeft na middernacht, op straat, in een uitgaansgebied in Amsterdam een mobiele telefoon gekocht van een hem volstrekt onbekende verkoper die hem op straat had aangesproken en had gevraagd of hij een telefoon wilde kopen. Het toestel, dat er als nieuw uitzag, betrof het destijds nieuwste model van de Apple iPhone en de verdachte heeft de telefoon ver onder de normale (tweedehands) prijs, namelijk voor minder dan de helft van de winkelwaarde, gekocht. De verkoper had geen aankoopbewijs van de telefoon en verkocht het toestel zonder oplader. Bovendien was de telefoon uitgeschakeld, terwijl de verkoper geen pincode kon verstrekken. De verkoper heeft als reden voor de verkoop opgegeven dat hij net een nieuwe telefoon had. De verdachte is ermee bekend dat in het uitgaansgebied van Amsterdam veel telefoons worden gestolen. Het hof is op grond van deze omstandigheden van oordeel dat de verdachte ten tijde van het verwerven van de telefoon bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat die telefoon van misdrijf afkomstig was. Daarom kan wettig en overtuigend worden bewezen dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan de opzetheling van de iPhone.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 2 augustus 2015 te Amsterdam een telefoon (Apple iPhone 6) heeft verworven, terwijl hij ten tijde van het verwerven van die telefoon wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Bewijsmiddelen

Het hof acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen en grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de navolgende bewijsmiddelen zijn vervat.

1. Een geschrift, te weten internetaangifte met nummer PL13WA-2015174305 van 2 augustus 2015, opgemaakt door opsporingsambtenaar [verbalisant 1].

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Aangifte van zakken- of tassenrollerij

Gegevens aangever

Achternaam [aangever]

Voornamen [aangever]

Pleegplaats & tijdstip

Pleegplaats Amsterdam

Tijdstip achtergelaten 01-08-2015 21:00

Tijdstip geconstateerd 02-08-2015 03:25

Voorval

Omschrijving vooral Op 1 augustus 2015 was ik in het centrum van Amsterdam met

mijn iPhone in mijn broekzak. ’s Avonds onderweg naar huis merkte ik dat het er niet meer zat.

(On)roerende goederen

Merk Apple

Type iPhone 6

Kleur Zwart

Serienummer [serienummer]

Overige bijzonderheden Gestolen

Waarde in euro’s 699,00

2. Een proces-verbaal van verhoor aangeefster met nummer PL1300-2015174305-10 van 3 augustus 2015, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 4] (ongenummerd).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 3 augustus 2015 tegenover voornoemde verbalisant afgelegde verklaring van [aangever]:

Ik had op mijn Apple iPhone 6, die later gestolen bleek, een bericht achtergelaten middels iCloud dat de vinder mij kon bereiken op het telefoonnummer: [telefoonnummer 1].

Dat is het telefoonnummer van mijn broertje.

Op zondag 22.58 uur smste mijn broertje mij op mijn telefoonnummer. Deze smsjes kan ik dan op de computer lezen. Mijn broertje stuurde een sms wat de strekking had van “Contact deze jongen +[telefoonnummer 2] misschien heeft hij jouw telefoon”.

Ik heb de verdachte toen snel met het telefoonnummer van mijn huisgenoot gebeld. De verdachte nam op en ik zei tegen hem dat ik blij was dat hij mijn telefoon had gevonden en ik vroeg hoe ik mijn telefoon terug kon krijgen. Ik hoorde de verdachte zeggen dat hij mijn iPhone 6 op straat had gekocht en dat hij 250 euro had betaald. Ik hoorde de verdachte zeggen dat hij minimaal 150 euro wilde. Ik zei dat ik hem niet wilde betalen, omdat hij zelf een risico had genomen om een telefoon op straat te kopen. Ik hoorde toen de verdachte dreigen met dat hij mijn iPhone 6 door zou verkopen of weg zou gooien. Ik hoorde hem zeggen dat hij het zelf toch niet kon gebruiken, omdat het gestolen was. Ik heb toen opgehangen.

Ik heb vervolgens met de politie gebeld. De politie adviseerde mij opnieuw te bellen en akkoord te gaan met een deal en een plek af te spreken. Hierna moest ik de politie contacten en doorgeven waar en hoe laat ik had afgesproken. Ik belde de verdachte hierop weer. Zo spraken wij 150 euro af. Wij spraken af op de Dam bij het monument tegenover de Bijenkorf. De verdachte zou een licht shirt en groene schoenen dragen. De verdachte had gedurende beide gesprekken zijn naam niet genoemd.

Vervolgens ging ik met de politie naar de plek waar ik met de verdachte had afgesproken. Ik kreeg een Apple iPhone 6 van de verdachte in mijn handen en ik herkende deze als mijn telefoon.

3. Een proces-verbaal van aanhouding met nummer PL1300-2015174305-2 van 3 augustus 2015, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 2] (ongenummerd).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van voornoemde verbalisant:

Op 3 augustus 2015 hield ik op de locatie Dam, Amsterdam, als verdachte aan:

[verdachte], geboren op [geboortedag] 1993 te [geboorteplaats].

