Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:5015

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
04-10-2018
Datum publicatie
01-05-2019
Zaaknummer
23-001993-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vrijspraak belediging. De aangeefster, tevens politieambtenaar, heeft aangifte gedaan bij haar collega die tevens getuige was bij het incident. De feitelijke gang van zaken is door de aangeefster en haar collega neergelegd in het gezamenlijk proces-verbaal van aanhouding. Deze weergave van de gebeurtenissen wijkt af van hetgeen als feitelijke gebeurtenissen is neergelegd in de aangifte en het door aangeefsters collega opgemaakte proces-verbaal van bevindingen. Onder die omstandigheden kan het hof, mede gelet op de stellige ontkenning van de verdachte, niet met een voor een bewezenverklaring vereiste mate van zekerheid vaststellen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan. Het ten laste gelegde feit is dus niet wettig en overtuigend bewezen, zodat het hof de verdachte hiervan vrijspreekt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-001993-18

datum uitspraak: 4 oktober 2018

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Noord-Holland van 24 mei 2018 in de strafzaak onder parketnummer 15‑050212-18 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 4 oktober 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Gelet op de in eerste aanleg door de rechtbank toegelaten wijziging is aan de verdachte ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 10 februari 2018 te Haarlem opzettelijk een ambtenaar, te weten [ambtenaar], politieambtenaar bij Politie eenheid Noord-Holland, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar bediening, in zijn/haar tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem/haar de woorden toe te voegen: doe normaal, kankergek, althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de kinderrechter.

Vrijspraak

Standpunten van partijen

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden vrijgesproken.

De raadsman heeft eveneens bepleit dat de verdachte zal worden vrijgesproken.

Oordeel van het hof

De aangeefster, tevens politieambtenaar, heeft aangifte gedaan bij haar collega die tevens getuige was bij het incident. De feitelijke gang van zaken is door de aangeefster en haar collega neergelegd in het gezamenlijk proces-verbaal van aanhouding. Deze weergave van de gebeurtenissen wijkt af van hetgeen als feitelijke gebeurtenissen is neergelegd in de aangifte en het door aangeefsters collega opgemaakte proces-verbaal van bevindingen. Onder die omstandigheden kan het hof, mede gelet op de stellige ontkenning van de verdachte, niet met een voor een bewezenverklaring vereiste mate van zekerheid vaststellen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan. Het ten laste gelegde feit is dus niet wettig en overtuigend bewezen, zodat het hof de verdachte hiervan vrijspreekt.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.M. Kengen, mr. A.M.P. Geelhoed en mr. A. Dantuma-Hieronymus, in tegenwoordigheid van mr. A.N. Biersteker, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 4 oktober 2018.