Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:5021

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
30-11-2018
Datum publicatie
02-05-2019
Zaaknummer
23-002711-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Zakkenrollerij. Overweging over medeplegen. 3 maanden gevangenisstraf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-002711-18

datum uitspraak: 30 november 2018

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 12 juli 2018 in de strafzaak onder parketnummer 13-702036-18 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

thans uit anderen hoofde gedetineerd te [locatie].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 16 november 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

primair:
hij op of omstreeks 27 juni 2018 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een portemonnee, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s);

subsidiair:
[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] op of omstreeks 27 juni 2018 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft/hebben weggenomen een portemonnee, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of verdachte, tot en/of bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, op of omstreeks 27 juni 2018 te Amsterdam opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid heeft verschaft door toen en daar - te gaan staan tussen die [medeverdachte 1] en de andere tramreizigers, waardoor het zicht voor die andere tramreizigers op de diefstal (deels) ontnomen werd en/of - gedurende de zakkenrollerij (constant) dichtbij die [medeverdachte 1] en [slachtoffer] te blijven staan, waardoor het zicht op de handen van die [medeverdachte 1] werd ontnomen.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd vanwege proceseconomische redenen.

Bespreking van een in hoger beroep gevoerd verweer

De raadsman heeft vrijspraak bepleit. De aanwezigheid van de verdachte op een bepaalde positie in de tram is onvoldoende voor het aannemen van een samenwerkingsverband. Nu er twijfel is over de betrokkenheid van de verdachte, dient de verdachte te worden vrijgesproken, aldus de raadsman.

Het hof overweegt als volgt.


Uit het dossier blijkt dat de verdachte de betreffende dag al langer samen optrok met de medeverdachte [medeverdachte 1], die blijkens het proces-verbaal de feitelijke wegnemingshandelingen heeft verricht, en de medeverdachte [medeverdachte 2], die bij aanhouding de weggenomen portemonnee onder zich had. Voorafgaand en tijdens de wegnemingshandelingen is de verdachte dichtbij [medeverdachte 1] gaan staan. Daardoor werd aan andere personen in de tram het zicht benomen op de handelingen van [medeverdachte 1]. Uit het handelen van de verdachte blijkt dat sprake is geweest van een gezamenlijk optreden, waarbij de rollen van – in elk geval – [medeverdachte 1] en de verdachte inwisselbaar waren. Hieruit volgt dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking. De verdachte heeft zich daarmee schuldig gemaakt aan het medeplegen van de diefstal.

Het hof verwerpt het verweer van de raadsman.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

primair:
hij op 27 juni 2018 te Amsterdam tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee, toebehorende aan [slachtoffer].

Hetgeen primair meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezen verklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het primair bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het primair bewezen verklaarde levert op:

diefstal door twee of meer verenigde personen.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het primair bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg primair bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie maanden.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan zakkenrollerij. De verdachte heeft daarmee geen respect getoond voor andermans eigendommen. Zakkenrollerij is een misdrijf dat veel overlast veroorzaakt en kan gevoelens van onveiligheid in de samenleving teweeg brengen.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 6 november 2018 is hij eerder ter zake van zakkenrollerij onherroepelijk veroordeeld. Het hof weegt dit in het nadeel van de verdachte mee.

Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf zoals door de advocaat-generaal gevorderd passend en geboden. Hetgeen ter terechtzitting in hoger beroep is aangevoerd over de persoonlijke omstandigheden van de verdachte brengt het hof niet tot een mildere straf.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het primair bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R.D. van Heffen, mr. N.A. Schimmel en mr. M.J.A. Duker, in tegenwoordigheid van mr. A.N. Biersteker, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 30 november 2018.

=========================================================================

proces-verbaal uitspraak

_______________________________________________________________ _ _

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 23-002711-18

Proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van dit gerechtshof, op 30 november 2018.

Tegenwoordig zijn:

mr. R.D. van Heffen, raadsheer,

mr. C.J.J. Kwint, griffier.

Het openbaar ministerie wordt vertegenwoordigd door mr. M.M. Steinmetz, advocaat-generaal.

De raadsheer doet de zaak tegen de verdachte [verdachte] uitroepen.

De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.

Raadsman/raadsvrouw is wel / niet aanwezig.

(zo ja:) naam raadsman/raadsvrouw en plaats:

De raadsheer spreekt het arrest uit.

De verdachte heeft wel afstand gedaan van recht aanwezig te zijn bij de uitspraak.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de raadsheer en de griffier is vastgesteld en ondertekend.