Op 3 augustus 2015 ben ik met [aangever] naar de Dam gegaan. Ik zag dat [aangever] en de verdachte naast elkaar op het monument gingen zitten. Ik zag dat de verdachte een iPhone uit zijn broekzak haalde en deze aan [aangever] gaf. Ik hoorde [aangever] zeggen: “Dit is hem ja”. Hierop heb ik de verdachte aangehouden.

4. Een geschrift, te weten een kennisgeving van inbeslagneming met nummer PL1300-2015174305-6 van 3 augustus 2015, opgemaakt door opsporingsambtenaar [verbalisant 3].

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Inbeslagneming

Datum en tijd : 3 augustus 2015

Beslagene

Achternaam : [verdachte]

Voornamen : [verdachte]

Geboren : [geboortedag] 1993

Geboorteplaats : [geboorteplaats]

Volgnummer 1

Object : Communicatieap (Telefoon)

Merk/type : Apple iPhone 6

Kleur : Zwart

Serienummer : [serienummer]

5. Een proces-verbaal van verhoor meerderjarige verdachte met nummer PL1300-2015174305-7 van 3 augustus 2015, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 4].

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de vragen (V) van de verbalisant en, in antwoord (A) daarop, als de op 3 augustus 2015 tegenover voornoemde verbalisant afgelegde verklaring van de verdachte:

V: Je bent vanmiddag op heterdaad aangehouden in Amsterdam. Wat kun je hierover verklaren?

A: Ja, dat klopt. Ik heb gisteren (het hof begrijpt: op 2 augustus 2015) op straat een telefoon gekocht.

V: Waar heb je de telefoon gekocht?

A: In de buurt van [plek] (het hof begrijpt: te Amsterdam).

V: Hoe laat was dat?

A: Laat in de avond. Ik denk zelfs na middernacht.

V: Van wie kocht je de telefoon?

A: Ik weet niet wie die persoon is.

A: Hij sprak me op straat aan en vroeg of ik een telefoon wilde kopen.

V: Wat vroeg hij precies?

A: Hij zei dat hij een telefoon te koop had. Ik vroeg ‘wat voor telefoon’ en hij zei ‘Apple iPhone 6’ en liet mij de telefoon zien. Hij zei dat het een tweedehands telefoon was en dat hij net een nieuwe had en hij deze wilde verkopen.

V: Wat vroeg hij voor de iPhone 6?

A: Hij vroeg er 300 euro voor.

V: Wat kost een nieuwe iPhone 6?

A: Ik schat 700 euro in de winkel.

V: Zat er een code op de telefoon?

A: Ja.

V: Hoe wist je welke code je moest gebruiken?

A: Telefoon resetten.

V: Heb je gezien dat de verkoper de code intoetste?

A: Nee. Hij zei dat als ik het [toestel] wilde gebruiken, ik het moest resetten.

Ik heb er 250 euro voor betaald.

6. De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 3 september 2018.

Deze verklaring houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Ik wist dat iPhone 6 destijds het nieuwste model van de Apple iPhone was. De telefoon zag er nieuw uit. De telefoon stond uit. De verkoper had geen aankoopbewijs van de telefoon. Er zat ook geen oplader bij de telefoon. Ik wist de naam van de verkoper niet en zijn telefoonnummer ook niet. Ik weet dat in het uitgaansgebied van Amsterdam veel telefoons worden gestolen.

De hiervoor onder 1 en 4 genoemde bewijsmiddelen – elk een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef, onder 5° Sv – zijn telkens slechts gebezigd in verband met de inhoud van de andere bewijsmiddelen.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

opzetheling.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 300, subsidiair 6 dagen hechtenis.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 600, subsidiair 12 dagen hechtenis.

De raadsman heeft verzocht rekening te houden met het tijdsverloop sinds het ten laste gelegde en de verdachte een voorwaardelijke geldboete op te leggen. Hij heeft verzocht in ieder geval geen hogere onvoorwaardelijke geldboete aan de verdachte op te leggen dan in eerste aanleg geschied.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan opzetheling van een telefoon. De verdachte heeft hiermee geprofiteerd van een goed dat van misdrijf afkomstig is en bijgedragen aan de instandhouding van een afzetmarkt voor van misdrijf afkomstige goederen. Bovendien heeft de verdachte contact gezocht met de eigenaresse van de telefoon en haar gedreigd de telefoon aan een ander te verkopen of weg te gooien als zij hem in ruil daarvoor geen vergoeding zou geven, terwijl in een telefoon doorgaans persoonlijke gegevens en foto’s zijn opgeslagen. Die buitengewoon kwalijke handelwijze weegt het hof in sterk strafverzwarende zin mee.

Voorgaande omstandigheden zijn voor het hof aanleiding om te kiezen voor een andere – zwaardere –

strafmodaliteit dan een geldboete, namelijk een taakstraf. Alles afwegende acht het hof een taakstraf van na te melden duur passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 22c, 22d en 416 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Vernietigt de eerder uitgevaardigde strafbeschikking d.d. 3 augustus 2015 onder CJIB-nummer 9132542002342200.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 40 (veertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 20 (twintig) dagen hechtenis.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R. Kuiper, mr. J.J.I. de Jong en mr. M.J. Dubelaar, in tegenwoordigheid van

mr. D.J. Lutje Wagelaar, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 17 september 2018.

Mr. M.J. Dubelaar en de griffier zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

=========================================================================

[…]